Foto bij [62] Lost

Pov. Zero Kiryu
Damon keek alleen om toen Aphrodite de kamer in kwam en een koffer neerzette. Ik bedankte haar met een buiging waardoor ze licht bloosde en snel weer weg ging. En nog voor de deur dicht was stond Damon vlak voor me. Eigenlijk had ik niet echt een grapje gemaakt toen ik zei dat ik voor hem gay was, het zal wel de Makersband zijn...
Hij duwde me op het bed en ritste het te grote vest open. Tevergeefs probeerde ik m'n borst te verhullen maar Damon trok m'n armen weg en bekeek de plek die even daarvoor nog een gat was geweest.
'Je moet meer eten.' hij zuchtte en er kwam een ontevreden uitdrukking op z'n gezicht. 'Ik had je niet aan hem moeten geven.' geërgerd knarste hij met z'n tanden en ritste het vest weer dicht.
'Damon-' 'Nee,' onderbrak hij me resoluut door z'n hand over m'n mond te leggen.
'Je hebt alle reden om me te haten daarvoor. Ik had je gewoon bij me moeten houden.'
Langzaam liet hij z'n hand zakken tot die tegen m'n sleutelbeen lag.
Verward keek ik naar hem op, zij keek me niet aan maar staarde naar z`n hand. ‘Het spijt me. Maar ik ga March vragen om je terug naar Meriel te sturen, tenminste tot na de oorlog. Ik wil je nier gewoon niet bij hebben.’
Ik zuchtte en wou al protesteren toen hij me fel aankeek. ‘Laat me in ieder geval jou beschermen…’
Soepel stond hij op. ‘Daar is de badkamer, ga je even wassen. Je stinkt naar bloed.’ Zachtjes sloot hij e deur achter zich.
‘Arg…’ het bed veerde mee toen ik me achterover liet vallen en ik zou in slaap gevallen zijn als de witte Weerkat niet naast me op het bed was gesprongen. Het beest mauwde en duwde met haar kopje tegen m`n wang zodat ik op zou staan.

‘Goed goed, ik ga al.’ In de koffer zocht ik naar slaapkleding en toen ik die gevonden had liep ik neuriënd de badkamer in.

Pov. Darius Zy
Het paard zocht z`n weg door het ondiepe maar snel stromende watertje, de hoeven zorgvuldig neerzettend.
Er waren al negen dagen voorbij sinds ik de wildernis in gegaan was en nu eindelijk was ik op de terug weg. Het werd ook wel weer tijd dat ik terug ging naar m`n vader en de rest van Nightshade.
Ik had namelijk iets uitgedacht. Het zal namelijk nog drie jaar duren voor de kracht in de Leylijnen zo groot was dat we hem konden open scheuren en vernietigen. Drie hele jaren… pas met de kortste dag van het jaar zou de kracht op z`n grootst zijn en het dus ook het waarschijnlijkst dat ze dan iets zouden proberen en als de Leylijnen
Open waren konden we ze laten exploderen door middel van onze aura krachten.
Dit nieuws was belangrijk voor ons en van groot belang omdat het vele levens zou kunnen redden. Maar dan moesten we eerst een manier zien te vinden om Worhing af te snijden van de buitenwereld.

Pov. March Zy
Met m`n handen diep in m`n jaszakken gestoken liep ik door een stille straat. Ik werd gevolgd… ik kon het voelen aan de haartjes in m`n nek die rechtovereind gingen staan. Maar ik negeerde het.
Het was immers de bedoeling dat ik hen in de val zou lokken.
Zonder om te kijken liep ik een leegstaand pakhuis binnen en liep door tot de plek waar een plas maanlicht de grand kleurde. Ik stond stil en luisterde naar de voetstappen die steeds dichterbij kwamen tot ze uiteindelijk ook tot stilstand kwamen.
Met een razend snelle beweging draaide ik me om me as rond en blokkeerde de klauw die het op m`n gezicht gemunt had. Damon stortte zich vanaf het dak op een andere weerwolf en reed de nek open. Het beest zakte rochelend in elkaar. Bonny mengde zich ook in het gevecht en viel agressief en defensief aan. De meesten die tegenover haar kwamen te staan overleefden het niet lang. Het was vreemd, op de doodsgeluiden na was er bijna geen geluid te horen. Af en toe een grom of een kreun maar meer ook niet. Ondanks de overmacht kon de roedel van Jace Luxfort niet veel beginnen tegen onze kracht. De enige die van de veertien koppige roedel ontbrak was Jace zelf. De lafaard.
‘MARCH!’ schreeuwde Bonny ineens ze dook naar me toe maar voor ze bij me was sloeg een kogel met een doffe klap in m`n borst. Ze ving me op voor ik door de kracht van de kogel struikelde. Damon sloeg een weerwolf bewusteloos, ontweek de tanden van de andere en rukte de onderkaak eruit waardoor de tong luguber heen en weer bungelde uit het gat.

Paniekerig klopte ze me op m`n wangen, trachtend me wakker te houden. ‘March, March zeg iets. Alsjeblieft March!’
‘Hij was van hout.’ Kreunde ik. Er kwam bloed uit m`n mond, ik hoestte.
‘We moeten hem naar huis krijgen. Ik bel Harry en Carlisle.’
Ze knikte, verstevigde haar grip om me heen. ‘Hou vol March. We lappen je wel weer op! Darius heeft je nodig, wij hebben je nodig.’
Ik knikte, Darius… M`n zoon. De bijna exacte replica van Marti. Stilletjes keek ik naar de vrouw die ik een jaar geleden niet verwacht had ooit nog in levende lijve te zien, Bonita.
‘Hij weet niet wie,’ ik hoestte nog wat bloed op. ‘z`n moeder is…’
Ze suste me en wiegde me in haar armen, m`n hoofd rustte tegen haar borst, ik kon haar hart horen kloppen. ‘Ik b-ben slaperig.’
Ze schudde woest haar hoofd. ‘Je mag niet slapen March.’

Pov. Bonita “Bonny” Luxfort
Damon knielde naast ons neer. Hij keek even naar een van z`n best vrienden. De angst om hem te verliezen was duidelijk te lezen in z`n ogen.
‘Harry verschijnseld hier naartoe en Carlisle is onderweg naar ons huis.’
Ik knikte, March hoefde nog maar even vol te houden en dan zouden we hem weer oplappen.

Met een luide knal verscheen Harry ineens in de loods die vol lag met lijken. Met grote stappen liep hij naar ons toe en zonder iets te zeggen verdwijnselden we.
Het witte landhuis was stilletjes. Scorpius en James waren ergens anders. Apollo was naar school. Draco en Harry waren werken, Hazel en Ginny waren bij familie. De enigen die dus thuis waren, waren de onsterfelijke kinderen.
Zero was buiten met de blauwgrijze capall van Darius. Maar hij keek op toen wij ineens in de tuin stonden. Hij fronste en staarde naar Damon die March opgetild had.
'De dokter is binnen.' was het enige dat hij zei voor hij het beest naar de stal leidde.
We gingen snel naar de ziekenkamer waar Carlisle al helemaal klaar zat.

Pov. Aphrodite Malfidus
Zero zat wat te zappen en tegelijkertijd typte hij iets in op z'n mobieltje. Hij was vrij kalm geweest de afgelopen dagen en Beau was bijna altijd in de buurt te vinden, tot grote ergernis van Lily die van alles deed om de aandacht van de zwartharige vampier te krijgen. Stiekem vond ik het zeer amusant.
Maar vandaag was Zero wel erg stilletjes. Ik waagde het erop en ging naast hem op de bank zitten. Pas na een poosje scheen hij m'n aanwezigheid op te merken.
'Hoelang zit je daar al?!' vroeg hij terwijl hij weer overeind krabbelde.
Ik haalde m'n schouders op. 'Al een poosje. Waar dacht je aan?'
Hij zuchtte en haalde een hand door z'n haar. 'Nergens aan.'
Stiekem vond ik het geweldig dat hij er was. Ik was alleen niet de enige. M`n moeder en Ginny vertroetelden hem en gaven hem telkens de lekkerste dingen die hij dan aannam met pretogen en een ondeugende glimlach. Maar sinds March gewond geraakt was werd hij stiller en stiller tot hij zich uiteindelijk vaker buiten dan binnen bevond.

‘Maar had jij geen vergadering?’ ik schudde m`n hoofd.
‘Darius stuurde een brief, hij zei dat hij onderweg hier naar toe is en elk moment kan aankomen. Ik moest op hem wachten.
De blonde jongen knikte en keek naar het boek dat ik naast me op de bank gelegd had. Nieuwsgierig leunde hij over m`n schoot heen en pakte het boek.
‘Huize van de Nacht?’ ik zuchtte en pakte de afstandsbediening. ‘Ja… ik dacht dat er misschien iets van een geschiedenis instond dat ons kon helpen.
Zero grinnikte en sloeg het boek weer dicht. ‘Vergeet het maar, er staat niets is.’
‘Hoe weet jij dat nou weer?’ hij snoof en pakte de afstandsbediening weer af om het weer op de zender te zetten waar hij naar zat te kijken.
‘Ik weet een heleboel, vergis je niet in m`n uiterlijk.’

Pov. Damon Salvatore
March probeerde te doen alsof alles goed was maar de pijn was op z`n bleke gezicht te zien.
Nadat de belangrijke mensen de kamer uitliepen na de vergadering liet March z`n hoofd op de tafel vallen. ‘Ugh.’ Hazel klopte hem op z`n schouder en zette hem een glas bloed voor. ‘Drink.’ Hij keek even naar haar op en schudde z`n hoofd.
Nog voor ik een poging had gehad het gebaar te begrijpen vielen z`n ogen dicht en verslapte z`n lichaam.
‘MARCH!’ Bonita hield hem stevig tegen zich aangeklemd. Carlisle voelde z`n polsslag.
‘Hij moet naar de ziekenkamer, snel.’ Hij pakte March over van Bonita en bracht hem snel naar de kamer waar hij al zijn benodigdheden had liggen.
Bonita zag lijkbleek en Carlisle`s handen schoten razendsnel heen en weer voor hij ze verslagen liet zakken.
‘De kogel heeft zijn hart doorboort.’
Een harde klap klonk bij de deur en iedereen draaide zich automatisch om. Darius stond in de deuropening, z`n haar warrig en bleek.
‘Vader?’ langzaam liep hij tussen ons door naar het bed. March opende z`n ogen heel langzaam, z`n hand taste naar die van z`n zoon.
Z`n lippen trilden toen hij probeerde te glimlachen. ‘Darius…’ Hij zuchtte en scheen herinneringen aan z`n zoon door te geven. Meteen daarna ademde hij diep uit en lag toen helemaal stil.
‘Papa?’ Darius raakte March`s gezicht aan. ‘PAPA!!’ z`n stem brak en hij zakte huilend op z`n knieën. Zero duwde Aphrodite de kamer uit en de rest volgde stilletjes. Ik merkte pas dat ik huilde toen Hazel me tegen zich aantrok.
Jammerend zakte ik op m`n knieën en trok Zero dichter naar me toe. Hij streelde zwijgend m`n haar en liet me uithuilen. Kress keek stram naar buiten en Carlisle trok een gezicht alsof hij wel moest huilen, hij kon het alleen niet.
Aphrodite was op de bank geploft en staarde duf voor zich uit alsof ze het niet kon begrijpen.

~Na de begrafenis~

Pov. Zero Kiryu
Ineen gedoken tegen de koude wind die sneeuw met zich meebracht staarde ik naar het verse graf. Aphrodite stond vlak naast me, ik kon haar warmte voelen. Damon en Bonita hadden hun armen om elkaar heen geslagen. Darius was de enige die op z`n knieën naast het graf zat, de sneeuwvlokken bleven in z`n haar plakken. Beau stond vlak achter hem en had z`n hand op Darius` schouder gelegd om er een kneepje in te geven.
Aphrodite keek even naar me om, tranen glinsterden in haar blauwe ogen. Voorzichtig pakte ik haar handschoenloze hand schoof m`n eigen handschoen erom heen en pakte haar andere die ik bij de mijne in m`n jaszak stak.

Nadat we allemaal onze eer aan March hadden getoond liepen we terug naar Valmont, March`s kasteel dat hij zijn zoon nagelaten had.
Met z`n allen zitten we op te warmen in de woonkamer, er wordt bijna geen woord gesproken. Darius` ogen staarden donker naar het haardvuur dat een bediende aangestoken had.
‘Wat gaan we nu de komende drie jaar doen? We kunnen die monsters dan pas echt aanpakken.’
Ik grijnsde en stond op. ‘Ik wil naar school.’ Damon trok een wenkbrauw op. ‘School?’
‘Ja, school! Huize van de Nacht! Nu ik m`n vrije wil weer terug heb kan ik zelf beslissen wat ik de komende drie jaar wil doen voor we de monsters verslaan.’ Zoals altijd sprong Damon verhit overeind. ‘JIJ GAAN NIET VECHTEN!’ lachend trok Bonita hem weer naar beneden en duwde hem op de stoel.
‘Ik vind het een goed idee Zero!’ Aphrodite pruilde en keek me niet aan. Na een poosje stond ze op en verdween ze. Ik volgde haar wat later.

Leunend tegen de staldeur keek ik toe hoe ze haar capall borstelde en zachtjes voor hem zong.
‘waarom ben je zo verdrietig, Dite. En zeg niet dat het March is want dat zit je nu even niet dwars.’
Geschrokken liet ze de borstel uit haar handen vallen. ‘Z-zero!’
Glimlachend pakte ik de borstel op en haalde die over de vacht van de capall.
‘Ga me nu niet vertellen dat je me gaat missen als ik naar school ga.’
Sputterend probeerde ze het te ontkennen maar ik lachte en pakte haar handen vast.
‘Want ik ga je wel missen.’ Met grote ogen keek ze me aan. Langzaam leunde ik naar voren en drukte m`n lippen zachtjes tegen de hare.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen