Chapter 30

Door: maybo
Onderdeel van: Living the dream - George Weasley 16+
Laatst bijgewerkt: 4 jaar geleden
Geactiveerd op: 4 jaar geleden

Foto bij Chapter 30

breed | medium | small

Ik word alleen wakker op de bank. Ik sta op en loop naar de keuken om wat te eten te pakken. Ik loop terug naar de woonkamer met een boterham. ‘Mijn god!’ Ik laat het bord kapot vallen en kijk geschrokken naar Irates die nu op de bank zit. ‘Kan je niet even laten weten dat je er bent?!’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Je gaat nu toch geen brood eten?’ Ik kijk hem verward aan. ‘Natuurlijk wel, anders ga ik dood van de honger.’ Hij geeft me een lap rauw vlees. Ik kijk walgend van hem naar de lap vlees. ‘Mag ik het bakken?’ Vraag ik hoopvol. Hij schudt lachend zijn hoofd. ‘Dat ga ik echt niet rauw eten!’ ‘Dat ga jij wel!’ Ik sla mijn armen boos over elkaar. ‘Of anders?’ Hij staat op. ‘Of anders help ik je niet met de volle maan.’ Ik schreeuw geërgerd en pak dan het stuk vlees. ‘Eet en geniet.’ Ik kijk naar het vlees en ruik er aan. ‘Heb je dit zelf gedood?’ ‘Geen zorgen, het komt gewoon uit de winkel.’ Ik mompel wat en prik met mijn vinger in het vlees. ‘Eet je het zelf of moet ik het in je mond stoppen?’ Ik geef hem een geërgerde blik. ‘Waarom moet ik dit eigenlijk eten?’ ‘Dat merk je zo wel, eet het nou maar gewoon.’ Ik merk dat hij ongeduldig wordt. Ik breng het naar mijn mond en neem er een klein hapje van. Ik trek een vies gezicht en kauw langzaam op het stukje. ‘Nu doorslikken.’ Ik slik. ‘Goed zo, dat was toch niet zo erg.’ Ik geef hem de lap. ‘Ik ga de rest niet eten.’ Hij loopt naar de keuken en komt terug met een mes. ‘Jij eet de helft, ik eet de helft.’ Hij snijdt het stuk door midden en geeft mij de helft. ‘Ik wil die, die is kleiner.’ Ik pak zijn stuk en geef hem die van mij. Ik nam nog een hap. Het valt wel mee, maar dat ga ik hem niet zeggen.
‘Heb jij pijn als je verandert?’ Hij knikt. We zitten in een boom, alweer. ‘De pijn blijft altijd, maar als je fysiek en mentaal sterker bent, raak je niet bewusteloos door de pijn.’ ‘Ik heb twee keer gehad dat ik voor een deel bij bewustzijn was.’ Hij speelt wat met zijn toverstok. ‘Wanneer?’ ‘De eerste keer stond ik op het punt om mijn vriendje aan te vallen. Hij zei mijn naam en toen besefte op het wat ik aan het doen was en rende weg. De tweede keer, moest ik mijn vrienden beschermen.’ Hij kijkt op. ‘Jij komt bij bewustzijn door mensen om wie je geeft.’ Ik knik langzaam. ‘Dat kan zo zijn.’ Ik laat mijn hand over het kettinkje glijden. ‘Laten we een spel doen.’ Ik kijk Irates vragend aan. ‘Zoals?’ Hij grijnst. ‘Truth or dare.’ Ik bijt op mijn lip. ‘Ik weet niet of het idee van trut hor dare met jou mij aanstaat.’ ‘Kom op, vergeleken met de volle maan is dit niets.’ ‘Jij gebruikt de volle maan overal voor.’ Hij knikt. ‘Durf je nu niet?’ Ik trek mijn wenkbrauwen op. ‘Tuurlijk wel.’ ‘Je moet alle opdrachten uitvoeren, tenzij het iets is als steek jezelf neer.’ Ik maak een ‘balenbeweging’ en hij kijkt mij verontwaardigt aan. ‘Grap.’ Hij lacht even fake. ‘Sure. Ik begin.’ Ik knik. ‘Truth.’ ‘Wat voelde je toen je een paar dagen mijn gevoel overnam?’ ‘Dat weet je toch al? Het was jou gevoel.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik wil het uit jou mond horen.’ Ik zucht. ‘Ik werd opgewonden.’ Hij grijnst. ‘Truth or dare?’ ‘Truth.’ Ik denk lang na. ‘Heb jij emoties?’ ‘Ja.’ Zegt hij overdreven gekwetst. ‘Sorry.’ ‘Jaja, Jou beurt.’ Ik pak zijn hand vast. Niet om te flirten, maar zodat hij mij aankijkt. ‘Je haat me echt hè?’ Ik schud mijn hoofd. Hij legt zijn hand in mijn nek en ik kijk hem verward aan. ‘Spreek de waarheid. Ik weet het als je liegt.’ Ik knik. ‘Wat vind je van mij.’ Ik weet niet precies in wat voor zin hij dat bedoelt. Hij is zeker niet lelijk, maar hij is niet mijn type. ‘Ik weet het echt niet.’ ‘Hoe bedoel je?’ Ik zucht. ‘Ik wordt er gek van als je zo raar doet over mijn familie of mij en je kan soms enorm dominant zijn, maar je bent niet gemeen en ook niet lelijk, maar… GODVER laat maar.’ Ik schreeuw geërgerd. ‘Oke.’ Zegt Irates snel, voordat ik krankzinnig wordt. Ik haal mijn handen door mijn haren en leun met mijn hoofd tegen de boomstam. Ik staar een tijd voor me uit. ‘Zullen we terug gaan?’ Ik knik. Irates rolt opzij van de tak af en land op de grond. Ik zet me af en land boven op Irates. ‘Sorry, mijn reflexen zijn op het moment niet zo goed.’ Hij lacht en helpt mij overeind. We lopen terug naar het huisje en ik loop meteen de trap op om naar bed te gaan. ‘Ik zie je morgen.’ Ik draai me om. ‘Kan je niet nog een nacht blijven?’ Ik kijk hem wanhopig aan. ‘gewoon voor de veiligheid.’ Voeg ik er nog snel aan toe. ‘Waarom?’ ‘Omdat ik bang ben.’ Mompel ik zacht. Hij knikt en loopt de trap ook op. ‘Ik kom je wel beschermen.’ Zegt hij grijnzend. We gaan mijn kamer binnen en ik laat me op bed vallen. Irates leunt tegen de muur en ik zie dat hij zelf ook erg moe is. ‘Als je geen stomme dingen gaat doen, mag je erbij komen.’ Zucht ik dan. Hij trekt zijn schoenen en shirt uit en komt naast me liggen. Ik sluit mijn ogen en het laatste wat ik voel voor ik in slaap val, is een gespierde arm die om mijn middel geslagen wordt.

Ik wordt wakker van een wolven huil. Ik voel dat Irates zijn arm wat steviger om mij heen sluit. Ik laat hem liggen, omdat het veilig voelt. ‘Hoe laat is het?’ Fluister ik zacht. Irates trekt mij overeind. ‘We moeten gaan.’ Is het enige wat hij zegt. We lopen naar buiten. ‘Waar gaan we heen?’ ‘We verspreiden door het bos, zodat de menselijke weerwolven ons niet aan vallen tijdens de transformatie.’
Hij stopt met lopen en hurkt naast mij. ‘Blijf hier.’ Ik kijk hem zenuwachtig aan. ‘Ga je weg?’ Hij knikt. ‘Wat nou als ik mezelf niet ben?’ ‘Dan vallen de andere wolven je aan, zodat je onze roedel niets kan doen.’ Ik merk dat ik begin te shaken. ‘Wat een geruststelling.’ Hij lacht. ‘Tot straks.’ Ik knik en hij rent weg. Ik zet me schrap wanneer ik de volle maan achter de wolken vandaan zie komen.

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit hoofdstuk.



Details

32 (0 | 0)

12+

1112

297 (0)

Share