Foto bij [33] What?! I'm the little sister of one of those gays?! Please kill me...

Nee, ze gaat niet dood.
Dit deel is trouwens best lang, vind ik n_n


“STOP!” roept iemand achter me, dichterbij dan ik had verwacht. Myrthe en Koen zijn al over de helft. Ik strompel ze achterna. Ik ga kapot van de pijn. In de verte komt een trein met hoge snelheid aangereden. Als ik nu dat spoor over zou steken, dan zou ik het of net wel, of net niet redden.
“Kom op!” roept Koen vanaf de overkant. Hij kijkt met grote ogen naar iets achter me. Ik waag het er gewoon op.

“NEE!” gilt Myrthe als ze ziet wat ik van plan ben. Ik neem een aanloop. Een flits. Marleen. Ze staat midden op het spoor. Mijn adem stokt. Ik stop met lopen en kijk haar recht in haar ogen. De trein nadert, net als de politieagenten.
“Ga vlug weg!” roep ik nog naar Koen en Myrthe, maar blijf Marleen aankijken. De anderen kijken me ongelovig aan. Ik ben verzonken in gedachten, vol emotie. Marleen kan het niet echt zijn. Ze is dood. De trein komt en ze verdwijnt weer. Ik wend mijn blik af en de trein passeert me op nog geen anderhalve meter afstand. Ik word ruw bij mijn armen gepakt.
“Hebbes,” gromt iemand. Mijn armen doen pijn. Ik vind mezelf weer terug.
“Laat me los!” snauw ik en ik trap hem tegen zijn schenen. Zijn greep verslapt en ik ruk me los. Met vuurspuwende ogen kijk ik hem aan. Meteen word ik weet vastgepakt door twee andere agenten. Ik bijt op mijn lip.
“Je hebt het recht om te zwijgen.”

Het kamertje waar ik in zit is helder verlicht door tl-buizen en het stinkt. Tegenover me zit een blonde agente en een zwartharige agent loopt door het kamertje. Dan stopt hij en leunt hij over de tafel heen om dreigend over te komen. Ik gaap.
“Wat is je naam?” Ik kijk hem dom aan, alsof ik hem niet begrijp.
“Spreek!” snauwt hij.
“Ik.” Ik wijs naar mezelf. “Spreek.” Ik wijs naar mijn mond. “Geen.” Ik schud mijn hoofd. “Duits.” Ik wijs naar de agenten en dan weer naar mijn mond. De mannelijke agent vloekt.
“Volgens mij spreekt ze Nederlands,” zegt de vrouw. De man kijkt haar fronsend aan.
“Is er iemand hier die Nederlands kan?” Ze knikt.
“Ja, Joey. Ik haal hem wel even.” Ze staat op en loopt het kamertje uit. De man kijkt me chagrijnig aan en ik zet mijn liefste, onschuldigste glimlach op. Even later komt de blonde vrouw terug met een man met een paardenstaart en een oorring. Hij komt tegenover me zitten.
“Wat is je naam?” vraagt hij in het Nederlands. Ik grijns.
“Anouk.”
“Achternaam?”
“Doe ik niet aan.” Hij zucht.
“Hoe oud ben je?” Ik neem hem nog een keer in me op.
“Je bent echt te oud voor me.”
“Hoe oud ben je?” vraagt hij chagrijnig. Ik rol met mijn ogen.
“16.” Hij knikt en brieft het door naar zijn collega’s.
“Met wie was je graffiti aan het spuiten?” Ik haal mijn schouders op.
“Weet ik niet.”
“Dat weet je wel, je kent ze. Geef ons namen en we verminderen je straf. Vooral die jongen hebben we vaker gezien.” Ik moet lachen.
“Verklaart een hoop. Maar nee, ik ga niets zeggen. Maar ik zou wel graag iemand willen bellen.” Ze bespreken wat met elkaar en even later krijg ik een telefoon in mijn hand gedrukt. Ik druk vastberaden wat nummers in en houd de telefoon bij mijn oor.
“Met Georg,” klinkt een chagrijnige stem in mijn oor.
“Hoe gaat het met je roze haar?” lach ik. De agenten kijken me verbijsterd aan. Sukkels. Dachten ze nou echt dat ik geen Duits zou kunnen?
“Jij! Als ik je te pakken krijg dan -”
“Rustig, spaar je woede. Breng even mijn pijnstillers naar het politiebureau.”
“WAT?!” Hij zucht. “Waarom kom je altijd in de problemen?”
“Ik weet het niet, zit zeker in mijn bloed. Schiet op of ik val flauw.” Ik hang op en leg de telefoon op tafel.
“Je spreekt Duits?” vraagt Joey verbijsterd. Ik knik en rol met mijn ogen.
“Natuurlijk. Beetje stom als ik geen Duits zou spreken in Duitsland.”
“Komt er iemand aan, je voogd?” Ik schiet in de lach.
“Er komt iemand aan, maar gelukkig niet mijn voogd! Mijn lieftallige broer. Jullie zullen hem vast wel kennen.”
“Hoezo?”
“Merken jullie nog wel. Heeft iemand kauwgom?” De agenten staan op en lopen het kamertje uit, mij alleen latend. Lekker gezellig. En ze hebben mijn IPod en telefoon ook mee. Ik sluit mijn ogen en leun een beetje achterover. Waarom ook niet.
“Gestoord kind,” gromt iemand en smijt iets op tafel.
“Georg!” roep ik vrolijk en open mijn ogen. Ik neem vlug een pijnstiller en kijk mijn ‘geweldige broer’ aan. Hij heeft een zwarte muts op die zijn roze haren verberen en een zonnebril.
“Jij bent nog lang niet van me af. Meekomen!” Hij trek me ruw overeind en braaf volg ik hem het kamertje uit.
“Waar gaan we heen?” vraag ik dom.
“Naar huis. Ik heb de boete betaalt, maar je krijgt wel een taakstraf van 40 uur.”
“Gezellig.” Met een veels te blij gezicht haak ik bij hem in. Ach, wat haat ik dat joch toch. Ik steek mijn tong nog uit naar de agenten en we lopen naar buiten.
“Shit,” vloekt Georg en hij kijkt door het raam. Buiten staat een hele kudde journalisten en fotografen. Onwillekeurig moet ik lachen. Dit wordt leuk! Ik zal zijn muts maar niet aftrekken, hij gaat nu al genoeg af. Wacht, dacht ik dat nou?! Natuurlijk trek ik zijn muts af!
“Wat is er gebeurd?”
“Wie is dat?” Allerlei vragen worden er op ons afgevuurd. Georg leidt me behendig naar zijn auto. Vlak voor we instappen, gris ik zijn muts van zijn hoofd en ga in de auto zitten. Daar staat hij dan, met knalroze haar te midden van tientallen fotografen.

Reactions <3

Reacties (24)

  • ejjlieeff

    mwuhahahaha ^^
    snellverdeer(H)

    1 decennium geleden
  • houseofnight

    AAHAHAHAHAHAHAHAHAA GENIAAL :'D


    snel verder!

    1 decennium geleden
  • Blauweogen

    ga maar even snel verder,
    want nu wil ik ook doorlezen ook ;D

    1 decennium geleden
  • celinaradke

    verder <3

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen