Bart zat op een boomstam tussen enkele struiken waar hij verborgen was voor nieuwsgierige ogen. Zijn moeder had hem hier vroeger mee naartoe genomen, dit was altijd zijn schuilplaats geweest, verborgen voor de wrede buitenwereld. Hij voelde zich ellendig en had zin om hier voor eeuwig te blijven zitten. Maar hij wist dat hij niet kon en mocht opgeven, Mateo had hem nodig. Hij had het liefst de gevangenis gewoon in zijn eentje bestormt maar wist dat dat niets zou uithalen. Het was het best als hij eerst rustig afwachtte, zolang Mateo in de goed bewaakte kerkers zat kon hij niets doen. Hij zou het zelf moeten oplossen, Mateo was zijn enige vriend geweest.Hij wreef even door zijn bruine haar en zette toen zijn kap op. Op zijn hoede liep het dorp terug in. Het dorp zag er meer uit als een kleine stad maar het was nooit meer geweest dan een stopplaats bij de bosrand. Niet voor de eerste keer vervloekte hij zijn lengte toen hij door de nauwe straatjes liep. Als zijn signalement verspreid zou worden zouden ze hem snel vinden. Hij verwachtte tenminste dat ze zijn signalement zouden verspreiden, de bezetters traden namelijk hard op tegen iedereen die zich verzette. Hij kwam in een straat waar hij anders nooit kwam, iedereen wist namelijk dat hier het uitschot woonde. Hij hoopte dat hij hier wel onderdak zou vinden. In degelijke herbergen zou het stikken van soldaten en huurlingen rond deze tijd. Hij wist dat de mensen in deze straat hem graag zouden uitleveren voor enkele munten, maar hij verwachtte niet dat men zo snel al van hem op de hoogte zou zijn. Morgen zou hij toch weer vertrekken. Hij klopte aan bij een huis waarvan de voorgevel hem toch enigszins onderhouden leek en wachtte tot er werd opengedaan. De deur ging open en een grote norse man keek hem onderzoekend aan. Hoewel Bart erg groot was, moest hij toch enigszins omhoog kijken om de man in zijn ogen te kijken. Bart wilde iets zeggen, maar de man onderbrak hem:”Wegwezen snotneus, ik koop niet aan de deur.” Hij wilde de deur al weer dicht doen toen Bart enkele munten vanuit zijn broekzak haalde. Hij keek hem even doordringend aan, griste het geld uit zijn hand en liet hem binnen. In stilte bedankte hij Mateo voor de bronzen munten die hij in de broek had gestoken. Bart volgde de man naar binnen en moest even aan de duisternis wennen. De meeste luiken van het huis waren namelijk gesloten en de paar ramen waar wel licht doorheen kwam, waren dof en vuil. Toen zijn ogen aan de duisternis aangepast waren kon hij een relatief nette kamer ontdekken. Er stonden maar weinig meubels, maar meer had de man waarschijnlijk niet nodig. Dat bleek ook uit zijn eenvoudige kleren en het stukje brood met de mok water ernaast op tafel. Bart kreeg medelijden met de man en besefte ineens hoe goed hij het had gehad. Hij besefte plots dat hij de man niet meer zag toen hij een schaduw op de trap opmerkte. De man keek ongeduldig in zijn richting en Bart besloot dat hij hem beter niet kon laten wachten. Bart volgde hem in stilte naar boven. Slecht op zijn gemak volgde hij hem door een korte gang tot de man voor een deur bleef staan. Hij knikte naar de deur en liep weer naar beneden. “Duidelijk een man van weinig woorden.”, mompelde Bart terwijl hij naar binnen ging. De kamer was al even sober ingericht als de benedenverdieping, maar dan iets vuiler (maar volgens Bart wel iets properder dan de andere huizen in de straat, en dat zei al iets). Het rook een beetje muf in de kamer en Bart zette het raam op een kier.Daarna ging hij op het bed zitten en staarde naar het kleine kastje in de hoek van de kamer, dat waren de enige meubelstukken in de kamer. Bart moest iets vinden om zijn vriend te redden, en hij was vastbesloten niet op te staan voor hij iets gevonden had. Hij werd uit zijn overpeinzingen gewekt door lawaai op de straat. Bart ging recht zitten en luisterde aandachtig naar wat hij buiten hoorde. “Aandacht, aandacht! Morgenochtend zal, een uur na zonsondergang, de opknoping van enkele verraders plaatsvinden! Dit zeker niet te missen evenement zal gevolgd worden door gratis bier, bekostigd door de burgemeester! Op de lijst van veroordeelden staan: Leonard van Oner, Dirk van Oden, Gerard Algen en Mateo Ursi!” Toen hij dat had gehoord luisterde hij al niet meer. Blijkbaar lieten ze overal omroepen wat er morgen ging gebeuren, ze wilden waarschijnlijk dat iedereen wist wat er ging gebeuren. En misschien wilden ze wel dat hij kwam kijken, maar dat maakte niet uit. Ze hadden hem zonet een perfecte kans gegeven. Zijn lippen krulden in een glimlach toen een idee zich in zijn hoofd begon te vormen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen