Foto bij Darkness: Prologue

If you have a sister and she dies, do you stop saying you have one? Or are you always a sister, even when the other half of the equation is gone?
- Jodi Picoult, My Sister's Keeper

Ze merkt pas dat er iets mis wanneer er een elf tegen haar aan loopt en haar vol medelijden aankijkt. Dat is iets wat elfen normaal gezien niet doen. Ze is namelijk Aya Faënonighean, of dat is de naam die de elfen aan haar gegeven hebben toen ze nog klein was.
Nu willen de mensen en elfen van de gemeenschap namelijk niets met haar te maken hebben. Ze is datgene dat de natuur nooit gezien had mogen hebben. Half mens, half elf.
Een rondwandelend taboe.
Zelf was ze hier maar al te goed van bewust, aangezien zelfs haar ouders niets met haar te maken willen hebben. Voor haar vader ligt dit natuurlijk wat moeilijker, hij is namelijk ongeveer zestig jaar geleden gestorven in zijn koninklijke bed door zijn ouderdomskwaaltjes. Met haar moeder is de afschuw wederzijds, omdat die nu eenmaal dingen doet die bij de elfen helemaal niet door de beugel kunnen. Je lichaam verkopen aan rondtrekkende mensen wordt als de ergste zonde gezien. Vergeleken met hoe Aya’s moeder behandeld wordt, is Aya geliefd.
Niet dat ze haar moeder ooit al langer dan enkele tellen gezien heeft.
De elf die tegen haar aan gelopen was mompelt iets, een zeldzaamheid aangezien de meeste Elfen haar zelfs nog niet durven aan te kijken. 'Het spijt me’, klinkt het melodieus uit zijn mond.
Enkele tellen staat Aya als bevroren op de grond, terwijl ze probeert te bevatten wat –en waarom- hij dat heeft gezegd.
De elf heeft zijn rug al naar haar toe gedraaid als het tot haar doordringt, ze kijkt met grote ogen na hoe hij met snelle passen wegloopt. 'Wacht! haar stem is zo zacht dat hij verloren gaat in de wind.
Het spijt me, beseft ze met haar hart zwaar kloppend tegen haar keel, kan maar één ding betekenen.
Ze voelt zich uitgeput als ze begint te lopen, de grens tussen elfen en mensengebied bijna oversteekt en-tegengehouden wordt. 'Laat me los!' roept Aya luid.
'Je kan niets meer doen.' Dezelfde elf van daarnet laat haar arm niet los, een paar anderen versperren haar de weg.
'Alsjeblieft', haar stem breekt in duizend stukjes op de grond.
'Ik ga je niet doorlaten.' De andere elfen voor haar slaan hun armen over elkaar. Een neemt zelfs zijn zwaard ter hand.
Ze snikt, ze jankt, zakt op de grond. De anderen slaan haar slechts gade, en geen een van hen denkt er nog maar over na om Aya Faënonighean te helpen. Als een gewond beest kreunt ze: 'Vean.’

Reacties (3)

  • Croweater

    Muh, wat gemeen. Ga maar lekker naar Rivendel, daar zijn ze dol op halfelfen.

    5 jaar geleden
  • DeroGoi

    Je hoefde de reclame niet te posten, aangezien je verhaal al tussen mijn bladwijzers zit :p maar blijkbaar niet tussen mijn abo's :o daar ga ik nu dus verandering in brengen;)(Heb wel nog niet alles kunnen lezen :o!) x

    5 jaar geleden
  • Lucem

    Ik vond het niet echt een zooitje hoor:) Het is wel wat overzichtelijker zo, hoewel ik nog steeds je hoofdstukken paar keer herlezen moet voor ik het snap, maar dat ligt niet aan jouw, maar aan mijn brein die het niet snel genoeg op kan slaan.
    Je bent een prima schrijfster;)
    Als je trouwens moeite hebt met een stukje ofzo kan je trouwens altijd naar mij komen;)

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen