De volgende ochtend werd ik gewekt door fel licht. Langzaam opende ik mijn ogen en keek ik om mij heen. Ik moest even goed nadenken waar ik precies was. Dit was niet het bed waar ik normaal in sliep. Er prikte iets in mijn rug. Ik kwam overeind en zag een kale ruimte voor mij. Dat is waar ook, vannacht was ik bij Roland in het warenhuis blijven slapen. Ruw wreef ik met mijn handen over mijn ogen en stond ik op.
'Goedemorgen Joy, heb je lekker geslapen?' Roland kwam de kamer binnen gelopen en keek me aan.
'Als een roos.' antwoordde ik. 'Ik was even vergeten dat ik hier sliep, het was gisteren ook zo'n rare nacht.'
Roland knikte: 'Helaas kan ik je geen ontbijt aanbieden. Ik vertrek zo naar de winkel om de voorraad olie te halen die ik besteld had. Dan ga ik nog wat testen doen met het vliegtuig. Ik hoop eind deze week weg te gaan uit Felfonkel.'
'Heb je al nagedacht over wat ik je gisteren vroeg?'
'Nee, nog niet.' antwoordde Roland. 'Het blijft riskant en het is veel wat je van mij vraagt Joy. Ik wil er nog langer over nadenken.'
'Alleen niet te lang, zo veel tijd hebben ik en Celementia nu ook weer niet.' zei ik lichtelijk geïrriteerd.
Roland deed alsof hij dat niet hoorde en liep met mij mee naar de deur van het warenhuis om mij uit te laten.
'Bedankt dat ik hier mocht slapen vannacht en dat je mij hebt gered van die engerd.' zei ik.
'Graag gedaan, ik zie je snel weer.' zei Roland wat vluchtig. Hij haastte zich richting het centrum van Felfonkel, om zijn bestelling op te halen.
Ik liep weer richting Jonathan zijn winkel. Hij vraagt zich vast af waar ik gebleven ben de hele nacht. Eenmaal terug open ik de deur van de winkel en loop ik naar binnen. Jonathan staat niet achter de toonbank en ik zie ook geen klanten. Snel loop ik richting de woonkamer, waar Jonathan zit. Zodra hij mij ziet, staat hij met een snelle vaart op en rent naar mij toe.
'Joy, waar was jij de hele nacht? Ik dacht dat je gepakt was door soldaten en dat ze je hadden meegenomen. Er verdwijnen de laatste tijd zo veel mensen. Ik maakte me enorm veel zorgen. Ik wist gewoon niet wat ik moest doen!' zei hij, zonder adem te halen.
'Rustig Jonathan,' zei ik kalm. 'Ik sliep vannacht bij Roland in het warenhuis en...'
'Je sliep bij wie? Joy, ik was doodongerust! Je had toch wel even kunnen komen vertellen dat je niet hier zou slapen. Het zijn tijden van oorlog! Je kunt niet zomaar weggaan zonder wat te zeggen.' riep Jonathan kwaad. 'Ik maakte me enorm veel zorgen en jij besluit doodleuk dat je bij iemand anders gaat slapen, zonder tegen mij wat te zeggen.'
'Hallo, je kunt nu wel lelijk tegen mij gaan doen. Maar jij bent gisteren avond niet aangerand door een vieze, griezelige soldaat.' zei ik nu ook kwaad. 'Als Roland er niet geweest was, dan was ik nu verkracht door die creep. Ik kon dus niet gewoon even naar hier komen om te zeggen dat ik hier niet zo slapen. Wist ik veel.'
Jonathan kijkt me geschrokken aan, maar zei niets. Hij liep weer terug naar de stoel waar hij net op zat en nam plaats.
'Het spijt me.' zei hij. 'Dit kon ik natuurlijk niet weten. Gaat het met je?'
'Prima.' mompel ik en ik ga naast hem zitten. 'Ik was gewoon geschrokken en het was gewoon veilig om even bij Roland te blijven dan weer over straat te gaan langs die creepy soldaten.'
'Is Roland die jongeman in het warenhuis met dat vliegtuig?' vraagt Jonathan.
Ik knik: 'Ja, maar hij gaat als het goed is aan het einde van de week weg. Zijn vliegtuig is dan gemaakt.'
'Indrukwekkend.' zucht Jonathan. 'Zijn er in jouw tijd nog steeds vliegtuigen?'
'Ja, alleen worden die door de armere mensen gebruikt. Tegenwoordig kunnen de rijkere onder ons teleporteren, maar dat kan pas sinds een aantal jaar hoor.' vertel ik hem.
'Tele wat?' vraagt Jonathan verbaasd.
'Teleporteren, dat is dat je zonder voertuig van de ene naar de andere plaats kan gaan. Eigenlijk een beetje zoals ik hier ben gekomen, alleen dan kun je niet naar een andere tijd, alleen naar een andere plaats in dezelfde tijd.' probeer ik zo goed mogelijk uit te leggen.
Jonathan knikt gefascineerd. Dan valt er even een korte stilte.
'Ik heb trouwens aan Roland gevraagd of ik en Celementia met hem mee kunnen vliegen naar het Duisterdal. Zo kunnen we de vader van Celementia zoeken en hebben we in elk geval een kans om daar ook echt aan te komen.' vertel ik.
'Joy, je weet hoe ik daarover denk. Het is veel te gevaarlijk. Ik wil niet dat jij en Celementia jullie leven op het spel zetten. Haar vader zal heus nog wel leven. Het is voor soldaten gewoon lastig om in contact te komen met hun families. De post wordt onderschept en waarschijnlijk hoort Celementia daarom niets van haar vader.'
'Maar het is onze enige kans.' probeer ik uit te leggen. 'Ik kan mijn vader niet meer zien Jonathan, ik zit hier vast en ik weet niet hoe ik naar huis moet. Maar Celementia kan haar vader nog wel zien als we hem vinden.'
'Als jullie hem vinden...' zegt hij.
'We gaan hem vinden!' zeg ik dapper.
'Joy, denk even na, hoe ga je dat doen dan? Het is hartstikke gevaarlijk in het Duisterdal. Veel mensen overleven het daar niet en daarbij, je vertelt net dat je aangerand bent door een soldaat. Daar lopen nog veel meer van dat soort soldaten rond. Ik wil gewoon niet dat jullie wat overkomt.' zegt Jonathan streng.
Ik slikte. Hij had gelijk. Het was gevaarlijk om alles zo op het spel te zetten. Alleen Celementia heeft het recht om haar vader te vinden.
'We kunnen Celementia niet in de steek laten...' zeg ik zacht.
'We verzinnen wel wat anders, echt waar.' zegt Jonathan, ook al geloof ik dat niet echt.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen