Foto bij 07 || Jane Anderson

nou, ik heb besloten dit verhaal maar weer eens op te pakken, of in ieder geval dat te proberen. Ik weet niet of het gaat lukken, maar ik kan het altijd proberen. Als het een andere stijl is; in het afgelopen jaar ben ik ontzettend veranderd qua schrijfstijl, dus sorry! maar hier is dus nog een stukje. Ik hoop dat jullie het leuk vinden!:)

Meteen na mijn woorden besef ik hoe dom ik had geklonken. Hij heeft iets gerepareerd. Wat een bullshit.
Ik wend mijn gezicht af, maar ik zie nog net Nialls vrolijke blik. Harry fluit, en ik heb zin om hem voor zijn kop te slaan. Kan ik eindelijk een keer over mijn leven praten, vertrouw ik eindelijk iemand, ga ik het aan anderen vertellen. Alsof het zo bijzonder is. Hij heeft helemaal niets gerepareerd. Hij heeft alleen een heel dun laagje over de enorme wond gelegd, en ik zeg meteen dat ik hem intens dankbaar ben en dat ik zo blij met hem ben en blah blah blah. Mijn handen trillen, maar ik haal even diep adem. Ik werp nog een vriendelijke blik op Niall, wat al mijn zelfbeheersing kost, en sta op.
'Ik ga even naar boven, geef het maar even door als jullie gaan vertrekken,' zeg ik zacht.
Het is ook wel waar, ik ben Niall ook dankbaar. De woorden floepten er gewoon uit. Maar het is gevaarlijk. Ik stel mezelf te bloot.

Terwijl de jongens zich klaar maken om te vertrekken, vlucht ik de trap op.
Stom.
Idioot.
Gestoord.
Niet te vertrouwen.
Mijn hart klopt in mijn keel terwijl ik mijn kamer in storm. Hijgend sta ik daar, mijn blik schiet rusteloos over de rotzooi. Mijn inmiddels lege koffer. De rommelige kledingkast. Het onopgemaakte bed. De deur naar de badkamer.
De badkamer.
Langzaam loop ik naar de deur en trek hem met een ruk open. Mijn schouder steekt van de klap, maar ik negeer het. Ik strompel bijna naar de gootsteen.
Terwijl de paniek me om het hart slaat, pak ik mijn toilettas en vis mijn nagelschaartje eruit. Met bevende handen breng ik het scherpe blad naar mijn arm. Ik kan wel een litteken openhalen. Dan hebben ze het misschien niet door.
Op het moment dat het schaartje mijn huid raakt, voel ik me rustiger. Ik haal het langzaam over mijn huid. Met elke druppel bloed verdwijnt de paniek verder. De o zo bekende pijn voel ik ook, maar die is op dit moment niet half zo belangrijk als de rust die me langzaam overneemt. Het ruist door mijn aderen, laat mijn hoofd bonken.
Dan hoor ik een stem. Het nagelschaartje klettert uit mijn hand en beland in de kleine plas bloed in de gootsteen. Ik draai me snel om, en de beweging maakt me duizelig.
Het is wazig voor mijn ogen, maar de twee vormen in de deuropening zijn maar al te bekend. De kleine blonde jongen en de lange jongen met het bruine haar, en armen die te lang lijken voor zijn lichaam.
Niall rent op me af en probeert mijn armen te pakken, maar ik deins achteruit. Ik hoor een luide gil, en pas na een paar seconden merk ik dat ik het zelf ben. Ik kan niet stoppen.
Ook Louis komt langzaam op me af, maar hij probeert me niet vast te pakken. Hij kijkt me alleen indringend aan, en probeert me met zachte woordjes te kalmeren. Uiteindelijk word ik stil. De tranen staan ik mijn ogen, maar ik knipper ze weg. Ik kijk naar mijn arm. Het bloed gutst over mijn arm en druppelt op de vloer. De aanblik helpt me concentreren. Mijn beeld wordt weer scherp en ik bedenk me dat ik het bloed weg moet wassen. Ik draai me snel terug naar de kraan, zonder nog naar de jongens te kijken. Bevend zet ik de kraan aan en was de verse snee schoon. Ik proef iets zouts en merk dat ik huil. Als ik de kraan uit zet, veeg ik mijn tranen af en leun met mijn handen op de rand van de schoorsteen.
'Jane?'
De stem van Louis laat me opkijken, en in de spiegel zie ik zijn gezicht. Naast hem staat Niall, maar ik kan hem niet zien door mijn eigen reflectie.
'Er is niets aan de hand. Ga weg.'
Louis moet bijna lachen. 'En daarom sta je hier, huilend, jezelf te snijden. Jane, we kunnen je-'
'JULLIE KUNNEN ME NIET HELPEN GODVERDOMME. WANNEER BEGRIJPEN JULLIE DAT NOU EENS?' Mijn stem galmt door de stenen ruimte, maar Louis laat zich niet van zijn stuk brengen.
'Wat is er aan de hand, Jane? Drie minuten geleden lachte je nog, en nu snij je jezelf en laat je Niall je niet eens meer aanraken?'
'Er is niets aan de hand, dat zei ik toch,' fluister ik. Ik weet dat mijn stem op het punt staat te breken.
Achter me hoor ik een raar geluid. Het klinkt als een ingehouden snik. Het een ruk draai ik me om.
Het geluid kwam van Niall. Zijn lieve ogen zijn rood en hij huilt geluidloos. Zodra hij ziet dat ik hem aankijk, slikt hij en houdt zijn adem in, om het verstikte geluid tegen te gaan.
Oh god, wat heb ik nou weer gedaan.
Meteen breekt mijn hart in honderd stukjes. Hoe heb ik deze onschuldige, door en door goede jongen dit aan kunnen doen?
Ik loop op hem af en sla mijn armen om hem heen. Hij is maar een paar centimeter langer dan ik, maar hij verschrompelt in mijn armen. Eerst lijkt hij zich weg te willen trekken, maar dan stort hij in mijn armen in elkaar. Ik hoor Louis zachtjes zuchten en hij legt een hand op zowel mijn als Nialls rug. Ik trek hem ook in de knuffel.
'Het spijt me. Jullie allebei. Ik had even een breakdown. Het spijt me zo,' mompel ik. Mijn stem is mysterieus een paar octaven omhoog gegaan. Ik vraag me af hoe dat zou zijn gekomen.
'Het is oke,' zegt Louis, en ik leun tegen hem aan. Niall probeert snikkend iets te zeggen, maar het klinkt als 'gorgel snuif'. Lou en ik lachen, en Niall lacht gelukkig door zijn tranen heen mee.

Met zijn drieën komen we weer beneden aan. Als we de woonkamer binnenkomen, kijkt Liam op.
'Waar bleven jullie zo... Oh.' Zijn blik blijft hangen op de verse wond op mijn arm en de rode ogen van Niall.
'Laten we gaan jongens, we moeten zo vertrekken.' Ik kijk Liam aan met een blik die hopelijk zegt, geen vragen, of ik eet je cheeseburger op.
God, ik moet echt niet proberen grappig te zijn. Mijn humor is ook nog niet terug.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen