Foto bij Equipa de Portugal • Cinquenta e cinco

Maya Milena dos Santos Aveiro

      “Je beseft toch dat ik over enkele uren terug in het complex moet zijn, hé?” Cesc rolt met zijn ogen en kijkt me aan met een droge blik. Ik begin te grinniken en haal verontschuldigend mijn schouders op. Cesc rolt nogmaals met zijn ogen, schudt glimlachend zijn hoofd en leidt me de weg naar het metrostation. Daar aangekomen kopen we enkele ticketjes en springen we in de volgende metro die vertrekt naar een plaats waarvan ik de naam alweer vergeten ben. “Waar gaan we eigenlijk heen?” Nu is Cesc degene die zijn schouders ophaalt. “Dat zien we dan wel.”

      Na een rit van een klein halfuur komen we terecht in een klein stadje dat er werkelijk prachtig uitziet. De zon slaat in op duizenden kasseistenen die straten vormen. Kleine huizen vormen lange rijen met af en toe een restaurant of bistro tussen en iedere enkeling die hier loopt, is vrolijk aan het lachen. De sfeer die hier hangt, is onbeschrijflijk. Rustig en romantisch, alles op het gemak – geen zorgen.
      We struinen langzaam voorbij verschillende winkeltjes en gaan er af en toe eentje binnen. Net op het moment dat Cesc voorstelt om een terrasje te doen, zie ik een prachtig kleedje. “Toe?” Ik schenk hem mijn pruillip en langzaam maar zeker smelt hij voor mijn puppy-ogen. “Kom op, hoe eerder we binnen zijn, hoe eerder we weer buiten zijn.” Helemaal in mijn element loop ik rond in de winkel en glunder als ik het jurkje zie. Opgewekt loop ik richting de paskamers met Cesc in mijn kielzog.
      Niet helemaal zeker van mijn stuk verlaat ik het pashokje. Twijfelend draai ik me naar de grote spiegel. “En, wat vind je?” Mijn ogen kijken via de spiegel de richting van Cesc uit, die ietwat verstomd staat toe te kijken. Hij opent zijn mond en sluit hem niet veel later, waarna hij het opnieuw probeert. “Eh, je ziet er prachtig uit, ik bedoel, je ziet er goed uit, heel goed”, stamelt hij terwijl zijn hoofd een rode kleur aanneemt. Die rode kleur staat ook af te lezen op mijn gezicht en snel vind ik mijn weg terug naar het pashokje. Mijn wangen staan nog steeds bloedrood en verward vraag ik me af wat dat net was. Hij zou toch niet … ? Nee, dat kan niet. Ik schud de gedachte vlug van me af en kleed me weer om zonder al te veel nadenken. Ik laat de kleedkamer netjes achter en zoek Cesc – ik betaal en samen lopen we het winkeltje uit.

      Ongemakkelijk nip ik van de rode wijn die voor me op het tafeltje staat. Mijn ogen kijken alle richtingen uit, behalve die van Cesc. Kan dit nóg genanter?
      Na een stilte van vijf minuten heb ik er genoeg van. Een luide zucht rolt over mijn lippen en geïrriteerd staar ik Cesc aan – wachtend tot hij me durft aankijken natuurlijk. Na enkele seconden geeft hij dan toch toe en zijn hele lichaam draait zich in mijn richting. Eindelijk. “Kunnen we alsjeblieft stoppen met dit ongemakkelijk gedoe en gewoon weer omgaan met elkaar zoals daarnet? Ik weet niet wat er precies gebeurde, maar ik weet wel dat ik plezier wil hebben nu. Met jou.” Afwachtend kijk ik de Spanjaard aan. Zijn expressie verraadt niets – tot zijn lippen plots een lichte glimlach vormen. “Dank je.”

      Tijdsbesef hebben we geen van beiden.

      Terwijl we rustig iets eten in een bistro aan de rand van het stadje, horen we de regen kletteren tegen de ramen. De lucht wordt grauwer en de menigte stormt winkels en restaurants binnen op zoek naar een plaats om te schuilen. Grinnikend kijk ik toe. Nog nooit heb ik gesnapt waarom mensen weglopen van de regen – natuurlijker dan dat kan haast niet. Koud en doordrenkt, vrij en onbezonnen. Prachtig.
      Geheel gefascineerd door de regendruppels kijk ik naar buiten. De bomen weerspiegeld op de stenen, het licht van de straatlantaarns gereflecteerd op de koude druppels … het ziet er allemaal nog gezelliger uit dan voordien. Een glimlach siert mijn gezicht en glunderend kijk ik Cesc aan. “Ga je mee naar buiten?” In mijn hoofd schreeuw ik al van plezier. Het verlangen naar de warmte van de koude regendruppels op mijn huid wordt alleen maar sterker en ongeduldig wacht ik het antwoord van Cesc af. “Wat wil jij in hemelsnaam in zo’n weer buiten doen?” De glimlach die om mijn lippen speelt wordt breder. “Dansen.”
      Voetballers beweren vaak dat ze het liefst van al spelen in de regen – bij mij is dat niet anders. Ik geniet van de regen zoals een kind dat net geleerd heeft hoe het moet fietsen en zijn kunsten aan mama en papa toont. Cesc lacht hoofdschuddend en neemt me bij mijn hand mee naar het midden van de straat. “Jij wou dansen, zei je, dan is dat wat we nu gaan doen.” Als een echte gentleman legt hij zijn ene hand op mijn zij en zijn andere hand neemt die van mij weer vast. Een stomme giechel verlaat mijn mond als ik mijn hand in zijn nek leg. “Je bent gek, Maya. Weet je dat?” Een luide lach rolt over mijn lippen terwijl ik mijn schouders ophaal. “Who cares, Fàbregas, who cares?”


Let the rain kiss you. Let the rain beat upon your head with silver liquid drops. Let the rain sing you a lullaby.

Reacties (4)

  • Meile

    Oeh I love it <3
    En dat jurkje, wauw!

    7 jaar geleden
  • Vamos

    Ik wou bijna gillen toen ik zag dat er een nieuw hoofdstuk was! Jippie!
    Neeee niet doen:(, Maya hoort bij Fabio:)
    Maar inderdaad Cesc is te schattig!

    7 jaar geleden
  • periphery

    Oh jee... Ik denk dat Cesc een beetje verliefd is op Maya ): Maar dat mag niet, want Maya is met Fabio en ... urgh.
    Cesc is zoooo schattig ):
    Ik was echt blij toen ik zag dat je had geschreven:Ddit is en blijft sowieso mijn lievelingsverhaal (: Love you!<3

    7 jaar geleden
  • Yestherday

    Super Mooi!

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen