Chapter 35

Door: maybo
Onderdeel van: Living the dream - George Weasley 16+
Laatst bijgewerkt: 3 jaar geleden
Geactiveerd op: 3 jaar geleden

Foto bij Chapter 35

breed | medium | small

Ik klim voorzichtig de boom in. ‘Blijf hier.’ Zeg ik tegen Fred. Ik ga zo hoog dat ik ver het bos in kan kijken. Ik zie iemand dichterbij komen en ik pak mijn toverstok.
‘Kijk eens aan, wat hebben we hier.’ Ik zie de jongen gemeen grijnzen en ik hap naar adem. George trekt zijn stok, maar al snel wordt hij ontwapend. ‘Weetje ik was niets van plan, maar toen trok jij je toverstok, dus nu heb ik een reden om aan te vallen.’ Ik spring uit de boom en land voor George. Ik druk de punt van mijn stok tegen de keel van Irates. ‘Ik zou het niet doen.’ Ik zie zijn ogen oplichten. ‘Noa.’ Zijn ogen vernauwen iets. ‘Of moet ik zeggen Nola Wood.’ Ik laat mijn toverstok ik zakken. ‘Hoe…’ Hij lacht even. ‘Ik heb zo mijn bronnen.’ George komt iets dichter achter mij staan. ‘Denk je nou echt dat je mij aan kan?’ Ik pak George’s hand vast. ‘Wat doe je hier?’ Hij haalt zijn schouders nonchalant op. ‘Genieten van het Wk.’ Ik zucht en rol met mijn ogen. ‘Geloof je het zelf.’ Mompel ik. ‘Wij moeten maar eens gaan.’ Zegt George. Ik trekt mij zachtjes naar achteren. ‘Nou, Nola geniet, want het beloofd spectaculair te worden.’ Ik loop weg met George. ‘Dat was hem, hè?’ Ik knik. We lopen weer terug de tent in met wat hout. ‘Eindelijk, dat duurde lang.’ Ik zucht. ‘We werden even op gehouden.’ We leggen het hout in een hoek en gaan naar de slaapkamer waar Fred zit. ‘Waarom duurde dat zo lang?’ Ik ga gefrustreerd naast hem op bed zitten en laat mijn hoofd op zijn schouder vallen. ‘We kwamen een weerwolf tegen.’ Ik hoor mensen de tent binnen komen en sta op. We lopen naar het woonkamer en zien Harry, Ron en Hermelien binnen komen. ‘Jullie zijn echt eeuwen weg geweest.’ Zegt George lachend. ‘We kwamen wat bekende tegen.’ Zegt Ron, terwijl hij het water neer zet. ‘Is het vuur al aan?’ Meneer Wemel is al een hele tijd bezig met het vuur, maar het lukt niet echt. Na een tijdje maakt Hermelien het vuur maar. Iedereen verzamelt zich om te ontbijten en al snel arriveren Bill, Charlie en Percy. Dan komt er een man naar ons toe. ‘Aha Ludo Bazuin.’ ‘Hallo allemaal.’ Ze beginnen een gesprek met een hoop geslijm van Percy. ‘Oh ja, dit is mijn zoon Percy, hij werkt net bij het ministerie en dit is Fred – nee, George…’ Fred kijkt verontwaardigt op. ‘Oh nee, dit is Fred.’ Zegt hij verontschuldigend. ‘Bill, Charlie, Ron – mijn dichter, Ginny en Hermelien Griffel, Harry Potter en Nola Wood.’ Hij kijkt even geïnteresseerd naar Harry en mij. ‘Interessant gezelschap.’ Mompelt hij. ‘Iedereen, dit is Ludo Bazuin, we hebben onze kaartjes aan hem te danken.’ Ludo wuifde het weg. ‘Wil je geld in zetten, Arthur?’ Zegt hij gierig. ‘Oke dan.’ Zegt meneer Wemel. ‘Een galjoen op Ierland?’ ‘Een Galjoen?’ Ludo Bazuin leek wat teleurgesteld. ‘Goed dan, wil er iemand ander nog wedden?’ ‘Ze zijn wat jong om te wedden.’ Zegt meneer Wemel. ‘Molly zou niet blij zijn als-’ ‘Wij wedden op zevenendertig Galjoenen, vijftien sikkels en drie knoeten…’ Begint Fred en hij en George halen hun geld tevoorschijn. ‘dat Ierland wint, maar Viktor Kruml krijgt de snaai. En we zullen ook een droptoverstok inzetten.’ Ik kijk ze verward aan, maar ze lijken beide erg overtuigt. ‘Sloof je niet zo uit tegenover Ludo Bazuin.’ Sist Percy, maar Ludo lijkt er alleen maar blij mee te zijn. ‘Geweldig! Ik heb niemand zo overtuigend gezien in jaren! Ik zou daar vijf galjoen voor geven!’ Percy was nogal uit het veld geslagen. ‘Jongen, ik wil niet dat jullie wedden.’ Bemoeit meneer Wemel zich ermee. ‘Te laat!’ George geeft snel het geld en trekt mij overeind. ‘Dag!’ Hij trekt mij mee de tent in. ‘We weten wel wat we doen.’ Zegt George, voordat ik iets kan zeggen. Ik leg mijn armen in zijn nek en geef hem een kus. ‘Dat weet ik.’

‘Het is tijd!’ Roept meneer Wemel door de tent. We hebben de afgelopen paar uur het terrein verkend en geluierd. ‘Kom, laten we gaan!’ We staan op en gaan naar buiten. Het is al donker en we lopen door het bos. Mijn ogen lichten op in het donker en ik kijk om me heen. ‘Ze zijn hier.’ Mompel ik tegen Fred en George. ‘Wie?’ ‘De weerwolven, het zijn er vier.’ ‘Moeten we niets tegen jullie vader zeggen?’ Ze stemmen in en ik loop naar Meneer Wemel. ‘Meneer Wemel-’ ‘Arthur.’ Zegt hij vriendelijk. ‘Arthur, er zijn hier vier weerwolven, ik dacht dat u het misschien wilde weten.’ Hij knikt langzaam. ‘We kunnen er niet zo veel aan doen, maar blijf alert op hoe ze zich gedragen.’ Ik knik en ga weer naast Fred en George lopen. Ik pak hun handen vast en we lopen naar het stadion. Het is best ver, maar op de route wordt het steeds drukker en gezelliger met alle mensen die ook onderweg zijn.
We komen het stadion in en worden een eindeloos lange trap op gestuurd. ‘Jezus pap, hoe hoog zijn we nu?’ ‘Nou laten we het zo zeggen…’ Ik kijk naar beneden waar Draco en zijn vader grijnzend naar ons kijken. ‘Als het regent, zijn jullie de eersten die het weten.’ Ik rol met mijn ogen. ‘Vader en ik zitten bij de minister.’ Zegt Draco. ‘We zijn persoonlijk uitgenodigd door Cornelis zelf.’ Hij kijkt even naar mij en knipoogt. ‘Niet zo uitsloven, Draco.’ Zijn vader geeft hem een tik. ‘Dat is niet nodig bij deze mensen.’ Lucius zegt mensen met een nadruk en kijkt naar mij. Ik klem mijn kaken op elkaar en voel George’s hand om mijn heup. We willen weg lopen, maar Lucius houdt Harry tegen. ‘Geniet ervan, zolang het kan.’ Harry trekt zich los en we lopen weg.

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit hoofdstuk.



Details

0

12+

973

287 (0)

Share