Ooit vervielen de mensen in slechte gewoonten.
Ze hadden hun “Ware Kracht” gevonden die
De Ware hun had gegeven toen hij hen schiep.
Maar ze vonden zich meer dan de andere
volkeren en misbruikten hun macht.
Ze doodden andere volkeren en verjoegen
ze naar verborgen plaatsen en zelfs ander werelden.
De Ware zag wat er gebeurde en wist dat hij iets moest doen.
Hij ontnam de mensen hun kracht en schiep een leger
monsters om de mensen te straffen.
Alleen de eerlijken van inborst zouden overleven.
De monsters ontstaken echter in razernij en Hij moest
ze opsluiten achter een magische muur.
Onder de overlevenden koos hij tien uitverkorenen
waarin hij de Ware Kracht verborg.

De schepping van de wereld uit Het Heilige Boek van Atra.

"In het koninkrijk Armanië is uit het niets een opstand ontstaan die de hele koninklijke familie het leven kostte. Het gerucht gaat dat een in zwart harnas gehulde ridder de stille woede van de onderdrukte boeren had aangewakkerd. Niemand wist wie hij was of waar hij vandaan kwam, maar iedereen noemde hem 'De Zwarte Ridder'. Niemand zag wat er gebeurde omdat zijn aanhangers in het geheim bezoeken brachten aan de arme boeren met de belofte van geld, om zo hun steun te krijgen. Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje en werd langzaam een reusachtige, allesverterende vlam. En op die dag, die wij ons allemaal herinneren als het begin van de nu al 22 jaar durende oorlog, barstte de hel los.
Nietsvermoedende schildwachten werden verrast door de kooplui wiens lading ze controleerden, overrompeld door een menigte of verraden door hun eigen kameraden. De belangrijkste steden werden in een mum van tijd door de rebellen ingenomen. Algauw was het koninklijk paleis aan de beurt, maar toen de koning weigerde zich over te geven, liet de zwarte ridder de hele koninklijke familie en hun bondgenoten doden en kroonde zichzelf tot koning. Armanië, het grootste van de 4 rijken, was gevallen. Maar de zwarte ridder was nog niet van plan het daarbij te laten en verklaarde de oorlog aan de 3 andere rijken. Zo is alles begonnen..."

"Denk je dat we veilig zijn moeder?",vraagt de kleine Joris na het verhaal. "Natuurlijk mijn jongen, ga nu maar slapen.", stelt zijn moeder hem gerust. Joris woonde met zijn familie in een groot dorp in het koninkrijk Varenia, één van de twee rijken die weerstand boden tegen het leger van de Zwarte Ridder (het kleinste koninkrijk, Tessalië was niet lang na Armanië gevallen). Ze hadden geen flauw benul van de benarde situatie aan het front, 17 kilometer verderop, en gingen rustig slapen.

"Kolonel, ze breken door de linkerflank!", schreeuwt adjudant Bugs boven het onweer uit. "Zendt de 24ste cavalerie er op af!", beveelt de kolonel."Er is geen 24ste meer, meneer!", antwoordt Bugs. "Zend dan de 13de!" "Tot uw orders!" "Darvis, waar blijven de versterkingen?" "Geen idee kolonel!" "Laat iedereen in een straal van 30 kilometer evacueren!", beveelt de kolonel met een grimmig gezicht. "Tot uw orders!", antwoordt Darvis verbeten. Darvis roept de nog levende boodschappers bijeen en zendt ze naar de omliggende nederzettingen. Hij loopt terug naar de kolonel om verslag uit te brengen en zegt:"Ik heb boodschap...AARG!!!" De kolonel kijkt verschrikt neer op zijn van pijn kronkelende commandant, die met bebloed gezicht en een gevederde pijl in zijn oogkas, op de grond ligt. Darvis schreeuwt en kijkt zijn kolonel smekend aan. De kolonel aarzelt maar ziet dan dat de complete rechterflank bezwijkt onder de overmacht van de vijand. "Vergeef me.", mompelt hij, en hij vlucht weg. Darvis schreeuwt zijn naam maar de kolonel stopt niet.

"BING, BANG!", luiden de alarmklokken. "Opstaan iedereen!", schreeuwt de moeder van kleine Joris. Ze neemt Joris op haar arm en opent de deur. Buiten is het een complete chaos. Matt, haar oudste zoon, grist zijn mes van het nachtkastje en steekt het in zijn snel omgegespte riem. Hij gaat naar buiten en duwt de mensen hardhandig opzij om plaats te maken voor de rest van het gezin terwijl vader, die achteraan loopt, ervoor zorgt dat niemand achterblijft. Matt werkte al zo lang samen met zijn vader dat ze geen woorden nodig hadden om elkaar te begrijpen. Al sinds zijn achtste gingen ze samen naar het bos om hout te hakken. Een beetje verder slaat een paard in paniek en werpt zijn ruiter van zich af, waarna het enkele mensen vertrappelt en tussen de huizen weggallopeert. Een klein jongetje roept zijn moeder. Hij valt midden in de angstige menigte. Nog éénmaal klinkt zijn schreeuw door de nacht, daarna is hij voor eeuwig stil...
Als Matt zijn gezin veilig door het dorp heeft geleid , roept hij: "Snel, naar het bos!", en iedereen zet het op een lopen. Ze horen geschreeuw en wapengekletter dat stiller wordt naarmate ze vorderen. Uiteindelijk horen ze enkel nog hun hijgende ademhaling en hun bonzende hart. Zonder nadenken en gedreven door een oud oerinstinkt rennen ze zo snel mogelijk weg van het gevaar. Aan de rand van het bos kijkt Matts jongere zus, Melissa, nog één maal om en wat ze op dat moment ziet, zal ze nooit meer vergeten. Dan draait ze zich met een ruk om en vlucht met een van angst vertrokken gezicht het bos in. De takken zwiepen tegen haar gezicht, in de verte klinkt een luide gil. Niet één keer kijkt ze nog om en half lopend, half struikelend loopt ze verder terwijl de duisternis van het reusachtige woud haar langzaam opslokt.

Na iets wat wel een eeuwigheid leek, houdt iedereen stil. Iedereen is stil behalve de kleine Joris die ligt te snikken in de armen van zijn moeder. Boven hun hoofden klinkt het gekletter van de regen op het bladerdak van de bomen. Dan zegt Matt tegen niemand in het bijzonder: "Hoe moet het nu verder?" Geen antwoord. Even later zegt de kleine Joris: "Ik heb het koud." "Misschien kunnen we een vuurtje stoken.", oppert Matt."Met dit weer?", vraagt zijn zus sarcastisch. "Ik vind vast wel een paar droge takken hoor, maar als je iets beters weet, zeg het dan!", bijt Matt haar toe. "Is het nu bijna gedaan!", schreeuwt moeder woedend. Niet veel later stopt het met regenen en staat vader zwijgend op om brandhout te zoeken. Wanneer hij terugkomt, zit iedereen nog in precies dezelfde houding als toen hij vertrok. Hij legt de takken op de grond en probeert het natte hout zonder succes te doen branden. Pas een uur later komt het eerste vlammetje te voorschijn. Vader gebaart ons dichterbij te komen. We zitten stil rond het vuur tot Joris vraagt wat we gaan eten. Niemand weet wat gezegd. Maar dan zegt Matt, die het stilzitten beu is en gewoon iets wil doen:"Ik heb een mes en ik zou een boog kunnen maken als ik geschikt materiaal vind." Vader knikt bij wijze van goedkeuring en Matt staat op. "Ik ga mee!", zegt Melissa. Matt kijkt zijn vader vragend aan. "Wees voorzichtig.", zegt die. Niet veel later vindt Matt een buigzame tak en snijdt een stuk van een klimplant dat hij om de uiteinden van de tak bindt. Dan snijdt hij scherpe punten aan stevige takjes. Melissa kijkt zonder veel hoop hoe hij zijn primitieve boog maakt. Dit ding kan gewoon niet werken. Plots horen ze geschreeuw. Ze draaien hun hoofd met een ruk om en kijken elkaar enkele ogenblikken geschrokken aan. Dan lopen ze zo snel als ze kunnen terug naar hun 'kamp'. Vanuit de struiken zien ze Joris bloedend op de grond liggen en enkele mannen met paarden en kruisbogen houden hun geschokte ouders onder schot. Melissa wil schreeuwen maar Matt legt zijn handen op haar mond en sist dat ze stil moet zijn, doch, de gesmoorde kreet was net iets te luid en een van de gewapende mannen draait zich naar hen om. "Wie is daar!", roept hij, "Kom tevoorschijn!"
Matt vloekt stil. Dan voelt Melissa een stekende pijn in haar hoofd en wordt alles zwart...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen