Chapter 15

Door: maybo
Onderdeel van: Living the dream - George Weasley 16+
Laatst bijgewerkt: 3 jaar geleden
Geactiveerd op: 3 jaar geleden

Foto bij Chapter 15

breed | medium | small

Er gingen een paar weken voorbij en morgen zou mijn eerste transformatie zijn. Ik had al met George afgesproken dat hij mij het bos in zou brengen en ik was nu bij Remus op het kantoor. ‘Ik ben bang voor morgen.’ Ik kijk naar mijn peetvader. ‘Dat is niet erg, ik ben ook nog steeds bang.’ ‘Doet de transformatie pijn?’ ‘Nou… Ja.’ Geeft hij toe. ‘Je bent sterk Nola, je redt het wel.’ Ik knik langzaam. ‘Ik hoop het.’ Mijn ogen hebben nu een felgroene kleur. Ik gaap even. ‘Je raakt vaak erg vermoeid vlak voor en na de transformatie, ik denk dat je nu het beste wat kan gaan uitrusten. Ik knik. ‘Dag Remus.’ Ik pak mijn tas en loop naar de leerlingenkamer.
‘Hé, hoe laat gaan we morgen?’ George komt naast mij lopen. ‘Vlak voor lunch denk ik.’ Hij knikt. ‘Ik ga denk ik slapen.’ ‘maar het is nog geen avond.’ ‘De tijd rond de transformatie is erg vermoeiend.’ Hij knikt begrijpelijk. ‘Mag ik je gezelschap komen houden?’ ‘Je kan niet op de meisjeszaal komen.’ ‘Dan slaap jij op de jongenzaal.’ Ik haal mijn schouders op. ‘oké.’ Ik klim door het portretgat en loop met George naar de jongensslaapzaal. Hij trekt me mee naar zijn bed en ik ga tegen hem aanliggen. George begint wat met mijn haar te spelen en ik sluit mijn ogen. ‘Slaap lekker.’ Mompelt hij nog even.

Ik voel een hand die over mijn wang strijkt en ik open mijn ogen. ‘Gelukkig je bent wakker. We moeten zo naar het bos.’ Ik knik en ga overeind zitten. Ik ben nog steeds op de jongensslaapzaal. ‘Hoe lang heb ik geslapen?’ ‘Van gistermiddag tot nu, een uur voor de lunch.’ Ik pak mijn bezemsteel en loop samen met George naar de grote zaal. Er is niemand, want iedereen zit in de les. Ik pak wat toast en een glas pompoensap. Ik eet het langzaam op en kijk naar buiten. ‘Kom.’ Zegt George. Hij pakt mijn hand en we lopen naar het binnenplein. Ik stap op mijn bezem en George komt achter mij zitten. We zetten af en vliegen richting het verboden bos. Als we ver in het verboden bos zijn, landen we op een stille plaats. Ik ga tegen een boomstam aanzitten en George komt naast mij zitten. Ik trek mijn benen op en sla mijn armen er omheen. ‘George?’ ‘Ja.’ ‘Ik ben bang.’ ‘Ik ben bij je.’ Ik kijk hem aan. ‘Dat kan niet, dat is gevaarlijk.’ ‘Ik blijf hier tot je transformatie en dan vlieg ik boven het bos.’ ‘De hele nacht?’ ‘De hele nacht.’ Hij trekt mij in een knuffel en ik verstop mijn hoofd in zijn nek. ‘Alles komt goed.’ Ik kijk hem aan. Hij legt zijn hand op mijn wang en komt dichterbij. Dit is slecht voor mijn hart, het klopt volgens mij wel tien keer zo snel als normaal. Ik drukt mij tegen de boom en zoent me dan weer. Ik laat mijn vingers door zijn rode haren glijden en hij trekt mij nog dichter tegen zich aan. Ik open mijn mond en hij laat zijn tong naar binnen glijden. Hij laat zijn lippen naar mijn hals glijden en ik gooi mijn hoofd in mijn nek. Dan voel ik een steek door mijn borst gaan en ik klap dubbel. ‘Nola?’ ‘Hoe laat is het?’ Fluister ik. ‘vier uur.’ Weer een steek. Ik val opzij en probeer ergens grip op te krijgen. Ik gil luid. Ik heb het gevoel alsof al mijn botten breken. Ik zie George naast mij op zijn knieën zitten. ‘George, Ga!’ Roep ik. ‘Nee.’ ‘George!’ ‘Nola, ik ga niet weg.’ Ik grijp naar mijn broekzak, waar mijn toverstok in zit. Ik pak mijn stok. ‘Ik wil niet dat je iets overkomt!’ ‘Ik laat je niet alleen.’ ‘George ga weg of… ik vervloek je.’ Zeg ik terwijl de tranen over mijn wangen lopen. George probeert mijn stok te pakken. ‘Oké, ik ga, maar ik neem je stok mee, want anders breekt hij.’ Ik hol mijn rug en kijk nog een keer naar George die opstijgt. Ik laatste wat ik hoor is een diepe, luide grom en dan wordt alles zwart voor mijn ogen.

‘Nola.’ Ik open mijn ogen en kijk op en zie George. Hij trekt zijn bloes uit en slaat die om mij heen. Mijn kleren liggen ergens gescheurd in het bos. ‘Het is je gelukt.’ George trekt me in een knuffel. Hij probeert me te helpen op te staan, maar ik zak gelijk weer door mijn benen. ‘Ik ben zo moe.’ ‘Geen zorgen.’ George legt een arm onder mijn rug en in mijn knieholte en tilt mij op. Hij stapt op zijn bezemsteel en zet mij vlak voor zich neer. Hij zet zich af. Met zijn ene hand houdt hij mij vast en met de andere de bezemsteel. Hij vliegt naar de jongensslaapzaal en tot onze verbazing is het helemaal verlaten. Ik laat me op bed vallen en George zet mijn bezem tegen de muur. Hij pakt even wat makkelijke kleren en geeft die aan mij. Ik bedank hem en trek ze aan. ‘Wat is er gebeurt?’ Vraag ik dan. ‘Nou je transformeerde en volgens mij braken al je botten eerst, tenminste zo zag het er uit. Je hebt uren non-stop gerend en je hebt een paar konijnen en vogels gegeten.’ ‘Ik heb wat?! Gatver, ik ga mijn tanden poetsen.’ George lacht luid. Ik sta wat wankel op en loop dan langzaam naar mijn slaapzaal. Ik poets meer dan een kwartier mijn tanden en trek dan mijn gewaad aan. Ik ben al een stuk minder slapjes alleen maar wat moe. ‘Kom, ik heb honger!’ Ik trek George overeind. ‘Maar je hebt nog wel zo veel dieren gegeten.’ ‘Houd je mond!’ Ik trek hem mee de leerlingenkamer uit.
Het is nu drie uur, dus de lessen duren nog een uur. Ik ga met George aan de tafel zitten en neem wat toast en wafels. George neemt ook een berg. ‘Je had eten mee moeten nemen naar het verboden bos.’ Als ik alles naar binnen heb sta ik rustig op. ‘Ik ga kijken of professor Lupos er is. Ik zie je zo, oké?’ Hij knikt.
Ik klop op de deur van het kantoortje van Lupos. ‘Ja?’ Ik doe de deur open. ‘Nola, hoe is het?’ Zegt hij. Hij lijkt blij om te zien dat ik oke ben. ‘Goed hoor.’ Ik ga bij hem aan tafel zitten. ‘Hoe ging je eerste transformatie.’ Hij zegt het alsof ik net een toets heb gehad. ‘Ondragelijk.’ ‘Je botten moesten groeien.’ ‘Jij bleef nog een beetje in menselijke vorm, ik moest naar een andere bouw. Ik snap niet hoe ik dit overleefd heb.’ ‘Zoals ik al eerder zei. Je bent sterker dan je denkt.’ Ik knik langzaam. ‘Hoe ging jou volle maan?’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Het begin is pijnlijk maar ik heb me wel vermaakt in het krijsende krot.’ ‘Hoe komt het eigenlijk dat jij wel de wolfsworteldrank kan gebruiken, maar ik niet?’ ‘Ik ben een ander soort wolf. We kunnen het risico niet nemen.’ ‘Jammer, het zou een stuk leuker zijn als ik mezelf onder controle kon houden.’ ‘We blijven zoeken.’ Ik knik. ‘Om op een leuker onderwerp over te stappen, ga je deze week nog iets leuks doen?’ Ik lach even. ‘Ja, ik heb morgen mijn eerste zwerkbalwedstrijd!’ zeg ik enthousiast. ‘O, zit je bij het team?!’ Ik knik blij. ‘Wat ben je?’ ‘Ik ben jager en harry’s vervanger.’ ‘Wauw, wat goed! Het zit bij jullie echt in de familie.’ Remus klinkt vermoeid. ‘Voelt je je wel goed?’ Ik kijk hem bezorgt aan. ‘Ik ben de jongste niet meer. Ik herstel niet zo snel als jou.’ ‘Dan laat ik je denk ik maar uitrusten.’ Hij knikt dankbaar. Ik ga zijn kamer uit en ren richting de leerlingenkamer.
Ik stop verbaasd voor de deur. De dikke dame is weg en het schilderij ligt aan gort. Ik laat mijn hand over de scheuren glijden. ‘Mevrouw Wood, zou u even een stap opzij kunnen doen.’ Ik kijk op naar Anderling en doe snel een stap opzij. ‘Wat is er gebeurt?’ ‘Gistermiddag heeft Sirius Zwarts geprobeerd in te breken in de leerlingenkamer, maar de dikke dame wou hem niet binnen laten.’ ‘Is alles goed met de dikke dame?’ ‘Ja hoor, ze is vooral geschrokken, dus daarom komt er nu een vervanger.’ ‘Wie?’ vraag ik nieuwsgierig. ‘Een ridder genaamd heer Palagon.’ Ik zie een ridder trots het beeld instappen. Anderling draait zich om en loopt weg. Ik kijk haar even na. ‘Jonkvrouwe!’ Ik kijk naar het schilderij. ‘Hallo, zou ik naar binnen mogen?’ ‘Maar natuurlijk, Als ge ooit nog behoefte hebt aan een nobele hart, schroom dan niet om mij, heer Palagon om hulp te vragen.’ Het portret zwaait open. ‘Dank u wel.’ Ik stap naar binnen. ‘O en heer Palagon?’ ‘Ja?’ ‘U moet een wachtwoord krijgen, zodat niet iedereen naar binnen kan.’ ‘Ha! Heer Palagon heeft geen wachtwoord nodig om schoelje en schorriemorrie weg te houden. Een echte ridder heeft genoeg aan een stalen harnas en zijn zwaard en boven al…’ Ik loop snel weg. ‘Hé George, heb je het al gehoord van de nieuwe wacht?’ Zeg ik geamuseerd. ‘Nou?’ ‘Een ridder genaamd heer Palagon.’ ‘En?’ ‘hij voorspelt niet veel goeds.’ We lachen. ‘Ga je mee naar het meer?’ Ik knik. Het is best warm voor oktober. We lopen weer terug naar het portretgat en klimmen erdoorheen. Heer Palagon is nog steeds aan het praten. Ik loop snel met George door en we gaan op tempo de trappen af. We lopen het grote veld over richting het meer. Ik ga onder een grote boom zitten en George komt naast mij zitten.

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit hoofdstuk.



Details

0

12+

1608

362 (0)

Share