Chapter 27

Door: maybo
Onderdeel van: Living the dream - George Weasley 16+
Laatst bijgewerkt: 3 jaar geleden
Geactiveerd op: 3 jaar geleden

Foto bij Chapter 27

breed | medium | small

‘Wij zijn er.’ Mijn vader stopt de auto. Ja, we hebben een auto en ze zijn echt heel handig. Ik stap uit en laat me dramatisch op de grond vallen. ‘Eindelijk!’ Roep ik. Ik heb de afgelopen vijf uur naar vreselijke muziek moeten luisteren, omdat mijn moeder het zo mooi vind. ‘Zo erg was het niet.’ Olivier schudt zijn hoofd. ‘Zo erg was het dus wel.’ Zegt hij dan. Olivier trekt mij overeind en ik loop met hem naar het huisje. Het is bijna een sprookjeshuis. Oud met klimop en hoge planten en bloemen. Ik loop naar binnen. De inrichting past perfect bij hoe het huisje er van buiten uit ziet. ‘Yes!’ roep ik als ik zie dat er een grote open haard is. ‘O jee, we zijn Nola de hele zomer kwijt.’ Ik stomp Olivier tegen zijn arm en loop verder naar de houten trap.
Boven zijn vier deuren. Ik open de eerste en zie een kamer met een tweepersoonsbed. Ik loop naar de volgende deur, waar de badkamer achter blijkt te zitten. Verder zijn er nog twee bijna dezelfde slaapkamers. ‘Mijn kamer!’ Roep ik als ik bij de laatste kom. Het heeft een uitzicht op een bloemenveld dat omringt wordt door bos. Ik doe het raam open en geniet van frisse lucht. Mijn moeder komt binnen en vraagt of ik kom helpen met uitladen. Ik sjok naar beneden en haal mijn spullen op. Ik ga op mijn bed zitten en laat mijn hand over de ketting om mijn nek glijden. Dan sta ik op en loop de trap af. ‘Waar ga je heen?’ Mijn ouders kijken me vragend aan. ‘Gewoon even de omgeving bekijken.’ Ze knikken. Ik weet niet waarom, maar ik heb het gevoel dat ik naar iets toe moet in het bos. Ik loop het om het huisje, het bos in. Ik loop in een willekeurige richting. Ik stop na een tijd met lopen en ga tegen een boom zitten. Ik wil net verder gaan als ik iets hoor. Het klinkt alsof iemand dichterbij sluipt. De geur van de persoon is anders. Iets is heel bekend, maar ik weet niet wat. Ik trek mijn toverstok en druk mezelf tegen de boomstam. Ik hoor de voetstappen stoppen. ‘Meen je dit?!’ Ik spring geschrokken op. ‘Je bent een weerwolf en je wil me aanvallen met je toverstok?’ Ik kijk naar de jongen die tegenover mij staat, maar laat mijn stok niet zakken. ‘Ten eerste is het geen volle maan en ten tweede… hoe weet jij dat ik een weerwolf ben?’ Hij lacht. ‘Ik herken mensen met dezelfde gave wel.’ Ik kijk naar zijn ogen en zie de groene gloed die ik ook heb. ‘Kan je je stok laten zakken, het voelt niet echt veilig.’ Ik kijk hem argwanend aan. ‘Hoe weet ik dat ik je kan vertrouwen?’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Dat weet je niet, maar waarom zou ik je aanvallen. Heb ik een goede reden?’ Ik schud mijn hoofd langzaam en laat mijn stok dan zakken. ‘Als je me dood, vermoordt ik je.’ Hij lacht. ‘Deal.’ Hij steekt zijn hand uit, die ik langzaam aanneem. ‘Hoe heet je?’ ‘Nol…Noa Breather.’ Zeg ik snel. Serieus? Ik verzin een nep naam en alles wat ik doe is één letter weg laten?! ‘Irates Vaalhaar.’ Ik knik. ‘Bijzondere naam.’ Hij glimlacht. ‘Dus wat brengt je hier?’ ‘Een vakantie en jou?’ Hij knikt. ‘Ook zo iets.’
‘Wie van je ouders is een weerwolf?’ Ik kijk hem verward aan. ‘Je bent een dierlijke weerwolf dat is een erfelijke soort.’ Ik schud mijn hoofd. ‘Ik ben gebeten.’ Ik laat hem het litteken op mijn arm zien. ‘Dat is onmogelijk.’ ‘Niet dus.’ Hij kijkt mij pissig aan. ‘Wat maakt het uit?’ Hij schud zijn hoofd. ‘Niets.’ Ik sla mijn armen ongemakkelijk over elkaar. ‘En jij?’ ‘Mijn hele familie bestaat uit weerwolven.’ ‘Hoe kan dat?’ Hij zucht. ‘Iedereen wordt een weerwolf en als ze niet willen… worden ze gedood.’ Ik kijk hem geschrokken aan. ‘Waarom?’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Waarom verander je expres, terwijl je het je daarna toch niet herinnert.’ ‘Wat herinner je je niet?’ Lekker duidelijk gesprek. ‘Wat herinner jij je dan wel?’ ‘Alles natuurlijk.’ Ik doe een stap dichterbij. ‘Hoe doe je dat?’ ‘Hoe doe ik wát?!’ ‘Jezelf blijven.’ Ik doe nog een stap naar voren en kijk hem bijna dwingend aan. Hij klopt even met zijn hand op de plaats waar mijn hart zit. ‘Leer het mij, alsjeblieft.’ Hij glimlacht. ‘Met plezier.’ Dan hoor ik een wolfachtige huil. ‘Ik moet gaan.’ Hij draait zich om. ‘Morgen ochtend om tien uur, hier.’ Ik knik en hij rent weg. Ik heb zojuist afgesproken met een wildvreemde. Ik loop langzaam terug richting het huisje. Het is inmiddels al bijna donker. ‘Nola, eindelijk.’ Ik kom binnen en zie dat mijn moeder net het eten op tafel zet. ‘Ik dacht al dat we zonder je moesten eten.’ Ik haal mijn schouders op en ga naast mijn broer aan tafel zitten.

Ik klop op de kamerdeur van Olivier. ‘Ja?’ Ik doe de deur zachtjes open. ‘Kan ik je advies over iets krijgen?’ Hij knikt. ‘Ik denk het.’ Ik ga naast hem op bed zitten. ‘Ik was vandaag dus in het bos en daar ontmoette ik een jongen…’ ‘Wacht, Wíl ik dit weten?’ ik knik. ‘Het is niet wat je denkt.’ ‘Dan mag je verder gaan.’ Ik zucht. ‘Dankje.’ Zeg ik sarcastisch. ‘Hij blijkt net als mij te zijn.’ ‘Net als jou? Een meisje?’ Ik lach. ‘Nee, net als mij, een weerwolf.’ ‘Ik schrok al.’ ‘Maar hij heeft zichzelf dus onder controle met volle maan. Ik vroeg of hij mij dat kon leren en nu heb ik morgen ochtend met hem afgesproken.’ Hij kijkt mij aan. ‘En je vraag is nu?’ ‘Moet ik gaan?’ Hij fronst even. ‘Waarom zou je niet gaan?’ ‘Omdat…’ Ik bijt even op mijn lip. ‘Zijn familie bestaat uit alleen maar wolven en de mensen die in hun familie geen wolf willen worden, vermoordt worden en volgens mij is hij hier niet alleen, want toen hij weg ging hoorde ik een wolf ofzo huilen.’ ‘Dat verandert alles.’ Ik knik. ‘Ik weet niet of het een goed idee is.’ ‘Waarom zou hij mij iets aan doen.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Je kan gaan, maar neem dan wel je toverstok mee.’ Ik knik. ‘Ik slaap er wel een nacht over.’ ‘Doe maar.’ Ik druk een kus op zijn wang en loop de kamer uit. Ik wil naar bed gaan als iets me te binnen schiet. Ik loop de trap af, naar de woonkamer waar mijn ouders zitten. ‘Wat is er?’ ‘Mag ik met de Wemels naar het WK reizen?’ Mijn ouders kijken mij moeilijk aan. ‘Alsjeblieft.’ ‘Waarom?’ ‘Dan ben ik bij mijn vrienden en vriendje.’ Ik geef ze mijn puppy ogen. ‘Is goed.’ ‘Wauw, dat ging makkelijk. Dankje!’ Ik loop de trap weer op en ga dan naar bed.

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit hoofdstuk.



Details

0

12+

1145

283 (0)

Share