Foto bij Hoofdstuk 36: Een onverwachte onderneming

Beste lezers,

een nieuw hoofdstuk! Ik hoop dat jullie je nog kunnen herinneren waar het verhaal ook al weer over ging, maar voor het geval dat geef ik even een korte samenvatting van wat er tot nog toe gebeurd is:

Prinses Ellianys van Ambula zit al twee jaar opgesloten in een toren als ze het bericht krijgt dat ze uitgehuwelijkt zal worden aan één van de edelen die speciaal voor deze gelegenheid naar het hof zijn gekomen. Haar toekomstige echtgenoot blijkt een knappe, maar gevaarlijke en o zo vervelende graaf te zijn, die bovendien nogal geheimzinnig is over de redenen die hij heeft om met haar te trouwen. Al snel wordt ze meegevoerd naar zijn kasteel Genaëlim, dat nog net geen bouwval is en ontmoet ze zijn lieftallige familie: de oude graaf Franciscus, zijn elegante, maar zwakke gravin Ysmay en Ellianys' nieuwe en opstandige hofdame Emma. Het lijkt een ramp te worden, omdat Ellianys helemaal niet met graaf Walraven wil trouwen, haar hofdame haar veracht, het kasteel niet aan haar smaken voldoet en ze haar halfzusje Odine mist, maar dan onthult Emma een groot geheim aan haar nieuwe meesteres. Ellianys heeft geen idee wat ze met deze informatie aanmoet; dat de graaf alleen met haar wil trouwen om de misdaden die hij heeft gepleegd voor zijn vader te verzoenen. Wat zegt dit over graaf Walraven? Inmiddels is er een nieuwe pion in het spel gekomen: haar halfzuster Odine, die bedreigd wordt met een gearrangeerd huwelijk met een al te verschrikkelijke neef. Uit pure schrik heeft Ellianys' halfbroer haar een brief gestuurd om haar te smeken haar halfzusje uit te nodigen op Genaëlim, zodat ze misschien kan ontsnappen aan het huwelijk. Dit heeft Ellianys gedaan, maar nu heeft ze sinds het aangekondigde bezoek van Odine niets meer van haar gehoord. Na haar problemen aan Emma, die wel heel vreemd reageerde, voorgelegd te hebben, gaat Ellianys slapen. Maar met Walravens stilzwijgen en Odine's onverwachte huwelijk lijkt er meer aan de hand te zijn dan Ellianys eerst had vermoed...

Dit is wel een ontzettend lange samenvatting geworden.


Nou ja, veel leesplezier gewenst!
Groetjes, Asgard

De volgende morgen zit ik rechtop in mijn bed, met mijn rug tegen de muur en met mijn benen opgetrokken tegen mijn borst. Vandaag moet ik een beslissing nemen. Ik kan niet langer in stille wanhoop wachten tot ik iets hoor van Odine. Of van een ander die wellicht verschrikkelijk nieuws komt brengen over een tragisch ongeval of een brute moord. De rillingen lopen me over de armen bij de gedachte alleen al en ik stap uit bed, omdat ik te onrustig ben om te blijven zitten.
Als ik de kamer insluip, zie ik dat Emma niet bij de haard zit, zoals gewoonlijk het geval is. Ik frons mijn wenkbrauwen, maar spendeer er niet te veel gedachten aan. Op dit moment heb ik iets beters te doen dan me zorgen te maken om mijn hofdame.
Ik kleed mezelf aan, zij het met enige moeite als ik mijn zware jurk over mijn borst omhoog moet trekken. Het dikke fluweel is als een deken die over mijn lijf ligt, me insnoerend aan alle kanten.
Dan begin ik mijn zoektocht. In een kist vind ik een bruine jurk met een grijze onderjurk, die ik beiden op het bed leg. Na een korte zoektocht kom ik tot de conclusie dat er nergens een simpele overjas te vinden is, dus ik besluit mijn eigen mooie jas klaar te leggen. Jammer, maar kou lijden is geen optie. Ik werp een blik uit het raam.
“Helder, maar ijskoud,” besluit ik. Er zitten ijskristallen aan de buitenkant van het dunne glas en de zwakke warmte van de zon kan niet verdoezelen dat het in werkelijkheid steenkoud is in mijn vertrekken. Ik kijk nog eens naar de jurken op het bed, beiden in een saaie kleur. Felgekleurde kleding past slecht bij de plannen die ik heb voor vandaag.
Ook al voelt het alsof ik het vertrouwen van mijn hofdame verraad, toch besluit ik om Emma's kledingkist te doorzoeken, waarin ik een dikke, wollen onderjurk en een wollen overjurk vind. Zelfs een dikke, grijze maillot weet ik eruit te vissen. Ik leg hem bij de verzameling op mijn bed.
Klaar. Het enige wat ik nu nog nodig heb, is een jutezak om de kleding mee te vervoeren, tot ik een plek heb gevonden waar ik me om kan kleden en wat rantsoen voor onderweg. Ik glimlach. Ik ga Odine tegemoet rijden.

Ik voel me erg bewust van mijn omgeving als ik door de gangen van het kasteel wandel. Het is er schemerig en de fakkels werpen een schimmig licht over de stenen van de muren, een zachte gloed van warmte en duisternis. Door de duisternis die gepaard gaat met elke winter is het altijd schemerig in Genaëlim, een somberheid die als een verstikkende deken over alles heen ligt. Zo nu en dan passeer ik een dienstertje dat zich met gebogen hoofd om me heen haast, na een snel knikje gemaakt te hebben. Het is alsof hun ogen me beschuldigend aankijken, alsof ze weten wat ik van plan ben. Snel beweeg ik me dan weer voort, hopend dat mijn nervositeit niet aan me te merken is.
Mijn rokken ruisen wanneer ik een hoek om ga en bijna tegen de gravin aan bots. Abrupt staan we beiden stil, de gravin begint te glimlachen. “Ellianys! Wat fijn dat ik je tref, ik heb iets met je te bespreken.”
Natuurlijk heeft ze dat. Net nu ik geen tijd heb. Maar ik knik en laat me door de gravin naar een vensterbank leiden, waar ik haar de verhoging op help en er vervolgens ook op stap. Ze ziet er vandaag goed uit, haar blonde haar zit in een nette knot achter in haar nek en de elegante vorm van haar hals wordt gecomplimenteerd door een simpele ketting. Met een zucht laat ze zich op het harde steen van de vensterbank zakken, haar handen in haar schoot. Haar houding lijkt uiterst moederlijk en plotseling voel ik een warme genegenheid voor haar opwellen. Met een glimlachje, maar inwendig nog steeds nerveus, ga ik tegenover haar zitten.
“Gansje,” begint ze met een warme klank in haar stem. Het is een verwijzing naar het eerste gesprek dat we voerden, toen ze me een domme gans noemde. “Ik maak me een beetje zorgen om je.”
Mijn hart lijkt een slag over te slaan. Rustig aan, ze kan niet weten wat je van plan bent. Je hebt het aan niemand verteld. Ik trek mijn wenkbrauwen vragend op. “Het gaat prima met me. U zorgt heel goed voor me.”
“Ja, maar zie je.” De gravin neemt mijn hand in de hare, terwijl haar ogen de mijne zoeken. “Mijn zoon en jij kunnen niet echt goed met elkaar opschieten, of wel?”
Mijn gedachten gaan even terug naar de woordenwisselingen, de minachtende blikken en denigrerende opmerkingen. Even zoek ik naar woorden. Hoe kan ik de gravin het beste geruststellen zodat ze me alleen laat? “Walraven en ik... we moeten aan elkaar wennen. En...” Ik kom niet uit mijn woorden.
Ze glimlacht, waardoor er rimpeltjes in haar ooghoeken verschijnen. “Ik weet dat hij nogal ondeugend en vervelend kan zijn, maar als je hem leert kennen, kom je er vanzelf achter dat het echt een goede jongen is.”
Ik probeer mijn lach uit alle macht in te houden, maar ik kan niet voorkomen dat er een gesmoord geluid uit mijn mond ontsnapt. Het is maar goed dat de graaf niet hoort dat zijn moeder hem net “ondeugend” heeft genoemd.
De gravin kijkt me nadenkend aan, waardoor ik plotseling weer bedreigd voel door haar blik. Zou ze toch geraden hebben wat ik van plan ben? Bovendien verlies ik kostbare tijd door hier met haar te zitten. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe kleiner de kans is dat mijn plan slaagt. Ik moet zien te ontsnappen voordat Heer Franciscus en Walraven wakker worden.
“Ik geloof dat ik wel een manier weet om jullie twee wat sneller aan elkaar te laten wennen,” zegt de gravin met een sprankje amusement in haar ogen, wat me een sterk gevoel van opluchting bezorgt. “Maak je maar geen zorgen, kind. Het komt allemaal goed.”
Na een laatste kneepje in mijn hand, staat ze op en stapt voorzichtig van de verhoging af. Nog even een glimlach, dan verdwijnt ze de kasteelgang in.
Gelukkig. Ik wacht niet voordat ik me van de verhoging begeef en mijn weg vervolg naar de keukens, zo gespannen als een veer en met een opkomende hoofdpijn van de spanning.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen