Rafael, door zijn vrienden ook wel Raf genoemd, reed door het bos alsof de duivel hem op de zielen zat. Die kleine kinderen waren hem te slim af geweest! Hem! Daar kon hij met zijn verstand niet bij, maar hij zou wraak nemen voor de dood van zijn makkers. Enkele mijlen verder bereikte hij de rand van het Grote Oostelijke Woud dat zich als een lange sliert helemaal vanaf de droge woestijnen in het zuiden tot de ijsvlaktes van het koude noorden uitstrekte en reed de open vlakte op naar de stad. De stad Sanguis lag in een grote open vlakte, die nu meer weg had van een groot moeras van slijk en omgewoelde aarde. Twee dagen geleden hadden ze de provinciehoofdstad ingenomen, maar door de aanhoudende regen was de vlakte nog steeds een grote modderpoel. Bij de oostelijke poort aangekomen versperden enkele wachters hem de weg. Toen ze zagen wie ze voor zich hadden lieten ze hem snel door en groetten hem. Hij sprong van zijn paard en ging te voet verder over de drukke straten. Bij het paleis aangekomen overhandigde hij zijn paard aan een stalknecht en maakte zijn opwachting bij zijn bevelhebber, die zijn intrek in het paleis had genomen. Even later werd hij binnengelaten. Rafael stapte een reusachtig vertrek binnen met prachtige glas in lood ramen waarop de oude, machtige draken in hun volle glorie te zien waren. Rafael keek bewonderend naar het vakwerk van de al eeuwenlang uitgestorven wezens met gouden schubben die glansden in het zonlicht. Het duurde even voor hij zich van het betoverende beeld kon losmaken. Aan de zijkant stonden reusachtige boekenkasten tegen de muren met ertussenin rijkelijk versierde wandtapijten waarop dappere krijgers strijdend afgebeeld stonden. “Aha, daar ben je weer, ik zie dat je mijn keuze weet te waarderen?” Toen pas kreeg Rafael de man in die in het midden van de kamer aan een bureau zat in de gaten. De man had zwart, strak naar achter gekamd haar en een al even zwarte krullende snor. Hij had een net pak aan waarin geen enkel kreukje te bemerken was. “Dit bureau is zelfs in één stuk uit een heilige eik gesneden. Het woord heilige eik klonk eerder als een rochel die de man probeerde uit te spugen maar in zijn keel vast zat dan als een woord. “Je hebt goed goed nieuws mag ik hopen?” Rafael boog en antwoordde:“Gegroet, mijnheer Van Gorben, ik ben blij dat u zo snel tijd kon maken.” “Laat die plichtplegingen maar zitten, ga zitten en vertel, ik heb het gevoel dat je wel wat wijn kan gebruiken.” Rafael ging zitten in de rijkelijk versierde stoel en was ook deze keer onder de indruk van de perfectie en de schoonheid waarmee alles in deze ruimte gemaakt leek te zijn. De stoel had een laagje bladgoud en was bezet met allerlei soorten edelstenen en diamanten. De zitting was van zacht rood fluweel en was een man als hemzelf waardig. Toen hij een gemakkelijke houding had gevonden vertelde hij wat er gebeurd was terwijl Van Gorben zwijgend zat te luisteren. Af en toe nam Rafael weer een slok wijn, om zijn zorgen te verdrijven. Toen hij klaar was keek de nette man hem met een sarcastisch lachje aan. “In de maling genomen door kinderen!? Wat een grap! En je hebt ze die andere twee paarden en de wapens van je mannen gewoon cadeau gegeven!” Rafael keek schuldbewust en zei: “Geef me meer mannen, dan ga ik ze achterna en leer ze een lesje.” Zijn staalblauwe ogen keken hem doordringend aan“Ze zijn al lang vertrokken, ze zijn niet dom, ze blijven heus niet rustig zitten tot jij terugkomt met versterking. Je mag al blij zijn dat ik je niet laat ophangen.” “Maar…” “Geen dank, ik doe het alleen omdat ik zo’n goede officier als jij kan gebruiken. Ik heb je die klus gegeven om je een lesje te leren, en dat heb je dan ook gekregen.” Rafael gaf het op, hij wist dat hij geluk had, zeker door dijn eerdere falen . “Laat me nu alleen, ik heb nog werk te doen, als het ophoud met regenen mag je de gracht helpen uitdiepen.” Rafael wist dat het geen zin had te protesteren en verliet de vertrekken. Rafael was woedend en haatte het dat iedereen de spot met hem dreef, hij wist dat hoop de enige reden was dat de man hem in leven liet. Hij balde zijn vuisten en zwoer wraak te nemen op iedereen die hem ooit onrecht had aangedaan. En zijn generaal was daar één van, hij was het verleden nog niet vergeten, en hij zou het niet laten rusten voor hij zijn wraak kreeg.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen