Chapter 28

Door: maybo
Onderdeel van: Living the dream - George Weasley 16+
Laatst bijgewerkt: 3 jaar geleden
Geactiveerd op: 3 jaar geleden

Foto bij Chapter 28

breed | medium | small

Ik sta op en trek een shortje met een hemd en vest aan. Ik loop de trap af en pak een appel uit de schaal. ‘Waar ga je heen?’ Ik laat de appel vallen en draai me om. ‘Jezus mam, ik schrok me kapot.’ Ik raap de appel snel weer op. ‘Ik ga hardlopen. Voorbereiden op de volle maan.’ Het is niet helemaal gelogen. Ze knikt en ik loop het huisje uit. Ik ga rustig naar de plaats waar ik afgesproken heb. Ik zie Irates tegen een boom aan leunen. ‘Morning.’ Ik begroet hem terug en gooi mijn appel weg. ‘Klaar om een mega coole wolf te worden?’ Ik lach even en knik dan. ‘Laten we een stukje rennen?’ Ik knik. ‘Als dierlijke weerwolf heb je een beter conditie.’ We beginnen te rennen. En dan bedoel ik niet joggen, maar echt rennen. ‘Hoe oud ben je eigenlijk?’ Zegt hij alsof hij gewoon stil staat. ‘Vijftien.’ Ik kijk hem even aan. ‘Jij?’ ‘Achttien.’
Irates remt af en ik stop naast hem. ‘Waar is dit eigenlijk voor?’ ‘Als je fysiek sterk bent, kom je makkelijker door de transformatie.’ Ik knik. ‘Dat klinkt logisch.’ ‘Is het ook.’ Dan trekt hij zijn shirt uit en gooit die op de grond. Hij klimt soepel in een boom. ‘Kom!’ Roept hij. ‘Waarom moest je t-shirt uit?’ Hij lacht even en knipoogt. ‘Vond ik leuk.’ Ik glimlach en rol met mijn ogen. ‘Oke, maar die van mij blijft aan.’ ‘ah, wat jammer nou.’ Ik pak de laagste tak en trek mezelf omhoog. ‘Dit gaat wel even duren!’ Roep ik naar boven. ‘Het is toch vakantie!’ Ik klim verder en na een kwartier ben ik bij Irates. Ik stop met klimmen. ‘Kom op, klim verder.’ Ik kijk naar de dichtstbijzijnde tak die zo’n twee meter hoger hangt. ‘Daar kan ik niet bij.’ ‘Spring.’ Ik schud mijn hoofd. ‘Kijk.’ Hij zet zich af en pakt de tak, waarna hij zich op trekt. Ik zucht diep. Ik verklaar mezelf officieel voor gek. Ik hurk een beetje en zet me dan af. Ik merk dat ik de tak mis, maar voordat ik val, is er een arm om mijn middel. Irates drukt mij tegen zich aan en trek zich met een arm omhoog. Hij blijft op een tak staan en kijkt mij lang aan. Ik voel iets in zijn broek groeien. Altijd leuk, in een boom zitten met een opgewonde wolf. ‘Houd je lichaam onder controle.’ Mompelt hij. ‘Geldt ook voor jou.’ Zeg ik, duidend op zijn stemming. Hij grijnst even en laat mij dan los. Hij klimt nog een stukje verder en ik volg hem. ‘Oke, we zijn denk ik wel hoog genoeg.’ Hij kijkt even naar beneden. Ik volg zijn voorbeeld. We zijn minimaal twintig meter hoog. Hij knipoogt en springt dan naar beneden. Ik gil even. Hij land alsof hij van zojuist uit een kinderklimrek is gesprongen. ‘Ben je gestoord?!’ Roep ik hard. ‘Ik ga dat dus echt niet doen!’ ‘Jawel, je sprong ook die twee meter omhoog.’ ‘Ja, en faalde!’ ‘Je lichaam kan het hebben!’ ‘Wat bedoel je daar nou weer mee?!’ Hij grijnst alleen maar. ‘Je geneest snel en je kan goed landen.’ ‘Hoe moet ik landen.’ Gewoon op je voeten. Dat doen mensen vaker.’ ‘Niet als ze een kilometer naar beneden springen. Dan verbrijzelen ze alles.’ ‘Nou gelukkig ben jij geen mens.’ Ik kijk hem verontwaardigt aan. ‘Ik ben wel een mens.’ ‘Met wolvengenen. Laat nou maar gewoon los!’ ‘Of anders?’ Hij houd iets omhoog. ‘Breek ik je toverstok.’ ‘Wat ben jij een asshole.’ Hij buigt. ‘Dankje.’ Ik tel in mijn hoofd af en spring dan. ‘O mijn god!’ Ik gil hard, terwijl ik de grond snel dichterbij zie komen. Dan land ik op mijn voeten en ik hurk om de klap op te vangen. Ik ga recht staan. ‘Zo erg was dat toch niet?’ Hij geeft me mijn stok, die ik meteen weg stop. ‘Oke, sluit je ogen.’ Ik kijk hem argwanend aan. ‘Ik doe niets.’ Ik sluit mijn ogen. ‘Dit lijkt meer op sekstraining dan op wolftraining.’ ‘Geloof me, het is wolftraining, maar als je training wilt voor…’ ‘Laat maar.’ Zeg ik snel. ‘Concentreer je op alles om je heen. Ieder zuchtje wind, ieder dier, ieder mens.’ Ik luister naar zijn stem, die ligt geamuseerd klinkt. Ik hoor een dier op hoeven rennen, een konijn of haas snuffelen en zelfs mijn ouders ver weg praten. ‘Concentreer je nu op je eigen lichaam.’ Ik sluit me zo veel mogelijk af voor de geluiden om mij heen. ‘Wat voel je?’ ‘Mijn hartslag.’ Irates pakt mijn hand en legt die op de plaats waar zijn hart zit. ‘En nu?’ ‘De jouwe en de mijne.’ ‘Probeer je te concentreren op mijn hartslag.’ Ik doe wat hij zegt en voel mijn eigen hartslag eerst vertragen en dan zijn ritme overnemen. ‘Hoe?’ ‘Handige extraatjes. Richt je nu op mijn emotie en alles wat daar bij hoort.’ Ik heb geen idee waar hij het over heeft, maar ik doe mijn best. ‘Mijn ademhaling, mijn reacties, alles.’ Ik verplaats mijn hand naar zijn buik en voel zijn ademhaling versnellen. Ik neem alles in me op en voel dan ineens iets in mij veranderen. Ik krijg de neiging om Irates te zoenen en meer dan dat. Ik laat hem los en doe een stap naar achteren. ‘Jij bent echt heel gemeen, weet je dat?’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Wat voelde je?’ Ik kijk hem fronsend aan. ‘Dat weet je best.’ Hij grijnst. ‘Ik blijf een jongen van achttien.’ ‘Ja en ik een meisje met een vriendje. Ik moet gaan.’ Ik draai me om en ren weg richting het huisje.

Ik loop naar binnen en ga naar mijn kamer om schone kleren te halen. Ik loop naar de badkamer en douche me snel. ‘We gaan even boodschappen doen.’ Roept mijn moeder. ‘Oke!’ Ik draai de douche uit en droog me af. Ik trek droge kleren aan en loop naar mijn kamer. Ik laat me op bed vallen en sluit mijn ogen. Ik laat mijn gedachten weer afdwalen naar alles wat ik hoor. Gekras van Oliviers veer. De auto van mijn ouders die door het bos rijden en… Ik ga overeind zitten en concentreer me op wat ik hoorde. Een groep mensen. ‘Irates heeft vandaag met een andere wolf afgesproken. Een meisje.’ Hoor ik een stem zeggen. Ik hoor wat gelach. ‘Over een paar dagen is de volle maan en een buitenstaander kunnen we niet hebben.’ Zegt een – waarschijnlijk – oude man. ‘Ze is hier met een hele familie. De anderen zijn geen wolven, dus als je trek hebt.’ ‘Mijn honger valt wel mee, maar er zijn er hier genoeg die nog ruimte hebben.’ Ik voel mijn ademhaling versnellen. ‘Ik kan er wel voor zorgen dat ze thuis zijn.’ Zegt Irates. Ik hoor iemand weglopen en dan iemand lachen. ‘Vind je het meisje leuk?’ ‘Ze windt me wel op…’

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit hoofdstuk.



Details

0

12+

1145

254 (0)

Share