Foto bij 002 Briseïs Green

Briseïs

"Wisely, and slow. They stumble that run fast." - William Shakespeare

Op mijn rug en met gesloten ogen lag in het gras. Ik wist dat het eigenlijk niet gepast was dat een vrouw er zo bij lag, omdat mijn enkels licht zichtbaar waren, maar ik was nooit iemand geweest die zich erg bezig hield met regels.
Een tevreden zucht verliep mijn mond toen ik voelde hoe de zon weer achter de wolken vandaan kroop en de binnenkant van mijn oogleden rood kleurde.
'Willen deze dames misschien ook een appel?'
Geschrokken krabbelde ik overeind. De onbekende stem was van een jongen die ongeveer mijn leeftijd moest hebben. Hij had een knap gezicht met een sterke kaaklijn, hoge jukbeenderen en hele donkere ogen.
Ik voelde mijn wangen gloeien en hoopte vurig dat het hem niet opviel. Aimee, die achter me zat, gaf gelukkig antwoord.
'Ja graag! Ontzettend bedankt, meneer...?' Vroeg ze en zonder haar gezicht te kunnen zien wist ik dat ze haar wenkbrauwen afwachtend optrok.
'White. Harold White.' Glimlachte hij charmant.
Ik zag nu pas dat er nog drie jongens op het veldje waren. Twee van hen lagen in hun werkkleding (hoogstwaarschijnlijk kwamen ze net uit de mijnen) languit in het gras. De andere jongen zat hoog in de enige appelboom op het veld en plukte zijn mand vol.
'Waarom gaan jullie er niet bij zitten?' Vroeg ik beleefd en bedekte vlug mijn enkels met mijn jurk.
Harold knikte tevreden en riep de namen van zijn vrienden. De jongen in de boom schrok zo erg dat hij bijna weggleed en Aimee slaakte een gilletje.
De twee andere jongens stelden zich voor als Michaél Salder en Joseph Corendon. Michaél was heel erg lang en slank en had een warm gezicht met zachte gelaatstrekken, groene ogen en een zongebruinde huid. Joseph had daar in tegen een hoekig gezicht, diep verscholen donkere ogen en een harde trek om zijn bleke lippen.
Michaél haalde een hand door zijn blonde krullen en gooide me een appel toe. Ik ving hem behendig op en lachte hard toen ik zag hoe Aimee misgreep en haar appel in het gras belandde.
Toen er plotseling een hard, onmenselijk geluid te horen was keek iedereen onmiddellijk op. Een donkergroene draak vloog niet heel hoog boven ons en stootte opnieuw een dierlijk gekrijs uit. Toen hij zijn vleugels uitsloeg ving ik een glimp op van zijn ruiter, duidelijk een draak van het donker. Meteen voelde ik een steek jaloezie jegens de draken van het donker. Vliegen op een levensechte draak leek me ongelofelijk... Maar het was niet iets dat ik ooit zou doen. Een drakenfamilie, het maakte niet uit of je een draak van het licht of van het donker was, bezat altijd 1 draak. Een gigantisch, onsterfelijk beest dat voor altijd bij je bleef.
Harold slaakte een zucht. 'Heeft een van jullie ooit een draak gezien? Op de grond bedoel ik.'
'Nee, en dat hoef ik ook niet.' Bromde Joseph. Zijn steile bruine haar viel voor zijn ogen en geïrriteerd wreef hij het aan de kant.
'Hoezo niet?' Vroeg ik direct. Hij keek me aan en ik besefte dat onder al dat donker een knappe jongen zat.
'Omdát, mevrouw Green, die monsters zijn getraind om dingen af te maken. En met dingen bedoel ik alles wat niet hun eigen familie is.' Zijn stem klonk ijskoud. Automatisch plaatste ik vraagtekens bij Joseph. Was iemand van wie hij hield ooit vermoord of aangevallen door een draak of had hij gewoon een hekel aan ze? Beide dingen kwamen vaak voor bij mensen.
'En ze zijn tenslotte angstaanjagend groot.' Suste Aimee de lichte spanning onmiddellijk.
Iedereen knikte instemmend en ik keek zwijgend toe hoe de draak en zijn ruiter in onmenselijke snelheid achter de wolken verdwenen.

Reacties (1)

  • Scribe

    Klinkt geweldig. Ik neem een abo (:

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen