Foto bij [68] Not Again

Pov. Zero Kiryu
Ik was eerst in m`n eigen bed gaan liggen maar na een poosje stond ik op en sloop naar Beau`s kamer. Hij lag op z`n buik te gamen op de laptop. Zonder iets te zeggen kroop ik naast hem op het bed. Hij had z`n ooglapje af. Alle kleur was uit z`n oog weg, het was nu alleen nog melkwit, ik was er al niet echt bang meer voor. In mijn ogen was hij vrijwel perfect.
‘Kon je niet slapen?’ ik schudde m`n hoofd en sloeg een arm rond z`n middel.
‘Ik sta morgen vroeg op. Ik hoorde dat er een capall rondliep in de bossen bij de zee. Ik ga kijken of ik hem kan vangen.’
Hij grinnikte en maakte m`n haar in de war, het oorlog spelletje eiste zijn aandacht compleet op.

Pov. Darius Zy
Zodra je voet zette in dit huis werd je overspoeld met herinneringen en dringende zaken die nooit de gewone bevolking bereikte. En hoewel Nightshade ontbonden was deed het Ministerie nog steeds zo nu en dan een beroep op ons. Ron en Hermelien zaten op dat moment in de werkkamer met de rest van de groep. Ze hadden me nu pas geroepen al had ik zeer duidelijk gemaakt dat ik niets meer met oorlog, missie`s of andere nare traumatische te maken wou hebben. En toch, zoals ik al jaren deed, opende ik de deur. Mijn vaste plek, naast de lege stoel van m`n vader was ook vrijgehouden.
‘Ah je bent er eindelijk.’ Hermelien keek op, het brilletje op haar neus liet haar strenger lijken dan dat ze werkelijk was. Haar haren waren al bijna helemaal grijs maar het stond haar goed. ‘Komen Beau en Zero niet?’ ik haalde m`n schouders op.
‘Volgens mij zijn ze aan het gamen op Beau`s kamer.’
Kress stond op en liep naar de deur, hij zou ze wel roepen zei hij. En een paar minuten nadat hij hen geroepen had kwamen ze binnen. Zero`s haar hing los en Beau had geen ooglapje op. Maar ze straalden iets uit, iets wat de aandacht ving van iedereen in de kamer maar er was niemand die er naar vroeg.

‘Goed, wat is er aan de hand?’ Zero ging zitten en liet zich bloed inschenken door Beau. Hermelien schraapte haar keel en schikte de stapel documenten en brieven voor zich. ‘Nou, het schijnt dat de weerwolven een rare bewegingen maken en het aantal is sterk gegroeid sinds de Demonen oorlog.’ Beau was met Zero bezig en zat dus overduidelijk niet te luisteren maar de blonde jongen reageerde wel.
‘Dus? Wat hebben wij ermee te maken? Nightshade is ontbonden. Ik weiger om jullie te helpen.’
Hermelien zuchtte. ‘Dat weet ik wel maar we hebben jullie onsterfelijke echt heel erg nodig. Wij kunnen niet tegen deze wezens vechten, ze zouden ons massaal afslachten.’
‘Je kunt ons niet dwingen Hermelien. Wij zijn onafhankelijk, plus jullie hadden beloofd ons nu met rust te laten en zelf de problemen van de wereld op te lossen. Ik ben het met Zero eens. Ik wìl niet meer vechten.’ Hij sloeg z`n armen over elkaar.
‘Dat kan wel zo zijn maar dit gaat jullie ook aan.’ Voegde Harry toe.
‘Nee, dat gaat het niet. Ik weet wel hoe dit gaat: we zeggen ja en dan komen jullie de volgende keer ook meteen aanrennen.’ Zero klonk kwaad en de zwarte ogen waren donkerder dan gewoonlijk.

‘Ik ben al eens alles kwijtgeraakt doordat we iemands anders shit mochten opruimen. Ik doe dat niet nog eens. Of gaan jullie dan weer een maand wachten voor jullie me vertellen dat Ter’r ook dood is?’ ongeduldig stond hij op en sloeg met een vlakke hand op de tafel terwijl hij steeds harder ging praten.
‘Of gaan jullie nu ook nog zeggen dat Ichiru hierachter zit en me alsnog komt vermoorden.’ Die naam had ik nooit eerder gehoord maar Damon leek duidelijk ontregeld te zijn.
‘Dat weten we niet Zero, maar helaas is het best mogelijk dat hij in de organisatie betrokken is gezien ze allemaal richting Azië trekken.’ Zero was akelig bleek geworden, z`n knokkels waren helemaal wit geworden door de kracht die hij erop zette.
‘Zeg niet zulke dingen, je weet het niet.’ De woorden klonken zacht maar er was duidelijk iets in de geschiedenis dat erg pijnlijk was voor hem.
‘Wie is Ichiru?’ Kress sprak pas voor het eerst tijdens de bijeenkomst. Zero ging zitten en boog z`n hoofd.
‘Mijn tweelingbroer,’ Tweelingbroer. ‘we komen uit een vampierjagers familie, en toen hij erachter kwam wat ik geworden was zwoor hij mij en Damon op te jagen en ons te vermoorden. Vroeger hebben we wel wat aanvaringen gehad maar de laatste jaren heeft hij zich rustig gehouden.’
Een moordlustige tweelingbroer? Vampierjagers familie?
‘Lijkt hij precies op jou?’ wou Draco weten. Zero knikte. ‘Ja. Al is hij iets groter en gespierder dan ik.’
Hij zuchtte diep en keek even naar Beau. ‘Ichiru zal nu wel ergens in China zijn…’ er weerklonk een sprankje verlangen in zijn stem door.
‘Maar,’ vervolgde hij ‘er is nog niet bewezen dat hij er ook maar iets mee te maken heeft. En tot die tijd, laat mij er buiten. Ik wil er niet meer bij horen.’ Kordaat stond hij op en maakte en stijve buiging en verdween.

Pov. Beau Grigot
Er liep dus nog een Zero rond op deze wereld… Verrassend.
‘Ik wil er ook niets mee te maken hebben.’ Mompelde Darius. ‘Ik bedoel, Zero heeft gelijk. Wij zijn geen team meer. En er is niemand die nog meer mensen kwijt wil raken. Het spijt me Hermelien. Maar jullie staan er alleen voor deze keer.’ Toen hij opstond volgde Kress ook. De enige onsterfelijke leden van Nightshade waren Damon, Bonny en ik.
‘Wat denk jij ervan Beau?’ ik haalde m`n schouders op. ‘Eerlijk? Ik heb geen idee. Zero heeft gelijk. We zijn allemaal moe en getraumatiseerd door de afgelopen jaren, we willen geen herhalingen meer. Wie moeten we anders straks begraven? Of blijft er überhaupt wel iets over om te begraven? Aphrodite konden we niet begraven… March hebben we begraven. Zero is heel lang ontregeld geweest. En Beryl en ik zijn verminkt voor de rest van ons lange leven.
Voor er echte documenten zijn en niet alleen speculaties doe ik simpelweg niet mee.’
Ik stond ook op. Het idee van nog meer vechten stond me niet aan. Want wie was de volgende? Zero? Darius? De twee personen van wie ik het meest hield.
Nee, zolang de weerwolfpopulatie geen zichtbaar probleem leverde zag ik geen reden om onze levens op de weegschaal te stellen.

Zero stond in de kamer met een dikke jas en een wollen muts op. ‘Ik ga een stukje rijden.’ voor ik hem kon stoppen liep hij de kamer uit, hij had even tijd voor zichzelf nodig. Misschien zou het handig zijn als ik toch naar de rest van het verhaal zou luisteren. En dus ging ik weer naar de werkkamer. ‘Je bent terug.’ Hermelien glimlachte naar me.
‘Ja, Zero is gaan rijden en het is wel nuttig als ik de rest van het verhaal hoor.’
‘Is hij nu nog gaan rijden?’ ik haalde m`n schouders op en schonk mezelf nog een glas in. ‘Ja, dat doet hij op Thule ook altijd als hij wat tijd voor zichzelf wil hebben. Dan blijft hij gerust een hele dag weg en als hij terug komt heeft hij altijd gejaagd of heeft hij een interessant iets ontdekt. Hij vindt het heerlijk daar.’
Damon trok een moeilijk gezicht waar Bonita om moest lachen. ‘Hij trekt wel bij, geef hem de tijd.’

Pov. Zero Kiryu
Ter`r schraapte met z`n hoeven door de sneeuw, onze adem maakte wolkjes in de lucht die bleven hangen door de windstilte. We hadden sporen gevonden van een beer die op dat moment aan het volgen waren. Ter`r krulde z`n bovenlip om en schudde met z`n manen. ik drukte m`n hakken aan en liet hem langs het spoor draven tot de geur sterker werd. Geen idee waarom de beer wakker was en niet in een winterslaap was maar het had vast te maken met het capall karkas die ik eerder deze nacht gevonden had.
Het oosten begon al een beetje lichter te kleuren toen ik vanuit het niets oog in oog met een reusachtig beest stond. De beer richtte zich op z`n achterpoten op en brulde. Ter`r stoof geschrokken hinnikend achteruit en wierp me daardoor bijna af. De hengst gooide z`n hoofd achterover en ontblote z`n tanden. Nooit had ik er over nagedacht wat ik zou doen als ik de beer dan eindelijk tegen zou komen. Ik was ongewapend…

Veel tijd om na te denken had ik niet, de beer haalde met een immense klauw naar me uit. Ter`r danste naar achteren en beet naar de beer die meteen vastbeet in de onbeschermde schouder van het paard. Het gegil dat het paard voortbracht was ondragelijk en de beer smeet de hengst tegen de grond waardoor ik tegen een boom knalde. Het bloed spatte uit het gapende gat in de schouder, pezen en een lapvlees bungelde los. Hat paard deed een paar pogingen om overeind te komen maar dat was niet zo makkelijk.
‘TER`R!’ schreeuwde ik en krabbelde overeind. De beer draaide zich om, rees op z`n achterpoten en grauwde. De bruine snuit gekleurd met rood.
Hij was snel maar ik was net iets sneller met buiten zijn bereik te komen. De klauw maaide zinloos door de lucht. Terwijl dat ik m`n armen om de beer heen sloeg, m`n tanden in z`n keel zette en het leven uit hem begon te knijpen. Ik bedoel: ik was nog steeds een vampier, sterker dan een beest. De klauwen scheurden de jas aan flarden en boorden zich in m`n blote rug. Ik dacht dat ik flauw zo vallen van de pijn maar de beer gaf het als eerste op. Het vampiergif dat in hem gepompt was deed z`n werk en verlamde hem zoals het met elk dier zou doen. Zodra ik zeker wist dat hij niets meer zou doen rende ik naar ter`r.
Het paard lag plat op de grond, z`n ogen groot met randen wit er omheen. Hij was in shock maar met wat sjorren en trekken kreeg ik hem overeind.
Ik was me er maar al te van bewust dat het een heel end was tot we in de bewoonde wereld kwamen. Beiden hinkend begon ik hem achter me aan te door de sneeuw te trekken.

Vermoeid gaf ik het paard een flinke zet en struikelde. Ik bleef even zo zitten, op m`n knieën. Ter`r stond iets verderop, zijn blauwgrijze vacht was doordrenkt met bloed, hij trilde over z`n hele lichaam. Ik had het geluk dat ik tenminste nog een slok bloed op had voor ik gewond raakte dus de ondiepere sneden waren opgehouden met bloeden. Ter`r snoof en wou door z`n benen zakken, klaar om op te geven. ‘NEE, sta op jij.’ Met vlakke hand sloeg ik op z`n achterhand waardoor z`n hoofd iets onhoog schoot. ‘Je moet doorlopen jongen… alsjeblieft. Het is niet ver meer.’
Ik loog, het was ver. En zeker nu we beiden moe en gewond waren. Onbewust was ik woorden in m`n moedertaal gaan mompelen, een gebed gericht aan Kupilas.
M`n vingers trilden toen ik de bevroren teugels pakte en een rukje gaf. Het paard gooide z`n hoofd achterover en hinkte achter me aan. Het zadel had ik al thuis gelaten voor we weg gingen dus hij hoefde geen extra gewicht te dragen.
Tussen de bomen verscheen een wolf, de grijze ogen stonden intelligent. Zijn broeders en zusters volgden ons dreven Ter`r voorwaarts. Ze waren niet vijandig maar hielpen me juist. Ze verdwenen pas toen ik ineens aan de rand van het landgoed stond. Opluchting overspoelde me. ‘We hebben het gehaald jongen.’
Kress was buiten en zag me aankomen.

‘Wat is er gebeurt?’ snel ondersteunde hij Ter`r. ‘Beer.’ Mompelde ik kortaf en leidde m`n paard naar een stal.
‘Ik ga verband spullen en medicijnen halen.’ Ik knikte en richtte m`n aandacht op de hengst. Hij trilde nog steeds en toen hij uiteindelijk met een kreun door z`n benen zakte liet ik hem gaan.
‘Het is oké jongen. Ik ga je beter maken.’ Teder streelde ik z`n snuit en hals. Met een diepe zucht legde hij z`n hoofd neer en ontspande hij z`n spieren. Z`n dikke deken hing over de staldeur dus die legde ik over hem heen, de kapot gescheurde schouder vermijdend.
‘Zero? Wat is er gebeurt? ‘ Damon kwam de stal binnen met linnen lappen en kokend water.
‘Er was een beer. Hij heeft Ter`r pijn gedaan.’ Damon`s ogen gleden naar de liggende hengst. Hij knielde gauw naast Ter`r neer en legde een hand vlak naast de wond.
‘Mijn god…’ voorzichtig begon hij de wond te spoelen met het water. Kress was ondertussen terug gekomen met hechtgaren en -naald en een gasbrander.
Ter`r spartelde af en toe tegen maar hij was te zwak om overeind te komen of zich te verzetten.
Het duurde lang voor ze de gloeiend hete naald door de huid lieten gaan. De hengst schreeuwde het uit van pijn en trappelde met z`n benen maar zelfs dit verzet hielp hem niet echt want Damon ging gestaagd door. Daarna smeerde hij er een dikke laag vaseline op zodat er geen vuil in kon komen.
‘Jij bent ook gewond. Laat me je helpen Zero.’ Ik schudde m`n hoofd en negeerde de hand die hij naar me uitstak.

‘Doe niet zo eigenwijs.’ Grauwde hij plotseling en hees me overeind. Tegenstribbelend probeerde ik mezelf los te wurmen maar hij sleepte me gewoon achter zich aan naar binnen.
Hij zette me neer op de tafel in de keuken en sneed m`n kapotte shirt en jas open. De wonden bloedden nog steeds. ‘Heb je met de beer staan knuffelen ofzo?’ vroeg hij terwijl hij bloed in een glas schonk en in de magnetron zette om het te verwarmen. Darius kwam ook de keuken in. ‘hij bekeek m`n rug even kort.
‘Dat ziet er pijnlijk uit.’ Ik grinnikte droog en rolde met m`n ogen. ‘Dat is het ook.’
Damon gaf me het glas dat ik snel opdronk. De huid heelde vanzelf en onder het wachten warmde Damon nog een glas voor me op.
‘Je zei toch dat de laatste tijd paarden en ander vee verdween?’ Damon draaide zich om en keek naar me voor hij knikte. ‘Die beer… hij was gek of zo. De capall die jullie in het bos gezien hadden is dood.’
‘En de beer?’ ‘Die ook. Ik heb hem net zo lang gebeten tot het gif hem verlamde. En toen heeft hij m`n rug open gekrabd.’
We zwegen allemaal. Af en toe siste ik als een wond heelde. Het was een niet zo aangenaam gevoel.
‘Ik ben bij Ter`r.’ Snel sprong ik van de tafel, rende naar boven en pakte een andere jas. Ik nam geen moeite een trui aan te trekken. Met een deken in m`n handen rende ik weer naar buiten.

Kress had hem net wat antibioticum en pijnstillers toegediend. ‘Je mag wel naar binnen gaan. Ik blijf bij hem.’ Hij knikte en liet ons alleen.
Het blauwgrijze paard lag nog steeds. Ik nestelde me tegen z`n buik aan en streelde de zachte vacht die zelfs in de winter niet bijzonder dik werd.
‘Het komt wel goed jongen.’ Mompelde ik tegen z`n vacht. Niet lang daarna moet ik in slaap gevallen zijn want toen ik wakker werd zat Beau tegen de muur geleund met een lamp bijna helemaal gedimd. ‘Je bent wakker.’hij glimlachte en kwam naast me liggen onder de warme deken. ‘Ter`r doet het goed. Hij heeft wel een beetje koorts maar hij slaapt veel zodat hij weer goed hersteld.’
Vluchtig drukte ik een kus op z`n lippen en nestelde me dichter tegen hem aan. ‘Mooi zo. Mijn paardje is sterk.’ Beau gniffelde. ‘Jullie zijn allebei sterk.’

Pov. Beau Grigot
‘Waar was je eigenlijk’ wou Zero weten. Z`n stem was een beetje schor en hij was een beetje warm maar voor de rest was hij oké.
‘Op het Ministerie. Over die weerwolfquestie… het schijnt wel waar te zijn. Je had de ministers moeten zien. Ze smeekten ons gewoon om hulp.’
Waakzaam keek hij me aan. ‘Je gaat helpen.’ Het was geen vraag, slechts een simpele constatering. ‘Ja.’
Ik wou dat hij mee ging maar ik wist dat niemand hem meer in de vuurlinie zou kunnen krijgen. Niemand. En ik wou het ook niet eens proberen om hem op andere gedachten te brengen.
‘Wanneer gaan jullie weg?’ ik zuchtte en kuste z`n voorhoofd.
‘Dat weet ik nog niet. Darius, Bonny en ik zijn bezig met dat te onderzoeken, plannen te maken. Het is waarschijnlijk pas in maart, zodra we meerder capall hierheen kunnen halen.’
‘Jullie gaan er nog meer de dood in sturen, laten ze aan stukken scheuren door die monsters.’ Vol afgunst duwde hij me van zich af.
‘Zero-‘ hij schudde z`n hoofd en krulde zich op in het stro. Verslagen stond ik op, keek even neer op z`n stille lichaam en liep toen naar het huis toe. Ik had deze reactie kunnen verwachten, hij haatte zinloos doden.
Ik richtte m`n blik op de donkere hemel. Dikke sneeuwwolken ontnam je aan het zicht van de sterren. Het huis was stil dezer dagen. James woonde op zichzelf in de Londen, Scorpius was niet lang geleden getrouwd, Lilly werkte overdag. De Cullens waren terug naar Amerika. De enigen die het reusachtig gebouwen complex bewoonden waren wij… de laatste leden van Nightshade, enkel bijeengehouden door familiebanden en plichten.

Jaren terug zag ik dit alles als een avontuur, zo eentje waarin geen van de helden stierven of gewond raakten. Maar de realiteit had me hardhandig met twee voeten op aarde gezet. Het verdriet en de pijn die we geleden hadden. De troost die we bij elkaar zochten. Eigenlijk was dit het allemaal niet waard. Sneeuw begon naar beneden te dwarrelen, statig en stil. De aarde die eens bevlekt was met bloed bedekkend met een dichte zachte deken.
Het leek wel alsof de natuur wou zeggen dat alles uiteindelijk wel heelde. Ik sloeg m`n armen om mezelf heen en hurkte in de sneeuw. Zero had gelijk. Alweer. De dieren die we grootbrachten om naar het slachtveld gestuurd te worden. Wreed.
Was het wel een goede beslissing om weer erop uit te trekken om wezens te vermoorden? Om Zero`s broer op te jagen… het was vrijwel zeker dat Ichiru er iets mee te maken had. Konden we Zero dit wel aan doen?
Hij zou me haten.

Pov. Damon Salvatore
Beau kwam binnen de sneeuwvlokken in z`n zwarte haar vielen op de grond of smolten. Gewoonlijk kwam hij niet in Bonny`s en mijn privévertrekken maar blijkbaar had hij iets te bespreken.
‘Damon, wil je iets vertellen over zero`s verleden?’zwijgend keek ik naar de jongeman voor me. Hij was er vast van overtuigd dat hij het wou weten. Langzaam knikte ik. ‘Wat wil je weten?’
Hij nam plaats bij de openhaard en verstrengelde z`n vingers. ‘Waarom begin je niet bij het begin?’

Ik kwam ook bij de openhaard zitten en schonk twee glazen wijn in.
‘Goed.’

Mei Ling kwam de kamer in waar ze me ontboden had. Haar zwarte lange haar was kunstig opgestoken. Ik boog beleefd voor haar maar kon m`n nieuwsgierigheid niet verbergen. ‘Vrouwe, waarom heeft u me geroepen?’
Ze ging zitten op één van de vele kussens die op de grond verspreid lagen. ‘Ga alsjeblieft zitten Damon-san.’ Gehoorzaam nam ik plaats op een kussen en kruiste m`n benen. ‘Je hebt mijn zoons gezien, Damon-san?’ ik knikte. Natuurlijk had ik de tweeling gezien.
‘Dan heb je Hua Mei gezien, de jongste van de twee. Hij is ernstig ziek Damon-san, elke keer dat hij zich stoot breekt hij iets, valt hij? Dan breekt hij iets. Hij heeft altijd pijn en kan niet spelen zoals jongens van zijn leeftijd moeten kunnen. Ichiru Mei kan niet langer voor zijn broer zorgen, hij moet zich richten op zijn carrière. Ik wil dat jij Hua Mei mee neemt… en dat je hem verandert. Zodat hij net zoals jij bent.’
Geschrokken keek ik de tijdloze vrouw voor me aan. De lijnen in haar gezicht verraden haar zorgen. ‘Mei Ling-san, u wilt toch niet dat ik uw zoon zoiets aan doe?’ ze gluurde vanuit haar ooghoeken naar me en schudde zachtjes haar hoofd. ‘Dit is iets tussen jou en mij Damon-san. Ik vertrouw je… ondanks wat je bent.’
Ze nam m`n handen in een ijzeren greep en keek me strak aan. De bruine ogen blonken smekend.


‘Zijn moeder smeekte me hem met me mee te nemen. Ze had kunnen verwachten dat Ichiru er achter zou komen. Ze zijn niet voor niets de oudste en gevaarlijkste vampierjagers familie die er bestaat.’
Beau zette het lege glas wijn neer. Hij was duidelijk verward. ‘Maar waarom hebben ze jou en March nooit opgejaagd? En waarom heb je hem uiteindelijk meegenomen?’ ik glimlachte melancholiek.
‘Omdat Hua Mei een mooie jongeman was… en ik onmiddellijk een zwak voor hem had. Hoewel ik dat natuurlijk altijd ontkende. March was er niet blij mee om de jongen mee te zeulen, hij draaide na een poosje wel weer bij maar hij heeft het altijd stom van me gevonden.
‘Maar ga verder.’

Het duurde zeventien dagen voor Hua Mei z`n ogen opende. ‘Waar ben ik?’ mompelde hij. Toen hij me zag werden z`n ogen groot.
‘Hua Mei-san, ik ben je Maker. Kun je het voelen? De Band’ hij imiteerde m`n gebaar en legde z`n hand op z`n borst. Na een poosje met dichte ogen geluisterd te hebben knikte hij, een glimlach brak door en leek alle hoeken in m`n hart te verwarmen.
‘Ja, ik voel het. Maar waar ben ik?’ nieuwsgierig keek hij om zich heen. Het ronken van de motoren van het schip verontrusten hem niet.
Toen ik geen antwoord gaf keek hij me aan. ‘Damon-san?’
Het was alsof ik uit een trans ontwaakte. ‘We gaan naar Frankrijk.’ Verward fronste hij. ‘Waarom?’ wou hij toen weten. ‘Omdat we daar gaan wonen slimmerd. Het kasteel heet Valmont, een vriend van mij woont daar.’
Hij rimpelde z`n neus en schudde z`n ravenzwarte haar uit z`n gezicht. ‘Waar is Ichiru?’ m`n mond werd droog. Hoe kon ik hem nou vertellen dat hij z`n tweelingbroer nooit meer mocht zien? Z`n hart zou breken.
‘Laat maar… Ik kan hem niet meer zien hè? Niet nu ik een vampier ben.’ Hij was snel van begrip, dat moest je hem nageven. ‘Ja… het spijt me.’
Hij schudde z`n hoofd en stond op van het bed.
‘Ik heb honger.’


‘Ik denk dat hij in het begin de betekenis van het vampier zijn niet helemaal begreep. Hij snapte nog niet helemaal dat hij zijn broer nooit meer kon zien.’
Beau nam een slok van het derde glas dat we al hadden ingeschonken.
‘Hoe komt hij aan z`n naam? Want zijn echte naam is Hua Mei.’
‘Hij vond dat hij een nieuw begin kreeg en dus noemde hij zichzelf Zero. En ik vond het prima, zolang hij maar geen Hua Mei meer was. Hua Mei van de vampierjagers familie. Hua Mei, mijn beschermeling, Zero.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen