Foto bij • Chapter 15 •

Veel leesplezier:D

Nog voordat ik beneden ben heeft Legolas me alweer ingehaald.
‘Niet nu,’ fluistert hij. ‘Doe het morgen. Dan worden de lege tonnen wijn naar Laketown gebracht.’ Hij slikt even en loopt dan voor de tweede keer weg. Ik frons, begrijpend dat die informatie over de tonnen een hint was. Als ik ze morgen meeneem en dan in de tonnen doe, kan ik ze via het luik laten ontsnappen. Ik glimlach even tegen mezelf, maar hoor dan hoe er iemand aankomt. Ik begin snel te rennen. Meteen weet ik waar ik heen ga; de bibliotheek. Dan kan ik meteen ook onderzoek doen naar de ring van Bilbo en niemand zou het raar vinden dat ik daar was, aangezien ik dol was op lezen.
In Mirkwood hadden we één grote bibliotheek; mijn vaders privécollectie. Hier was dan ook gewoonlijk bijna niemand. Ik ren de ruimte binnen en verstop mijn boog, pijlenkoker, rugzak en het pakje van Legolas achter een wirwar van kasten. Daarna ga ik voor een kast staan en doe ik alsof ik een boek uitzoek. De deur van de bibliotheek gaat open en een elf kijkt me strak aan. Het is Tauriel.
‘Hier ben je. Je vader vraagt naar je,’ zegt ze vriendelijk. Ik trek een moeilijk gezicht.
‘Zou je kunnen zeggen dat ik even alleen wil zijn? Ik wil gewoon even wat lezen.’ Na mijn verzoek aarzelt Tauriel even, maar ze knikt daarna. Een paar tellen daarna hoor ik hoe de deur weer in het slot valt. Ik zucht even opgelucht. Vervolgens haal ik Bilbo’s ring uit mijn zak. Ik kijk er strak naar. Er is iets speciaals met deze ring. En besef ik me wat het kan zijn.
Achterin de bibliotheek staat een groot boek, waarin de hele geschiedenis van Middle-Earth in is opgeschreven. Ik haal het zware boek uit de kast, en leg het snel op een tafel neer. Onmiddellijk begin ik er doorheen te bladeren.
‘De ringen van macht,’ mompel ik in mezelf. En dan ben ik op de goede pagina aanbeland. Ik pak de ring van Bilbo en leg hem naast het plaatje van een van de ringen van macht. Ik slik; het is een van de ringen. Maar hoe komt Bilbo aan een ring van macht? Ik kijk er strak naar. De elven hebben hun ringen nog en de mensen werden de Nazgûl. De ring van Sauron is verloren geraakt, maar vele jaren geleden en ver weg van de Shire. Het moet dan wel een dwergenring zijn. Ik kijk aandachtig naar de ring van Bilbo, en schud dan mijn hoofd. Het zal vast wel een namaaksel zijn. Vele ringen die precies op de ringen van macht lijken zijn gesmeed. Maar hoe komt het dat Bilbo er een heeft?
Ik wil net zuchtend het boek dichtslaan, als een rijm op de linker bladzijde me opvalt. Zachtjes lees ik het voor;

‘Three rings for the Elven-kings under the sky,
Seven for the Dwarf-lords in halls of stone,
Nine for mortal men, doomed to die,
One for the Dark Lord on his dark throne.
One Ring to rule them all, One Ring to find them,
One Ring to bring them all and in the darkness bind them.
’

Ik sla het boek met een harde klap dicht en stop de ring weer weg in de zak van mijn tuniek.
‘Minayaer!’ hoor ik dan iemand roepen. Het is Lathier. Ze heeft mijn oude mandola in haar handen. Vroeger speelde ik veel muziek. Ze drukt het instrument in mijn handen.
‘Ga wat spelen en hou je niet bezig met zulke duistere zaken,’ zegt ze streng. Ik glimlach vriendelijk en knik. Ze haalt even diep adem en draait zich dan om. De deur valt achter haar in het slot en voor de tweede keer vandaag zucht ik opgelucht. Dan pak ik de mandola en ga ik op een stoel zitten. Voorzichtig sla ik een paar akkoorden aan. Ik speel hierna even een deuntje en begin er steeds meer plezier in te krijgen. En dan krijg ik een idee. Ik ga een liedje schrijven over onze tocht naar Erebor.
‘Oh hithui ëa uin aeglir maniéth,’ zing ik zacht. Ik spring op en pak een pen en papier. Ik schrijf de tekst op en speel dan verder. ‘Quirya saleth tiria hanarnya faêr.’
Ook deze regel schrijf ik op voordat ik verder ga. ‘Waiya pant urulócë osp adareth.’ Nadat ik deze regel had opgeschreven dacht ik even na voordat ik verder ging. ‘Quirya tirir Durinum iôn.’
Nu ik het eerste couplet af had, vouwde ik het papiertje op en stopte ik het in de rugzak die ik weer tevoorschijn haalde. Ik merkte nu pas hoe moe ik eigenlijk was. De laatste keer dat ik geslapen had was bij Beorn. Ik gaapte en legde mijn hoofd op de tafel. Heel even rust.

Ik schrok wakker van harde stemmen op de gang. Snel sprong ik op en ik verstopte me achter een kast. Ik hoorde hoe de elven langs de deur van de bibliotheek liepen. Opgelucht haalde ik adem. Toen zag ik een streep zonlicht die op de tafel scheen. Ik had de hele nacht doorgeslapen! Ik grijp mijn rugzak en gooi deze over mijn ene schouder heen. Ook doe ik mijn boog en pijlenkoker over de andere schouder. Het pakketje van Legolas prop ik ook in de rugzak en de sleutels van de dwergen hun cellen doe ik in mijn zak. Daar raak ik ook de ring weer aan. Ik haal het sieraad eruit en zonder erbij na te denken doe ik hem om. Er gebeurd niks. Ik voel me onbewust toch wel teleurgesteld. Dan loop ik de gang op. Ik kijk even om me heen of ik iemand zie. Als dit niet het geval is ren ik snel de trappen af. Ik ben zo enthousiast dat ik bijna tegen Tauriel op bots die voor Kili zijn cel zit. Tot mijn verbazing ziet ze me niet. Ik zwaai met mijn hand voor mijn gezicht. Ze geeft geen reactie. Ook Kili lijkt me niet te zien. En dan begrijp ik wat de ring doet en waarom Bilbo er zoveel waarde aan hecht. Hij maakt je onzichtbaar.

Tauriel en Kili praten nog een tijdje door. Ik luister in het begin in stilte mee, maar loop dan verder de trap af. Ik merk dan mijn voeten nog wel geluid maken. Gelukkig gaat Tauriel zo op in haar gesprek met Kili dat ze me niet hoort. Ik loop langs de cellen van de dwergen. In de laatste cel zit Thorin. Hij heeft zijn hoofd in zijn handen en lijkt wanhopig. Ik kijk op en zie Tauriel weglopen. Ik wacht nog zeker een uur voordat ik actie onderneem. Tot mijn verbazing zie ik geen bewaker. Legolas moet ze afgeleid hebben. Met wijn vast zen zeker. Ik glimlach; wat een fantastische broer heb ik toch.
‘En wat gaat er nu met ons gebeuren,’ hoor ik Fili mistroostig zeggen. Dit is mijn moment. Ik duik even weg achter een pilaar zodat ze me niet zier verschijnen.
‘We zitten opgesloten,’ concludeert Bilbo verdrietig. Ik rol met mijn ogen.
‘Goed geanalyseerd,’ spot Dwalin.
‘We bereiken zeker nooit Erebor,’ zegt Ori dan. Ik grijns en spring dan achter de pilaar vandaan.
‘Niet als jullie hier blijven zitten, nee,’ zeg ik vrolijk. De dwergen draaien zich allemaal naar me toe en blijven me geschokt en met open mond aanstaren. Ook Thorin is opgesprongen en staat nu bij de deur van zijn cel. Ik weet hoe ik er in hun ogen uitzie. Met mijn prachtige kleding en zilveren kroon. Heel anders dan mijn reiskleding die ik eerder aanhad.
‘Ik had het kunnen weten.’ Balin is de eerste die wat zegt. Hij glimlacht naar me.
‘Daar kunnen we het later over hebben,’ zeg ik op dwingende toon. Ik grijp de sleutels uit mijn zak.
‘Wie wil er eerst?’ zeg ik dan. De dwergen beginnen door elkaar heen te roepen.
‘Stil,’ dondert Thorin. ‘Er zijn bewakers in de buurt.’ Meteen valt het stil. Ik knik dankbaar naar hem, maar hij kijkt boos weg. Ik zucht. Hij is nog altijd kwaad over het feit dat ik niets verteld heb.
Als eerste open ik de cel van Bilbo. De hobbit kijkt me lachend aan. Ik leg mijn wijsvinger op mijn lippen en druk dan snel de gouden ring in zijn hand. Meteen voel ik de drang om hem terug te grijpen.
‘Jij hebt hem meer nodig,’ is het enige wat ik zeg. De halfling kijkt geschokt. Ik trek hem de cel uit en open daarna de cel van Bombur, Bofur en Bifur. Zo ga ik alle cellen af. De dwergen sluiten de deuren achter hen en beginnen dan opgewonden te praten. Als laatste open ik de deur van Thorin. De dwergenprins kijkt me fel aan. Ik trek alleen mijn wenkbrauw op.
‘Als jij normaal tegen mij doet, zal ik geen woord zeggen over het gesprek dat je met mijn vader hebt gehad.’ Meteen valt hij stil. Ik gebaar naar iedereen dat ze me moeten volgen. In stilte lopen we de keldertrap af.
‘In de vaten,’ sis ik ze dan toe. De dwergen en Bilbo klimmen snel in de lege wijnvaten. Ik fluister nog even, ‘Veel succes,’ en haal daarna de hendel over die het valluik in werking zet. Heel even balanceren ze op de rand, om vervolgens in de rivier te plonsen.
‘En nu ik nog,’ zeg ik dan tegen mezelf.

Reacties (11)

  • JustMainiac

    Snel veder please

    5 jaar geleden
  • DeroGoi

    Leuk deeltje!! Snel verder en go Mina!!:Dx

    5 jaar geleden
  • Artoise

    Dit is veeeel te spannend xp

    5 jaar geleden
  • vampkitty

    snel verder

    5 jaar geleden
  • Croweater

    ‘Als jij normaal tegen mij doet, zal ik geen woord zeggen over het gesprek dat je met mijn vader hebt gehad.’


    Prachtig dit. ^^

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen