Foto bij Liefdesvlees - hoofdstuk 1

Ik zocht naar spanning in mijn leven. Tot nu toe was mijn leven namelijk altijd vreselijk saai geweest. Ik volgde de colleges waar ik me voor ingeschreven had, ging naar mijn baantje in de plaatselijke supermarkt en zorgde ervoor dat mijn kleine appartementje altijd netjes opgeruimd was. Voorheen had ik de routine in mijn leven heerlijk en vertrouwd gevonden, maar nu begon het me stierlijk te vervelen. Ik moest iets nieuws ontdekken.
Met een zucht en zachtjes mijn hoofd schuddend, trok ik het verplichte bedrijfsshirtje aan en liep vervolgens de kantine uit. De gedachten van daarnet bleven maar door mijn hoofd spoken, waardoor ik eigenlijk alweer een beetje vergeten was op welk pad ik nu eigenlijk vandaag moest staan.
Ik keek een beetje hulpeloos om me heen en draaide een rondje, hopend zo te kunnen ontdekken of iemand anders misschien wist waar ik moest staan.
‘Rose!’ zwaaide Celeste ineens vanaf een afstandje. Ze schudde lachend haar hoofd en gebaarde vervolgens naar het pad waarop zich de schoonmaakmiddelen en zo bevonden. ‘Daar.’
Ik knikte begrijpend, schudde zelf ook mijn hoofd en beende er vervolgens zachtjes grinnikend naartoe. Met grote passen liep ik op de volgestouwde kar met producten af en viste er een doosje vanaf. Zonder op het label te kijken, peuterde ik de kartonnen randen open en gluurde naar de inhoud. WC-reinigers, geweldig.
Een licht penetrante geur drong zich op aan de vrijheid en kroop mijn neus in. Ik zuchtte zachtjes, liep naar het goede schap toe en begon het vrijwel lege vak maar meteen te vullen. Ik moest zeggen dat het eigenlijk zo goed als automatisch ging. Ik werkte hier namelijk al zo lang, dat ik vrijwel meteen wist waar het product hoorde te staan. Het werd bijna irritant.
Toen ik het laatste flesje tussen de rest had gepropt, ging ik weer rechtstaan en vouwde het karton volledig open. Een binnensmondse vloek kroop omhoog toen ik mijn vinger sneed aan het karton en enkele druppeltjes bloed hun weg naar buiten drongen. Zuchtend stopte ik mijn vinger in mijn mond en smeet het vervloekte karton op het kartonrekje. Eerst maar eens een pleister zoeken.
Terwijl ik me omdraaide om richting het magazijn te lopen, zag ik ineens een groep jongens voorbij komen. Ze waren luidruchtig, maar vooral ook ongelooflijk knap. Ik herkende er nog een paar van de middelbare school, geloofde ik.
Ik fronste mijn wenkbrauwen en zag hoe de jongen die achteraan liep – hij was tevens de rustigste van de groep – toevallig zijn blik mijn kant op liet dwalen. Zijn mondhoeken kropen omhoog in een geheimzinnige glimlach en nog net voordat hij alweer verdwenen was, knipoogde hij. Het was zo snel en zo casual, dat ik heel even dacht dat ik het me verbeeld had.
Mijn hartslag schoot met sprongen de lucht in en mijn maag voelde duidelijk ook de spanning die het korte moment met zich meegebracht had. Jezus, wat had ik nou ineens?
Weer schudde ik mijn hoofd, veegde mijn haren uit mijn gezicht en vroeg me even af wat ik ook alweer zou doen. Toen ik een irriterende pijn in mijn vinger voelde, schoot het me weer te binnen. Een pleister, juist.
Zo snel mogelijk liep ik op het magazijn af, stiekem alweer denkend aan de jongen die daarnet zo soepel mijn hart op hol had gebracht. Wat een knipoog van een knappe vent al niet kon doen.

Reacties (6)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen