Foto bij 05

Shannon Elisa DeGray

We liggen samen in het net iets te kleine bed. Liam ligt al te snurken. Als ik was weggerend, had hij me toch wel ingehaald. Ik ga zachtjes rechtop zitten, maar het bed kraakt een beetje. Ik kijk geschrokken naar Liam die er blijkbaar niks van gemerkt heeft aangezien hij nog harder snurkt dan net. Ik zet mijn voeten op de vloer en duw mezelf langzaam omhoog. Ik loop zacht naar de voordeur. Nu komt het leukste, de krakende deur. Ik trek duw de klink naar beneden en trek deur zo langzaam als ik kan naar me toe. Hij piept een beetje, maar het valt mee. Ik loop naar buiten en voel de koude bladeren aan mijn blote voeten. Ik ren snel verder het bos in. Ik heb het ijskoud. Ik draag alleen maar een dunne pyjamabroek en een hemdje. Ik kijk in het rond. Ik weet niet welke kant ik op moet, maar ik ben bang dus ren uit paniek gewoon de hele tijd rechtdoor. Ik zie het licht van een zaklamp een beetje verderop op de bladeren schijnen. Zonder na te denken ren ik op de persoon af.
‘‘Help me, alsjeblieft’’ roep ik. Als ik dichterbij kom zie ik dat het een boswachter is. Goddank! Hij kijkt me verbaast aan en schijnt met de zaklamp in mijn gezicht.
‘‘Wat is er aan de hand?’’ vraagt hij.
‘‘Er is een-’’ ik word onderbroken door een harde knal. De boswachter valt op de grond neer. Ik kijk naar het bloed dat uit de schotwond in zijn hoofd kom. Ik ren snel verder, huilend en in paniek. Als snel word ik vastgegrepen.
‘‘Laat me los’’ gil ik. Een hand wordt op mijn mond gelegd. Als ik iets rustiger ben, word ik los gelaten. Ik draai me om.
‘‘Liam’’ fluister ik.
‘‘Kijk nou wat je gedaan hebt’’ zegt hij en hij wijst naar de boswachter die wat verder terug ligt.
‘‘Ik heb niks gedaan’’ fluister ik met een trillende stem. Hij kijkt me aan.
‘‘Jij moest weer zo moeilijk doen. Ik probeer je te redden van de jongens en dit is hoe je me bedankt’’ zegt hij boos.
‘‘Liam, je bent net zoals zij! Je hebt godverdomme die man vermoord!’’ schreeuw ik. Ik ben hartstikke bang, maar ergens weet ik dat hij me geen pijn zal doen. Hij haalt me niet voor niks weg bij de rest van de jongens.
‘‘Ik wilde het niet! Het is je eigen schuld’’ antwoord hij.
‘‘Breng me alsjeblieft naar huis’’ zeg ik zonder hem aan te kijken.
‘‘Vertrouw me alsjeblieft’’ zegt hij. Vertrouwen?! Hoe moet ik een moordenaar vertrouwen?!
‘‘Nee, breng me naar huis!’’ zeg ik met verheven stem.
‘‘Ik wilde je alleen maar beschermen’’ mompelt hij treurig.
‘‘Je bent gek, Liam!’’ zeg ik. Ik zie tranen in zijn ogen glinsteren. Ik weet dat hij het allemaal niet slecht bedoelt, maar volgens mij heeft de rest hem zo erg aangetast, dat hij niet meer normaal kan denken. Hij heeft die man vermoord zonder er ook maar iets bij te voelen.
‘‘Breng me gewoon naar huis’’ zeg ik, nu wat liever. Hij loopt terug naar zijn auto. Ik loop hem langzaam achterna. Ik kan nog steeds niet plaatsen wat er allemaal gebeurd is in deze korte tijd. Om eerlijk te zijn voel ik op dit moment ook niet zo veel. Ik heb net iemands dood gezien. Het gebeurde vlak voor mijn ogen, maar het enige waar ik aan kan denken is wat Niall tegen me zei. Hij had gelijk en ik wilde niet naar hem luisteren. Dan was Niall misschien degene geweest die me had meegenomen naar één of ander huisje. Dan had hij me beschermd van iedereen die ook maar iets probeerde te doen.

We komen aan bij het huis van mijn ouders. De lichten zijn aan. Meestal slapen ze allang rond deze tijd. Ik stap uit.
‘‘Zoek alsjeblieft iemand die je kan helpen. Ik weet dat je niet zo wil zijn. Doe het voor mij’’ zeg ik. Hij knikt. Wanneer ik de deur dicht sla, rijdt hij weg.
Ik loop naar de voordeur. Eindelijk thuis. Eindelijk af van al die freaks. Ik bel aan, maar krijg geen antwoord. Ze slapen dus waarschijnlijk toch. Ze zijn vergeten het licht uit te doen. Ik klim over het kleine hekje voor het huis en loop naar de achterkant van het huis. De achterdeur staat nog open. Ik loop naar binnen. Ik kom uit in de keuken. Ik zie een broodmes vol met bloed op de keukenvloer liggen. Er liggen wat spetters naast, alsof iemand hem op de grond heeft gegooid. In paniek ren ik de woonkamer in. Ik houd mijn adem in als ik allebei mijn ouders op de grond zie liggen in een grote vlek bloed. Nee. Nee, dit kan niet waar zijn. Ik val op mijn knieën naast mijn ouders neer. Ik voel hun polsen wetend dat ze niet meer leven. mijn moeder heeft een doorgesneden keel en mijn vader heeft een grote steekwond bij zijn hart. Ik kan het niet geloven. Ik barst in huilen uit. Ik houd mijn ouders handen stevig vast. Ik laat ze los en sta op. Hier zullen ze niet mee weg komen. Ik loop naar de telefoon en bel het alarmnummer.
‘‘Hallo, wat is uw noodgeval?’’ vraagt de vrouw aan de lijn.
‘‘Mijn ouders zijn vermoord’’ zeg ik met een koude blik en hang op. Ze moeten het maar vinden. Ik ren naar boven. Ik trek zwarte kleren aan. Ik pak een tas in met wat kleren. Ik loop naar beneden, terug naar de keuken. Ik pak geld uit een laatje waar mijn ouders altijd hun extra geld in verstopten. Ik pak ook wat eten uit de kastjes. Ik pak het broodmes van de keukenvloer. Ik maak hem schoon en stop hem ook in de tas. Ik pak de autosleutels van een haakje. Ik ren snel het huis uit, naar de auto. Ik gooi mijn tas op de achterbank en stap in. Ik rijd snel weg. Ze zullen voelen, hoe mijn ouders zich gevoeld hebben. Ze zullen boeten voor wat ze gedaan hebben. Voor alle meisjes die ze pijn gedaan hebben. Voor alles. Als ik hun was, zou ik maar oppassen.

Reacties (8)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen