Foto bij Darkness 32.

Druipend en hijgend hijst Aya het andere meisje op het droge. Ze hoopt maar dat de oude vrouw de waarheid heeft gesproken, en dat deze houten huizen die op palen boven het water uitsteken inderdaad Laketown vormen. Het heeft zijn naam in elk geval niet gestolen.
De stad is gehuld in een grauwe deken, waar Ash met haar donkere haar naadloos mee lijkt aan te sluiten. Aya daarentegen, straalt als een ster in de grijze stad.
'Waar gaan we heen?' Aya kijkt om zich heen, met haar ogen tot spleetjes genepen. Ze ziet hoe wantrouwige ogen hun bewegingen volgen, veilig verstopt achter ramen en gordijnen. 'Ik heb geen flauw idee.'
Ash lijkt er niet echt mee in te zitten en huppelt vrolijk voorbij de halfelf. Aya twijfelt nog of het enthousiasme van het mensenmeisje nu aanstekelijk of vervelend is. Dan zucht ze, schudt haar hoofd en loopt achter haar aan. 'Ash! Als je in het water valt, kom ik niet achter je aan!'
Ash zucht en slaat haar handen om zich heen. 'Het is hier koud, Aya.'
Als een kille wind opsteekt en een nevel van water over de twee reizigers werpt, begint Ash te klappertanden. Aya haalt haar handen door haar haren. Ze had niet naar die oude vrouw moeten luisteren, beseft ze. Het meisje zou een enorme last voor haar worden.
Natuurlijk heeft de halfelf zelf geen last van de koude, want zij heeft de temperatuur van de toppen van de Hithlaigin getrotseerd. Toch krijgt ze medelijden met de jonge mens, en legt ze haar hand op haar koele schouder. 'We zullen onderdak zoeken. En voedsel.'
Ash' ogen lichten op.
Het stadje is muisstil als de twee erdoorheen lopen. Ze zien geen één inwoner buiten. Aya zou misschien gedacht hebben dat de stad verlaten was, ware het niet dat ze de rook uit schouwen ziet kringelen, en gordijnen met bruuske bewegingen worden dichtgetrokken als ze te dicht in de buurt komen.
Laketown krijgt niet vaak bezoekers, en als deze zijn uitgedost in elfenkleren en een slavenpij, kunnen ze zeker op argwaan rekenen.
'Iemand moet Bard in de gaten houden. Ik vertrouw dit zaakje voor geen haar.'
Aya duwt Ash bruusk tot stilstand als ze de stem hoort. Het andere meisje kijkt haar verongelijkt aan, maar Aya gebaart dat ze stil moet zijn.
'Ik zou geen acht slaan op Bard. Hij is een oproermaker, dat zeker, maar die veertien tonnen vis hebben niets te betekenen.'
Veertien vaten? Aya ziet de ruisende rivier weer voor zich, waar de dwergen ontsnappen in de wijnvaten. Het is mogelijk dat dit toeval is, maar toch...
'Ik denk dat ze het over mijn vrienden hebben', sist ze.
'Zijn jouw vrienden vissen?' Ash zou zich er niet over verbazen. Ze staat tenslotte naast de beroemde Aya Faënonighean.
Deze draait haar ogen. 'Natuurlijk niet. Het zijn dwergen. En een hobbit.'
'Aya. Die mannen hadden het over vissen. In tonnen. Niet over dwergen.' Ash vreest dat het een slecht idee was om mee te gaan met Aya. 'Je begrijpt het niet.'
'Ben je zeker dat die vissen dwergen zijn?' fluistert het mensje.
Aya zucht: 'Ja.'
'Goed. Je kan me dan maar beter aan ze voorstellen.'
Voordat Aya de voormalige slavin kan tegenhouden, loopt deze naar de twee mannen toe. 'Goedenavond. Mijn meester, heer Varelios, zend mij. Hij heeft veertien vaten vis besteld, en ik moest een zekere Bard vinden om de overeenkomst af te ronden.'
De mannen kleuren groen en geel als ze de naam van haar meester horen. 'Heer Varelios zei u, dame? Eh, we kunnen u de weg naar Bard wel wijzen. het zou ons een hele eer zijn.'
Een man met één wenkbrauw, buigt gluiperig voor het meisje voor hij zijn arm strekt. 'Wacht', Ash klinkt behoorlijk bazig, 'We zullen moeten wachten tot mijn reisgenoot zich bij ons aansluit. Ze is waarschijnlijk weer eens verdwaalt.'
Aya rolt haar ogen en loopt naar Ash toe. Het kind is, zelfs voor een mens, zeer vreemd.
De ogen van de man met één wenkbrauw worden groot als ze uit de schaduwen stapt. 'Ik wist niet dat heer Varelios een elf onder zijn... hoede had.'
Aya besluit dat zijn visogen haar niet aanstaan. 'Onze heer Val... We zijn hier niet om uw vragen te beantwoorden. Breng ons gewoon naar Bard.'
'Alp heeft gelijk. Varelios houdt er niet van om te wachten', sluit Ash zich er snel bij aan. Aya kijkt Ash vragend aan. Alp?
De man lijkt niet te weten hoe snel hij zich moet haasten. Gauw staan ze voor de deur van een gammel houten huisje. Aya probeert ingespannen te luisteren of ze bekende stemmen hoort.
'Moet ik...'
'U kan gaan, bedankt. Ik zal onze meester zeggen dat u ons goed geholpen hebt.'
Ze wachten tot de man uit het oog verdwenen is, wat een tijdje duurt aangezien hij maar achterom blijft kijken.
'Ik denk dat hij weg is.'
'Wat doen we nu?'
'Op de deur kloppen is misschien een goed begin.'
Aya bonst op de deur. Drie keer. Het duurt even, maar dan hoort ze binnen geschuifel. De deur gaat op een kiertje open. 'Pa? Er staat een elf voor onze deur.'

Reacties (6)

  • Schack

    Alp? :3

    4 jaar geleden
  • LynnBlack

    phahahahahahh awh zo sweet, 'er staat een elf voor de deur' ik kan Aya zo al horen denken 'Oh je meent het domme mensen ook altijd!' ;p

    5 jaar geleden
  • Kauwgomjunky

    super snel verder xx

    5 jaar geleden
  • DeroGoi

    Haha de laatste zin zie ik dat zo gebeuren haha xd
    Snel verder& natuurlijk een kudo! x

    5 jaar geleden
  • Allysae

    whahahah genius

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen