chapter 12

Door: maybo
Onderdeel van: Living the dream - George Weasley 16+
Laatst bijgewerkt: 4 jaar geleden
Geactiveerd op: 4 jaar geleden

Foto bij chapter 12

breed | medium | small

Ik gil hard en grijp naar mijn schouder. Een brandende pijn verspreid zich steeds meer door mijn lichaam. Perkamentus trekt me weer overeind en begint mij door de school te trekken. Voor ik het doorheb komen we bij de ziekenzaal aan. Madame Pleister zal wel blij zijn om me alweer te zien. Perkamentus gooit de deur open en duwt me met zachte dwang naar binnen. Hij duwt mij op een bed en loopt gehaast naar het kamertje van Madame Pleister. ‘Alwéér?!’ zegt Madame Pleister als ze gevolgd door Perkamentus de ziekenzaal in komt. Ik knijp mijn ogen dicht en gil. Ik grijp het bed vast en hol mijn rug, als er een steek door mijn hart gaat. ‘Is dit een weerwolven beet?’ Perkamentus knikt ernstig. ‘Ik ben bang dat het al bij haar hart aangekomen is. We hebben weinig tijd. Ze moet zo snel mogelijk naar Sint Holisto’s Hospitaal.’ ‘Nee.’ Roep ik angstig. Ik kijk naar Perkamentus. ‘Dat kan niet, dan nemen ze hem mee Professor.’ ‘Poppy, we kunnen hier niets meer aan doen.’ Ik zal morgen in overleg gaan met Remus. Dan wordt er luid op de deur gebonsd en even later stormt George de ziekenzaal in. ‘Meneer Wemen! Bent wel helemaal…’ Veder komt Madame Pleister niet. ‘Nola!’ Hij rent naar mijn bed. ‘Ik ging hulp halen… en Professor Perkamentus…’ Perkamentus loodst Madame Pleister naar haar kamertje en even later ben ik weer alleen met George. Ik adem zwaar en heb nog steeds het bed vast. George is helemaal in paniek. ‘Sorry Nola, het is allemaal mijn schuld en…’ Dit is de eerste keer dat ik George zo mee maak in paniek. Voordat hij verder kan gaan grijp ik zijn hand vast en ik kijk hem doordringend aan zonder iets te zeggen. Ik probeer even geruststellend te glimlachen wat half lukt. ‘Het niemands schuld.’ ‘Nou op zijn minst de schuld van dat gat.’ Zegt hij dan licht grijnzend. ‘Nou dat gat vroeg ook niet of er iemand over hem heen wou banjeren.’ George lacht even. ‘Je ligt hier met een weerwolven beet en je kan nog steeds grapjes maken.’ ‘Vertel dit aan niemand, oké?’ ‘Ook niet aan Fred?’ Ik denk even na. ‘Ik wil er liever zelf bij zijn als je het vertelt.’ George knikt. Inmiddels zit het gif door mijn hele lichaam en neemt de pijn iets af. ‘Bil is ook gebeten door een weerwolf.’ Ik zucht. ‘Maar hij had het geluk dat het geen volle maan was.’ Ik kijk naar het raam waar de eerste zonnestralen doorheen komen. ‘Misschien moet je terug gaan naar de anderen. Zeg dat ik me niet beter voelde en naar de ziekenzaal ben gegaan.’ George knikt langzaam en staat dan op. ‘Ik kom zo snel mogelijk weer terug.’ Hij drukt even een kus op mijn voorhoofd en loopt dan weg. Ik draai me op mijn zij en val langzaam in slaap.

‘Nola, wakker worden.’ Ik kreun zacht en knijp mijn ogen even dicht. Dan doe ik mijn ogen langzaam open. Ik knipper even. Het zicht lijkt zo anders. Ik zie alles veel scherper en ik ruik alles veel scherper. ‘Nola?’ Ik kijk naar Remus die vermoeid tegenover mij zit. ‘Je ogen, ze zijn… anders.’ ‘Hoe bedoel je?’ mompel ik vermoeid. Hij duwt een spiegel in mijn handen en ik kijk naar mezelf. Ik kijk met grote ogen naar mijn spiegelbeeld. Mijn ogen zijn in plaats van de bruine kleur die ze hadden blauw met een groene gloed. En als ik zeg gloed, bedoel ik ook gloed. Het lijkt bijna alsof ze licht geven. ‘What. The. Hell is dit?!’ roep ik geschrokken. ‘Ik… heb een vermoede, maar dat is erg zeldzaam.’ ‘Wat?’ ‘Ik heb nu niet zo veel tijd om dat uit te leggen, maar…’ ‘Je hebt geen tijd om te vertellen wat ik ben?!’ zeg ik ongelovig. ‘Dit kan je niet menen! Had dan ook niet gezegd dat je een vermoeden had, want nu wil ik het weten.’ Zeg ik gefrustreerd. ‘Kom vanmiddag na de laatste lessen naar het bos,oke? Dan leg ik je wat meer uit.’ ‘Waarom het bos?’ ‘Daar kan je trainen en komen niet zo veel mensen.’ Ik knik. Remus vertrekt en Madame Pleister komt mopperend binnen. ‘Dat krijg je ervan he, als je midden in de nacht een beetje over het terrein gaat struinen.’ Ik zucht en neem het bord eten aan wat ze me geeft. Ik begin langzaam wat te kauwen. ‘Hey Nola!’ George komt vrolijk de zaal in lopen.’ Ik zwaai even. George komt naast me zitten en begint wat te praten over de lessen. Ik heb George nog steeds niet durven aan te kijken. Bang voor zijn reactie. ‘George?’ ‘Ja?’ Ik zucht diep. ‘Ik ben soort van helemaal net meer dezelfde.’ ‘Dat maakt tocht niet uit. Alleen met volle maan.’ ‘Zo bedoel ik het niet…’ Ik kijk George langzaam aan. Hij kijkt mij met nog groteren ogen aan als eerst. ‘Ik-Ik zie wat je bedoeld.’ Hij komt op het bed zitten en legt zijn hand op mijn wang. Hij kijkt verwondert naar mijn ogen. ‘Wauw.’ Fluistert hij. ‘Je moet me ergens mee helpen.’ Zeg ik dan. ‘Ik heb vanmiddag afgesproken met Professor Lupos voor wat meer uitleg enzo…’ ‘Waarom hem?’ Hij weet niet dat Remus een weerwolf is. Hij weet dus ook niet dat Remus mij gebeten heeft. ‘Nou hij is leraar verweer tegen de zwarte kunsten… en… ja… Mijn peetvader.’ Dit slaat nergens op. Dit is geen reden. ‘Oke, wat is daar dan mee?’ ‘Ik wil nog liever niet dat iedereen mij vandaag ziet met… Nou ja dit.’ Zeg ik en ik wijs naar mijn ogen. ‘Dus zou jij misschien mijn bezemsteel kunnen halen voor het einde van het laatste lesuur?’ ‘Tuurlijk.' Ik kijk hem dankbaar aan. 'Weetje...' zegt hij dan ineens bloedserieus. ‘Je bent nu wel voortaan het lichtpuntje in de duisternis.’ Ik lach luid. ‘Tot zo!’ zegt hij dan en hij rent weg.
Na een kwartiertje komt George weer terug met mijn bezemsteel. ‘Dankjewel.’ Hij heeft ook een broek en een vest mee genomen. ‘Anders hebben we straks een bevroren wolf.’ ‘Haha, erg grappig.’ Zeg ik sarcastisch. Ik trek de kleren aan en pak mijn bezem. ‘Uhm… Ik moet gaan.’ George knikt. ‘Tot vanavond, denk ik.’ Ik knik en stap op mijn bezem. Dan zet ik me af en vlieg door het open raam.

Ik land bij de rand van het bos en ril even bij de herinnering aan gisteren. ‘Nola.’ Remus komt aanlopen en ik stap van mijn bezem af. Ik kijk naar de stapel boeken onder zijn arm. ‘Is dat…’ ‘Ja, alles over weerwolven. Ik zucht en loop achter Remus aan het bos in. Hij stopt bij het meer en ik ga op een boomstam zitten. Hij legt de stapel boeken neer en komt ook op de boomstam zitten. Hij pakt een boek van de stapel en bladert er even doorheen. ‘Kijk.’ Hij wijst naar een bladzijde met verschillende afbeeldingen er op. ‘Dit zijn de drie bekende weerwolven. Deze hier’ zegt hij en hij wijst naar de eerste afbeelding. ‘Is de Wolveling. Dit is een wolf die met volle maan in een mens verandert.’ Ik knik. ‘De beet van een Wolveling is niet giftig.’ Ik knik. ‘Dit...’ vervolgt hij en hij wijst naar een andere foto. ’Is de menselijke weerwolf. Dat ben ik.’ Ik knik. ‘Ik verander een keer per maand bij volle maan in een weerwolf. Mijn beet is met volle maan giftig.’ ‘Joh.’ Zeg ik sarcastisch. ‘Als ik een weerwolf ben, ben ik mezelf niet.’ Zegt hij doordringend. ‘Dat weet ik, maar jij was degene die ineens achter me stond!’ Zeg ik verontwaardigt. ‘jaja Ik ben een monster.’ Zegt hij dramatisch. ‘Ja en ik nu ook.’ ‘Oke, terug naar het onderwerp!’ Ik lach even. ‘En dit…’ Hij wijst naar de laatste foto. ‘Ben jij, denk ik.’ ‘Een díérlijke weerwolf?’ ‘Ja, ze staan bekend om hun groene ogen. Ze worden net als de menselijke weerwolf met volle maan een wolf, maar jij bent een twee keer zo grote échte wolf en dus ook sterker en sneller.’ ‘en dus ook gevaarlijker.’ Ik zucht. ‘Wat nou als ik iemand aanval en dood?!’ Voor het eerst sinds ik besef wat ik ben, raak ik echt in paniek. ‘Ik wil dit niet, Ik kan dit niet!’ De tranen stromen over mijn wangen. Ik voel twee armen om mij heen en ik verstop mijn hoofd in Remus’ trui. ‘Het is niet eerlijk.’ Snik ik. ‘Dat weet ik.’ Mompelt Lupos. ‘Dat weet ik.’ Dan gaat hij op zijn hurken voor mij zitten. ‘Ik weet dat dit moeilijk is, maar ik trek je erdoorheen, oké?’ Ik glimlach even zwakjes. ‘Ik ben nog steeds je peetvader.’

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit hoofdstuk.



Details

32 (0 | 0)

12+

1439

395 (0)

Share