Foto bij • Chapter 5 •

Een nieuw stukje:DIets later dan normaal omdat ik moest paardrijden!

Ik hoop trouwens dat jullie de hoofdstukken niet te lang vinden? Meestal zijn ze 1000-1500 woorden maar de vorige was nog langer. Als jullie ze te lang vinden moeten jullie het gewoon melden!

Ook merk ik dat ik regelmatig Lothlorien inplaats van Mirkwood heb neergezet. Als je zo'n fout vind zou ik het super vinden als je het me meld. Ik heb zelf ook al wat verbeterd maar het kan natuurlijk dat ik er overheen lees:)

Veel leesplezier verder:D

Die ochtend merk ik meteen dat er iets veranderd tussen mij en de dwergen. Het lijkt net alsof ze me nu pas echt in de groep hebben opgenomen, alsof ik er nu pas bijhoor. Zodra Dwalin 'Opstaan! Eten!' roept spring ik overeind en ren ik snel op het eten af. Ik graai een stuk brood mee en ga deze dan op een boomstam zitten opeten.
'Jij hebt honger,' hoor ik Dwalin zeggen. Ik schud mijn hoofd. 'Niet echt, maar ik pak alvast iets voordat het zo op is.'
De dwerg knikt en pakt dan snel ook alvast wat brood. Nadat ik mijn broodje opheb begin ik fluitend mijn haren te kammen.
'Hoe kan jij zo vrolijk zijn in de ochtend,' mompelt Kili chagrijnig. Ik begin uitgelaten te lachen, wat me een geïrriteerde blik van de dwerg oplevert.
'Ik kan mijn haar weer kammen, de vogeltjes fluiten en ik heb geen baard op mijn gezicht. Hoe kan ik niet vrolijk zijn?' antwoord ik vrolijk. De dwerg wil iets terug zeggen, maar de stem van Thorin onderbreekt ons gesprek.
'We gaan zo vertrekken, dus pak snel je spullen bij elkaar!'
Zuchtend en steunend gaan de dwergen op zoek naar al hun spullen die over het hele kamp verspreid liggen. Ik heb daarentegen mijn spulletjes netjes bij elkaar gehouden en ben dus in een mum van tijd klaar. Hierna help ik de anderen met het opruimen.
'We gaan!' hoor ik Thorin dan roepen, en we vertrekken richting de bergen.

Die middag, als de zon hoog aan de hemel staat, stoppen we om even wat te drinken en uit te rusten. Ik loop een stukje verder waardoor ik bij een richel uitkom. De lucht is warm en ik ruik vanaf hier het zweet van de dwergen. Zelf heb ik nooit zoveel last van lange tochten maar deze omstandigheden maken zelfs mij vermoeid. Ik adem even diep in. Er klopt iets niet, het hoort niet zo warm te zijn. Zeker niet op de hoogte waar wij zitten.
'Wat is er?' hoor ik iemand achter me zeggen. Het is Balin.
'Er klopt iets niet,' zeg ik fronsend, 'Het hoort niet zo warm te zijn. De natuur is van slag.'
Balin fronst ook even en knikt dan. 'Ik denk dat je gelijk hebt,' zegt hij zacht, 'Enig idee waardoor het komt?'
Ik schud mijn hoofd. 'Nee.'
Vervolgens lopen we terug naar de andere dwergen. Zo hoog op de berg is er ook geen beschutting, en plotseling heb ik enorm veel medelijden met de dwergen om hun baard. Dit spreek ik dan ook hardop uit.
'En gelijk heb je,' bromt Gloin, 'Ik zou de mijne er haast nog af scheren.'
Mijn haar hangt los over een schouder, maar door de hitte kriebelt het in mijn hals. Ik ga zachtjes op een losse steen zitten en begin een zijvlecht te maken. Door mijn ellelange haar ben ik een tijdje bezig, en heb ik niet in de gaten dat Thorin, Dwalin, Oin en Gloin zachtjes met elkaar de verdere route aan het uitstippelen zijn. Dan word ik aangetikt door Kili.
'Gandalf heeft ons verteld dat je goed kan zingen,' zegt hij vrolijk, ondanks dat hij hijgt van de hitte. Ik maak even mijn vlecht af en haal dan mijn schouders op.
'Ik hou gewoon erg veel van muziek. Of ik goed kan zingen weet ik niet.' Dan bedenk ik me iets. 'Waarom heeft Gandalf dat jullie verteld? En wanneer?'
'In Rivendell, zodat we je beter leerden kennen,' antwoord de dwerg. 'Ken je dwergenliederen?' vervolgt hij. Ik knik. 'Een paar,' beantwoord ik zijn vraag.
'Zing eens wat!' bemoeit Fili zich nu ook met ons gesprek. Ik bijt even op mijn lip.
'Ik ken het lied van Erebor,' zeg ik haast fluisterend. De andere dwergen kijken op. 'Maar ik weet niet of jullie dat willen horen.'
'Ga het maar gewoon zingen en als we er genoeg van krijgen zeggen we het wel,' hoor ik Thorin dan zeggen. Ik knik en begin dan zachtjes te zingen.

'Far over the misty mountains cold,
To dungeons deep and caverns old,
We must away, ere bre'ak of day,
To find our long forgotten gold.

The pines were roaring on the height,
The winds were moaning in the night,
The fire was red, it flaming spread,
The trees like torches blazed with light.'


Als ik de laatste regel gezongen heb is het doodstil geworden. Dan begint de dwergentweeling enthousiast te klappen en langzaam volgen de andere dwergen. Verlegen kijk ik naar de grond.
'Je zingt echt goed,' hoor ik dan Bilbo zeggen. Ik kijk weer op en glimlach naar hem.
'Dankje. Ik heb mijn moeders stem.' Ik haper onbewust even. Ik heb niet alleen mijn moeders stem geërfd maar ook haar uiterlijk. Mijn vader en broer hebben beiden dun, lichtblond haar en blauwe ogen terwijl ik dik, krullend donkerblond haar heb en donkerbruine ogen. Je ziet alleen aan de vorm van mijn gezicht dat ik een kind van mijn vader ben en dat Legolas mijn broer is.
'Waar is je moeder nu?' vraagt Kili vrolijk, 'Mijn moeder is nu in de Blue Mountains!'
Ik slik en merk hoe er een traan over mijn wang naar beneden loopt. Bruusk veeg ik hem weg. Dan kijk ik de andere dwergen aan.
'Ze is vermoord door orks waar mijn broer en ik bijwaren. Mijn vader kwam net te laat en heeft zichzelf dit nooit vergeven.' Ik schrik van de kilte in mijn stem. Als ik alle dwergen naar me zie kijken, spring ik op en begin ik alvast verder het pad op te lopen. Ik hoor hoe de dwergen achter me hun spullen op ruimen en me volgen. We lopen net een klein stukje als ik word aangetikt. Het is Kili.
'Het spijt me,' zegt de jonge dwerg zachtjes. Ik kijk hem even doordringend aan en glimlach dan.
'Ethai numineth manireth,' zeg ik rustig. De dwerg kijkt me verward aan.
'Het is je vergeven,' vertaal ik voor hem, en ik glimlach. 'Ik begon er zelf trouwens over,' vervolg ik. De dwerg begint opgelucht te lachen, en de andere dwergen, die meegeluisterd hebben, beginnen weer met elkaar te praten en te lachen.

Ik loop met mijn rug tegen de rotswand aangedrukt om niet te vallen. Voor mij lopen dertien dwergen en een hobbit. Ik sluit de rij.
‘Opletten iedereen, we betreden zo meteen de echte bergen,’ roept Thorin ons toe. Onbewust glimlach ik. Hij let wel goed op zijn volk. Ik betrapte mezelf erop dat ik me afvroeg of hij een goede koning zou zijn. Of dat hij, net zoals zijn voorouders, de ziekte van de geest zou krijgen, gedreven door hebzucht.
We lopen en we lopen. Over gras. Over steen. We lopen langs rivieren. Over bergen. Als de nacht valt begint het ook keihard te regenen. Even later komt er ook bliksem bij kijken.
'Er is echt iets mis met het weer,' mompel ik verontrust. Dan spat er een steen boven mijn gezicht uit een. Ik gil onbewust. Ik hoor Balin wat roepen. Dan begint onze berg ook te bewegen.
‘De legendes kloppen!’ hoor ik Oin roepen. ‘Steenreuzen!’
Dan zie ik hoe voor mij Thorin wegglijdt. Op het laatste moment weet ik hem bij zijn kraag te grijpen, zodat hij niet in het niets stort.
‘Gaat het?’ vraag ik aan hem. Hij knikt. Dan hoor ik Oin iets roepen; 'Waar is onze hobbit?’
‘Waar is Bilbo?’ roept Fili dan ook. En dan zie ik de halfling. Hij hangt aan een richel. Meteen buig ik me samen met nog wat andere dwergen naar hem toe en gezamenlijk trekken we hem omhoog.
‘Waren we je daar toch bijna kwijt,’ zeg ik zacht tegen hem, terwijl ik opgelucht begin te lachen. Dan hoor ik een barse stem achter me.
‘Hij is al kwijt sinds hij zijn warme huisje heeft verlaten. Hij hoort niet bij ons.’ Thorins stem klinkt zo gemeen, dat zelfs ik er van schrik. Woedend kijk ik hem aan.
‘Doe eens even normaal. Hoe durf jíj jezelf een koning te noemen?’ bijt ik hem toe. In zijn ogen zie ik irritatie, maar ook schaamte; een teken voor mij dat ik tot hem ben doorgedrongen. We gaan vervolgens met zijn allen een grot binnen. Ik hoor hoe Thorin de dwergen het bevel geeft de grot te doorzoeken. Ik pak Bilbo's handen beet en kijk naar de vele schrammen. Ik mompel wat genezende woorden in de elventaal die ik van mijn vader geleerd heb. Meteen zie ik hoe de schrammen nu korstjes zijn geworden.
'Ik heb het genezingsproces versneld,' zeg ik vriendelijk. Bilbo mompelt een bedankje en gaat dan op een steen verderop zitten. Dan voel ik ogen in mijn rug prikken en met een ruk draai ik me om; het is Thorin. Ik staar terug en trek vragend een wenkbrauw op. De dwerg schudt zijn hoofd en gaat verder met zijn dolken slijpen.
Rare wezens, die dwergen.



Reacties (12)

  • Trager

    Omg, snel verder! Ik maak ook wel even reclame voor je, bij mijn story!:D

    5 jaar geleden
  • Frey_

    Paardrijden? Jaloers! Hmm, ik zat vroeger ook op rijles <3
    Naaw Thorin, kom op, wees een man en geef haar een kus, dan zijn we daar ook weer overheen ^^

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen