Chapter 20

Door: maybo
Onderdeel van: Living the dream - George Weasley 16+
Laatst bijgewerkt: 4 jaar geleden
Geactiveerd op: 4 jaar geleden

Foto bij Chapter 20

breed | medium | small

Er zijn een aantal weken voorbij gegaan. Training in combinatie met volle maan is geen goed idee geweest. Het is over een week kerstvakantie. Ik zit in de bieb door boeken te bladeren, wanneer de tweeling enthousiast bij mij komt zitten. ‘Heb je nog plannen met kerstmis?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Ik weet het nog niet echt. Er valt een volle maan in de vakantie en ik wil het risico niet nemen dat er iets gebeurt met mijn familie.’ Ik kijk in het raam naar mijn spiegelbeeld en zie mijn ogen die weer een lichte gloed hebben. ‘Kom anders naar ons in de vakantie, mam zal het geweldig vinden.’ ‘Ik weet het niet.’ Mompel ik. ‘Waarom niet?’ Ik kijk ze aan. ‘Omdat ik niemand pijn wil doen.’ ‘Je doet niemand pijn. We gaan gewoon naar het bos bij ons huis en dan zorgen Fred en ik er wel voor dat jou en de anderen niets overkomt.’ Ze kijken mij beide smekend aan. ‘Dan moeten we wel aan je familie vertellen dat ik een weerwolf ben.’ Ze knikken beide hevig en springen dan op. ‘We gaan een uil naar mam sturen en dan vertellen we je “grote geheim” wel als we er zijn.’ Ik knik. ‘Komt Charlie ook?’ Ze knikken. ‘O jee, Zwerkbal-taktiekuitwisseling.’ Mompelt Fred. Ik steek mijn tong uit. ‘Wat ben je eigenlijk aan het doen?’ Ik zucht diep. ‘Ik probeer te vinden of er een soort Wolfsworteldrank ik voor de Dierlijke Weerwolf.’ ‘En?’ Ik schud mijn hoofd en klap het boek gefrustreerd weg. ‘Hoe staat het ook alweer met de prankwedstrijd?’ Ik kijk ze triomfantelijk aan. ‘Ik ben nog nul keer gesnapt.’ ‘En heb je dan grappen uitgehaald?’ Ik knik. ‘Ik heb de ketel van Adriaan Punnik in een geit veranderd, ik heb Schurfie paars met gele stippen gemaakt, ik heb flubberwurmen in het bureau van Sneep gedaan…’ ‘Daar kregen wij de schuld van!’ Roept George verontwaardigt. ‘Stilte, ga maar ergens anders schreeuwen.’ Madame Rommella jaagt ons de bibliotheek uit en we lopen haastig weg.

‘Ga je straks mee naar Zweinsveld?’ Ik knik. ‘Ik kan moeilijk aankomen zonder kerstcadeaus.’ Morgen gaan we naar het nest. Mijn ouders weten ook dat ik niet kom en ze gaan samen met Olivier naar Frankrijk. Ik vind het best jammer dat ik ze niet zie, maar met de Wemels is het ook leuk. ‘We gaan onze Sluipwegwijzer aan Harry geven.’ Ik kijk ze even aan. ‘Waarom?’ ‘Hij heeft hem harder nodig dan wij.’ Zeggen ze dan ernstig. ‘Oke, zie ik jullie daarna aan de rand van Zweinsveld?’ Ze knikken. George geeft mij nog een kus en Fred een blaast mij nog overdreven een kushandje toe. Ik zie Ron en Hermelien en loop naar ze toe. ‘Ga je mee naar Zweinsveld?’ Ik knik en begin vrolijk met ze te kletsen.
‘Ga je mee naar het krijsende krot?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Ik heb hier afgesproken met Fred en George.’ Ze knikken en ik zeg ze gedag. ‘Guess who I am.’ Ik haal stiekem adem door mijn neus. ‘Bedoel je: Wie mij vast heeft of wie dat zei, want Fred zei dat, maar George houd mij vast. Hoi, Harry.’ Ik draai me een kwartslag naar rechts, maar zie niemand. ‘Hoe weet je?’ Hoor ik een stem. ‘Laat maar. Ron en Hermelien zijn bij het Krijsende Krot.’ ‘Dankje.’ En weg is Harry. ‘Best handig dat wolvenzintuig.’ Ze lachen. George verstrengelt zijn vingers met de mijne en ik pak met mijn andere hand Fred’s hand. ‘Lez go zjopping!’ Roep ik vrolijk en we beginnen met ons kerstinkopen.
‘Ik kan niet meer!’ Roep ik uitgeput. ‘Laten we terug gaan naar Zweinstein.’ De jongens knikken en we slenteren terug richting school. ‘Heeey, vandaag is het feestmaal!’ Roep ik dan vrolijk. Ik trek de jongens vrolijk mee door de gangen naar de leerlingenkamer.
‘Ik zie jullie zo, even omkleden.’ Ik huppel naar mijn slaapzaal.

‘Je hoeft geen zonnebril op.’ Ik knik. ‘Ik wil niet dat mensen op het perron raar gaan doen.’ Zucht ik. De trein mindert vaart en ik sta op. ‘Maak je nou geen zorgen.’ Fluistert George even. Ik pak mijn spullen uit het rek en loop met Fred en George naar de uitgang van de trein. ‘Oh, jongens wat en Nola, wat leuk om jullie te zien!’ Molly drukt ons tegen zich aan. ‘Waarom de zonnebril?’ Ik haal een lok achter mijn oor vandaan. ‘Ik uhm… heb wat last van migraine.’ ‘Oh, je ziet ook wat bleekjes. We gaan straks goed eten en Ginny daar ben je!’ Molly is alweer met iets anders bezig. George pakt mijn hand vast en drukt een kus op mijn kruin. We gaan door de muur en stappen in de taxi.
Bij het nest stappen we allemaal uit en slepen onze spullen mee naar binnen. ‘Bill, Charlie!’ Roep ik blij. ‘Hey kleintje.’ Ik kijk Charlie verontwaardigt aan. ‘Ik ben 1 meter 68!’ ‘Nou en.’ Hij trekt mij in een knuffel en ik geef Bill ook een knuffel. ‘Waarom draag je een zonnebril?’ ‘Migraine.’ Ik laat mijn ogen even over het litteken op Bill’s wang glijden. ‘Laten we onze spullen naar boven brengen.’ Ik knik en volg de anderen naar boven. Ik loop de kamer van de tweeling in en drop mijn spullen. ‘Nou we hoeven nu in elk geval geen matras te halen, want nu kan je bij George in bed.’ Ik lach en geef Fred een stomp tegen zijn arm. Ik ga op een van de bedden zitten. ‘Ik denk dat ik het zo maar gelijk vertel.’ Zucht ik en de jongens knikken. ‘Dan is het achter de rug.’ Zucht ik. We staan op en lopen weer naar beneden. ‘Mevrouw Wemel…’ ‘Molly.’ ‘Molly, ik moet jullie wat vertellen.’ Molly kijkt me bezorgt aan. ‘Tuurlijk, moet ik de anderen roepen?’ Ik knik. ‘Graag.’ ‘Jongens, Ginny, kom allemaal even naar de woonkamer!’ Roept ze de trap op. Er klinkt een hoop gerommel en het volgende moment is de woonkamer gevuld met de hele Wemelfamilie. ‘Hallo, meneer Wemel.’ Hij zwaait even. ‘Wat is er.’ ‘Uhm, ik…’ Ik kijk de tweeling hopeloos aan. ‘In het begin van het schooljaar werd Nola een keer ziek wakker…’ Begint George. ‘Ze was ziek en we haalde Madame Plijster. Ze mocht toen niet slapen, want anders zou het medicijn niet goed werken ofzo. Ik besloot om bij Nola te blijven dus toen bleven we samen in de leerlingenkamer.’ Ginny kijkt ons walgend aan. ‘Wil ik dit weten.’ Fred, George en ik knikken. ‘Ja, dat wil je. We verveelde ons dus toen zijn we naar buiten gegaan.’ George slaat gelukkig het stuk van Zweinsveld over. ‘We zaten op het gegeven moment ergens in het bos wat te praten en toen zag Nola dat het volle maan was. Ze zei dat we weg moesten uit het bos, dus begonnen we richting de bosrand te rennen. We waren niet ver meer toen we gegrom hoorden. We begonnen harder te rennen maar Nola struikelde en kwam klem te zitten…’ Hij zucht even en ik neem het over. ‘Ik zei tegen George dat hij moest rennen en hulp moest halen. Hij wou niet, dus ik heb hem soort van gedwongen om te gaan.’ Ik kijk hem even aan. ‘Hij rende dus naar het schoolgebouw. Ik probeerde mijn toverstok te pakken om de weerwolf te verlammen, maar…’ Ik stroop mijn mouw op en het grote litteken op mijn onderarm wordt zichtbaar. Molly slaat haar hand voor haar mond. ‘Hij was mij voor. Ik verlamde de wolf en het lukte mij om uit het gat te komen. Ik ben naar het open veld gerend en toen heeft Professor Perkamentus mij gered. Hij bracht mij naar het ziekenhuis, maar er was niets aan te doen.’ Ik zet mijn zonnebril af en iedereen kijkt mij met grote ogen aan. Doordat het over een paar dagen volle maan is, zijn mijn ogen fel groen en lichtgevend. ‘Ik ben een weerwolf.’ ‘Hoelang al.’ ‘Ik heb drie volle manen gehad.’ Molly kijkt mij meelevend aan. ‘Daarom zijn jij en George er rond volle maan steeds niet.’ Zegt Ron langzaam. ‘Hoe bedoel je jij én George?’ Vraagt Meneer Wemel. ‘Ik zorg ervoor dat Nola niets overkomt in het bos.’ Hij neemt niet het risico om verboden te zeggen.

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit hoofdstuk.



Details

32 (0 | 0)

12+

1366

443 (0)

Share