Foto bij 9 - The Forsaken Village of Stone

Zo, slecht geslapen tijdens mijn vakantie:Oheb nu pas de fut om überhaupt iets te gaan schrijvenxD

Heb overigens eindelijk fire emblem awakening uitgespeeld! Was er een jaar mee bezig, maar dat was ook mijn eigen schuldxD

Misschien maak ik nog een hoofdstukje met alleen beschrijvingen van de personages:P, lijkt me leuk om te doen, aangezien ik soms niet weet hoe ik hun persoonlijkheden kan laten blijken uit verschillende scènes

En ik ga zo meteen de mix van Stonewell in de story beschrijving zetten!

      "Godsunu, ik had niet verwacht dat Stonewell zo'n zwijnenstal zou zijn." Toen de korporaal zijn grote mond opentrok, keken meerdere dorpsbewoners hem al verontwaardigd aan. Hij had er overigens niet minder accuraat over kunnen zijn, het stadje rook gewoon naar een beerput en er leken meer ratten dan mensen te wonen. Een paar kinderen liepen in enkel een doek over straat en ik vroeg me af wat er met het dorpje gebeurd was.
      "Komen jullie weer geld aftroggelen van onze buren met jullie grijpgrage handjes?! Hun kinderen zijn ziek! Jullie zouden zelf de pest moeten krijgen, varkens dat jullie zijn!" Een hele magere vrouw stond vanuit haar huis naar ons te schreeuwen, maar korporaal Skipwyth beval ons er niet op te reageren. We moesten zo min mogelijk ophef veroorzaken voordat de stadswacht zelf kwam. We moesten splitsen in kleinere groepjes, dus werd ik met Talon en Horace ergens in het dorp gezet met de opdracht om daar alles in de gaten te houden.
      Na een tijdje begon ik te gapen en wiebelde Talon heen en weer, waarna hij vragend naar Horace keek, "Zouden ze hier een plek hebben waar ik even kan loodsen of niet?"
      "Zie je die stad hier? Dit hele dorp is een schijthuis! Ga gewoon daar tegen dat barre huis of zo, wij houden wel de wacht."
      "Als ik enge ziektes krijg, is het jouw schuld!"
      "Geloof me, je krijgt engere ziektes als je naar die hoeren daar gaat. Met een beetje geluk is zo'n gozer van de kasteelwacht nét voor je geweest, ook lekker!" Horace grinnikte terwijl ik een beetje vies van zijn opmerking ging kijken, waarna Talon lachte en probeerde zijn uitrusting uit de weg te halen, "Klinkt alsof je er al heel wat ervaring mee hebt."
      "Gelukkig niet, Dray van de noordelijke ploeg kreeg er dingetjes van op zijn 'Johnson', sindsdien kom ik niet meer bij die vrouwen in de buurt!"
      "Ach gadver, ik hoef niet over 'dingetjes' te horen als ik mijn eigen 'Johnson' vast heb alstublieft." Talon ging rustig plassen terwijl Horace en ik elkaar ongemakkelijk aankeken toen we geen gespreksonderwerpen meer hadden om het geluid te onderdrukken. Opeens voelde ikzelf ook een vlaag opduiken en beet ik nerveus op mijn lip, waarna ik rondkeek, "Maar is er écht geen privaat of zo dan?"
      "Als je moet, kun je gezellig naast Talon staan. Er gebeurt nu toch niks."
      "Haha, nee, dan wacht ik wel." Ik lachte ongemakkelijk en drukte mijn benen maar iets steviger tegen elkaar aan, waarna Horace me raar aankeek, "Je kunt beter tegen dat huis gaan dan dat we niks vinden en je straks met een volle blaas tegen demonen moet vechten, geloof me."
      "Haha, Chris is een beetje verlegen." Talon kwam met bijna dezelfde ongemakkelijke lach terug onze kant op, "Hij gaat liever niet zomaar buiten."
      "We gaan niet kijken of zo, hoor. En als je je schaamt dat je te klein bent daar, kan Talon wel met je meeleven."
      "Hey!" Talon fronste naar Horace en verhief zijn stem, waarna Horace lachte, "Grapje, grapje. Je hoeft niet gelijk boos te worden, tenzij je je echt aangesproken voelt."
      "Dat voel ik me niet." Talon sloeg zijn armen over elkaar en keek arrogant de andere kant op, waardoor ik wel wat moest lachen. Wat waren het een stel idioten. Horace moest nu ook een beetje lachen, "Nou, als je wilt, zoeken we straks wel een hokje voor je. Ik zou hier ook niet open en bloot willen staan."
      "En ik wel dan?!" Talon draaide weer naar ons toe en keek Horace vol ongeloof aan, waarna de andere jongen grinnikte, "Schijnbaar! Je stond toen net toch niet voor niets voor dat huis?"
      "Oh, ik hoop dat er bij jou een dag dingetjes groeien in de vorm van mijn gezicht."
      "Dan wil ik niet eens meer mijn broek uit doen, wat een nachtmerrie zou dat zijn!"
      "Nou, dan zou ik maar je mond houden."
Ik zuchtte toen de twee jongens bleven kibbelen, maar toen kwam er opeens een groepje mannen van 30 onze kant op lopen. Horace fronste lichtjes en ging voor me staan, waarschijnlijk bang dat ik een doelwit zou worden vanwege mijn lengte. Talon hielp hem een soort schild te vormen, waarna hij net zo streng naar de mannen keek. Ze zagen er net zo ondervoed uit als iedere andere bewonder van dit stadje, maar in een groepje zouden ze nog snel een bedreiging kunnen vormen.
      "Hé, geldgraaiers!" De voorste kwam naar voren met een zelfgenoegzame grijns, waarna hij Horace uitdagend aankeek, "Jullie 'jagen' op demonen, toch?"
Niet reageren, dat was het bevel van korporaal Skipwyth, dus de jongens negeerden de opmerking en bleven met een lichte frons vooruit kijken. De man lachte alleen maar om hun reactie, waarna hij naar zijn vrienden wenkte, "Kijk ze eens! Moeten jullie demonenjagers niet, ik weet niet, jagen op demonen of zo, in plaats van hier te staan? Wisten jullie dat er iedere dag demonen aanvallen hier?! Komt vast doordat jullie niet je best doen! Kunnen jullie eigenlijk niet met z'n allen in het veld wonen? Er wordt nog wat geld aan jullie besteed, dus als jullie misschien gewoon je werk doen en buiten de muren één voor één afsterven, wordt er ten minste iets aan die demonen gedaan en kunnen wij normaal eten!"
      "We doen ons best, meneer."
      "Ha! Dus hij kan praten!"
Horace had een grote fout gemaakt om er toch op te reageren, want de dronken mannen zagen het als een acceptatie om een stapje verder te gaan. Ze begonnen nu zelfs uitdagende duwtjes te geven en ons te omcirkelen, "Kijk, mijn leven is best simpel. Als ik niet goed mijn werk doe, krijg ik geen geld en kan ik niet eten, maar jullie mogen eten wat jullie willen zonder ook maar iets uit te voeren! Jullie staan hier gewoon lekker mooi te wezen, zijn jullie hier gezellig op vakantie? Ik zie jullie ook wel eens naar de hoeren gaan voor de lol, jullie hebben vast mooie leventjes." De man kwam nu bijna pal voor ons staan en fronste, "Als jullie ook maar een klein beetje medelijden voor ons willen tonen, geef dan al jullie geld en ga weg van hier. De demonenjagers hebben toch al meer geld weggenomen dan ze verdienen. Nou? Zeg nog eens iets!" Hij haalde een mes tevoorschijn en Horace stond klaar om zijn krystall te trekken, maar toen hoorden we opeens een aantal ruiters aankomen. De mannen hadden andere uitrustingen dan ons aan, gouden uitrustingen zelfs. Commandant Antony's outfit was niks vergeleken met die van hen. Zodra Horace ze zag, pakte hij zijn gekregen seinpistooltje en schoot hij een rood lichtje de lucht in. Binnen no-time waren de andere groepjes er en kwam de korporaal al richting ons gelopen, waarna hij ons nogal stroef uit het groepje mannen trok en ons een duwtje naar voren gaf. Uit een ander steegje kwam commandant Antony gereden, waarna hij van zijn paard afsprong en de korporaal een stevig klopje op zijn schouder gaf, "Wacht de volgende keer even op mij, Joe."
      "Hoe ging het gesprek?" De korporaal negeerde Antony's opmerking, waarna de commandant lichtjes fronste, "Ik sprak met de leider van de stadswacht, maar hij zei helemaal geen connectie met de kasteelwacht te hebben. Hun manier van doen is totaal het tegenovergestelde en er is niemand die officieel de leiding over ze heeft. Ze kunnen doen wat ze willen zonder dat iemand het recht heeft om ze tegen te houden. Ik ben ook maar een commandant en daarbij ben ik dat alleen in Byport, ik denk niet dat ik veel kan veranderen aan hun doen en laten. Het beste dat ik kan doen, is om dit stadje te verdedigen in de naam van Byport, maar dat zal ze zeker niet tegenhouden om het daarna nog een keer te doen."
      "Is er geen generaal of overste in Byport die wat aan de wetgeving kan doen?" Korporaal Skipwyth beet op zijn onderlip en fronste ook, "We kunnen die kasteelwacht niet alles laten doen wat ze willen. Het is niet alleen lomp wat ze doen, wij krijgen er ook een slechte naam door. Wie weet waar ze nog meer hun geld vandaan halen... Die mensen in deze stadjes zijn nog nooit buiten hun veilige haven geweest, voor hen zijn we een pot nat. Zodra het volk hun vertrouwen in ons verliest, zijn we klaar als demonenjagers en gaat deze wereld helemaal ten onder."
      "Ik weet het, Joe, ik heb een verzoek ingediend bij de koning, maar zelfs hij ziet het niet meer zitten. Deze wereld is al verrot zoals hij nu is, ik vraag me af hoeveel verandering wij er nu nog in kunnen brengen."
      "Scyte!" De korporaal vloekte en sprong op Antony's paard, waarna hij naar de stadswachters galoppeerde en een poging deed om ze aan te houden. Commandant Antony zuchtte en rende erachteraan, waarna ik vragend naar Talon en Horace keek. Talon haalde alleen maar zijn schouders op, "Het gerucht gaat dat de korporaal uit net zo'n stadje als dit komt, dus misschien raakt het hem persoonlijk."
      "Maar wat moeten wij nu doen?" Ik keek naar de leden van de kasteelwacht toen ze licht geschrokken op de korporaal zijn verschijning reageerden. Ze stopten meteen met het bedreigen van de dorpsbewoners, waarna ze schijnheilig lachten en het geld teruggaven. Zodra de commandant zag dat korporaal Skipwyth in zijn eentje al eng genoeg was, begon hij langzamer te lopen en ging hij op een afstandje staan. De blijkbaar leidingsloze divisie van Wayfort durfde niks tegen hem te doen.
      "Wat zijn het ook een stelletje luie hypocrieten." Horace klikte met zijn tong en haalde wat munten uit zijn buidel, waarna hij het aan een bang kindje dat achter een hoop afval verstopt zat gaf. Talon en ik keken verbaasd op, waarna Horace ons beledigd aankeek, "Wat? Dachten jullie nou echt dat ik al dat geld voor mezelf hou? Ik ben ook gewoon een lieve jongen, sorry dat ik jullie dromen heb verpest."
      "Dus jij zat gisteren wel bij die katten buiten!" Ik keek met grote ogen op naar Horace, waarna hij verlegen wegkeek en Talon zijn wenkbrauwen optrok, "Katten? We hebben nog katten in Wayfort? Werden die niet allemaal opgeofferd door die cult die dacht dat de katten de demonen veroorzaakten?"      "Misschien..." Hij stond op en sloeg zijn armen over elkaar, waarna hij fronste, "Kijk, ik doe gewoon wat ik wil en jullie doen wat jullie willen, goed? Als jullie mij uit willen lachen, mogen jullie dat nu doen."
      "Nee, maar ik vind dat geweldig, Horace." Ik glimlachte en knikte, "Kijk hoe blij je dat meisje hebt gemaakt! Als jij wat munten kan missen die waardeloos voor je zijn, maar veel waard zijn voor een ander, dan kun je daarmee nog eens iemands leven redden." Eventjes vroeg ik me af waarom ik me nou opeens zo blij voelde over een goede daad van een ander, maar ik liet het maar gaan, omdat we opeens gegil hoorden. We draaiden naar het geluid, waarna Horace naar de commandant wenkte en we naar de rumoerigheid renden. Ergens halverwege kwamen we Percy ook nog tegen en rende hij met ons mee, waarna hij uit zijn paarse krystall een staf liet verschijnen. Hij draaide het ding een beetje in het rond terwijl wij ook onze wapens trokken, waarna we zagen dat er demonen het stadje waren binnengedrongen. Waarschijnlijk waren ze achter de kasteelwacht aangekomen, want ook hier stonden er een paar leden van. Alleen stonden ze stokstijf en doodsbang naar de demonen te kijken, hun wapens niet eens getrokken. Horace grinnikte lichtjes, waarna hij nog iets over de luie wachters mompelde en de demonen begon aan te vallen. Percy lachte kwaadaardig toen hij met bliksem de demon vóór Horace zijn ogen liet sterven, maar Horace grinnikte nog enger toen hij met zijn zwaard de tijd terugdraaide en zelf de demon pakte. Die kasteelwacht dacht nu vast ook wat voor een idioten de scouts waren, maar in ieder geval waren wij geen nutteloze luieriken die niks durfden! Talon en ik knikten naar elkaar, waarna we de andere kant op gingen en lachend probeerden om zoveel demonen van elkaar 'te stelen'. Veel dorpsbewoners keken ons onder de indruk aan, de kleinere kindjes met zelfs nog meer bewondering in hun ogen. Ik vroeg me af of ze ook demonenjagers wilden worden, aangezien we er nu wel veel cooler en minder corrupt uitzagen. Hopelijk konden we dit dorpje opnieuw in ons laten geloven en konden we de kasteelwacht tegenhouden, zodat de scouts meer support konden krijgen. Dat was wat we nodig hadden om Christian te redden, want dat was nog steeds mijn doel. En dat moest ik zeker niet vergeten, ook al was mijn leven zo al erg avontuurlijk en leuk.

Reacties (1)

  • Helvar

    Hahahaha, oh godenxD
    Maar het middenstuk snap ik niet helemaal...

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen