Foto bij Flashback

LAAAAAANG HOOFDSTUK hahah oh mijn god, sorry voor eventuele spelfouten, ik heb dit snel moet overtypen van papier naar m'n telefoon D:

(Dit activeer ik nu even zodat jullie daar wel even mee kunnen doen, dan kan ik morgen en overmorgen (en dag(en) erna?) het wat rustiger aandoen:))

'Harry! This way!'
'HARRY!'
'This way please, Harry!'
'How's Tristan, brother?'
Met moeite wurm ik me door alle fotografen, journalisten, maar vooral fans heen. Aan mijn kleren wordt wanhopig getrokken en ik hoop maar dat mijn bandana blijft zitten. Ik houd mijn hoofd laag terwijl ik zo af en toe over de schouder van Preston een handtekening probeer te zetten. Als echter de naam van mijn zoontje wordt genoemd kijk ik volledig op. Een nogal kale, maar zeer vriendelijk uitziende man van de paparazzi is degene die het me vraagt. Ik glimlach.
'He's fine, thanks mate. I'm just tryin' to keep him out of the spotlights, y'know?' zeg ik terwijl Preston me nog steeds verder loodst.
De man knikt snel, alsof hij 'Natuurlijk, natuurlijk, dat is zo.' denkt.
Vijf minuten later zit ik hijgend alleen in een taxi, mijn bruine leren dagboek tegen mijn bezwete borst aangeklemd. Mijn zwarte koffer zit al in de kofferbak, gelukkig.
Langzaam breng ik mezelf tot rust terwijl de taxichauffeur gelukkig al aan het rijden is. Ik ben blij dat hij even niets zegt.
Een uur later ben ik eindelijk bij JFK Airport in New York gearriveerd. De chauffeur stapt al uit, beent om de auto heen en doet de deur al voor me open zonder dat ik die zelfs maar heb aangeraakt. Terwijl ik uitstap tilt hij mijn koffer uit mijn kofferbak en hij reikt me deze met een glimlach aan, ook al is het al de hele dag boven de dertig graden en zou ieder ander chauffeur spuugchagrijnig geweest zijn.
Ik neem mijn koffer met een bedankje van de man over.
'Here you go, sir. Thank you for getting me here.' zeg ik met een gemeende glimlach nadat de man de prijs genoemd heeft, en ik druk het geld plus extra fooi in zijn handen. Met een klop op zijn schouder draai ik me om en loop ik weg met mijn koffer.
'No problem, mate! Have a safe flight! roept de chauffeur me nog na.
Aan het begin van de vlucht in het vliegtuig kan ik eigenlijk alleen maar denken aan Tristan. Ik mis hem, maar dat is eigenlijk altijd al zo als we niet samen zijn. Lusteloos speel ik met de foto in mijn handen; hij en ik in het gras toen we aan het voetballen waren. Tristan probeert zich er wanhopig schaterend uit mijn armen te bevrijden, terwijl ik hem lachend stevig omhels en niet loslaat.
Ik zucht licht en stop de foto terug in mijn portefeuille, in het vertrouwde vakje naast mijn ID waar 'ie altijd al heeft gezeten.
Ik kijk onopvallen rond, zover dat gaat, om niet de indruk te geven dat ik hier zit. Gelukkig zit ik vooraan in de Business Class bij een raampje en zijn er niet veel tieners, waardoor de kans op een gillende chaos gelijk stukken kleiner wordt en ik het dus rustig heb.
'That's a lovely boy you got there. Your son?' hoor ik opeens naast me. Een paar vriendelijke blauwe ogen, omringd door rimpels, kijken me aan. Vooral de kraaiepoten vallen op, wat laat zien dat de bejaarde dame in haar hele leven veel gelachen heeft.
Ik glimlach. 'Dank u, mevrouw. Dat is inderdaad mijn zoon.'
'Ben je nu onderweg naar hem?'
Ik slik. 'Eh, ja, soort van. Ik ga ook naar mijn ouders en zus als alles goed verloopt.'
De oude vrouw glimlacht lief. 'Heb je ze al lang niet gezien, kind? Of moet ik nu jongeman of meneer zeggen?!' Ik grinnik. 'Zegt u maar gewoon Harry. En ja, zo'n drie maanden niet, nee.'
Zo praat ik de rest van de vlucht met de dame die Etta blijkt te heten. Het beurt me op. Ze behandelt me helemaal zoals ik ben, niet als dé Harry Styles (maar waarschijnlijk kende ze me ook eerst niet).

Ik heb Ian en Christine niet verteld dat ik zou komen, maar ik vind ook dat dat niet hoeft. Dat ben ik ze zeker niet verschuldigd. Ik hoop alleen wel dat ze thuis zijn, want ik heb geen zin om een paar uur lang doelloos op hun veranda te zitten wachten tot ze thuis komen. Maar het meeste waar ik op hoop is dat Tristan net zo blij zal zijn om me te zien als ik hem. Soms wordt hij boos, of is hij al boos, ondat hij denkt dat ik (of zijn moeder) hem expres achtergelaten heb op een plek waar hij overduidelijk niet wil zijn. Helaas is Tristan schijnbaar niet blij met élke plek op aarde, wat het ook zo moeilijk maakt me niet nog schuldiger te voelen.
Ik omklem het stuur stevig en adem via mijn neus diep in en via mijn mond weer uit. Ik mag me niet nu teveel laten meeslepen door mijn gedachten en gevoelens, want zo wordt ik een heus gevaar in het verkeer.
Als ik in Londen de streek van Caroline's ouders inrij laat ik een diepe zucht die er schijnbaar al die tijd heeft gezeten. Ietwat zenuwachtig haal ik mijn hand door mijn haar. Een slecht trekje waar ik nooit meer mee heb kunnen stoppen.
Als ik het huis nader, ga ik al langzamer rijden. Ik wil niet dat het lijkt alsof ik hier als een bezeten, gestoorde gek aan ben komen scheuren, ook al was mijn besluit om in mijn vrije dagen van de toer in Verenigde Staten mijn famile in Engeland te bezoeken geheel spontaan. Wel aangespoord door de andere jongens, die vonden dat het wel weer tijd werd.
Precies voor de oprit kom ik tot stilstand. Mijn koffer laat ik in mijn auto, want ik verwacht toch niet dat Caroline's ouders me in hun huis laten overnachten.
Als ik de oprit oploop zie ik de rode driewieler in het gras staan die Tristan voor zijn vierde verjaardag van Caroline's zus had gekregen. Ik zucht wanneer ik zie dat hij er nog net zo bijstaat als de afgelopen keer dat ik hier was, nu zelfs met wat onkruid door de spaken gegroeid. Onaangeroerd voor al een tijdje dus.
Als ik aanbel schraap ik mijn keel en controleer ik of mijn bandana nog goed zit. Ik recht mijn rug, ook al ben ik al behoorlijk lang. Integendeel. Ik wil gewoon niet dat Caroline of haar ouders zien dat dit gezeik zwaarder op me weegt en me erger beïnvloedt dan hen, of dat wat ze denken te zien.
De deur wordt opengedaan door Christine. Haar zuinige nieuwsgieige glimlach die ze altijd opzet voor eventuele buren om hen het idee te geven dat haar leven wel hartstikke perfect is, verdwijnt en er komt een geniepige dunne streep voor in de plaats als ze ziet wie er voor haar neus staat.
'Oh, hallo... Harry.' zegt ze koel en ze probeert weliswaar nog krampachtig naar me te glimlachen alsof ze het heel leuk vindt dat ik aan haar deur sta, maar we weten allebei dat ze me het liefst in de grond zou stoppen. Daarom ontwijkt ze zelfs mijn blik.
'Wat doe jij hier? Volgens mij mag dat volgens de afspraken met de rechter niet.' zegt ze terwijl ze in de deuropening blijft staan, duidelijk nog niet van plan me binnen te laten.
'Goh, zou jij me echt willen tegenhouden mijn eigen zoon te zien? Bovendien weten we allebei dat je Caroline geregeld stiekem laat komen.' antwoord ik met een neppe glimlach terwijl ik een stap naar voren zet. Ik toren hoog boven de vrouw uit en kijk dus naar beneden. Ik zie dan ook hoe Christine nors omhoog kijkt, maar wel met de schrik in haar ogen. Verkeerd gedacht, want ik zou dan ook nooit een vrouw verwonden, wat voor reden dan ook.
Terwijl ze nukkig een stap voor me opzij zet en ik langsloop, hoor ik hoe ze binnensmonds allerlei verwensingen naar mijn hoofd slingert. Ik besluit het te negeren.
'Waar is hij?' zeg ik als ik Tristan niet in de woonkamer zie zitten.
'Boven op zijn kamer. Hij heeft straf.' antwoordt Christine, die meteen achter me aan is gelopen, hoogstwaarschijnlijk bang dat ik met mijn zogenaamde vieze bacteriële vingers iets van haar dierbare spullen aanraak. Het irriteert me.
'Hoezo?' Ik wil de trap oplopen.
'Hij begon met zijn glas en drinken te gooien.'
Nu zie ik ook de natte, donkere vlek in het tapijt wat hoogstwaarschijnlijk appelsap is geweest. Ik probeer een glimlach te onderdrukken.
'Ik denk dus niet dat het handig is als je nu naar hem toegaat. Hij moet beseffen dat hij straf heeft en met jouw komst zal dat niet zo lijken.' Hm, dus ze geeft zelf toe dat Tristan het (wel) fijn vindt bij mij. Ik vraag me overigens af waarom ze me steeds volgt. Het begint serieus op m'n zenuwen te werken, en ik draai me fronsend om. Ik sta op de tweede trede, zij aan de voet van de trap, waardoor ik nog verder boven haar uittoren.
'Ik denk eerder dat Tristan niet diegene is die gestrafd moet worden. Hoogstens zijn moeder of ik. Er is een reden dat hem zo boos maakt dat hij met dat glas begint te gooien, toch? Bovendien wordt hij met al het gezeik tussen zijn moeder en mij al genoeg gestrafd, denk je niet? Zou je daar als grootmoeder niet eerst aan denken voordat je hem zo op z'n donder geeft voor zijn agressieprobleem dat niet eens door hemzelf is ontstaan?'
Christine's mond hangt wetenloos open en met een zelfvoldaan gevoel loop ik de trap verder op. Eenmaal bovenaan om de linkertrapleuning heen keren naar het einde van de gang, laatste deur rechts. Ik weet het nog precies.
Ik klopt zacht op Tristan's deur. Een onvermijdelijke opwindende glimlach verschijnt op mijn gezicht, blij dat ik eindelijk mijn eigen zoontje ga zien.
'NEE! GA WEG!' wordt er boos terug geschreeuwd. Ik frons mijn wenkbrauwen.
'Ik zei toch dat het geen goed idee zou zijn. Kom later dan gewoon terug.' hoor ik opeens achter me. Ik draai me om en zie Caroline's moeder weer staan. Hoepel op!
Zonder nog op haar te reageren doe ik Tristan's deur open en vooe haar neus weer dicht.
'P-papa?'
Ik draai me om en zie meteen de kleine krullenbol op zijn bed met grote ogen naar me kijken. Ik grijns breed en open mijn armen terwijl ik door mijn knieën zak. Angst dat hij me boos de rug toe zou keren verdwijnt als sneeuw voor de zon als Tristan van het bed afspringt en regelrecht mijn armen in loopt. Meteen knuffel ik hem stevig en stiekem verstop ik mijn neus ik zijn krulletjes.
'Hallo, kanjer.' zeg ik glimlachend terwijl ik Tristan loslaat en bij zijn schouders pak. We zitten nu op gelijke ooghoogte doordat hij staat en ik door mijn knieën gehurkt zit. Mijn grote handen bedekken zelfs meer dan zijn tengere schoudertjes.
'Wat zou je ervan zeggen als we een ijsje gaan halen?'

Even later loop ik met Tristan door de straten, zijn handje in de mijne. Christine zat net nog gespannen in haar leren fauteuil in de hoek van de woonkamer toen we langsliepen, en wel zo dat ze ons goed kon zien aankomen. Ze had nog geprobeerd Tristan bij zich te roepen voor een of ander iets, alleen maar om mij meer te kunnen irriteren, maar ik had hem snel mee naar buiten geloodst zonder dat Christine nog iets kon inbrengen.
'Hoe gaat het, jongen? Is het wel nog een beetje leuk bij opa en oma?' vraag ik, ook al weet ik eigenlijk al wat Tristan ervan vindt. Mijn vermoedens worden bevestigd zodra hij nors naar me opkijkt en zijn hand van me lostrekt. Ik zucht geluidloos. Mijn hand gaat weer door mijn haar, vergetend dat ik mijn bandana nog op heb. Dat brengt me op een idee. 'Wat zou je ervan zeggen als ik je mijn bandana opdeed, Tristan?'
Mijn zoontje, nog steeds wel nors, kijkt omhoog naar mijn hoofd om te zien waar ik het over heb, maar hij ziet niet veel omdat we (voornamelijk door mij) een enorm lengteverschil hebben. Ik buig daarop mijn hoofd, mijn kin op mijn borst, om Tristan beter zich te geven. Ik grijns wanneer ik zie dat Tristan de zijne probeert te verbergen. 'Toch maar wel hè, kanjer?' En ik haal de bandana al van mijn hoofd.
Ik loop nog maar net verder met Tristan, hij onvermijdelijk trots dat hij de bandana van zijn vader mag dragen, als ik links van me een man met een fotocamera op ons gericht zie staan. Ik ga dichter bij Tristan lopen en buk me om bij zijn handje te kunnen. Gelukkig protesteert hij niet, maar hij heeft de man dan ook nog niet gezien.
Gelukkig volgt de man ons nie en ik wil bijna zuchten van verlichting, als ik om de hoek weer een fotograaf zie. Hoe kunnen ze toch altijd zo snel weten waar ik ben? En deze keer merkt Tristan hem wel op. Hij laat mijn hand los en pakt in plaats daarvan me bij mijn jeans beet om zich erachter te kunnen verstoppen.
'Shit.'
Er beginnen nu ook gewone burgers nieuwsgierig mijn kant op te kijken. Ik draai me daarom, buk me, til Tristan bij zijn oksels op en zet hem op mijn heup. Één hand is voldoende om om hem onder zijn billen te ondersteunen, enerzijds omdat mijn grote hand net een volledige zitvlakte is, anderzijds omdat hij voor steun zijn ene arm ook al om mijn nek geslagen heeft. Zijn gezicht heeft hij van de fotograaf afgewend. Geruststellend wrijf ik over zijn rug. Ik weet dat hij nooit zo comfortabel is geweest met deze aandacht en ik voel me schuldig dat hij dat toch weer mee moet maken.
Tot mijn opluchting komt de ijssalon al snel in zicht. Ik weet dat het Tristan's favoriet is, en het is stiekem ook de mijne.
'Je mag twee bolletjes ijs.' zeg ik alvast tegen Tristan terwijl we de ijssalon naderen. Ik heb hem nog vast, al heeft hij zijn gezicht niet meer verborgen maar kijkt hij nu gewoon rond. Hij fronst zodra hij hoort wat ik zeg. Shit.
'Van opa mag ik altijd drie bolletjes.' zegt Tristan. Hij bedoelt hiermee Ian, de vader van Caroline en de echtgenoot van Christine. Die twee en Ian zijn ware tegenpolen. Hij heeft alle tumult rond Tristan altijd al overdreven en zinloos gevonden, maar hij kon niemans op andere gedachten brengen. Af en toe probeerde hij het een beetje goed te maken met zijn kleinzoon. Tristan zoveel ijs geven wat hij wilde was hierbij een goed voorbeeld. Ian is een hele goede man, zelfs nog tegen mij, maar ik hou me aan mijn eigen regels, ook wat het ijs betreft.
'Ja, maar nu ben je met mij, jongen. Het is wat ik zeg of niks.' zeg ik rustig. Tevergeefs.
Tristan's oren en nek kleuren rood en en zijn handjes balt hij tot vuisten. Dan begint hij luid tegen te stribbelen. 'Fuck,' vloek ik binnensmonds wanneer Tristan me in mijn armen begint te schoppen, waardoor ik hem op de grond moet zetten. Voordat hij ook maar weg kan rennen, grijp ik hem bij zijn polsje beet.
Pijnlijk moet ik toezien en -horen hoe Tristan begint te schreeuwen en daarmee de aandacht van meerdere mensen trekt. Tranen stromen van frustratie over zijn wangen als hij merkt dat hij zich niet van me los kan maken. Hoezeer ik ook wil dat dit stopt, ik laat hem niet los. Ik wil niet dat hem wat overkomt als hij wegrent.
'Tristan... Tristan!' zeg ik geforceerd. Ik glimlach krampachtig naar omstanders. Een van zijn aanvallen kan ik nu op straat echt niet hebben. Al weet ik niet of dit een agressieve is. Hij probeerde me wel te schoppen, maar dat was omdat hij wilde vluchten, niet om aan te vallen.
'Tristan...' zeg ik nu zacht. Tristan is gestopt met schreeuwen, maard tranen glimmen nog steeds op zijn wangen en hij probeert zich nog steeds wanhopig snuffend los te trekken.
'Wat wil je dat ik doe, jongen? Je terug brengen naar oma? Is dat wat je wilt?'
Tristan stopt met trekken en buigt zijn hoofd. Hij snuft nog steeds. Dan schudt hij langzaam zijn hoofd. Ik hurk daarop door mijn knieën. Tristan staat ertussen, zijn rug naar me toe gekeerd. Mijn armen sla ik vanaf mijn knieën over elkaar heen, waardoor Tristan in mijn armen ingesloten staat.
'Niet boos op me zijn, Tristan.' zeg ik zachtjes zodra ik mijn kin op zijn schouder heb gelegd. 'Ik ben je papa en ik zal er ook alles aan doen om het voor jou beter te maken. Jij bent het aller aller aller belangrijkste in mijn leven. Echt waar.' Ik trek Tristan nu wel wat dichter naar me toe, zijn rug tegen mijn borst aangeleund. Hij heeft zijn hoofdje nog steeds gebogen. 'Wat wil je, jongen? Ik zal mijn allerbest best doen om te zorgen dat het lukt.'
Het is even stil. Dan mompelt hij iets onverstaanbaars.
'Wat zeg je?'
'Ik wil dat jij gelukkig bent, papa. En mama ook. Maar ik probeer mama soms blij te maken maar dan wordt ze boos.'
Ik moet moeite doen rustig te blijven en niet hardop te gaan schelden op Caroline. Maar ik ben wel ontroerd om wat hij zegt over mij. Ik draai Tristan naar me toe en kijk glimlachend in zijn onzekere ogen. 'Het enige wat mij gelukkig maakt ben jij, jongen.'
Tristan vecht tegen zijn opkomende glimlach zie ik, en hij slaat zijn armpjes om mijn nek in een knuffel om die te verbergen. Ik knuffel mijn zoontje stevig terug en druk een kus op zijn wang. 'Ik hou heel veel van je, kanjer.'
'Ik hou ook van jou, papa.'
Ik heb me in geen tijden zo gelukkig gevoeld.

Even later zit ik gewoon me Tristan van onze ijsjes te eten. Allebei twee bolletjes, gewoon zoals ik dat als vader heb gezegd. Tristan heeft het geaccepteerd en zit op mijn schoot, zijn mondje en kin besmeurt met chocolade-ijs.
'Tristan, wil je bij opa en oma blijven? Of moet ik kijken of je ergens anders naartoe kan?'
'Ik wil bij jou en mama blijven.'
Ik zucht. 'Dat kan niet, lieverd. Maar ik zou je, waar dan ook, zo vaak mogelijk proberen te zien.'
Tristan fronst en hij kijkt me nadenkend aan. 'Andere opa en oma? Tante Gem?' zegt hij tenslotte. Ik zie de hoop in zijn ogen en glimlach. 'Ik zal het voor je vragen, jongen.'
Een brede grijns is wat ik terug krijg.



Gahhh, dit is dus de Harry POV haha! No worries, er komen er wel meer, maar ik weet niet of ze zo lang zullen zijn als deze :')
Dit is trouwens het eerste wat ik heb geschreven op papier met pen en niet op de laptop. Kunnen jullie zeggen of er verschil zit? Wat beter is of wat beter kan? Dan weet ik ook hoe ik voortaan het beste voor jullie kan schrijven:D

Reacties (7)

  • Nashton

    Awww, kan niet wachten tot het volgende stukje 3:

    5 jaar geleden
  • BiebStyless

    awh so cute, snel verderr!!!

    5 jaar geleden
  • Manonxxx

    aaaaahw,
    zo lief.
    De manier waarop Harry met zijn zoontje omgaat verteld veel over hem.
    Snel weer verder.
    xx.

    5 jaar geleden
  • Florecity

    Zo goed geschreven! Eén van de beste verhalen:)

    5 jaar geleden
  • LovesDemiL

    Ik will nog een deeltje, echt mijn lievelings verhaal nu.

    Snel verder

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen