Melissa geeuwde en wreef in haar slaperige ogen. Vermoeid nam ze de omgeving in zich op. Eerst schrok ze maar toen herinnerde ze zich weer wat er gebeurd was en waar ze was. Haar volgende reactie was angst omdat ze Max nergens zag. Maar ze herinnerde zich eraan dat ze hem nog steeds niet vertrouwde en dat het misschien goed was dat ze even alleen kon zijn. Daarna sloeg ze zichzelf voor het hoofd omdat ze gisteren gewoon in slaap was gevallen zonder te weten of het wel veilig was en of Max wel te vertrouwen was. Melissa bedacht opeens dat ze nog steeds oké was en dat haar bedenkingen tegenover hem misschien niet gegrond waren, en…
“Goed geslapen, prinses?” Door al haar tegenstrijdige gevoelens en gedachten had ze niet eens gemerkt dat Max de grot binnenstapte met zijn boog in de hand.
Ze schrok op uit haar overpeinzingen. “Het kon wel beter.”, zei ze nog steeds slaperig, “Het is hier ook niet bepaald een paleis.” “Ik had het ook niet bepaald voor het uitkiezen.” Max stond in de schaduw en Melissa kon zijn gezicht niet zien, maar ze meende een barse ondertoon in zijn stem te horen.
“Waar was je?”, veranderde ze voorzichtig van onderwerp. “Ik zat buiten.” Hij ging zitten en nu was zijn gezicht duidelijk zichtbaar, hij had wallen onder zijn ogen en maakte een vermoeide indruk. “Wat zie jij er moe uit het lijkt wel alsof je niet hebt geslapen.” “Heb ik ook niet.” Hij had zijn boog nog steeds vast en ze zag dat zijn benen stram waren, het leek alsof hij al de hele nacht in die houding had gezeten. Toen daagde het haar. “Heb je de hele nacht voor de grot gezeten?” Hij keek haar eerst onbewogen aan maar knikte toen lichtjes. “Het leek me veiliger, je weet maar nooit of er nog soldaten of huurlingen het bos uitkammen. Je zou dus wel iets vriendelijker kunnen zijn.”, zei hij. Melissa wilde zich nog verontschuldigen maar hij stak zijn hand op en legde zijn boog aan de kant. Hij wees naar een plek achter in de grot en ging liggen. Ze besloot hem maar even te laten slapen zodat hij wat vrolijker werd. Toen liep ze naar de plek waarnaar hij had gewezen en vond er een paar appels en wat gedroogd vlees. Er lag ook een waterzak die het meisje dorstig aan haar mond zette en voor de helft leegdronk. Toen voelde ze zich schuldig dat ze zomaar zijn leven kwam inwandelen en zijn spullen gebruikte. Ze besloot zich nuttig te maken en ging buiten kijken of ze iets eetbaars kon vinden. Want net als vele eenvoudige mensen was ze opgegroeid in en rond het bos en kon ze toch zeggen dat ze tenminste iets wist van de dingen die er groeiden.

Bart stapte uit de badkuip en begon zich af te drogen met de handdoek die Mateo had klaargelegd. Hij voelde me al een heel stuk schoner en begon zich aan te kleden. “Zit je vastgeroest?”, riep Mateo grinnikend vanuit de keuken. “Ik heb me net bevrijd!”, riep Bart terug. “Om het nog eens…”, begon Mateo maar er werd op de deur geklopt voor hij zijn zin kon afmaken. Hij mopperde even over wie er zo laat na de avondklok nog kwam aankloppen en riep dat het na sluitingstijd was. Maar degene aan de deur bonsde nu nog harder en riep:”In naam van de de gouverneur! Open die deur of we beuken hem in!” Mateo vloekte binnensmonds en fluisterde aan de deur dat Bart zich stil moest houden. Hij schoof de grendel van de deur en opende hem een beetje, de soldaat aan de andere kant van de deur duwde hem meteen helemaal open en kwam binnen. Door het sleutelgat was het niet zo goed te zien maar volgens Bart waren er vijf gewapende mannen. “Bent u de eigenaar van deze kroeg?”, vroeg de man die blijkbaar de leiding had. “Jazeker, wat verschaft mij de eer?”, vroeg Mateo met gespeelde vriendelijkheid. “Bij deze arresteer ik u wegens smaad aan uw meerderen en verdenking van illegale praktijken die het gezag van onze troepen ondermijnen.” Mateo was meteen op zijn hoede en vroeg waarop ze zich voor deze zware en onterechte beschuldiging baseerden. De hoofdman antwoordde niet maar vroeg:”Er werd ons vertelt dat u samenwerkt met een grote knaap die “Bart” heet, we houden u namelijk al een tijdje in de gaten.” Mateo zette een verontwaardigd gezicht op en ontkende alles:”Bart? Ik ken geen Bart!”, riep hij uit, “En ik ben een zeer trouwe burger, als er hier ook maar één iemand met slechte bedoelingen tegenover u en uw meerderen zou binnenkomen zou ik hem meteen de achterdeur wijzen!” Het laatste deel van zijn zin had hij iets luider en met meer nadruk uitgesproken. De soldaten merkten er niets van maar Bart wist meteen dat hij bedoelde dat zijn vriend zich uit de voeten moest maken. De hoofdman gaf zijn mannen bevel alles te doorzoeken en Mateo werd in de boeien geslagen terwijl hij maar bleef beweren dat hij van niets wist. Bart glipte door de achterdeur en liep door het nauwe doolhof van straatjes dat hij als zijn broekzak kende. Pas te laat herinnerde hij zich dat hij zijn vuile kleren had laten liggen waar het embleem van zijn vaders herberg op was genaaid. Hoe kon hij zo stom zijn, het was nog wel naaiwerk van zijn echte moeder geweest en hij koesterde het als een relikwie. Ze zouden wel achterhalen dat het van hem was en Mateo zou gestraft worden. Toen hij zijn stiefmoeder en –zus leerde kennen dacht hij dat het niet erger kon, hij had het blijkbaar mis.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen