"Ik kom al!", riep Bart naar zijn vader. Hij spande zijn spieren en sleurde het zware biervat langzaam de trap op. Bart was nog maar 15, maar hij was al groter en gespierder dan zijn vader. Toen hij boven kwam zette hij het zware vat grommend op de grond en sloot de deur van de kelder achter zich. "Komt er nog wat van!", brulde zij vader vanuit de keuken. "Ja, ja, hier ben ik al.", zij hij sussend. "Dat werd tijd, of wil je soms dat de klanten sterven van de dorst." Bart antwoorde niet maar rolde het vat naar zijn vader terwijl hij naar buiten liep. "Waar denk jij dat je heen gaat!", brulde zijn vader weer. "Even een luchtje scheppen.", mompelde hij meer tegen zichzelf dan tegen zijn vader. Voor zijn vader nog iets kon zeggen was hij al door de achterdeur verdwenen. Het was koud buiten maar hij trok zich er niets van aan en liep zonder jas verder. Hij had even rust nodig na een hele dag vaten sleuren. Hij was misschien wel bijna 2 meter en zo sterk als een os maar hij was nog steeds maar een kind. De dunne laag sneeuw knerpte onder zijn afgetrapte laarzen. In gedachten verzonken dwaalde hij door de straten op weg naar de enige plek waar hij rust kon vinden. Steeds hetzelfde liedje, ik doe al het werk en toch is het nooit goed. Zijn vader was 2 jaar geleden hertrouwd nadat hij zijn vrouw verloren had tijdens een pokkenepedemie. Toen zijn moeder nog leefde was alles nog goed geweest. Maar toen die nieuwe vrouw samen met haar onuitstaanbare dochter bij hem introk was alles veranderd. Opeens kon hij voor niemand nog iets goed doen. En die rotmeid werd de hele tijd verwend. Als ze dan toch eens iets fout deed gaf ze hem gewoon de schuld, en zijn vader slikte alles wat ze zei als koude pap. Hij was blij dat hij even aan dat leven kon ontsnappen. Plots doemden voor hem uit de schaduw twee jongens op. Hij kende ze, en daar was hij alles behalve blij mee. Hij draaide zich langzaam om en zag dat er nog een derde iemand op hem afkwam. Niet op zijn gemak bleef hij staan tot de jongens hem tot op een meter genaderd waren. Hij stond op het punt iets te zeggen toen zijn stiefzus van achter één van de jongens kwam. Barts gezicht veranderde. Eerst keek hij iedereen woedend aan waarop de 3 jongens voorzichtig een stap achteruit zetten. Het waren de minnaars van zijn stiefzus. Ze waren 2 jaar ouder dan hem, maar toch minstens een hoofd kleiner. "Arianne.", sprak hij zijn 'zus' vol haat aan. Ze wendde haar boze blik af van de 3 mannen en keek hem grijnzend aan. "Wel, wel, mag je zo laat nog op straat van je ouders?", zei ze met een gemaakte glimlach. Bart was woedend maar wist dat hij niets kon doen. Als hij ook maar één vinger naar haar of haar vriendjes durfde uit te steken zou ze er wel voor zorgen dat het leek alsof het allemaal zijn schuld was, en als het moest liet ze hem graag kennismaken met het 'gerecht', zoals dat hier genoemd werd. Het 'onschuldige' meisje. "Antwoorden we nu ook al niet meer?", vroeg ze, "Dan moeten we je maar wat beleefdheid bijbrengen, toch, jongens?" De mannen begonnen te grijnzen en stapten op de grote jongen af. Ze waren op hun hoede tot ze beseften dat Bart niet van plan was zich verdedigen. De eerste klap kwam hard aan en hij hoorde iets kraken in zijn neus. Bij iedere klap lachte Arianne luider. Ze moedigde de jongens aan en duwde Bart op de grond. Die krulde zich op en hield zijn armen beschermend voor zijn hoofd terwijl ze begonnen te schoppen. Na een tijdje riep zijn zus: "Genoeg, er moet nog wat van hem overblijven! Met wie moet ik anders lol maken, toch, 'broertje'?" Ze spuugde het woord 'broertje' uit alsof het iets vies was dat uit haar mond moest, ze kokhalsde er bijna bij. De drie mannen gingen zo in hun bezigheid op dat ze bijna een sprongetje van schrik maakten toen ze schreeuwde. Arianne gebaarde iets met haar handen en Bart hoorde de sneeuw knerpen toen de mannen wegstapten. Ze kwam dicht bij hem staan en keek hem aan, door het bloed dat zijn zicht vertroebelde kon hij haar gezicht bijna niet zien. Ze grijnsde naar hem. "Waarom?", mompelde Bart. "Omdat ik het leuk vind natuurlijk." Ze spuugde in zijn gezicht en keek hem verwachtingsvol aan. Wat toen kwam was wel het laatste wat ze had verwacht. Bart begon luid te lachen en zei: "Je kan met me doen wat je wil maar ooit zal ik je krijgen en dan zul je me smeken op te houden!" Ze schrok zo van zijn reactie dat ze een stap achteruit zette en op de grond viel. Bart bleef hysterisch lachen. Ze krabbelde snel overeind en liep zo snel als ze kon weg. Toen ze buiten gehoorsafstand was, begon hij stil te huilen. Het waren loze dreigingen geweest. Hij uitte ze enkel omdat hij zich anders helemaal een watje zou voelen, ookal was hij dat. Zijn machteloze tranen mengden zich met de regen en vielen neer op de koele aarde. Hij schaamde zich dat hij dit telkens weer liet gebeuren zonder er iets tegen te ondernemen. Het begon te regenen en de aarde werd nat en vies. Het kon Bart niets schelen en hij bleef op de koele grond liggen. In stilte bezwoer hij zichzelf dat dit niet weer zou gebeuren, hij zou vechten, ookal zou het de laatste keer zijn. Zijn tranen, nu vol ingehouden woede, mengden zich met de regen en vloeiden over de aarde. Hij liet ze de vrije loop en balde zijn vuisten. Later, dacht hij, later...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen