Foto bij hoofdstuk 1

"Kom met ons mee"
Ik draai me om.
Om mijn heen zwemmen twee beeldschone zeemeerminnen.
"Kom met ons mee" zegt er een.
Ik kijk die zeemeermin aan.


Zij heeft een mooie lange lichtoranje staart.
Waar mee ze vrolijk door het water zwemt.
Haar topje is mooi warm oranje.
Als je er lang naar kijkt krijg je het gevoel als of het zomer is.
Het mooiste aan haar is toch wel haar prachtige haar.
Ze namelijk lang lichtoranje tot wel aan haar heupen!


"Ja kom, Sarah en ik laat je ons rijk zien" zegt de andere zeemeermin.
Nog voor dat ik een antwoord kan geven.
Pakt Sarah mij vast en trekt mij dieper het water in.
Terwijl de andere zeemeermin voor ons uit zwemt.
Die zwemt snel ik hou net aan bij zeg! denk ik.


"Wacht nou op Sharon" roept Sarah.
"schiet eens dan op zusje" antwoord Sharon.
Ik bekijk de andere zeemeermin.


Zij heeft een zwarte staart.
Waar mee ze snel en druk door het water zwemt.
Altijd haast als je mij vraagt.
Haar haar is kort en ziet er wild uit.
Het topje is mooi versierd met schelpen.


Even later kom ik bij een prachtige stad aan.
"Hier wonen wij"zegt Sarah.
Ik kijk mijn ogen uit.
Want ik dacht altijd dat de zee altijd vies vol zand en vissen zijn.
Dit is zo anders want het lijkt net een stad.


Dit is Cool denk ik.
Ik kijk om mijn heen.
Prachtige vissen zwemen langs mij heen.
Grote vissen, kleine vissen, gekke vissen, en rare vissen.
Ik geniet zo van het mooie uitzicht.


Het is hier prachtig denk ik.
"Dat is het ook"zegt Sarah.
"als je wilt kan je hier ook blijven"zegt Sharon.
"Door ons het zilveren kristal te geven" zeggen Sarah en Sharon.


Zal ik het doen? denk ik.
"Ja! waarom niet?" zegt Sarah.
"Je hebt alles wat je maar kan wensen" zegt Sharon.
Alles? denk ik.


"ja, echt alles en het is nog mooier dan boven"zegt Sharon
"Volgens mij doet ze het"fluistert Sharon tegen Sarah.
"Mooi zo, dan houdt ons niks meer tegen" fluistert Sarah terug.
Ik doe het denk ik.
Ik pak het zilveren kristal van mij nek.


Net als ik aan hen het zilveren kristal wil geven.
Schieten Sarah en Sharon als een pijl uit een boog weg.
Ik kijk ze niet begrijp het aan.
Opeens wordt het mooi helder water gewoon donker.
Van schrik draai ik me om.


Een hand pakt mij vast.
Het trekt mij dwars door het water heen.
Waar heen weet ik niet.
Wel dat het mij steeds hoger en hoger en hoger trekt.
Waar gaan we heen? vraag ik me zelf af.
We gaan steeds hoger en hoger tot dat……

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen