Foto bij [69] Brothers

Pov. Beau Grigot
Samen met Damon liep over een treinstation in China. We volgden de sporen van Ichiru die ons overal naartoe leidde. De regering had alle militaire organisaties ingelicht dat wij gewapend door hun land reisden. Darius en Bonita volgden een ander spoor en Zero zou ondertussen wel bezig zijn de capall naar Engeland toe te brengen. Ik miste hem en hoewel ik hem wou bellen deed ik dat niet hij had me nadrukkelijk verteld dat niet te doen. Hij was nog steeds kwaad dat we nu alweer missies deden terwijl Nightshade eigenlijk ontbonden was. Logisch natuurlijk maar toch deed die kleine afwijzing me pijn en kon ik me niet goed concentreren. Er werd iets in het Chinees omgeroepen wat ik totaal niet snapte. ‘Deze trein moeten we hebben, Beau.’
Damon trok m`n aandacht en wapperde met een papier in m`n gezicht. ‘Loop niet zo te dromen.’
Donkere kringen zaten onder z`n ogen en ik wist dat ik er niet veel beter uitzag aangezien we al dagen reisden en niet of bijna niet konden slapen.
De trein leidde naar het binnenland dat wat meer verlaten was dus druk was het niet en konden we gelukkig allebei zitten.

Het landschap veranderde tot kale bergen ons omringden. Op de velden rond het spoor zag ik mensen het land bewerken of liepen er kuddes ezels rond.
Was Zero hier opgegroeid? Ik wou het aan Damon vragen maar de man sliep en bewoog niet eens een vinger.
Zuchtend nam ik een andere positie aan en volgde Damon`s voorbeeld.

Pov. Zero Kiryu
Nu het lente was begonnen de knoppen uit te komen en begon de zon aan warmte te winnen.
Ik vond het heerlijk weer terug op Thule te zijn. De capall stonden buiten in de weilanden. Ter`r liep in een apart veld, na de aanvaring met de beer was hij snel hersteld en liep hij weer zonder te hinken. Tevreden keek hij uit over de hoog drachtige merries en de veulens die op lange benen met elkaar stoeiden. Veel aandacht besteedden ze niet aan hem maar zo nu en dan hinnikten ze zachtjes.
‘Laat ik maar eens een stel goede capall uitzoeken.’ Zei ik tegen niemand in het bijzonder.
Met al een aantal dieren in m`n hoofd ging ik naar de paddock waar de Demonen Oorlog veteranen stonden. Een witte merrie keek op en ontblote haar tanden dreigend.
Dry had een hekel aan mensen maar zodra je haar beter kende viel ze wel mee. Darius zou haar wel aan kunnen besloot ik.
Met een halster in m`n hand benaderde ik haar. Een stuk vlees in m`n hand zodat ik haar kon paaien. En andere capall bekeek me van een afstandje, besloot toen dat ik geen kwaad kon en ging verder met doezelen.
Dry strekte haar hals uit naar het vlees in m`n hand maar eerst liet ik het halster snel over haar snuit glijden en bond hem vast achter haar oren.
Ze snoof en probeerde nog steeds het vlees te pakken te krijgen.
‘Hier meisje. Het spijt me maar je moet weer.’ Ze snoof weer en griste het vlees uit m`n hand om het snel op te schrokken.
Ze volgde me wel toen ik haar mee nam richting de stallen. ‘We gaan een ritje maken Dry.’ Nieuwsgierig volgde ze me met haar ogen. In de zadelkamer besloot ik het westernzadel te pakken. Die dingen waren gemaakt voor comfort en persoonlijk vond ik die het lekkerst rijden.
Ze deed gelukkig ook niet echt moeilijk met zadelen en toen ik haar de weg afstuurde richting de fjorden gingen haar oortjes naar voren en ontspande ze merkbaar.
Dry was Kress` capall geweest maar de merrie had ook dingen meegemaakt in de oorlog die haar getraumatiseerd achtergelaten had. Dwars door het ruige landschap heen had zich een smal kronkelend pad gevormd, de weg die we altijd namen als we naar de rotsachtige kust gingen of richting het woud dat in het binnenland lag en de bergen bedekten. Heel hoog in de lucht kon je soms draken zien vliegen en een verre kreet bereikten ons. Dry legde haar oren in haar nek en gromde zachtjes. Ze haatte draken.
‘Kom Dry, laten we rennen.’ Hiermee trok ik haar aandacht weer, net als alle capall hield ze van rennen. Het liefst zo hard mogelijk en net zolang tot het zweet van hen af droop en hun benen trilden van de inspanning.
Zachtjes drukte ik m`n kuiten aan waarop de naar voren sprong en meteen een snel tempo oppakte.

Haar hoeven dreunden op de rotsachtige bodem, de wind floot langs m`n oren en haar lange manen wapperden in m`n gezicht.
Dit, dit gevoel was het beste dat er was. Zelfs toen we steiler omhoog gingen staakte ze haar tempo niet maar spande de spieren in haar achterhand aan.
De kracht die een capall bezat was werkelijk ongelofelijk, het verbaasde me elke keer weer.

De wind waaide hard aan de rand van de fjord. Dry keek uit over het water en ik volgde haar voorbeeld. Ik had nog enkele andere dieren in m`n hoofd die ik morgen weer mee terug zou nemen. Haar huid was warm toen ik m`n hand op de gladde vacht legde. ‘Zullen we terug gaan meisje?’ stenen knarsten onder haar hoeven toen ze zich omdraaide en in een rustig tempo terug begon te lopen.
Ik verdacht de capall ervan na een poosje onze taal te kunnen begrijpen. Je hoefde ze alleen iets te zeggen.

Die avond kroop ik alleen in bed, niet in staat te slapen ging ik naar beneden in de woonkamer. Gedachteloos staarde ik gaten in de lucht. Pas tegen de tijd dat de lucht in het oosten weer licht begon te worden “ontwaakte” ik. De draak die ons over zou vliegen stond al. Gelukkig had ik alles al klaar staan en hoefde ik alleen die tien capall in te laden en het tuig te bevestigen aan de draagkooi. Toen we vlogen viel ik pas in een onrustige slaap.

Pov. Beau Grigot
De straten van het kleine dorp waren leeg, achter de gesloten luiken brandde hier en daar nog licht. Damon stond een blok naast me. Bonita en Darius waren bij andere blokken verspreid. M`n hart bonkte tegen m`n ribben. De kille voorjaarslucht was doordrongen met een geur die zo vertrouwd maar ook zo anders was.
Het zingende geluid van metaal verscheurde de stilte. Aan het einde van de straat verscheen een man. Zonder angst te tonen liep hij verder tot er licht op z`n gezicht viel.
Zero keek me kil en berekend aan, z`n scherpe hoektanden drukten tegen z`n onderlip toen hij glimlachte. ‘Ichiru.’ Damon`s stem klonk scherp vanaf het dak waarover hij genaderd was.
‘Damon-san.’ De tweelingbroer van Zero knikte naar Damon en liet z`n zwaard zakken.
Het beeld van de man was fascinerend, ze waren zo hetzelfde maar ook heel anders. Ichiru had zwart haar, langer dan dat van Zero. En bruine ogen, de ogen die Zero eerst ook had. Z`n huid was misschien iets donkerder en natuurlijk was hij veel gespierder en een stukje groter.
‘Het verbaasd me dat jullie m`n broertje niet meegenomen hebben. Hua- Mei weet hier überhaupt wel van toch?’
Hun stemmen waren ook hetzelfde. ‘Hij is onderweg.’ Zei Darius die achter Ichiru verscheen. Ichiru fronste toen hij hem zag. ‘Marti-san?’
Hoe kende hij Darius` oom in hemelsnaam? ‘Nee, Darius. De zoon van March.’ Ichiru mompelde iets en richtte z`n blik op de maan die achter de wolken verscholen ging.

Er waren een paar dagen voorbij sinds Zero in China was aangekomen. En toen wij voor het laatst contact hadden was hij nog maar tien kilometer van ons verwijdert. Hij zou nu wel snel komen.
Bonita`s stem klonk door m`n oortje. “Zero is er. Ik ben nu samen met hem onderweg naar jullie.” Damon`s ogen ontmoette de mijne.
Wat nu? De broers konden elkaar niet zien! Net op dat moment weerklonk de hoefslag van een tweetal paarden. Als het beeld uit een horrorfilm kwam Zero de hoek om gegaloppeerd. De witte capall waar hij op reed gooide haar hoofd achterover, haar hoeven dreunden op de plaveisel.
Midden op de straat trok hij de teugels aan, z`n ogen gericht op Ichiru die verstijfd toekeek. ‘Ichiru-san.’ Zero`s haar was ook zwart zag ik toen hij de kap naar achteren duwde. ‘Hua Mei-san’ met een kletterend geluid viel het zwaard uit z`n vingers. Zero sprong van de capall af en liep tot op een meter afstand van z`n broer af. Het leek alsof je naar een spiegel keek.
In een snelle beweging dook Ichiru naar de grond, greep z`n zwaard en haalde naar Zero uit die razendsnel wegdook en siste.
Hoe het gebeurde zag niemand maar plotseling leek de huid op Ichiru`s wang open te barsten, donker bloed trok een helder spoor over de blanke huid. In Zero`s hand flitste een dolk. Hijgend keken de broers naar elkaar.
Ichiru was de eerste om weer uit te halen, deze keer gebruikte hij ook een dolk, ze waren te dicht bij elkaar om met een zwaard te vechten.

Dry hinnikte plotseling, steigerde en draaide zich om haar as. Een groepje weerwolven naderden verscholen in de schaduwen van de huizen.
Een pijnkreet weerklonk achter me. Ik kon niet uit het geluid opmaken wie geschreeuwd had, hun stemmen leken te veel op elkaar. Darius ontweek Dry die furieus met haar hoeven sloeg naar een weerwolf die zo stom was langs haar heen te glippen. De scherpe hoef verbrijzelde de schedel en toen het levenloze lichaam op de grond viel dropen bloed en hersenen op de stenen. Het was lang geleden dat ik banger dan dit was.
Bonita zat in een benauwde situatie toen Zero naast haar verscheen. Hij grauwde naar de verwarde weerwolven en dook weg toen Ichiru`s zwaard tollend door de lucht vloog en Dry`s flank opensneed.
De merrie schrok van de pijn, steigerde en struikelde uiteindelijk. Het rode bloed sijpelde uit de diepe wond.

Plotseling verdwenen de weerwolven of Lycans toen Ichiru Zero hard wegduwde en over de daken verdween. Zero krabbelde op en rende naar de merrie toe hij geep de teugels vast en probeerde haar te kalmeren met zachte woordjes.
Ze snoof, krabbelde weer overeind en schudde haar manen. Damon die Zero nog altijd wou beschermen greep hem vast, draaide hem en schudde hem niet bepaald zachtzinnig door elkaar. ‘WAAROM BEN JE HIER! JE ZOU NIET MEER VECHTEN! JE WEET DAT HIJ JE KAN VERMOORDEN!’
Zero duwde Damon`s handen van z`n schouders en siste iets dat ik niet verstond. Darius leunde hijgend tegen de muur en wreef langs z`n pols.
Bonita haalde de twee mannen uit elkaar en ging tussen hen in staan, haar handen op Damon`s borst.
‘Ophouden. Het is een ongelukkig moment maar ik ben blij dat hij er nu is en niet later.’

Zero luisterde al niet meer en richtte zich weer op Dry die naar hem beet toen hij aan de wond zat.

‘Ze leken echt heel erg op elkaar.’ Darius kwam naast me staan en keek naar de lijken die op straat lagen.
‘Ja, behoorlijk. Ik kon ze niet goed uit elkaar houden en vooral nu hij zijn haar weer zwart heeft.’
Darius veegde het zweet van z`n voorhoofd af. ‘Laten we hem helpen met Dry. Hij is laaiend als we er nog één de dood insturen.’
Ik knikte. Hij zou woest zijn. Darius greep haar stevig bij het bit vast en probeerde haar onder controle te houden terwijl Zero de wond inspecteerde.
‘Laten we in ieder geval uit dit dorp weg gaan.’ Darius keek hem even aan. ‘Ja, laten we dat maar doen.’
Hij richtte zich tot Bonita die redelijk bleef en Damon`s furie beteugelde. ‘We moeten weg hier. We gaan met z`n allen de capall halen, dan zoeken we een veilige plek en kunnen we de merrie behandelen.’ Dat laatste was aan Zero gericht die kort knikte en de tanden van de capall ontweek.
‘Ik ben het er mee eens dat we een plek moeten zoeken maar deze rotzooi moet ook opgeruimd worden. Damon en ik doen dat wel. Jullie halen de paarden en zoeken een plek maar vergeet niet telepathisch door te sturen waar jullie zijn.’ We knikten, blij met haar goedkeuring.

Het enige geluid dat weerklonk op de stenen was de hoefslag van de merrie die niet heel veel moeite leek te hebben met bewegen.
Ze kwam me bekend voor en net alsof Zero mijn gedachten kon lezen keek hij me aan. ‘Ze is een veteraan. Kress reed haar toen maar na haar verwondingen is ze een beetje humeurig geworden.’
Darius hield de omgeving scherp in de gaten onder het lopen. ‘Waarom heb je je haar weer zwart gemaakt? Ik heb je nooit eerder met zwart haar gezien.’Zero haalde z`n schouders op. ‘Een kwestie van verstandverplaatsing denk ik.’

Met de paarden op sleeptouw en onze bagage gingen we dieper het heuvelachtige bosgebied in. Bij een overhangende rots hielden we stil. ‘Ik ga kijken of er wat te eten is, houden jullie je maar met die witte bezig.’
Zero en ik knikten als vorm van antwoord en namen haar mee naar het meertje dat we niet ver van ons vandaan gevonden hadden. We moesten het waterpaard aan een boom vastbinden zodat ze er niet vandoor ging. Opgewonden spetterde ze in het water rond en waste zo het bloed uit haar vacht, zo konden wij de schade beter bekijken.
Nu we alleen waren kon ik mezelf niet tegen houden, ik sloeg m`n armen om z`n middel en trok Zero dicht tegen me aan. Hij verstarde maar zuchtte vrijwel meteen en knuffelde terug. Z`n haar kriebelde m`n wang en z`n geur was overal om me heen.

‘Ik heb je gemist…’ fluisterde hij zachtjes. Z`n ogen waren raadselachtig en donker toen hij me aankeek. Geen idee wie er het initiatief nam maar opeens waren we in een gepassioneerde kus verwikkeld.
Langzaam liet hij zich weer op z`n voeten zakken, z`handen omklemden m`n kraag. Teder streek ik een lok uit z`n gezicht en kuste z`n voorhoofd. ‘Het spijt me.’ Hij keek me vragend aan en trok een wenkbrauw op. ‘Wat bedoel je?’
‘Voor je hierbij betrekken. Ik weet dat je het niet wou.’ Grinnikend duwde hij me weg en trok het paard uit het water.
‘Maak je geen zorgen, ik ben hier zo snel mogelijk weer weg.’ Z`n vingers gleden langs de randen van de wond. ‘Hmm, lijkt wel mee te vallen. Een paar hechtingen en ze is weer oké.’

Onwillekeurig glimlachend volgde ik hem terug naar de kampplaats waar Bonita en Damon ook net aangekomen waren.
‘Hier, eet wat je hebt een eind gereisd vandaag dus je moet goed eten.’ Bonita reikte Zero een bord aan. Hij glimlachte en ging naast haar zitten.
‘Wanneer gaat je vliegtuig terug Zero?’ hij glimlachte maar antwoorden niet met volle mond. ‘Morgenavond.’
Damon knikte en keek even naar dry die een beetje om zich heen keek. ‘Ik neem haar mee terug.’ Het leek wel alsof hij onze gedachten kon lezen.
‘Hoe wist je wat ik dacht?’ Zero grinnikte en haalde z`n schouders op. ‘Darius, kun je straks helpen de wond te hechten?’ m`n beste vriend knikte. ‘Natuurlijk Zero. Maar je kunt niet op haar rijden morgen… welke neem je nog meer mee?’
‘Jullie moeten er maar een kiezen die bij je past en dan neem ik de laatste mee terug want mij maakt het niet uit wie ik mee terug neem.’

Pov. Darius Zy
Met m`n gewicht leunde ik op Dry`s hals om haar op de grond te houden terwijl Zero de wond hechtte. ‘Eigenlijk had ik haar meegenomen voor jou.’ Mompelde hij en keek even schuin naar me op. Z`n zwarte haar had hij in een losse knot zitten waar enkele strengen uit ontsnapt waren en nu langs z`n gezicht streken. Ik kon maar al te goed zien wat Beau in hem zag. De vrouwelijkheid en elegantie straalde van hem af maar dat had hij altijd al gehad, z`n lange haar versterkte het gevoel alleen maar meer.
‘Is ze een goede vervanging voor mij van Ter`r?’ Zero knikte geconcentreerd.
‘Ja, ze is geweldig. Gevoelig en afstandelijk maar als je op haar gereden hebt en ze je vertrouwd is ze heel prettig om mee te werken. En ze is ook erg snel.’

‘Zo, klaar. Ik heb even nagedacht en ik denk dat ik wel een paard weet dat bij je past.’ Ik stond op en liet de merrie overeind komen voor ik haar weer aan het touw vastzette en volgde Zero naar de andere paarden. ‘Die daar.’ Hij wees een voskleurige hengst aan die oplettend z`n oren in onze richting draaide.
‘Misschien lijkt hij eerst niet bij je te passen maar geef hem de tijd.’
‘Ga je terug naar Thule nadat je bij de rest langs gegaan bent?’ zwijgend sloeg hij z`n armen over elkaar en zuchtte. ‘Ze vroegen of ik een college op Zweinstein wil geven over de capall en draken… Zal ik het doen?’
Ik deed alsof ik niet merkte dat hij m`n vraag ontweek en antwoordde hem eerlijk.
‘Ik denk dat je het prima zal doen. En daarnaast lopen er mensen op de school rond die je kent. Albus zal er natuurlijk ook zijn.’

De zon was nog maar net op toen Zero weer vertrok. En Beau was de rest van de dag in een slecht humeur.

Pov. Marcel Lubbermans
Tevreden keek ik de Grote Zaal rond. Jongens plaagden elkaar en de meisjes giechelde vertrouwd met elkaar. Vlak naast me zat Albus Potter. De zwartharige jongeman glimlachte naar me toen hij me betrapte. ‘Zero kan elk moment hier zijn toch?’
Albus knikte en net op dat moment zwaaide de grote deuren open en kwam een zwartharig figuur binnen. De meisjes bekeken hem keurend en gefluister steeg op in de Zaal. Vlak voor de verhoging stond hij stil en boog. Dit was de eerste keer dat ik hem in levende lijve ontmoette. Albus grijnsde naar hem en gebaarde hem dat hij op de verhoging moest komen. Toen de vampier naast m`n stoel stilhield, stond ik op en doofde het gefluister uit.
‘Beste kinderen. Zero is hier een paar weken om jullie te onderrichtten over draken en de capall die hij traint. Behandel hem goed kinderen.’
Na een korte verbijsterde stilte steeg er een gejoel en applaus op. Zero glimlachte lichtjes en boog.

Pov. Albus Potter
Toen ik de volgende ochtend ik m`n klas verscheen draaiden alle kinderen zich onmiddellijk naar me toe. Wetend dat ik de leden van Nightshade kende.
‘Goedemorgen klas.’ sprak ik, de gefluisterde vragen negerend. ‘Vandaag gaan we de drank van pagina 356 maken-’ de deur zwaaide open en Zero stapte naar binnen.
‘Ik kom de les even bijwonen.’ Ik knikte en hij ging brutaal achter m`n bureau zitten kijken hoe ik de leerlingen instrueerde bij het maken van een waarheidsserum. De meisjes die vlak voor het bureau zaten konden hun aandacht er totaal niet bijhouden en zaten constant te fluisteren over hoe knap hij er in het echt uitzag en dat soort onzin. Ik wist honderd procent zeker dat hij ze prima kon horen maar hij negeerde het gewoon en bladerde wat door mijn boek heen.

De les duurde voor mijn gevoel veel langer als gewoonlijk dus ik was blij dat de bel ging en de middagpauze aankondigde. Zero stond op uit m`n stoel en rekte zich uit. Hij droeg casual kleren. Gewoon een spijkerbroek en een rode trui die z`n sleutelbeentjes toonde. ‘Ik ga een stukje rijden meneer Potter.’ Flauw glimlachend verdween hij weer.

Pov. Teddy Lupos
Ik was net als de kinderen buiten gaan zitten in de warme voorjaarszon toen Zero op een grote blauwgrijze capall door de poort kwam stappen. De hengst schudde z`n manen en brieste. Even stonden ze beiden stil als een standbeeld, Zero`s haar wapperde lichtjes in de staart waarin hij het gebonden had en Ter`r zwiepte met z`n staart. Zonder enig teken sprong hij ineens naar voren in een ontspannen galop. Hij moest toch wel gehoord hebben van de geruchten over het verboden bos maar toch verdween hij tussen de bomen om pas een kwartier later aan de rand van het meer te verschijnen.

Albus plofte naast me neer in het gras en volgde mijn blik, de zwartharige vampier was afgestegen en liep wat langs het water heen en weer. ‘Ongelofelijk dat jij hem al jaren kent en ik hem gisteren pas ontmoet heb.’ Albus gniffelde en begon van z`n broodje te eten. ‘Ik ben dat soort belangrijke of bijzondere mensen wel gewend rond ons huis. Ik bedoel, mijn vader is Harry Potter. En Bonita woont bij ons.’ Ik rolde met m`n ogen. ‘Ja, en je kent de minister.’ Hij gniffelde weer en sproeide me onder met broodkruimels. ‘ALBUS!’
‘Maar jij kent ook velen van hen… Je bent ook deels met ons opgegroeid.’ Ik haalde m`n schouders op en volgde Zero met m`n ogen. Hij leidde het beroemde dier aan de teugel onze richting op. Toen hij bij ons was kwam hij naast me in het gras zitten en streelde het paard langs een been. De schouder van het paard was duidelijk een litteken. Blijkbaar zag hij me kijken want hij snoof zacht en legde z`n hand tegen het opbollende litteken. ‘Een aanvaring met een beer.’ Z`n stem had een licht accent dat prettig in de oren klonk, z`n uiterlijk verraadde waar hij vandaan kwam.

De hengst liet me schrikken door ineens m`n brood uit m`n handen te grissen en het in een hap op te eten. Albus lachtte en at z`n brood wat sneller op dan voorheen. ‘Sorry,’ Zero stak z`n eigen brood naar me uit, ‘neem maar, ik heb geen honger.’ Z`n ogen waren letterlijk gitzwart. Uit de beelden en de foto`s van de Demonen oorlog kon ik me herinneren dat ze eigenlijk bruin waren en dat de hengst van Darius was.

‘Zero?’ de jongen had zich achterover in het gras laten vallen en scheen er geen aandacht aan te besteden dat een vleesetende capall met z`n snuit vlak bij z`n gezicht hing. Hij maakte een geluidje en opende één oog om naar me te kijken. ‘Waarom ben je naar Thule gegaan? Je had ook hier kunnen blijven.’
Hij zuchtte diep en streek een lok uit z`n gezicht. ‘Ik heb post traumatische stres opgelopen tijdens de oorlog. Teveel mensen waar ik van hield zijn toen afgeslacht. Als ik hier was gebleven had ik zelfmoord gepleegd dus toen Damon me met geweld naar Thule stuurde ben ik daar een beetje hersteld. De capall, de draken en eindeloze natuur. Het is er prachtig.’

Ik knikte, hij zag er inderdaad een beetje… gestrest uit. ‘Ik heb de foto`s gezien.’ Snel viste ik een dik boek uit m`n tas en sloeg hem open. Geïnteresseerd kwam Zero overeind om mee te kijken naar de foto`s die gemaakt waren tijdens en na de slag. Hij wees een foto aan waarop een hele groep mensen, weerwolven, tovenaars en vampiers tegenover de kern van Nightshade stonden. ‘Weet je wie daar allemaal nog van over zijn?’ een beetje bitter schudde hij z`n hoofd. Z`n vinger gleed naar een foto die een capall liet zien die steigerde tegen een demon die ondertussen z`n buik openreet. ‘Die capall, hij had ooit bijna m`n arm eraf gebeten toen we hem vingen op het strand… Hij was één van de eerste paarden die we vingen. Hij stierf meteen nadat deze foto genomen was, de demon had hem helemaal opengescheurd. Wat er met zijn ruiter is gebeurt weet niemand, er zijn niet eens resten overgebleven.

Een foto op de volgende bladzijde toonde hem op een kleine zilvergrijze merrie capall terwijl hij een andere capall met Beau tussen de rokende brokstukken leidde. ‘Hier was Beau net z`n oog kwijtgeraakt, we waren nog maar net op tijd, anders hadden ze hem opgegeten.’ Ik durfde niet te vragen wie die “we” waren maar het was duidelijk hoeveel emoties deze foto`s bij hem opriepen. De volgende foto`s gunde hij geen blik waardig. Pas bij een foto van een dode draak hield hij stil.

‘Hier waren Ivy en ik aan het vechten voor ons leven… alleen ik ben van het slagveld weggekomen.’ Een zachte grom steeg op in z`n keel. Benauwd sloeg ik het boek dicht en bestudeerde z`n gezicht. ‘Als je wilt kan ik je een keer `s avonds meer vertellen. Het wordt tijd dat mijn verhaal ook aan het licht komt.’

Pov. Albus Potter
Zero was een boel verandert, maar dat hij er nu over wou praten was opzich al een wonder. Z`n emoties leken al wat minder overheersend en heftig te zijn als dat ze maanden terug waren. Ik besefte ineens dat ik trots op hem was, niet op wat hij gedaan had maar op wie hij geworden was.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen