Met stevige tred wandelde Bart door de straten van Domum (de stad waar hij woont). Het was erg druk op straat omdat het verplicht was executies bij te wonen. Bart had met zijn laatste geld nieuwe kleren gekocht, wapens en wat voedsel. Onder zijn lange mantel hingen een dolk, en een bijl. Hij had graag wat meer en betere wapens gehad, maar hij moest het nou eenmaal doen met het geld dat Mateo in de broek had gestopt. Hij had er zelfs aan gedacht wat materiaal te stelen, maar dat lag gewoon niet in zijn aard. Misschien zou hij het zich later nog beklagen, maar nu was het toch al te laat. Ondanks zijn situatie had hij toch geprobeerd om een niet al te gevaarlijk plan te bedenken en alle details te overlopen. Uiteindelijk had hij begrepen dat hij maar 1 kans zou krijgen en dat hij ze zou moeten verrassen op weg naar de galg, dat ze hem waarschijnlijk wel verwachtten zou het er niet makkelijker op maken. Hij kende de stad gelukkig beter dan de buitenlandse indringers en wist dus waar hij het best kon toeslaan. Hij wist dat het hem alleen niet zou lukken en was niet van plan gewoon roekeloos op getrainde soldaten af te stormen. Daarom had Bart wat hulp ingeroepen. Samen met de andere leden van het verzet waarvan Mateo de leider was, had hij een gewaagd plan bedacht. Maar de anderen hadden met veel plezier ingestemd, Mateo werd door iedereen gerespecteerd en de meeste leden stonden ook wel in het krijt bij hem. Als je onderdak, kleren, of gewoon wat te drinken nodig had, was je altijd welkom. En Mateo hoefde er nooit iets voor terug. Nu was het moment aangebroken om hem terug te betalen. Een groep soldaten zou de veroordeelden van hun cel naar de galg brengen. Langs die weg zouden veel mensen staan kijken en ook zouden er soldaten opgesteld staan, Domum was namelijk een onrustige stad waar het verzet erg actief was. En als ze wisten wie Mateo was zouden ze de bewaking wel verdubbeld hebben. Bart had de meest kwetsbare plek in het parcours uitgezocht. Ze zouden toeslaan aan een T-splitsing, niet ver van de Ravenpoort, de oostelijke poort van de stad. Er zouden mannen met kruisbogen in de huizen verscholen zitten en anderen zouden zich tussen de toeschouwers mengen die aan de kanten van de straten stonden te kijken. Bart zou doen alsof hij struikelde en voor de kleine stoet vallen om de soldaten af te leiden. Bart stopte met het overlopen van de plannen omdat hij bij de afgesproken plek was aangekomen. Nu was het enkel nog afwachten tot Mateo kwam. Toen de vijand de zwakke plek in het parcours ook opgemerkt. Bart liep naar een man met een zwarte kap op die schijnbaar verveeld stond rond te kijken en begon tegen hem te fluisteren. De man knikte en en liep op zijn beurt naar de overkant van de weg waar hij tegen een vrouw begon te praten. Een kleine man die toevallig voorbij leek te lopen bleef staan en begon zacht te knikken terwijl hij naar een mooie houten deur keek. Het leek alsof hij het vakmanschap waarmee de deur gemaakt was (wat overigens niet veel was) stond te bewonderen, maar Bart wist wel beter en kwam in actie. Als ze snel waren konden ze de boogschutters nog uitschakelen voor de veroordeelden langskwamen. Bart liep naar één van de huizen waarvan boogschutters op de daken stonden opgesteld en wandelde naar binnen. De drie anderen deden hetzelfde bij de andere huizen. Binnen stond een soldaat. De soldaat keek hem verveeld aan en zei dat hij hier niet mocht komen en snel moest vertrekken. “Excuseert u mei meneer, maar mijn tante had gevraagd haar te komen wekken als de veroordeelden weg waren.”, antwoordde Bart hem. “Je tante is al wakker, dit huis is daarnet ontruimd.” “Nu.”, zei Bart. De soldaat draaide zich geschrokken om omdat hij dacht dat er iemand van achter hem zou komen, maar er was niemand. Hij wilde zich terug omdraaien maar Bart stak een mes in zijn keel en rochelend viel de soldaat op de grond. Hij sleepte de soldaat in een donker hoekje in nam zijn geldbuidel van zijn gordel. Toen ging hij zacht naar boven. Op het dak gekomen bleef hij zitten achter de schoorsteen terwijl hij af en toe een blik wierp op de andere daken. Toen hij de drie andere daken zijn kameraden zag zitten wist hij dat het tijd was. Stil sloop hij rond de schoorsteen om de soldaat in zijn rug aan te vallen. De soldaat had blijkbaar iets gehoord want hij draaide zich om en zei:”Hè Vlad, ik had je toch gezegd dat…” Toen hij zag dat Bart met een dolk in zijn hand achter hem stond stopte hij abrupt met praten. Bart wist dat hij niet snel genoeg zou zijn maar probeerde het toch. Hij was inderdaad te traag, voor Bart met zijn dolk kon toeslaan had de man al geroepen. “Alarm!”, schreeuwde de man. En direct daarna slaakte hij nog een kreet vol angst en pijn en viel bloedend neer op het dak. Bart haalde zijn mes uit de keel van de man en veegde het bloed aan diens kleren. Hij vloekte en keek om zich geen. Op de andere daken was het beter gegaan en de boogschutters waren zonder een kik te kunnen geven tegen de vlakte gegaan. Bart hoorde rumoer onder hem en zag dat de stoet met de veroordeelden net langskwam. Misschien was de operatie toch nog niet verloren. De verzetsstrijders kwamen in actie en er barstte een wild gevecht los. Bart hoopte dat het nog geen verloren zaak was en sprong van het dak, midden in het strijdgewoel…

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen