Foto bij Hoofdstuk 1

Jullie hebben luck dat ik dit al eerder heb geschreven:P

‘Lieve papa, je bent je belofte niet nagekomen. Als klein meisje vertrouwde ik je woorden, en ik zal het blijven doen. Ooit kom je terug!’ Dat is wat ik gister bij het graf heb gezegd. Het graf, waar we al 10 jaar op bezoek gaan. Het liefst ben ik daar, want dan kan ik mijn vader voelen. Mijn vader, die ik zo erg mis. Vroeger waren we de beste maatjes, we speelden altijd samen, we waren echt onafscheidelijk. Ik kon overal over praten, het maakte niet uit wat het was. Met mama durf ik mijn problemen niet te bespreken, ze is altijd druk bezig, en als ze niet bezig is, is ze verdrietig. Ik wilde dat ik haar kon helpen, maar ze sluit me buiten. Als ik het haar vraag, wijst ze me af. Ze lijkt bang voor het verleden te zijn, een angst, waarvan ik wil dat die wordt overwonnen. Ik mis mijn moeder, zoals ze vroeger was. Altijd vrolijk, de zon zelf. En nu, ze is zo verandert. ‘Wie was Lodewijk de 14e, Chaira?’ Ik schrik op uit mijn gedachte, en kijk naar Lisa. ‘Wat vroeg ze?’ Fluister ik vragend aan haar. Lisa is de enige die mij begrijpt, en mij mag. Al sinds de basisschool word ik gepest. Elke avond val ik huilend in slaap, schrik ik ’s nachts wakker, en ga ik met tegenzin naar school. Het leven is voor mij een nachtmerrie, iets, waarbij je hoopt dat je wakker wordt, maar waarbij je blijft doorslapen. De angst achtervolgt me dag en nacht. Soms hoop ik wel eens dat ik niet meer wakker wordt, maar ik kan het mijn moeder niet aandoen. ‘Ze vroeg wie Lodewijk de 14e was, en je moet echt gaan opletten, ze is in een uitstuurbui.’ Oké concentreer je Chaira, concentreer je. ‘Dat was toch de absoluut vorst van Frankrijk?’ Wat een geluk dat Lisa het voor mij opschreef. Ze is echt een schat. De lerares kijkt me verbaasd aan, maar gaat dan weer verder met haar verhaal. *triiiiiiiiiiiiiing* Daar gaat de bel al. Ik pak mijn spullen in en ga naar mijn kluisje. Door al het geduw duurt het nog even totdat ik bij mijn kluisje kan. Ik pak mijn jas en loop naar het fietsenhok. Daar zie ik mijn fiets liggen, helemaal kapot. Ik draai me zuchtend om en begin met lopen. Meestal fiets ik het in een kwartier, dus waarschijnlijk ben ik in een half uur thuis. Tijdens het lopen zet ik muziek aan, Overboard van Justin Bieber. Het is niet dat ik een belieber ben, maar dit liedje is echt mooi. Het beschrijft mijn gevoelens, het enige wat mist is mijn redder. Zonder dat ik het weet zijn er meerdere liedjes voorbij gekomen, en ben ik al weer thuis. Ik vis mijn sleutel uit mijn zak, en open de deur. ‘Hoi mam, ik ben thuis!’ Ik hang mijn jas op en gooi mijn tas neer. Als ik de kamer inloop zie ik daar iemand zitten, iemand die ik niet ken. Hij doet me ergens aan denken, aan iemand die vaak met mijn vader op de foto stond. Mijn vader… de geweldigste man op aarde. Iemand, die ik niet kan missen, en toch zonder moet. ‘Hoi Chaira, ben je niet op de fiets?’ Er zit zoveel verschil tussen mij en mijn ouders. Ik ben altijd terughoudend, gesloten, terwijl mijn ouders juist open waren. Waren, ja. Sinds mijn vaders dood is alles verandert. Nu ik erover nadenk, mijn moeder is best wel vrolijk. ‘Chaira, dit is Harry Styles, Harry, dit is Chaira.’ Die naam laat een belletje rinkelen, maar ik kan het niet thuisbrengen. Ergens ken ik die naam van, en het voelt alsof het een grote fout is dat ik hem niet kan thuisbrengen. Wat ongemakkelijk zeg ik hoi, maar hij lijkt het niet op te merken. Ik zorg meestal dat ik niet zo opval, in de belangstelling staan is niks voor mij, maar door mijn moeder kom ik nu wel in de belangstelling te staan. Hij kijkt me met een glimlach aan. Mijn moeder begint weer te praten. ‘Harry is de zoon van papa’s beste vriend. Hij heeft aan zijn vader voorgesteld om hier eens langs te gaan, dus daarom is hij hier nu.’ Er schieten een heleboel gedachten door mijn hoofd heen. Zou hij iets weten over mijn vader? Hoe weet hij dit? Waarom komt zijn vader niet? Waarom is hij niet eerder gekomen? Ik bedenk me opeens dat ik nog sta, en ga gauw op de bank zitten. ‘Het eten is klaar, blijf je ook eten, Harry? Dan kun je misschien na het eten nog even met Chaira praten.’ Ik schenk mijn moeder een dankbaar lachje, zelf had ik het niet durven vragen. Ze geeft me een knipoog, en dan gaan we met z’n allen aan tafel zitten. Het is best gezellig aan tafel, iets dat het al jaren niet meer is geweest. Ik besef ineens dat ik wat heb gemist, liefde. Mijn moeder was altijd bezig met zichzelf, en met werken, en ik gaf veel te vroeg de moed op. Misschien moet ik, als Harry weg is, eens met mijn moeder praten. Een nieuw begin maken. Want dat dat nodig is, is wel duidelijk. Als we klaar zijn met eten, zet ik snel mijn spullen op het aanrecht, en ik wil gaan beginnen met de afwas, maar mijn moeder houdt me tegen. ‘Ga jij nou maar naar boven, dan doe ik de afwas wel.’ Ik schenk haar alweer een dankbaar glimlachje, en loop dan samen met Harry naar mijn kamer. Ik ben nog nooit alleen met een jongen op mijn kamer geweest, en mijn kamer is er ook niet echt opgemaakt. Een typische meisjeskamer, de muren zachtroze, de kussens hartjes, en witte meubels. Hij ploft neer op het bed, en ik wil mijn bureaustoel pakken, maar hij trekt me op schoot. Ik krijg allemaal kriebels in mijn buik, een gevoel dat ik niet kan thuis brengen. Een gevoel, dat niet vervelend is. Even schiet het woordje verliefd door me heen, maar ik laat het al gauw varen. Het kan niet, ik ben nog nooit verliefd geweest, en ik wil het ook niet. Het zou toch eenzijdige liefde zijn. Hij begint te vertellen. ‘Al vanaf onze vaders vrienden waren, vertelde en schreef mijn vader erover. Zijn enthousiasme zorgde ervoor dat ik er een beeld van kreeg, ik maakte hun leven een soort van mee. Hun band was, hoe leg je dat uit, heel bijzonder. Waar de een was, was ook de ander. Zo’n hechte vriendschap kom je niet vaak tegen, en daar was mijn vader zich goed bewust van. Hij was dankbaar met wat hij had, en klaagde nooit. Soms, als ze ergens mee zaten, praatten ze met elkaar, ze hadden geen geheimen voor elkaar. Ze deelden hun leven, ze waren vrienden voor het leven. Ze dachten beiden dat ze geen vrouw nodig hadden, en hielden het een tijd lang geheim, maar beiden konden zich niet meer inhouden, en die avond dat ze het vertelden eindigde dan ook met veel gelach. Zo waren ze, altijd optimistisch. Toen je vader overleed, knapte er iets bij mijn vader. Hij werd depressief, miste het optimisme, en zijn hele persoonlijkheid. Ze leefden echt voor elkaar, ook al klinkt dat misschien best wel klef. Na een maand sloeg het om. In plaats van depressief, werd hij agressief, en begon ons te slaan. Ik werd bang voor mijn vader, maar liet me niet kennen, en werd opstandig. Uiteindelijk is mijn moeder gescheiden van hem. We meden hem, hadden al het contact gebroken, maar na een jaar zocht hij ons weer op. Hij had zichzelf weer in de hand gekregen, en vroeg om vergeving. Hoe erg het ook was geweest voor mij en Gemma, mijn zus, we vergaven hem. Hij is en blijft onze vader, en we wilden hem nog een kans geven, als het moest zelfs nog wel tien. Maar mijn moeder dacht daar anders over, ze kon het niet. Eens in de zoveel tijd komt mijn vader nog wel eens langs, ook al is mijn moeder hertrouwd. En natuurlijk gaan ik en Gemma ook wel eens een weekend naar hem toe. Daar vertelde hij vaak verhalen over hem en jouw vader, verhalen die we nog niet wisten. Uiteindelijk heb ik voorgesteld om jullie op te zoeken, jullie moesten weten hoe het met hem is afgelopen, jullie hebben daar het recht op. Mijn vader durfde zelf niet te gaan, hij was bang dat hij in zou storten, door de confrontatie met het gezin aan te gaan. Dus dat is het verhaal, de reden waarom ik hier ben.’ Zonder een pauze te nemen vertelt Harry dit. Ik kijk hem verwondert aan, ik had dit echt niet van hem verwacht. Na een minuut denken en overwegen, stel ik hem een vraag. ‘Heeft mijn vader nog iets gezegd, voor hij stierf?’ Harry denkt na, en na een paar seconden heeft hij alweer een antwoord. ‘Ja, dat heeft hij gedaan. Hij vroeg aan mijn vader of hij jullie wilde vertellen hoeveel hij van jullie hield. Jullie waren belangrijk, en hij vergat jullie nooit. Ook moest mijn vader zeggen dat het leven doorgaat, en dat hij het niet erg vond als je moeder zou hertrouwen. Hij zei dat hij zo trots op je was, en dat hij dat altijd zou blijven. Ook hoopte hij dat je, als je later groot zou zijn, dat je de ware zou vinden, en gelukkig zou worden. Dat is wat hij jullie beiden het meest gunde, geluk en liefde. Liefde, die hij niet meer kon geven. Je vader was een bijzonder man, je mag trots op hem zijn, nog trotser dan je bent.’ Ik veeg de tranen uit mijn ooghoeken, hij hield zoveel van ons. Wist hij het maar, dat ik geen gelukkig bestaan leid, kon ik maar met hem praten. Zonder dat ik het weet stromen de tranen over mijn wangen, en opeens voel ik twee duimen die mijn tranen wegvegen. Het zijn de duimen van Harry, en hij kijkt me bezorgd en lief aan. ‘Wat is er, schat?’ Die woorden zorgen ervoor dat ik alleen maar harder ga huilen. Het lijkt alsof er geen houden meer aan is. Harry staat op, zet me neer op het bed, en loopt weg. Even later is hij terug met een glas water. Hij geeft het aan mij, en ik drink het met kleine slokjes op. Harry pakt het aan als hij leeg is, en zet het op mijn bureau neer. ‘Was hij maar hier, kon ik maar even met hem praten. Ik mis hem, zoals hij me altijd opvrolijkte als ik verdrietig was, me knuffelde als ik huilde. Ik voel me soms zo’n mislukking, door al de haat. Hij wil me zo graag gelukkig zien, maar ik ben het niet. Ik kan het niet. Niet alleen omdat ik hem mis. Ik heb geen vrienden, en ik durf amper iets. Alles is verandert, sinds hij weg is. Was hij hier nog maar, dan was alles veel beter.’ Ik eindig, met tranen in mijn ogen. Als ik me omdraai zie ik bij Harry ook tranen in zijn ogen, en ik veeg ze voorzichtig weg. Hij glimlacht, en trekt me in een knuffel. Weer krijg ik dat gevoel in mijn onderbuik, zou ik dan toch verliefd zijn? ‘Hoe komt het toch, dat jij geen vrienden hebt? Je bent echt een schat!’ Ik glimlach lief naar hem, zoiets heeft nog nooit iemand tegen me gezegd. ‘Blijkbaar vinden mensen dat niet van mij, mensen vinden me een nerd, te preuts, en te verlegen. En misschien is het ook wel waar, aangezien iedereen mij mijdt. Zelfs kleine kinderen lopen het liefst met een grote boog om mij heen, alsof ik een afschuwelijk iets ben.’ Weer krijg ik tranen, zoveel huil ik normaal nooit. Harry veegt ze weer weg, en dit keer brandt de plek waar hij me aanraakt. Ik ben bang, bang dat ik verliefd wordt, bang dat hij me gaat vermijden, dat hij me gaat haten. Ik word er gek van, ik wil al die angst niet! Ik wil zekerheid hebben, alle veranderingen weg hebben! ‘Je hebt nu tenminste al één vriend!’ Harry kijkt me aan met een bigsmile. Ik kijk hem vragend aan, en bedenk me dan dat hij op zichzelf duidt. Hij trekt me in een knuffel, en zo blijven we zitten, totdat we mijn moeders stem horen. ‘Harry, je moet gaan, ik had net een bezorgde moeder aan de lijn, ze snapte maar niet waar je bleef.’ Ik begin te giechelen, en Harry kijkt een beetje ongemakkelijk. ‘Awh Hazz, je hoeft je niet te schamen, mijn moeder zou hetzelfde hebben gedaan.’ Hij kijkt me met een glimlachje aan, die nog niet helemaal van harte is, maar wel beter dan zijn zure gezicht. Samen lopen we naar beneden, en hij pakt zijn jas. Voordat hij de deur uitloopt, drukt hij nog gauw een kus op mijn wang. Dan slaat de deur dicht, en zucht ik. Daar gaat hij, en het zal waarschijnlijk nog wel een poosje duren voordat ik hem weer zal zien. ‘Je vindt hem leuk, hé?’ Zegt mijn moeder opeens heel onverwachts. Ik word rood, en schud dan nee. ‘Je hoeft je er niet voor te schamen schat, dat gebeurt nou eenmaal. Maar misschien kunnen we zo even praten, aangezien er nodig wat moet veranderen.’ Ik knik, en loop samen met mijn moeder naar de huiskamer. Na een lang gesprek, waar veel tranen zijn gevloeid, wens ik mijn moeder een goede nacht, druk een kus op haar wang, en ga dan naar boven. Na een uur woelen val ik eindelijk in slaap, met de gedachte dat het vanaf morgen zal veranderen. Alles zal beter worden. Nou ja, veel dan. Ik laat me door niemand meer tegenhouden. Ik ga mijn vader laten zien dat ik het kan, dat ik gelukkig kan worden, en dat ik net zo kan worden als hij.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen