Foto bij De 100e Hongerspelen - 289

“Ik dacht, als ik zou winnen, hoe klein die kans ook was… Gewoon naar huis, met mijn ouders en Glafira. Eindelijk een normaal leven. Misschien ook wel schilderen, zoals pap. Of een andere hobby. Veilig. Maar nu… Mam presidente, ik, het is gewoon, ik ga haar zo weinig zien dan.”

“Ik weet het”, zei Vania zacht. “Maar je weet toch dat je moeder echt wel haar best zal doen om vaak in Twaalf te zijn?”
“Ja.” Hij zuchtte. “En af en toe kan ik ook hierheen komen, maar…” Hij schudde zijn hoofd. “Ik zie het nog elke nacht voor me, Vania. Xandrijn die sterft, Selm, Prescott, de beroeps, Seija.”
“Sst.” Vania trok hem tegen zich aan. “Daar kom je wel overheen. Het is nog maar net gebeurd.”
“En jij dan?” Ian keek op. “Vania, je hebt die Naëlle zien sterven. Kayla ook. Hoe…”
“Ik heb voor hen gedaan wat ik kon, Ian”, zei ze zacht.
“Ja.” Ian zuchtte. “Dat heb je. Maar… Weet je, ik had gedacht, als die Spelen voorbij waren, eindelijk een normaal leven. Mam is er nooit echt van bekomen, maar ze zei altijd dat dat was omdat ze nog elk jaar mentor moest zijn en mij trainen. Maar het is zoveel meer. Ze heeft pap meegenomen uit de Spelen.”
“En wij nemen elkaar en een dochter mee”, begreep Vania. “Je hebt gelijk, het zal ons nooit helemaal loslaten. Maar we nemen de goede dingen mee, Ian. We zijn veilig nu.”
“Maar al de anderen… Xandrijn wou eerst niet meedoen om zijn familie!”
“Hij vocht voor een betere wereld voor hen. Hij, hij heeft rust nu, Ian, dat moet wel. Zijn kinderen kunnen veilig opgroeien.”
“Zonder vader.”
“Ja, maar ook zonder Hongerspelen.”
“Zonder Hongerspelen.” Ian zuchtte. “Vania, ik, hoe, jij… Hoe kan je zo rustig blijven?”
“Jij hebt geleerd te vechten, geleerd dat je er alleen voor zou staan”, zei ze zacht. “Ik heb altijd geweten dat ik alleen de Spelen kon overleven met hulp. Toen ik wist wat de anderen voor ons deden… Ik denk dat ik het gewoon makkelijker kon aanvaarden of zo…”
“Ja. Ik heb altijd geleerd dat ik het alleen zou moeten doen”, zei Ian zacht. Hij keek naar Vania. “Maar jij, in de trein… Je zei dat mijn ouders alleen mij moesten helpen.”
“Denk niet dat ik niet wou winnen, Ian, ik wist alleen dat jij meer kans maakte”, zei Vania zacht. “Ik ben geen vechter, jij wel.”
“Ik haat die hele Hongerspelen.”
“Ik ook.” Ze zuchtte. “Ik ben bang, Ian.”
“Waarvoor? De Spelen zijn voorbij nu, lieverd. Jij en je familie zijn veilig.”
“Voor morgen.”
“Oh.” Hij beet op zijn lip. “De huldiging van de winnaars.” Vania knikte.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here