Foto bij [39] What?! I'm the little sister of one of those gays?! Please kill me...

Haha, ik kan mijn hoofdpersonage toch niet dood laten gaan?! Nog niet tenminste -wbw-

En nu allemaal braaf mijn blog lezen over het kerstgala en reacties plaatsen 8D


“En ik dacht dat jij niet zo’n ongelofelijke klootzak zou zijn. Een moordenaar op de vlucht voor de politie!” schreeuw ik. Een schot vult de ruimte. De kogel boort zich diep in mijn vlees. Ik schreeuw. Pijn, zoveel pijn. Ryans grote ogen. De deur die open wordt geschopt. Politieagenten met kogelvrije vesten die naar binnen stormen. Ryan die op de grond wordt gegooid. Een agent die om hulp roept. Een andere agent die voor me neerknielt en tegen me begint te praten. Ik hoor het niet. Ik zak weg. Te veel pijn. Alles wordt zwart.

Vermoeid open ik mijn ogen. Een witte kamer. Een smetteloos witte kamer. Ik zucht, maar krimp meteen in elkaar door pijnlijke steken in mijn borst. Ik knijp mijn ogen dicht en probeer weer voor ogen te halen wat er allemaal is gebeurd.
“Je bent wakker!” roept opeens iemand. Mijn ogen schieten open en ik zie nog net hoe mijn moeder met rode ogen van het huilen op me af komt lopen.
“Niet… knuffelen…” breng ik moeilijk uit. Ze krijgt een glimlach op haar gezicht.
“Ik was zo ontzettend bang.” Blablabla. Alsjeblieft, laat haar weggaan, ik krijg hoofdpijn van haar gebazel. En waarom kan ik me niet herinneren wat er is gebeurd? Er komt een zuster binnengewandeld. Stomme ziekenhuizen ook.
“Mevrouw, kunt u weggaan. We moeten haar onderzoeken,” zegt ze vriendelijk. Dank u God. Geen idee wat die vent ermee te maken heeft, maar ja. Mijn moeder drukt een kus op mijn voorhoofd en loopt de kamer uit. Ik kijk haar met grote ogen na. De zuster moet lachen.
“Ik snap dat mens echt niet,” zucht ik en ik kijk de zuster aan, die met een monitor aan het klooien is.
“Ach ja, het blijft je moeder.” Ik rol met mijn ogen.
“Dat ze maar doodvalt.” De zuster grinnikt.
“Hoe voel je je? Je hebt wel geluk gehad! De kogel is vlak langs je hart gegaan.” Ik kijk haar fronsend aan. Waar heeft ze het over?
“Ik voel me goed. En hoezo, wat is er gebeurd?” Ze kijkt me verbaasd aan.
“Weet je het niet?”
“Nee, anders zou ik het niet vragen,” reageer ik arrogant. Ze rolt met haar ogen.
“Je bent neergeschoten door ene Ryan Smedts, die op de vlucht was voor de politie nadat hij in Nederland iemand had vermoord.” Ik staar haar verbouwereerd aan. Beelden schieten voor mijn ogen. Ryan. Het pistool. De spiegel. Bloed. Grote ogen. Politie.
“Nee,” piep ik. De zuster legt haar hand op mijn arm als ze ziet dat ik wat onrustig word.
“Rustig blijven. Het is oké. Moet ik je moeder roepen?” Mijn gezichtsuitdrukking verandert weer en ik kijk haar droog aan.
“Nooit!” Ze schiet in de lach.
“Jij bent echt raar.”
“Dankjewel hoor. Hoe lang lig ik hier eigenlijk al?” De zuster kijkt op een blaadje.
“Al twee dagen. Er zijn ook nog wat mensen op bezoek geweest.” Ik moet grijnzen, maar dan zie ik door het raampje van de deur een wel heel erg bekend hoofd.
“Nee,” jammer ik.
“Wat is er?”
“Mijn broer is terug…” piep ik. De zuster zucht. Ze vindt me waarschijnlijk een irritant kind.
“Ik ben klaar hier. Ik kom straks nog wel een keertje terug.” Zonder antwoord loopt ze mijn kamer uit. Ik staar doods naar het plafond. Dit is echt niet goed voor mijn humeur. Georg komt mijn kamer binnengewandeld. Waar mijn moeder is, weet ik niet.
“Hoe gaat het?” vraagt hij. Hij gaat op een stoel langs mijn bed zitten.
“Ik lig in het ziekenhuis aan allemaal rare apparaten, ben stoned van de pijnstillers en mijn vriendje – inmiddels ex – is een moordenaar. Nee, het gaat echt geweldig,” grom ik sarcastisch.
“Hoe krijg je het toch voor elkaar,” mompelt hij.
“Wat? Wees duidelijk, te veel pijnstillers…”
“Dat je altijd weer in de problemen komt. Kun je niet normaal zijn?”
“Ho, stop! Dat ik in een ziekenhuisbed lig, wil niet zeggen dat ik je niet kan slaan, dus kop dicht! Ten eerste: hoe moest ik weten dat Ryan een moordenaar zou zijn? En ten tweede: het is niet mijn schuld dat ik zo ben!”
“O ja, van wie dan wel?” Ik moet lachen om zijn arrogante toon. Het staat hem niet.
“Die van je lieve moeder. Waar is dat mens eigenlijk?”
“Die is koffie halen. Je moet eens weten hoe bezorgd ze was!” Ik gaap.
“Wat maakt mij dat nou uit?! Was ze de vorige 16 jaar van mijn leven ooit bezorgd? Nee! Dus daar hoef je echt niet over te beginnen! Wat doe jij hier trouwens?” Soms volg ik mezelf niet meer. Georg zucht en masseert zijn slapen. Hij wordt gek van me, geweldig!
“Omdat mam zo hysterisch was.”
“En daarvoor vlieg je weer terug naar hier?”
“Nee, we zijn sowieso vanochtend teruggekomen. Nu hoef je je dus ook niet speciaal te voelen. Want voor jou heb ik tegenwoordig echt niks meer over!”
“Wat ben jij een ongevoelige piemel! Wacht maar tot Megan hiervan hoort.”
“Oh, die heeft al genoeg over jou gehoord!” We kijken elkaar vijandig aan.

Nu hele lieve reacties? [á]

Reacties (18)

  • ejjlieeff

    xdd

    standaartreactie;; snelverrdeer(H)

    1 decennium geleden
  • karinn86

    Serieus, ik hou van dit verhaal:9~

    1 decennium geleden
  • CCK

    VERDAAAAR IK BEN HEEEEEL ZIEK HOOR IK ZEI TOCH DAT IK DOOD GING IK SCHEIT FCKING SMARAGD KLEUR

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen