Foto bij Darkness 16.

He who plants a tree, plants a hope.
- Lucy Larcom

Het woud wordt alsmaar donkerder en stiller. De dwergen hebben hun gesprekken gestaakt en proberen de halfelf zo goed mogelijk te volgen, aangezien zij de enige lijkt te zijn die geen last lijkt te hebben van de waanzin die aan hen knaagt. Niets is minder waar.
Het is natuurlijk algemeen geweten dat de duisternis in het Demsterwold de geest van elfen niet kan aantasten, maar Aya Faënonighean was ook menselijk. Aan de zijkanten van het pad kronkelen monsterlijke wezens die haar toe sissen, lichtgevende ogen gluren uit de schaduwen en een stem fluistert in haar oor dat ze van het pad moet afwijken omdat een groot gevaar haar te wachten staat.
Toch is ze onverzettelijk en volgt ze het pad, omdat ze de onwaarheden van deze dingen kan bespeuren als ze zich er sterk genoeg op concentreert. Toch ontgaat het Fili niet dat de halfelf loopt te trillen en haar gezicht nog witter is dat haar zilveren lokken die troosteloos over haar kleren hangen.
'Gaat het wel?' vraagt hij bezorgd, 'Je ziet eruit alsof je elk moment kan overgeven.' Het duurt even voordat Aya voldoende kracht verzamelt heeft om te antwoorden. 'Ik voel me prima.'
'Nooit geweten dat je zo een grapjas was', mompelt Fili. Als hij de halfelf op tilt, bemerkt hij hoe weinig ze weegt. Het lijkt alsof ze nog minder weegt dan sinds de laatste keer dat ze aan hem vastgebonden was, en toen was ze een uitgehongerd meisje geweest.
'Laat me los, ik kan nog wel lopen', sputtert ze tegen, maar zo zwak dat Fili er om moet lachen. 'Is ze ziek?' vraagt zijn broer die naast hem loopt. Kili houdt de bomen in de gaten, want hij heeft het gevoel dat hun gezelschap bekeken wordt.
'Ik denk het. Gandalf zou raad geweten hebben, maar... ja.' Kili zucht: 'De tovenaar zou ons nooit mogen verlaten hebben.'
Ze aarzelen als ze het pad niet meer kunnen zien. 'Waar is het?' vraagt Thorin, die naast de drie is komen zijn. 'Links', kraakt Aya. Thorin zou het nooit luidop durven toegeven, maar zelfs hij is bezorgd om het meisje. Ook hij voelt de duistere kracht van het woud, maar die kan hij van zich afschuiven. Op het ogenblik is het enige waar hij kan aan denken de Arkenstone in Erebor...
Als Aya plots merkt dat ze zich beter voelt, weet ze dat ze een goede kant uit gaan. Ze wringt zich uit Fili's armen. Er is iets... Ze begint te rennen. Fili en Kili, die reeds besloten hebben dat ze wel meerdere vreemde kantjes heeft, lopen achter haar aan. 'Een Mallorn!' horen ze haar blij roepen. Als ze haar inhalen zien ze hoe de halfelf de stam van een zilveren boom aanraakt.
'Er is nog hoop!' Aya's ogen stralen weer. De magie in de boom stroomt door haar heen en geeft haar kracht. 'De Duisternis heeft het woud nog niet helemaal overwonnen!'
Ze lacht, en de dwergen kijken haar beduusd aan. 'Je kwam helemaal hierheen voor... een boom?' Aya weet dat ze een dwerg nooit zal kunnen uitleggen wat er zo bijzonder is aan bomen, dus ze schudt glimlachend haar hoofd.
Ze merkte dat het bos, dat eerst donker en onvriendelijk had geleken, op deze plaats lichter was, met meer kleur. Dan komt ze met een klap weer in de realiteit terecht. 'Waar zijn de anderen?'
Als Kili en Fili zich omdraaien, zien ze dat Thorin achter hen staat. En verder niemand.
'Als ze het pad volgen komen ze vast ook hierheen', aarzelt die. 'We zullen wachten.' Kili's stem klinkt onzeker.
Een tijdje later is er nog steeds geen spoor van de dwergen. 'Ik ga ze zoeken', Aya loopt al voorbij de dwergen heen. 'Nee! Ben je gek?' roept Fili. 'We gaan mee!' sluit Kili aan.
'Jullie blijven op dit stuk pad staan. Waag het me achterna te komen.' Aya weet dat het bos de dwergen tot het uiterste zal drijven. Zelf is ze nu sterk genoeg om de Duisternis verzet te bieden, dankzij de kracht van de Mallorn.
'Ik ben hun koning. Ik moet hen zoeken', zegt Thorin, die al naast haar staat. 'Ik denk niet dat het een goed idee is.'
'Je kan vast wel rugdekking gebruiken.' Aya vraagt zich af of hij dit spottend bedoelt. Het zou niet moeilijk zijn om haar te vermoorden, om bij de terugkeer te zeggen dat ze verdwaald is in het woud en dat hij haar niet kan vinden.
'Ik kan heus wel voor mezelf zorgen.'
'Je hebt niet eens een wapen', bromt Thorin terug. 'Alsof ik dat nodig heb.' Aya beent al met grote passen het woud in. Ze vindt een tak en houdt hem boven haar hoofd. 'Kijk. Ik heb een wapen. Blijf bij Kili en Fili.'
'Een tak? Je maakt een grapje.'
'Ik ben niet degene die een boomstronk rond zeult en als schild gebruikt', bijt ze terug.
Thorin glimlacht: 'Je kan me toch niet tegenhouden. Ik ben de leider van het gezelschap. Ik moet ze helpen. Jullie twee, blijf hier.'
Aya werpt nog een blik over haar schouder als ze samen met Thorin Oakenshield het pad achter zich laat. Ze ziet hoe Kili en Fili hen beteuterd na staren.
Thorin heeft zijn hand op zijn zwaard en houdt haar scherp in de gaten.
Ze slaakt een zucht. Dit zal een lange tocht worden.

Reacties (2)

  • LynnBlack

    'Ik ben niet degene die een boomstronk rond zeult en als schild gebruikt' hahah ben je echt zo hilarisch of vind ik gewoon alles veel te grappig?

    5 jaar geleden
  • DeroGoi

    Natuurlijk reacties, maar heb beetje leesachterstand op Quizlet aangezien ik weer een drukke agenda heb pff xp maar kheb eindelijk alles kunnen bijlezen:DSnel verder, want ben erg benieuwd hoe en hoe snel ze de rest zal vinden. x

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen