"My little sister I would find you"


Deze SA, gaat heel misschien een echt verhaal komen, over het leven van Astarte en haar zusje Cecile

Het was 1965, al tien jaar was Astarte op zoek naar haar kleine zusje Cecile. Nog steeds kon Astarte haar lieve zusje niet vinden, ze had ook geen idee of Cecile ook nog in leven was. Drie jaar geleden overleden haar ouders, alleen maar door het verdriet van Cecile. Nu stond Astarte alleen op de wereld en had geen idee waar ze nu naar toe moest gaan. Want sinds haar zusje verdwenen was, zo kan je het noemen, verliet ze haar ouderlijk huis om naar Cecile te zoeken. Astarte was nu twintig jaar en nog steeds had ze geen spoor kunnen vinden van Cecile tot op de dag van vandaag. Het was een rustige en doodnormale dag. Astarte liep door de straten en opeens hoorde ze twee mannen horen praten over een meisje genaamd Cecile. Zou het haar zusje zijn, waarover deze twee mannen het hadden? Astarte wist het niet. Moest ze naar die mannen toe gaan en vragen? Nee beter van niet. Van een afstand bleef Astarte toch luisteren, hopend dat het meisje waarover die mannen het hadden haar Cecile was. Astarte was te nieuwsgierig en liep toch naar de mannen toe. "Hallo, mag ik jullie iets vragen?" De twee mannen keken haar aan en glimlachten breed naar haar. "Tuurlijk vraag maar raak" spraken de twee mannen tegelijk. "Nou het meisje Cecile, weten jullie waar ze woont of is?" De twee mannen keken elkaar aan en toen naar het meisje. "Nou er is wel een meisje met die naam, maar die woont in het armenhuis" Je kon het verschrikte gezicht zien van Astarte en begon zich af te vragen hoe Cecile daar kwam? Maar eigenlijk was de vraag meer, was het haar zusje wel die in het armenhuis was. "Weten jullie ook waar dat is?" zei Astarte. "Nou het is niet ver maar vijf straten hier vandaan" zei de man en wees welke kant Astarte op moest gaan. Astarte knikte en bedankte de mannen en heel snel rende ze zo hard ze kon de kant op van het armenhuis. Ze had geen idee of deze Cecile haar zusje was, maar ze moest het weten. Even moest ze op adem komen want ze was zo moe van het rennen. Een groot gebouw stond voor haar helemaal bedekt met stenen en tralies. Ze ademde even diep in en pufte het rustig uit. Met bibberende passen liep ze een stenen trap op, ze klopte heel hard aan de grote masieve deuren. De deur werdt open gedaan en een vrouw met een zeer norse blik en een zeer tengere lichaam keek naar haar vol afschuw. "Ja wat is er" sprak de vrouw met een schele en hoge toon waar je oren pijn van zouden doen. "Ik zoek Cecile?" Astarte keek een beetje bang naar de vrouw. "Die woont hier niet" zei de vrouw. "M...m...maar?" begon Astarte, maar de vrouw deed de deur voor haar neus dicht, zodat Astarte niet verder door kon vragen. Nu kon Astarte nooit weten of het meisje Cecile, haar Cecile was en of ze daar echt in het armenhuis zat of niet. Met rustige en treurige loop passen liep ze weer weg. Nog met een klein beetje hoop dat ze haar zusje Cecile weer zou vinden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen