Snorkel
Dorkel
Porkel
Ienieminiemorkel
Als je me nog een keer ziet
Dan ben ik zonder Korkel

Ik sluit mijn ogen en hoop dat hij het nooit merkt, hoop dat hij het over het hoofd ziet en me niets doet. Hij is een hork, een verschrikkelijke klootzak, maar ik houd van hem, op een bepaalde manier. Mijn manier waarschijnlijk. Ik zou nooit op een andere manier van mensen kunnen houden. Geloof, loyaliteit, vertrouwen... Drie essentiele en afwezige elementen in mijn relatie. Passie, vuur, kracht... Drie aanwezige elementen waarvan ik de essentie betwijfel. Zou het er ooit toe komen om anders te zijn? Zou het altijd zo blijven? Ik hoop het. De passie geeft mij moed, het vuur geeft me energie en de kracht geeft me hoop, zonder dit, zonder hem, zou ik niet overleven. Dat ik überhaupt overleef verbaast me, maar dat kan ook aan mij liggen. Blijkbaar zijn zijn handen niet zo ruw, is zijn stem niet zo hard en is mijn vlees niet zo teer als ik me herrinner. Nooit zal het ophouden en als dat gebeurd sterf ik. Ben ik gestorven, dan gaat het nog door. Tot in mijn botten zit de verschrikking, tot in mijn aderen de vrees, tot in het diepste van mijn afwezige hart de liefde.

Snorkel
Morkel
Vorkel
Alsjemenietworkel
Ik ben verdwenen
En kom niet meer Torkel

Gestorven moed, verdwenen energie, verdorde hoop. Leegte leeft, stilte schreeuwt. Ik wil weer terug naar zijn handen, terug naar zijn stem. Diepe verlangens, lege beloften. Stomme vrouwen die willen helpen. Redden kan niet, ik wil sterven. Als ze me nog een keer zien ben ik weg. Als ik hem nog een keer zie hoop ik dat de pijn. De groeiende, allesverdovende pijn hem grijpt. Dat hij ziet dat de passie, het vuur, de reddeloze kracht uit mijn ogen verdwijnt. Dat ik sterf, dat ik verga en dat ik vergeet, vergeten wordt. Dat is wat er gebeurd als de moed van anderen de mijne overstijgt en de bemoeizucht de overhand neemt. Bemoeizucht, een zonde? Nee, een doodvonnis voor het slachtoffer. Een doodvonnis voor de dader. Rake klappen, ik kan ze geven. Ik zal het doen. In de hel.

Snorkel
Rorkel
Norkel
Ikvermoordjelorkel
Ik sta weer op
En hoop voor jou
Snorkel

Wat wil ik, wat? Dat, dat wil ik. Ik weet het, mijn hersenen, mijn puddingbrein, mijn verziekte geest. Hij laat me niet met rust, laat me niet in de steek. Laat me lijden door zijn pijn, lijden door zijn aanwezige afwezigheid die alles overstemd als een eindeloze schreeuw om aandacht. Nog erger dan eerst verenigen de stemmen zich en schreeuwen ze niet om het hartst, maar samen. Harder dan ooit, eenzamer, verlatener. Hij is dood. Ik zal hem volgen. Ik weet al hoe. Precies uitgedacht is het. Schaar, plakband. Dat is alles. Mijn mond zit dicht, ik kan niets meer zeggen. De schaar staat open. Snee. Levensvocht, rode druppels, pijn. Het welt op, nog nooit zo erg, nog nooit zo mooi. Dieper. Fontijnen van vloeistof, alles gehuld in een rode waas, nog nooit zo veel, nog nooit zo extatisch. Mijn passie, vuur en kracht verdwijnen. Hij slokt ze op en zijn silhouet wordt steeds duidelijker.
Ik houd van jou.
Op mijn manier.

Snorkel
Horkel
Vorkel
Ikbenverkniptenrorkel
Ik sterf
Ik ben
Bij jou
Zorkel.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen