Foto bij 003 - Cassie Dashnell

Voor de tweede keer dit weekend ben ik in Amsterdam. Ik heb afgesproken met mijn nicht, die hier studeert en die ik al een hele tijd niet heb gezien. Ik haast me over de drukke straten naar de Dam, waar ik met haar heb afgesproken. Ik kom normaal nooit in Amsterdam, dus ik zit zo’n beetje in mijn kaart begraven om de weg niet kwijt te raken, als ik opeens tegen iemand op bots.
Ik laat de kaart vallen en hurk snel om hem op te pakken. ‘Sorry,’ mompel ik terwijl ik weer rechtop ga staan. Ik wil weer doorhaasten, maar dan bedenk ik dat ik wel even de weg kan vragen aangezien ik al helemaal verdwaald ben.
Als ik opkijk, stokt de adem in mijn keel. Hem herken ik nog wel. Wel na gisteren.
‘H-hi,’ stotter ik. Ik kijk in de groene ogen van Harry, maar hij kijkt een beetje half om me heen. Hij heeft meteen door dat ik hem herken. ‘I just wanted to ask if you know the way to the Dam, but I guess you wouldn’t know either,’ zeg ik bij wijze van grap, maar humor is niet helemaal mijn ding op dit soort momenten. En ik heb gelijk, want ik zie niets aan hem dat aangeeft dat hij het grappig vindt.
‘You’re almost there, just follow this road,’ zegt hij en kijkt me eindelijk aan. Onze blikken blijven in elkaar haken.
‘I know you. You’re the British girl from the signing.’ Zonder het te merken is ook de rest van de groep met wie hij was stil blijven staan, en ze wachten ongeduldig tot ik weer vertrek. Ik herken geen van de andere jongens van de band.
‘I’m suprised you remembered, you know, with the million girls and all that,’ zeg ik, en dit keer grinnikt hij wel. Ik vouw mijn kaart in, aangezien ik die dus blijkbaar niet meer nodig heb.
'It's the tattoo,' zegt hij op een droge toon, en betrapt voel ik aan mijn sleutelbeen. Ik heb er een tijdje geleden wat vogels en bladeren rondom een creatieve versie van de Union Jack (de Britse vlag) laten tatoeëren. Het is best klein, maar betekent veel voor me. Het houdt me verbonden met mijn familie in Verweggistan (ja, Engeland).
Dan kijk ik op mijn horloge en schrik van de tijd. Ik had een halfuur geleden al met Linda afgesproken. ‘I’ve got to go. Bye,’ zeg ik gehaast en loop van hem weg. Achter me hoor ik nog dat een meisje gilt, en dan nog een. Ik herinner me dat Iris heeft verteld over de scene in de film van One Direction dat ze een paar minuten nadat ze waren herkend werden overvallen door een paar honderd meisjes, en ik ben blij dat ik me uit de voeten heb gemaakt.
Harry heeft gelijk. Na een paar minuten door de straat te hebben gelopen kom ik uit bij de Dam. Linda, mijn nicht, zit met haar ogen dicht van het zonnetje te genieten en lijkt het niet erg te vinden dat ik een halfuur te laat ben. Het is inderdaad heerlijk weer. De lucht was al weken grijs, en nu de zon eindelijk doorbreekt komen zelfs vampiers naar buiten. Oké, die misschien niet. Maar de rest van de wereld wel.
Linda is mijn favoriete nicht. Ze is dan ook mijn enige nicht van mijn moeders kant, de dochter van mijn moeders broer, mijn enige Nederlandse familie. Maar los daarvan konden we het al goed vinden toen we elkaar voor het eerst zagen, toen mijn moeder en ik een keer op bezoek gingen in Nederland. Ik was toen vijf jaar oud, en Linda acht.
Ik trek haar enthousiast mee de straten van Amsterdam in. Ik ben toch meer een Utrecht-meisje, maar Amsterdam is een ontzettend leuke stad. Melig lopen we een beetje rond. Echt shoppen doen we niet, dat vinden we allebei niet heel leuk. Maar we gaan soms wat winkeltjes in, waar we een beetje rondkijken en dan weer verder gaan.
Na een uurtje plof ik neer op een stoel op een terrasje aan de Prinsengracht. 'Phiew, mijn voeten zijn niet gemaakt voor lang lopen,' zucht Linda, en ik stem lachend in.
'Klopt, vooral hier, met die stenen.' Ik stamp een keer zachtjes op de kinderkopjes. 'Niet goed voor lange wandelingen.'
'Dus,' lacht Linda. 'Zijn er nog dingen die ik moet weten uit jouw leven? Misschien in de lieieieiefde?' Ze komt altijd een beetje plompverloren uit de bocht, maar dat vind ik wel leuk aan haar. Ik moet om haar gezicht lachen. Ze ziet eruit als een klein kind dat hoopt dat ze snoep krijgt.
'Nope, niets,' lach ik. Beteuterd kijkt Linda voor zich uit, maar dan herpakt ze zich.
'Hoe was de vakantie? Daar moet toch wel iets gebeurd zijn,' vraagt ze dan. Zodra ze erover begint, mis ik het.
Ik kom al jaren elke vakantie naar Manchester, maar dit was de eerste keer dat ik langer dan twee weken op bezoek was bij mijn vader. De stad, waar ik ben geboren en getogen, is mijn favoriete plaats in de wereld. De buitenwijk waar mijn vader en broertje wonen ligt vlak bij het drukke gedeelte van de stad, maar is heel lekker rustig. Mijn ouders hadden het nooit zo breed dus heb ik nooit in een heel groot huis gewoond. We woonden altijd in een rijtjeshuis, in buurten die altijd een beetje een rommeltje hadden ergens (een uitspraak van mijn moeder), maar ik vond het heerlijk.
De eerste twee weken ben ik met mijn vader, mijn broertje en mijn vaders nieuwe vriendin op vakantie geweest, een beetje rondgereisd in Schotland. Toen, nadat we weer thuis waren, heb ik een week lang bij Mia gelogeerd met Noah en Isaac. Het was de leukste week die ik in een lange tijd heb gehad.
'Erg gezellig,' zeg ik uiteindelijk. Ik ben nooit van veel woorden. 'Ik heb rondgereisd met mijn familie en gelogeerd met mijn vrienden.'
'Klinkt goed,' zegt Linda. Vervolgens wijst ze naar een enorme groep meisjes aan de andere kant van de gracht. 'Wat zouden die aan het doen zijn?'
Maar zodra ik hun gilletjes opvang, weet ik het al. Die zijn hier voor Harry, en wie van de andere jongens er dan ook in Amsterdam zijn. Waarschijnlijk staat hij daar nu. Zuchtend zak ik weg in mijn stoel. Wat is dit met dit hele elkaar-steeds-tegenkomen-gedoe?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen