Foto bij • Chapter 14 •

Ik ben vandaag van mijn paardje afgevallen:8Hij schrok van zijn eigen schaduw _O- Ik heb verder niks hoor:P

Veel leesplezier:D

Voor de mensen die nieuwsgierig zijn naar de kroon die Minayaer opzet in dit hoofdstuk: http://i43.tinypic.com/2h3x26c.jpg

Heel even blijft het stil.
‘Waar heeft u het over?’ hoor ik Thorin vragen.
‘Ik zie wel hoe je naar haar kijkt. Het is verbijsterend dat ze het niet door heeft. Maar nu weet ze het wél.’
En dan begrijp ik wat er aan de hand is. Er zijn bewust geen bewakers neergezet, omdat hij wist dat ik weer terug naar boven zou lopen om hen af te luisteren. Hij wilde dat ik het gesprek hoorde.
‘U weet niet waar u het over heeft,’ zegt Thorin, maar zelfs ik hoor de twijfel in zijn stem.
‘Je kijkt naar haar alsof ze je zon is in een nacht zonder sterren. Natuurlijk weet ik wel waar ik het over heb,’ antwoord mijn vader.
‘Ik geloof niet dat je ons ooit zal helpen,’ zegt Thorin dan. Het is duidelijk dat hij het niet meer over mij wilt hebben.
‘Ik beloof het,’ hoor ik mijn vader zeggen. Ik schud mijn hoofd. Thorin kennende gaat hij hier nooit mee akkoord. En ik krijg gelijk.
‘Ik zal nooit geloven in jou, Thranduil! Zelfs als het einde van alle dagen eraan komt!’ roept Thorin uit. ‘Jij hebt geen eer! Ik heb gezien hoe jij je vrienden behandelt. Je sluit zelfs je eigen dochter op! We kwamen ooit naar je toe. Hongerig, stervend en smekend voor hulp. Maar jij draaide je rug naar ons toe en sloot de poorten van je rijk en liet ons verbranden! Imrid amad ursul!’
Ik schrik op. Ik kan niet geloven dat Thorin dat letterlijk heeft gezegd. Hij weet dat hij zo geen hulp krijgt. Waarom is hij zo koppig en trots?
‘Zeg geen woord over drakenvuur tegen mij! Ik ken zijn gevaar en vernietiging. Ik was het die vocht met de grote slangen uit het noorden.’ Na deze woorden valt het stil en ik vermoed dat mijn vader nu zijn ware gezicht laat zien. Hij verbergt het gewoonlijk onder een illusie.
‘Ik heb jou grootvader gewaarschuwd voor datgene dat hij met zijn hebzucht zou oproepen. Maar hij wilde niet luisteren,’ gaat Thranduil verder. Weer valt er een stilte voordat het gesprek verder gaat. ‘Jij bent precies hetzelfde.’
Plotseling hoor ik gesleep en ik besef me dat ze zo eraan komen. Ik storm de trap af richting mijn oude kamer. Toch hoor ik mijn vader nog praten.
‘Blijf hier en rot weg. Honderd jaar is kort in het leven van een elf.’
Hierna ben ik te ver van de ruimte om nog iets te horen. Ik ren verder. Bij mijn oude kamer aangekomen, open ik de deur en sluit ik hem achter me. Ik laat me trillend op mijn bed vallen. Het is moeilijk te verwerken wat ik zojuist allemaal gehoord heb. Is hij serieus van plan de dwergen hier op te sluiten voor de rest van hun leven? Ik schud mijn hoofd. Op dit moment kan ik niet meer helder denken. Dan zie ik de laag vuil die op mijn huid en kleren zit.
‘Laat ik eens een bad gaan nemen,’ zeg ik hardop tegen mezelf. Als ik me uit begin te kleden stoot ik met mijn vingers op de ring van Bilbo. Ik leg deze voorzichtig onder mijn kussen neer. Deze keer krijg ik geen oog te zien als ik het voorwerp aanraak. Gelukkig niet.

Als ik vanuit de badruimte het slaapgedeelte weer betreed, zie ik dat mijn vieze kleren weg zijn en dat er schone kleren voor in de plaats zijn gelegd. Ik neem de kleren even in me op. Het eerste wat ik aandoe is de strakke, bruine broek. Vervolgens trek ik een wit hemd aan en hierover een groene tuniek. Vervolgens trek ik ook nog een zilver geschubd lijfje aan. Ik zie ook een prachtige zilveren speld liggen en maak zo het hemd en de tuniek aan elkaar vast. De speld bestaat uit twee glinsterende, zilveren takken die langs elkaar liggen. Aan de rand van het bed staan twee platte groene schoenen. Ik kijk er even naar maar schud dan mijn hoofd. Ik trek mijn bruine laarzen aan. Op het bed liggen nog drie voorwerpen. Het eerste is een riem met daaraan mijn zwaard in een schede. Deze gesp ik vast om mijn middel. Er ligt verder ook nog een zilveren ring, ook weer van twee takken. Alleen nu zijn de takken langs elkaar heen gebogen. Ik pak de ring op en stop hem in de zak van mijn tuniek. Hetzelfde doe ik met Bilbo’s ring. Ringen zijn onhandig tijdens het vechten. Althans, dat is mijn mening.
Het laatste voorwerp is een prachtige zilveren kroon. Ik pak het voorwerp op en slik. Ik wil hem eerst niet opzetten, maar dan herinner ik me de woorden van Gandalf.
Je bent nog altijd een erfgenaam van het woud, vergeet dat niet.
Voordat ik de kroon op mijn hoofd zet, begin ik met mijn haar. Ik ontdek een kam in een kastje en begin er fel mijn haren mee te kammen. Ik heb enorm veel klitten erin zitten. Als het helemaal gekamd is, doet mijn hoofdhuid pijn. Vervolgens vlecht ik mijn haar in een vlecht over mijn schouder. Mijn haar valt tot mijn billen, zolang is het. Ik bind het uiteinde vast met een doorzichtig wit lintje. Ik sta op en loop naar de grote spiegel die in de badruimte staat. Ik kijk naar mijn spiegelbeeld en zet dan mijn kroon op. Het lijkt wel alsof ik uit een van onze liederen over helden ben gestapt. Een vrouwelijke avonturier, daar lijk ik op.
‘En dat is wat ik wil zijn,’ fluister ik mezelf toe.

Ik open de deur van mijn kamer en stap de gang op. In vlotte passen loop ik richting het cellenblok. Daar moeten de dwergen gevangen zitten.
‘Minayaer!’ hoor ik dan een stem achter me roepen. Ik kijk om en herken hem meteen; het is Legolas. Hij loopt naar me toe en drukt me dan iets in mijn handen. Het is verpakt. Als ik het wil openen houdt hij me tegen.
‘Niet hier,’ zegt hij. ‘Open het waar je niet gestoord wordt.’ Hij geeft me nog iets anders aan; mijn rugzak. Ook reikt hij me mijn pijlenkoker en boog aan.
‘Wat doe jij?’ vraag ik geschrokken aan hem. Hij kijkt me even peinzend aan.
‘Je wilt hier niet blijven en wie zijn wij om je te dwingen. Vader mag hier dan wel anders over denken, maar ik vind dat je moet gaan.’ Ik zie zijn ogen twinkelen. ‘En neem die stinkende dwergen van je mee.’
Het volgende moment heb ik de sleutels van de cellen in mijn handen. Mijn mond valt open.
‘Legolas,’ zeg ik zacht. Mijn broer kijkt me moeilijk aan en omhelst me dan.
‘Beloof me dat je terugkomt,’ zegt hij op dwingende toon.
‘Ik beloof het,’ antwoord ik. Dan kijk ik weer naar het pakje. Hij volgt mijn blik.
‘Áls je met die draak gaat vechten, gebruik dit dan alsjeblieft.’
Het volgende moment heeft hij me losgelaten en loopt hij weg. Ik kijk weer even naar de spullen in mijn handen en glimlach dan.
‘Tijd om die dwergen te gaan redden,’ zeg ik tegen mezelf, en ik ren de trappen af.

Reacties (14)

  • vampkitty

    snel verder

    5 jaar geleden
  • Lucid

    Smelly dwarves haha
    Snel verder please, can't wait anymore.
    I want more Thorin sexiness:Y)
    x

    5 jaar geleden
  • Trager

    Oomg hoe doe je het toch:D! Asjeblieft snel verder:D! *gaat op knieen*

    5 jaar geleden
  • DeroGoi

    Stoute papa Thranduil, maar hopelijk gaat ze snel is kusje krijgen van Thorin *hinthint* snel verder, geweldige inhoud en verhaallijn!

    5 jaar geleden
  • Artoise

    stinky dwergen hahaha :p legolas!

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen