Liefde en zenuwen… Hoe kan het, dat wanneer ik het één voel, altijd gelijk het andere erbij cadeau krijg? Tot nu toe ben ik namelijk iedere keer nog op geweest van de zenuwen als ik verliefd was op iemand. Ik wist het steeds maar weer te verpesten door mijn terughoudende gedrag, mijn gestamel en gekwater en bovenal mijn eeuwige gestuntel. Bij mij zijn er namelijk twee uitersten als ik verliefd ben:

1. Ik ben of zo zenuwachtig dat ik helemaal niets tegen diegene durf te zeggen en blijf het liefst minstens een kilometer of wat bij ze uit de buurt, of;
2. Ik stamel aan een stuk door een heleboel (vooral gênante) dingen en struikel zo’n beetje om de meter over mijn eigen voeten. Tenzij ik het slachtoffer van mijn plotselinge, vreemde gedrag niet aanrijd met een karretje tenminste, want dat is me ook al eens gebeurd.

Normaal gesproken zorgt dit er wel voor dat degene die ik zo leuk vind, me wel met rust laat of gewoonweg keihard de benen neemt, maar blijkbaar is er deze zomer verandering in gekomen.

Mijn familie en ik gingen naar Turkije, het land waar ik al heel vaak geweest ben sinds ik een jaar of 4 was. Ik hield (en houd nog steeds) vreselijk van de plek waar we keer op keer naartoe gingen. Toen ik dan ook de maar al te bekende lichtjes en het drukke avondleven zag vanaf een aantal kilometers afstand, voelde ik mijn hartslag versnellen en mijn mondhoeken omhoog krullen. Het was alsof ik, na vijf jaar weggeweest te zijn, eindelijk weer thuis kwam. Ik kon niet wachten om onze kennissen weer te zien, de huid van mijn voeten te laten schroeien aan het vreselijk hete zand en om al die vriendelijke gezichten weer te zien. Ik had het echt gemist.

Als een kind zo blij (en een beetje verduft, we hadden namelijk best een lange reis erop zitten) sprong ik dan ook uit de bus en wist niet hoe gauw ik mijn koffer uit de bagageruimte moest sjorren. Ik stuiterde bijna naar de receptie van het hotel. Mijn ouders en zus hadden iets minder haast, maar dat kon ik ze eigenlijk niet kwalijk nemen. Uiteindelijk stond ik dan ook als eerste bij de receptie, al met mijn handen trommelend op de balie. Niet om het personeel te irriteren of zo, maar gewoon omdat ik ongeduldig was. Voor heel even was ik weer dat kleine meisje dat voor het eerst naar deze plek kwam.

Nadat we onze hotelbandjes gekregen hadden, een jongen ons onze kamer had laten zien en we eindelijk onze koffer gedumpt hadden, voelde ik dat ik toch eigenlijk best moe was van de reis. Ik was nog altijd vreselijk enthousiast (en het duurde dan ook enige tijd voordat ik daadwerkelijk de slaap had kunnen vatten), maar besloot toch maar een duik in mijn voorlopige bed te nemen. Misschien niet zo’n heel strak plan, want het was meer een plank dan een matras, maar op dat moment kon niets mijn humeur verpesten.

Met een gelukkig gevoel ging ik dan ook slapen, toen nog niet wetend dat mijn tien dagen hier misschien wel eens een heleboel konden gaan veranderen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen