Foto bij Fight 17

~Lucy Pevensie~

Ik zat nog steeds binnen in het huis, het was klassiek maar mooi ingericht typisch voor Narniërs.
Na een paar kamer overlopen te hebben kwam ik eindelijk aan bij een kamer die wat op een bureau leek, ook stonden er veel boekenkasten en in het midden van de kamer lag een boek op een verhoog.
Toen ik er naartoe liep zag ik dat er allemaal letters door elkaar lagen en er een dik pak stof op het boek lag.
Ik blies even om het stof eraf te krijgen maar tegelijk vlogen ook de letters door elkaar naar de juiste plaats toe.
Dit was dus zeker het toverboek, nadat de letters goed lagen kon ik het boek ook openen.
Eerst kwam ik op een spreuk uit om het te laten sneeuwen en toen ik de spreuk uitsprak begon het ook echt te sneeuwen in de kamer.
Even voelde ik me echt machtig, bijna zo machtig en magisch als Aslan, als zou ik nooit zijn zoals hem.
De volgende spreuk die ik vond wat er één om jezelf te veranderen in de persoon die je het liefst van al wou zijn.
Meteen dacht ik aan mijn grote zus, zij had zo’n geweldig leven, leuke jongens die op haar vielen, goede vriendinnen en op dit moment zat ze lekker in Amerika, ze kwam dan wel niet meer terug naar Narnia na dit avontuur zouden ze mij vast ook niet meer nodig hebben dus waarom zou ik dan niet de wonder mooie en populaire Susan willen zijn.
Voorzichtig sprak ik de spreuk uit alsof ik bang was dat iemand me zou horen, of was ik gewoon bang dat ik helemaal fout zat en Susans leven niet zoveel beter was dan het mijne?
Toen ik de spreuk had uitgesproken verscheen er in het spiegeltje onder de spreuk plots een nieuw meisje, geen Lucy meer maar Susan, het was gelukt!
Ik leek eindelijk helemaal op mijn zus maar toen even in een andere spiegel keek was ik weer Lucy.
Ik greep snel het blad met de spreuk en de spiegel en scheurde het uit waarna een luid gebrul van Aslan klonk en het boek vanzelf snel doorbladerde waardoor ik geschrokken achteruit sprong.
Toen het boek niet ophield met bladeren sloeg ik mijn hand weer op het boek en zag dat ik net bij de spreuk was die de rare wezens die mij ontvoerden weer zichtbaar kon maken.
Snel las ik de spreuk voor waardoor er plots nog iets bewoog in de hoek en toen ik bleef kijken zag ik dat het de tovenaar was die op een lader stond naar zijn boekenkast te kijken op zoek naar aan boek.
‘Zo Lucy Pevensie’ zei hij zacht waarna ik even bang werd en weg wou lopen maar de tovenaar lachte even vriendelijk ‘wees maar niet bang meid, ik doe je niets’ zei hij waarna ik wat opgeluchter adem haalde.
Zo begon te tovenaar over de wezens die mij ontvoerd hadden en over wat ik terug in Narnia deed.

Nadat we uitgepraat waren liepen we ook weer naar buiten waarna Caspian, Edmund en wat soldaten met een vreemd soort dwergen aan het vechten waren, het waren kleine wezentjes met maar 1 been en 1 voet en ze stonden op elkaar om groter te lijken.
Toen ze de tovenaar zagen sprongen ze wel meteen weg waarna Edmund mij opgelucht omhelsde.
De tovenaar verdreef eerst de vreemde wezens door een soort poeder naar hen te gooien waardoor ze zo snel als men maar konden wegsprongen.
‘What’s that?’ vroeg ik als eerste waarna de tovenaar lachte ‘Dust’ fluisterde hij in mijn oor ‘but don’t tell them!’ zei hij er snel achteraan waardoor ik even grinnikte en knikte.
Hierna begon ook Caspian tegen de tovenaar te spreken, hij vertelde over de reis, en het doel ervan.
Gelukkig was deze goede oude tovenaar dan ook te vertrouwen en nam hij ons snel mee naar binnen voor andere nieuwsgierige oren onze zouden afluisteren.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen