Foto bij [67] Christmas

Pov. Darius Zy
De dagen op Thule regen zich aan een met een regelmaat die verbluffend was. De hele dag door waren we bezig met de capall, draken en de eindeloze natuur. Het werk was afwisselend en bevredigend. Tot onze vreugde won Zero iets van de onschuld terug die hij verloren had. En als ik nu een rondtocht over het eiland maakte of richting de broedbergen reisde ging hij met me mee. Schuldig als dat ik me nog altijd voelde over z'n merrie, Ivy, schonk ik hem Ter'r. Hij had een goede band met de hengst opgebouwd en in het voorjaar konden we zijn eerste veulens verwachtten. En zo was de lente overgegaan in de zomer tot ook die het einde naderde.

De laatste draak met goederen was die nacht geland. De najaar stormen maakte het voor de draken moeilijk om boven de open zee te vliegen.
Zero was druk bezig om de goederen te bergen met Beau, ik mocht dus in me eentje de capall binnen halen.
'Ik zal je helpen.' weerklonk Zero's stem vanaf het hek. Blijkbaar was hij al klaar. Z'n blonde haar was nu zo lang dat hij het net als een meisje in een knot droeg. En eerlijk gezegd, het stond hem heel erg goed. Z'n gezicht was iets hoekiger geworden en z'n vriendelijke bruine ogen hadden lang geleden al plaats gemaakt voor een veel donkerder paar, dicht tegen het randje van zwart aan. Iets dat een hevig contrast vormde met het blonde haar.
Maar ook dit misstond hem niet. Lenig klom hij over het hek, over z'n schouder bungelde een halster met touw.
Samen brachten we de drachtige merries binnen. Er waren ook nog enkele dieren die niet ongeschonden uit de oorlog gekomen waren en daar nog steeds de gevolgen van voelden. Maar Zero had de zorg van die dieren op zich genomen en ze gingen langzaam vooruit. Toen de laatste dieren binnen stonden draaide Zero zich naar me toe, me zorgvuldig opnemend met de donkere ogen. 'Er waren wat brieven meegekomen met Leotrodos. Ik heb de mijne al verbrand maar voor jou is er een hele stapel bij.' langzaam draaide hij zich om en begon naar het huis te lopen, automatisch volgde ik hem. Zover wij wisten verbrandde hij alle brieven ongelezen, het deed Damon, en nog meer mensen, veel verdriet dat hij zich zo gedroeg.
Ons huisje was lekker warm door de kachel die we bu bijna dagelijks aan hadden staan. Zero verdween in de keuken en kwam na een paar seconden terug met een stapel brieven die hij me zwijgend aangaf en daarna weer in de keuken verdween.
Door de post bladerend liep ik door naar de woonkamer en nestelde me in m'n favoriete stoel.
Er zaten niet echt brieven bij die van belang waren, de vraag of we Kerstmis thuis kwamen vieren kwam meerdere keren langs dus ik besloot het de anderen voor te leggen als we zaten te eten. Zero hield een boel van koken, het was een van de momenten waarop hij weer heel gewoontjes was, soms zong hij zelfs als hij in een uitstekende bui was. Zo ook vandaag, de woorden klonken als spreuken maar ik besefte al snel dat het z'n moedertaal was.
Beau kwam ook binnen, trok z'n schoenen uit bij de deur en kwam toen bij me in de woonkamer zitten.
Z'n goede oog keek even naar de brieven. 'Ze willen dat we met Kerst komen of niet?' ik knikte, we kenden elkaar zo goed dat ik hem niet eens hoefde te vragen of hij het wou, z'n gezicht zei al genoeg.
'Ik vraag Zero wel wat hij ervan vindt.' hij glimlachte, klopte me op m'n knie en ging naar Zero in de keuken.
Blijkbaar duurde het gesprek niet zo lang, na een paar minuutjes kwam hij weer terug. 'Hij vindt het prima.'
'Mooi, ik wil iedereen eigenlijk wel weer zien.' 'Ik ook, ik ga nog even gauw douchen voor het eten.' soepel stond hij op.
Doirrean sprong op m'n schoot en gaapte, het roze tongetje krulde op een grappige manier om. Ze zei niets maar haar Geest raakte de mijne vluchtig aan. De tevredenheid pulseerde als iets tastbaars door haar Geest heen.

De overgebleven twee maanden voor onze overtocht waren zwaarder dan ooit. De sneeuwval was zo heftig geweest dat en deel van het achterste stallenblok het begaf en alle hengsten ergens anders ondergebracht moesten worden. Zero brak z'n been tijdens het ruimen van het puin, door het weinige bloed dat we tot onze beschikking hadden duurde het twee weken eer hij zonder mank te lopen zich kon voortbewegen. En zo brak begin december aan en waren wij onderweg naar Engeland.
We hadden alle drie ons eigen capall bij dus zodra we landden laadde we de koffers op de vierde capall en reden we naar het landgoed Nightshade toe.
Ook hier lag overal sneeuw, wel veel minder als dat er op Thule was gevallen.

De gezellige warme lichten achter de ramen van het hoofdgebouw leken ons te verwelkomen en ons te lokken. Maar voor we naar binnen gingen stopten we bij de manege en wreven de zwetende paarden droog, Zero erop stond dat ze een dikke deken kregen.
We wouden al aankloppen toen Beau Zero terug riep. Zorgzaam als een moeder trok hij de mantel recht van de blonde jongen en streek hij z'n haar plat. Raarder vond ik het dat Zero het toeliet dat Beau zo aan hem zat, hij waardeerde het niet als je hem wou aanraken.

Pov. Damon Salvatore

De bel ging, te lui om op te staan stond Albus maar op om open te doen. Het slot klikte, de deur zwaaide open en de verdomde jongen slaakte zo'n kreet dat ik hete thee over m'n been goot. Vloekend sprong ik overeind en schoot naar m'n kamer om de broek gauw uit te trekken. 'De jongens zijn er!' riep Bonny opgewonden, er waren wat lokken van haar blonde vlecht ontsnapt die nu vrolijk rond haar gezicht krulden. 'Kom snel dan!' zei ik al even opgewonden. Zero zou na bijna negen maanden weer terug zijn en volgens Darius' brieven was hij een beetje bij gedraaid.
Het hele gezelschap stond nog bij de deur in de hal. Darius stak er met kop en schouders zowat bovenuit, het bruine haar had hij weggestopt onder een wollen muts maar z'n hele lichaam straalde kracht uit. Vlak achter hem stond een blonde gedaante die zich omdraaide toen Bonita en ik de trap af liepen. Het was Zero maar hij leek net een vreemde. Z'n eens zo vriendelijke ogen waren zwart, en z'n haar had hij in een hoge staart naar achteren gebonden, enkele plukken hingen langs z'n gezicht. Hij was nog nooit zo mooi en tegelijk gevaarlijk geweest. Niemand durfde hem te benaderen en Beau hield een hand op z'n schouder, alsof hij er anders vandoor ging.
Onze ogen hielden elkaar gevangen tot hij een stap m'n richting op deed. Darius was ondertussen met de rest naar de woonkamer gegaan en Bonita had me na een bemoedigend kneepje alleen gelaten. Alleen Beau, Zero en ik waren nog in de hal. Zero bewoog niet meer en keek twijfelend naar Beau die bemoedigend knikte en hem een zetje gaf waarna hij ook de woonkamer in ging. Nu waren we alleen. 'Zero...' ik riep hem met de restjes van onze Band. Bijna onwillig liep hij dichter naar me toe, binnen armafstand stond hij stil. Ik kon me niet langer beheersen en wikkelde m'n armen om hem heen. Het geluidje dat hij maakte zat tussen een snik en een grom in, zachtjes tegen stribbelend probeerde hij zich uit m'n greep te ontworstelen, alsof hij lichamelijke contact ontwend was.
'Heel even maar Zero, ik wil je lichaam voelen nu ik niet meer weet hoe je je voelt.' eindelijk zuchtte hij en ontspande.
'Arraso.' hij verviel in z'n moedertaal, maar ik vroeg hem niet naar een vertaling.
Ik snoof genietend z'n lichaamsgeur op, de geur was zo specifiek dat het niet met woorden te omschrijven was.
De gevoelens die ik voor Bonita koesterden waren net zo sterk als de gevoelens tegenover Zero, zij het hele andere gevoelens waren. Voor Zero waren het meer een vaderlijke, beschermende genegenheid terwijl ik voor Bonny diep wortelende passie voelde.

Toen Zero ditmaal met meer kracht achteruit stapte liet ik hem los. Ergens had ik wel verwacht dat de genegenheid die ik voelde op de één of andere manier wel beantwoord werd maar hij keek me niet aan en rende nog net niet achter Beau aan de huiskamer in.

Pov. Beau Grigot
Lily keek een beetje stuurs toen Zero zich tussen ons in liet zakken. Hij gaapte z'n scherpe hoektanden bloot en leunde lichtjes tegen me aan. Teder keek ik toe terwijl hij z'n haar uit z'n gezicht duwde en het weer vastbond. Damon had hem tenminste niet zichtbaar overstuur gemaakt, al was hij wel een beetje van slag van de drukte. Hazel wierp hem af en toe onderzoekende blikken toe.
'Wil je wat te drinken Zero?' vroeg ze ineens, Darius draaide z'n gezicht in onze richting, in afwachting wat Zero zou doen. Het had heel erg lang geduurd voor wij hem rechtstreeks konden aanspreken.
'Graag, Hazel.' was het enige dat hij zei. Scorpius en James begonnen ons te ondervragen over Thule en de capall. Toen we de capall noemden ontstond er een gespannen sfeer, iedereen wist ondertussen hoe Zero gereageerd had toen hij na Aphrodite ook Ivy verloren had. Hij balde z'n vuist gespannen. Bijna automatisch legde ik m'n hand over de zijne, hij ontspande onmiddellijk en zipte aan z'n hete chocolademelk.
Toen Zero zichtbaar moe was stuurde ik hem naar boven, onmiddellijk werd hij het onderwerp der gesprekken.
'Wanneer is z'n uiterlijk zo verandert?' wilde Albus weten. Darius haalde z'n schouders op. 'Geen idee. Het is gewoon zo gebeurt.' hij zweeg even en liet z'n ogen langs de aanwezigen glijden. 'Hij zal nooit meer de oude Zero worden die hij eens was. Het enige dat zijn aandacht nog kriigt zijn de capall en Doirrean.'
'Hij is stug geworden, maar hoe is hij om mee samen te leven, moeten jullie niet de hele tijd op je tenen lopen om een botsing te ontlopen?' ik lachte.
'Het valt wel mee Harry, hij is nu gewoon uit z'n doen. Eigenlijk is hij best makkelijk om mee te leven... Hij houdt van koken dus we hebben elke avond een warme maaltijd en met zijn kennis van paarden is hij ook nog behoorlijk nuttig. En soms als het koud is in de nacht dan kruipt hij bij één van ons in bed. Geen idee waar hij die gewoonte vandaan heeft maar de eerste keer schrok ik me dood toen ik wakker werd.'
Lachend werd hierna een luchtiger onderwerp aangesneden en lieten we het onderwerp, Zero, met rust.

Pov. Zero Kiryu
Ik besloot eerst maar eens een lekker warm bad te nemen voor ik ging slapen. In de badkamer trok ik het elastiekje weer uit m'n haar en schudde de lange haren los. Morgen zou ik naar de stad gaan en nog wat boeken kopen. Wat het onderwerp was maakte me niet eens zoveel uit, als ik maar wat leesvoer had.
Met die gedachte stapte ik het warme water in.

Pov. Beau Grigot
Toen ik de volgende ochtend wakker werd rook en voelde ik Zero eerder dan dat ik hem zag. Opgerolt lag hij tegen me aan met en arm losjes rond m'n heupen. Z'n blonde haar lag uiteen gespreid rond z'n gezicht, de donkere wimpers rustte op de zachte bleke huid en z'n wangen werden gekleurd door een warm blosje. In gedachten vloekend kreeg ik de nijging hem van me af te duwen. Ooit, het leek eeuwen geleden maar in werkelijkheid was het pas een aantal jaar, had ik me ook afgevraagd of ik me tot een man aangetrokken voelde. En nu Zero zich zowat aan me opdrong vroeg ik het me weer af. Ja, ik kon m'n ogen -correctie, oog- niet van hem afhouden. Ja, ik droomde over hem. Ja, ik vond hem prachtig. Een perfect wezen. Dus of ik me tot hem aangetrokken voelde, het antwoord was zo simpel maar zo moeilijk om het aan mezelf toe te geven... Ik was tot hem aangetrokken. En behoorlijk ook, misschien was ik zelfs al wel verliefd aan het worden, het zou zo makkelijk zijn.

Zo stil mogelijk om hem niet te wekken stapte ik het bed uit. Beneden hoorde ik al wat geluiden van leven en stiekem had ik heel veel zin in een lekker bakje koffie.
Damon zat aan de keukentafel door een krant te bladeren maar hij keek op toen ik naar binnen liep, het koffieapparaat aanzette en tegenover hem op een stoel plofte.
'Waar is Zero? Hij was niet in z'n kamer vanochtend...' z'n gezicht was ondoorgrondelijk dus wat hij dacht wist ik niet maar veel goeds kon het niet zijn. 'In m'n bed, ik denk dat hij het koud had.'
'Ja, en nu was het weer koud.' Zero verscheen in de keuken en kwam naast me zitten.
Hij gaapte en haalde een hand door z'n haar.
'Wil je koffie?' vroeg ik hem en stond gauw op. 'Graag. Oh en Beau, wil je mee naar de stad? Want anders ga ik alleen.'
Nadenkend schonk ik de koffie in twee mokken en zette die op tafel. 'Ik denk dat ik dat wel wil.' ik knikte nogmaals. Ja, dan had ik hem voor mezelf, en zeker nu hij in een goede bui bleek te zijn.
'Gezellig.' plotseling glimlachte hij, z'n ogen schitterden. Met heel veel moeite scheurde ik m'n blik van hem los, het was de eerste keer dat hij zo naar me keek gewoonlijk waren die lachjes alleen voor Ter'r of Doirrean. Ook Damon leek een beetje ontdaan.
Nog met de mok koffie in z'n handen liep hij rustig naar een zitkamer toe.

Pov. Lily Wemel
Zero kwam de kamer in waar ik zat en trok z'n benen op, het was zo niet eerlijk! Hoe kon een man mooier zijn dan een vrouw? Vol afgunst gluurde ik over de laptop naar hem. Doirrean sprong naast hem op de bank en nestelde zich op z'n schoot.
Zachtjes mompelde hij iets tegen de kat en aaide haar. Toen hij z'n beker leeg had tilde hij Doirrean op een arm en droeg haar mee door het huis. Grrr. Hij had Beau van me af gepakt, de aandacht die anders voor mij geweest zou zijn ging nu helemaal naar dat blonde ding. Chagrijnig klapte ik de laptop dicht, ik had dringend wat meidenadvies nodig!

Pov. Zero Kiryu
Na een lekkere kop koffie trok ik dikkere kleren aan om een stuk te gaan rijden met Ter'r. De hengst kon gewoon niet de hele dag op stal staan. Darius zat ook in de keuken toen ik weer naar beneden kwam. 'Zet je wel m'n muts op Zero? Anders krijg ik van Beau op m'n donder omdat ik je zo naar buiten laat gaan.'
Gniffelend knikte ik, het verraste hem duidelijk. 'Bij de kapstok?' riep ik over m'n schouder terwijl ik al door liep. Het antwoord kwam sneller als verwacht, de wollen muts hing gewoon op een haakje.

De sneeuw knerpte onder m'n schoenen en m'n adem maakte wolkjes in de lucht. Ik snoof de koude december lucht diep in. 'Een mooie dag om te gaan rijden.'
Bij de stallen werd ik begroet door en schril gehinnik en ongeduldig gebonk tegen de deur. 'Ja ja, ik kom al jochie.' veel tijd besteedde ik niet aan borstelen, hij wou toch niet stil blijven staan.
En buiten aangekomen gooide hij z'n hoofd achterover en krulde z'n lippen om in een triomfantelijke grijns. Hij wou rennen, zo hard als hij kon, en dus drukte ik m'n hakken aan en slaakte een opgetogen kreet toen de spierbundel zich onder me aanspande en in volle galop naar voren sprong.

Pov. Damon Salvatore
Ik stond vanuit de keuken naar Zero te kijken. De blauwgrijze hengst galoppeerde harder als dat ik een paard ooit had zien doen, en op de hoge rug lag plat over z'n nek gebogen Zero. Darius kwam naast me staan. 'Geef hem tijd Damon, hij weet nu zelf niet eens wat hij voelt.' toen ik naar de jongen opzij keek leek het bijna alsof March weer leefde en ik m'n beste vriend terug had.
'Denk je?' hij knikte. 'Ik weet het zeker, Beau doet hem goed. Ik denk dat er meer tussen hen speelt als dat ze zelf weten. Eerst was ik jaloers op ze maar nu ben ik er alleen maar blij om. Hij is mischien wel de enige die de jongen nu nog blij kan maken, zelfs nu is hij nog ongemakkelijk bij me... Misschien wel omdat hij niets meer dan een "slaaf" was voor me in het begin.'
Buiten had Zero het paard terug gehaald tot hij weer stapte, in grote cirkels rond de grote boom in de tuin.

'Ik kan je alleen nog maar aanraden afstand te nemen zodat hij uit zichzelf naar je toe komt, hij waardeert het erg weinig als je hem aanraakt. De enige die dat kan is wederom: Beau.' na dat gezegd te hebben liep hij weg.
Ik bleef nog even kijken maar hij verdween al snel in een ontspannen draf in het bos.

Pov. Beau Grigot

Zero kon wat mij betreft maar niet snel genoeg terug komen uit het bos, een middagje naar de stad leek me wel weer een leuk. Van Bonita mocht ik de jeep pakken dus die parkeerde ik alvast naast de deur. Maar tegen de tijd dat Zero terug kwam was het al bijna twee uur. Snel wreef hij Ter'r droog en trok hij zelf iets anders aan.
'Ik ben klaar!' hij trok de wollen muts van Darius recht en knikte. 'Nou dan gaan we.'

Onderweg zwegen we beiden maar het was geen ongemakkelijke stilte. Edinburgh was prachtig, sneeuw, kerstbomen overal en een afwachtende sfeer. Toen Zero naast me kwam lopen op de stoep leek hij bijna de oude te zijn, z'n ogen twinkelende en er speelde een glimlachje rond z'n lippen.
'Ik neem aan dat je boeken wilt hebben?' vroeg ik hem. Hij rolde met z'n ogen en trok de muts recht. 'Tuurlijk! En kerstcadeaus kunnen ook wel handig zijn!'
Metaal gaf ik mezelf een klap tegen m'n voorhoofd. 'Natuurlijk! Wat zou Darius willen hebben?'
Hij grinnikte en haalde z'n schouders op. 'Eerlijk gezegd heb ik géén idee.'
Ineens stond hij stil bij en etalage. 'Boeken.' verklaarde hij simpel. Ik liep achter hem aan de warme winkel binnen en keek toe hoe hij de rekken afspeurde en de stapel boeken in z'n armen groeide. Een stel meisjes stonden een rek verderop naar hem te gluren. Ze probeerden met hem te flirten maar hij had hen niet opgemerkt. 'Zero? Zijn dat er niet genoeg?' vragend keek hij naar me op en duwde de stapel in m'n armen. 'Nope... Ik moet wat te lezen hebben op Thule.'
De verkoper keek nieuwsgierig op. 'Zijn jullie twee niet van Nightshade?' Zero bekeek de man geruime tijd voor hij antwoorde. 'Ja, dat waren we... De groep is opgeheven.'
De oude man kwam naar ons toe gelopen. 'M'n zoon had op K'hamao gediend.' het wrede lot dat de gehele bemanning van de draak te grazen had genomen was algemeen bekend.
'Zero boog z'n hoofd. 'Dan betuig ik u m'n medeleven met uw verlies. Uw zoon heeft het land een grote dienst bewezen met z'n offer.'
De oude man klopte hem op z'n schouder, Zero verstijfde onmiddellijk. 'Mag ik jullie namen weten?' 'Ik ben Beau Grigot en dit is Zero Kiryu.' de man knikte. 'Ook jullie hebben zwaar verlies geleden jongens, in jullie lange onsterfelijke leven zullen jullie dit met jullie meedragen. Het is misschien wel erger dan daar te sterven. Nu weet ik er niet zo veel van maar ik heb de beelden op tv gezien...'
Wazig staarde hij in de verte. 'Afijn, als jullie me zeggen hoe ik jullie boeken kan sturen dan wil ik elke maand de nieuwste boeken naar jullie zenden.' aangezien Zero zich terug getrokken had liep ik achter de man aan naar de balie, legde de stapel boeken neer en legde hem alles uit wat hij moest weten.
De meisjes waren opgehouden met hun pogingen Zero's aandacht te krijgen en staarden alleen nog maar.
Ik wachtte bij de kassa tot Zero naar me toe kwam met nog meer boeken. Z'n gezicht was onleesbaar terwijl hij betaalde en en lichte buiging voor de man maakte.

'Laten we eerst de boeken in de auto leggen, ik was niet van plan om er de hele dag mee rond te sjouwen.' mompelde ik tegen hem toen we weer buiten in de sneeuw stonden.
'Goed idee. Gelukkig staat de auto niet zo ver weg.'
We hadden nog maar net de boeken gedumpt toen ik ineens uitgleed en plat op m'n kont belandde. Eventjes keek Zero verbijsterd op me neer maar begon toen zo hard te lachen dat de tranen over z'n wangen liepen en hij zich aan een lantaarnpaal overeind moest houden. Z'n lach werkte zo aanstekelijk dat ik wel mee moest lachen, zij het iets schaapachtig. 'Oh m'n buik! M'n buik.' giechelde hij. Het duurde daarna nog een hele poos voor hij kon ophouden met lachen, elke keer dat hij me aankeek begon hij weer te giechelen. Het was lang geleden dat hij zo vrolijk was en ik genoot er enorm van.

We besloten samen ons avondmaal in de stad te nuttigen, geen van beiden voelde er veel voor om naar huis te gaan.
We eindigden in een romantisch verlicht park. Zero plofte neer op een schommel. 'Het is een mooie avond.' zuchtte hij en keek naar me op. Z'n ogen waren zo mooi en schitterende zo uitnodigend, z'n lippen beschreven perfecte roze boogjes en z'n wangen waren rood van de kou. Voorzichtig, om hem niet af te schrikken, liet ik me voor hem op m'n hurken zakken. Nog steeds langzaam stak ik m'n hand uit en legde die op z'n wang, alsof hij wist wat ik ging doen sloot hij z'n ogen en duwde hij z'n wang wat dichter tegen m'n hand aan.
Ik boog me naar voren en drukte m'n lippen zachtjes op de zijne, onze lippen gleden zachtjes en onderzoekend langs elkaar. Langzaamaan voelde ik m'n wilskracht weg zakken en wou ik die heerlijk zachte lippen meer voelen, ik verdiepte de kus en liet m'n tong z'n mond verkennen. Vaag verwonderde ik me er over dat hij precies zo reageerde op mij.

Toen we de kus afbraken glimlachte Zero, de kuiltjes glimlach die zo ongelofelijk schattig was. We zeiden geen woord, het leek overbodig en zinloos om nu iets te zeggen, ik pakte z'n hand en verstrengelde onze vingers. Zijn hand was zo veel kleiner dan de mijne en het paste perfect.

In de garage sloeg ik m'n arm rond z'n middel, trok met m'n andere hand de muts van z'n hoofd, en zoende hem nogmaals
M'n vingers vlochten zich in de blonde lokken en trok hem dichter tegen me aan. Z'n hand lag op m'n borst en trok me dichter naar hem toe. Ineens kreunde hij zachtjes, het geluid verraste me. Ik boog iets naar achteren en drukte een kusje op z'n lippen. 'Laten we naar binnen gaan kitty.'
'Kitty? Waarom nu weer Kitty?' hij rimpelde z'n neus en gluurde naar me vanuit z'n ooghoeken. 'Omdat je op een kat lijkt, en je bent net zo schattig.'
'YAH!' schreeuwde hij en sloeg me op m'n arm. 'Ik ben niet schattig!'
Lachend trok ik m'n jas uit en hing die op. 'Dat ben je wel, leg je er nou maar bij neer.'
Ik hielp hem z'n jas uit te trekken, en hing die naast de mijne op. 'Ga maar een lekker warm bad nemen.' hij knikte. 'Goed idee.'
Snel rende hij de trap op en verdween uit zicht.

Reacties (1)

  • Allysae

    zo lang x.x
    e veel om te onthouden

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen