Foto bij Darkness 11.

When in danger or in doubt, run in circles, scream and shout.
- Herman Wouk

De dwergen twijfelen geen seconde als ze de woorden van de halfelf horen. Bilbo wordt rechtgetrokken, en ze rennen voor hun leven. Aya merkt hoe Bofur het zwaard uit haar handen trekt. ‘Niet beledigend bedoelt, schat, maar ik denk dat ik er meer gebruik van kan maken.’
Aya knikt en niet veel later horen ze het eerste gehuil. Angstig kijkt ze achter zich, maar van de wezens die hen op de hielen zitten is nog niets te bekennen. Ze botst tegen iets op en verliest bijna haar evenwicht.
‘Fili, wat ben je… Bij Gil-galad, spring dan toch!’ De dwergen proberen tegen de steile heuvelwand op te klimmen, maar ze zijn te klein en te zwaar.
‘Dat wordt vechten’, mompelt Kili, die grimmig naar zijn boog reikt. ‘Hoeft niet, ik gooi jullie er wel over’, zegt Aya, die weet dat ze het onderspit zullen delven als ze hier blijven talmen.
‘In Durins naam, dat kan je niet menen’, zegt Fili al lachend, maar Aya is al naar Bilbo gelopen. Ze vouwt haar vingers in elkaar. ‘Zet je voet erin. Ik geef je een zetje.’
Bilbo, die vermoedt dat haar plan weinig kans op slagen heeft, besluit het toch maar te proberen. Met een soepele zwaaibeweging ligt hij op de rand. ‘Bedankt!’ roept Bilbo, die een tak zoekt om de dwergen te helpen ophijsen.
‘Kom, snel. Voet.’ Nori kijkt haar verbaasd aan. ‘Kom op’, bijt ze hem toe. Vijf dwergen later is het groeiende gevoel van onrust in haar binnenste groter geworden. ‘Waar is Gandalf als je hem nodig hebt?’ roept Thorin kwaad. De dwergen op de rand helpen hem al omhoog, en Aya voelt zich opgelucht, aangezien ze de scene die de dwergenkoning zou geschopt hebben als zij hem had opgetild liever niet wil meemaken.
Ze neemt een aanloop en springt op de rand alsof hij maar een aantal voet van de grond verwijderd is. ‘Je bent inderdaad sterker dan je eruit ziet’, zegt Fili, die behoorlijk onder de indruk lijkt te zijn.
‘Hierheen! Snel!’ Aya kan nog net een streep Gandalf ontwaren, op de voorgrond van een heide. Een nieuw gehuil kaatst tussen de bomen door. Ze grijpt Bilbo, die niet goed lijkt te weten wat hij moet doen, vast bij zijn nek en duwt hem vooruit. Als ze over de heide rennen, naar een ander stuk bos toe, voelt Aya hoe een andere emotie door de lucht snijdt. Haat. Territoriumdrift.
‘Gandalf? Waar breng je ons heen?’ Ofwel negeert de tovenaar haar, ofwel hoort hij haar werkelijk niet. Aya vermoedt het eerste.
Ze voelt door het getril van de grond dat de wargs hen op de hielen zitten. Als ze weer eindelijk over de bosgrond lopen, is Aya in haar element, en ze laat de dwergen al snel achter zich.
Een vreemde sensatie spoelt door haar heen, en het komt aan alsof iets tegen haar borst stampt. ‘Gandalf. Wat zit hier?’ roept ze.
‘Het is beter als je nu doorgaat.’
Aya vindt het maar niets dat Gandalf haar vraag ontwijkt. Dan hoort ze een grom, die niet van de wargs afkomstig is. ‘We moeten in dat huis daar geraken!’
Tot haar verbazing ziet ze hoe Bombur haar voorbij loopt. Als ze door de met klimplanten begroeide poort is, gaat ze hijgend stilstaan, en ziet ze hoe een enorme beer de dwergen achterna zit. ‘Sneller!’ schreeuwt ze.
Fili en Kili staan al tegen de deur van de hut te bonken. Eens Gandalf door de poort is, weet Aya al dat het te laat is om de deuren daarvan te sluiten. Tegen ze bij de deur van het huis is, zijn de deuren open. Ze kan de brandende adem van de enorme beer in haar nek voelen.
Als ze naar binnen duikt, vreest ze even dat de dwergen de deur niet zullen kunnen sluiten. Zijn bek knapt slechts enkele duimen van het hoofd van Kili. En dan valt de deur met een klap dicht. Met trillende armen helpt ze de deur te barricaderen.
‘Wat was dat?’
Gandalf staat er kalmpjes bij. ‘Dat, was onze gastheer.’
Aya en de anderen staren hem met afgrijzen aan. Gandalfs mond vertrekt, alsof hij nu pas doorheeft dat dit niet echt zijn beste plan ooit was. ‘Zijn naam is Beorn. Hij is een huidveranderaar. Soms is hij een mens, soms is hij een beer. De man is groot en sterk, de beer is onvoorspelbaar. Hij is niet echt gek op dwergen.’
Die dwergen waar Gandalf het over heeft, snuisteren al nieuwsgierig tussen de bezittingen van deze “Beorn”. Aya wisselt een blik met Bilbo, en ze zijn het er duidelijk beiden mee eens dat het misschien niet zo een goed idee is om dertien dwergen onder het dak te laten overnachten van een beer-man die dwergen haat.
‘Hij slaapt!’ zegt Ori, en Dori trekt hem haastig weg bij de deur, alsof Beorn de dwerg toch iets zou kunnen aandoen. ‘Blijf daar weg, het is hier niet natuurlijk! Het is zwarte magie’ sist hij hem toe. Gandalf gaat bedaard naast de dwerg staan. ‘Jullie zouden moeten slapen. Vanavond is het hier veilig.’
De dwergen lijken ietwat gerustgesteld en lopen naar de hooibalen toe. Aya hoort de tovenaar heel zacht: ‘Of dat hoop ik toch’, mompelen. Ze besluit dat ze nog wel een nachtje zonder slaap kan, en zet geen voet bij de deur vandaan. Ze merkt hoe Gandalf en Thorin haar bedachtzaam opnemen, maar ze maken geen enkele opmerking.
Later die avond hoort ze vreemde geluiden buiten. Gebrul dat haar nekhaar overeind laat staan, en gehijg alsof iets ondragelijke pijnen lijdt. Niet veel later hoort ze hoe er aan de deur gemorreld wordt, en ze stelt zich verdekt op op de tafel.
De lucht hangt vol spanning en onraad, en Aya kan niet anders dan instinctief reageren als de deur open zwaait. Hoewel de gestalte die het maanlicht blokkeert enorm is, aarzelt ze niet en haalt ze met gebalde vuist uit naar zijn gezicht. Ze voelt hoe een prikkelende sensatie door haar lijf stroomt, en Aya voelt zich levendiger dan ooit.
De reus valt languit op de grond.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen