Foto bij Darkness 28.

Stone walls do not a prison make, nor iron bars a cage.”
- Richard Lovelace, To Althea, from Prison

Het is niet moeilijk om je gevoel voor tijd te verliezen in een elfenrijk, vooral als je afgesloten bent van de buitenlucht en moet leven onder het geflakker van toortsen.
Naar haar gevoel kan Aya er al uren, dagen of jaren zitten. De enige constante is de zoon van de elfenkoning, die haar af en toe gezelschap komt houden.
"Bewaken", zo noemt hij het zelf, maar Aya heeft al lang geen gewapende elf meer gezien in de buurt van de kerkers. Misschien veronderstellen ze dat Aya wel veilig vast zit, dat het gif haar wel binnen houd.
Tot Aya's ongenoegen hebben ze gelijk. Ze maakt met trillende handen krulligere lijnen in het stof op de grond.
'Ik heb water meegebracht', Legolas komt op zijn geruisloze manier aangewandeld en zet twee kommen op de grond. Hij schuift ze voorzichtig onder de tralies door.
'Twee kommen? Zo'n grote dorst heb ik niet hoor', maar ze glimlacht, omdat zijn aanwezigheid ervoor zorgt dat ze zich beter voelt.
Al snel merkt ze op dat op de bodem van de ene kom bladeren liggen.
'Voor je handen.' Voorzichtig legt ze die in het water, en een opgeluchte zucht ontsnapt van tussen haar lippen.
'Dit werkt veel beter dan speeksel. Bedankt.' Legolas glimlacht. 'Alles voor de kostbare handjes van Aya Faënonighean.'
'Het zou inderdaad een schande zijn als ik ze niet meer zou kunnen gebruiken. Met welke verhalen zouden de mensen hun kinderen dan bang moeten maken?'
Legolas gaat voor haar op de grond zitten. 'De Valar hebben je een gave geschonken. Je zou er trots op moeten zijn.'
Aya lacht smalend. 'Wat voor een. Verschrikkelijk sterk zijn. Wat een fijne gave. Als het nou genezen was geweest, dan kon ik anderen nog helpen... dan zou ik als goed beschouwd kunnen worden.'
Legolas kijkt haar op een vreemde manier aan. 'Helende gaven hebben, dat maakt je niet onmiddellijk een beter persoon.'
'Nee?' vraagt Aya zacht, maar ze krijgt geen antwoord.
'Je bent wel erg vaak hier de laatste tijd', zegt ze dan maar. 'Als je wilt, kan ik ook wel wegblijven.'
Aya lacht zacht en schudt haar hoofd. 'Ik dacht dat je wel bij Tauriel zou zijn.'
Legolas verschuift ongemakkelijk heen en weer. 'Waarom zou ik bij Tauriel zijn?'
'Omdat je haar aan het begluren was. De eerste keer dat je hier kwam', Aya weet dat ze gelijk heeft, want de elf wordt donkerrood.
'Ik was Tauriel niet aan het begluren.'
'Aha! Ik wist wel dat je Bombur stiekem wel ziet zitten!'
Er kan een glimlachje bij hem af. 'Ach, ik hoopte dat het je niet was opgevallen.' Aya schatert het uit.
'Hoe is het met hen?' Natuurlijk kan ze soms hun fluisteringen verstaan, maar ze heeft geen idee hoe het echt met hen gaat.
'Goed, denk ik. Ze kafferen elke elf die voorbij loopt uit, omdat... nou ja. Omdat er twee lieden van hun gezelschap ontbreken.'
Aya slikt: 'Ze zouden het moeten weten.'
'Mijn vader wil dat niet.'
Aya kijkt hem fel aan: 'Je vader is een monster.'
Legolas' kaak verstrakt. 'Je kent hem nauwelijks.'
'In de korte tijd dat ik hem ken, heeft hij me bedreigd, vernederd en iemand die ik kende voor mijn ogen vermoord. Het spijt me heel erg dat ik niet zo een positief beeld over hem heb', snauwt ze hem toe. Legolas zucht: 'Vroeger was hij anders. Hij was zorgelozer, vrolijker, minder argwanend.' Hij laat zo een lange pauze, dat Aya bang is dat hij niet meer tegen haar wil spreken.
'Toen de Schim van Dol Guldur aan het woud begon te vreten, heeft het mijn vader veranderd. Ik denk soms dat hij zich te veel met het woud verbonden heeft. Dat de Duisternis die het woud verwoest, ook hem van binnenuit verwoest. Ik...' Hij zwijgt, want hij herinnert zich maar al te goed dat dit meisje waar hij zijn hart bij aan het luchten was, zelf ook door de Schim van Dol Guldur was aangeraakt.
'Ik begrijp het', zegt Aya. Hoewel ze Thranduil haat en veracht, is zijzelf veel dieper gezonken dan hij. Toen de Duisternis van Dol Guldur voor het eerst tegen haar sprak, had ze zonder erbij na te denken naar Hem geluisterd. Toen Gandalf haar had gevraagd om te bekijken hoe de zaken er voor stonden in Dol Guldur, was ze zo dwaas geweest met het verzoek van de tovenaar in te stemmen.
De Duisternis had zich toen, door slechts de korte blik die ze erop geworpen had, met haar verstrengeld en zijn greep versterkt.
'Ik moet gaan', zegt Legolas, terwijl hij behoedzaam recht gaat staan. 'Anders zullen de anderen het verdacht beginnen vinden.'
'Stel je voor, wat een schande. De elfenprins gaat om met het halfbloed-dwergenvriendinnetje Faënonighean.'
Legolas doet alsof hij rilt van afschuw. 'Stel je voor.'
Hij verdwijnt. Aya legt haar hoofd tegen de rotswand en valt in slaap.
Niet veel later schrikt ze even wakker, als ze een ruk van een stekend verlangen voelt. Er is iets dat ze in handen moet krijgen. Het lijkt wel alsof ze geroepen wordt.
Maar als ze om zich heen kijkt, is er niets verandert. De muren zijn nog net zo donker en dreigend, en de traliehekken versperren onverbiddelijk de doorgang.
Ze zucht moedeloos en legt haar hoofd weer tegen de wand, en als ze het zachte gegons van dwergenstemmen hoort, valt ze weer in slaap.

Enkele meters beneden haar, laat Bilbo de Ring terug in zijn zak glijden, en begint hij de dwergen uit hun cellen te bevrijden..

Reacties (3)

  • Croweater

    'Toen de Schim van Dol Guldur aan het woud begon te vreten, heeft het mijn vader veranderd. Ik denk soms dat hij zich te veel met het woud verbonden heeft. Dat de Duisternis die het woud verwoest, ook hem van binnenuit verwoest. Ik...'


    Dat vond ik echt een mooi stukje.

    5 jaar geleden
  • Katalante

    Dit verhaal saai vinden? Wat laat je dat onrecht denken? Dit verhaal is fucking AWESOME en staat in mijn top 5 leukste verhalen! En geloof me ik lees er veel! Écht veel!

    Kudootje voor jou(flower)

    5 jaar geleden
  • Allysae

    gvd laat haar ook vrij legolas
    en omg legolas x bombur *rilt*
    laat het hem maar bij tauriel houden dan kan ik kili hebben ;3

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen