Foto bij Darkness 48.

“Hateful to me as the gates of Hades is that man who hides one thing in his heart and speaks another.”
- De Illias ~Homerus

Als Aya wakker wordt, is het stil en is ze alleen. Met onhandige bewegingen valt ze uit het bed en zakt ze neer op de grond. Dat bevordert haar hoofdpijn echter niet. Ze sluit haar ogen en kreunt, terwijl ze haar hoofd tegen de koele spijlen van het bed laat rusten.
Als ze haar ogen weer opent, dansen vreemde vlekken voor haar ogen, die branden alsof iemand er kokend water in gegooid heeft. Een korte studie op de gordijnen en muren vertelt haar dat ze niet in Laketown is. Waar is ze dan wel?
Ze kruipt recht, en zoekt steun op het bed. Het gedreun in haar hoofd lijkt hier enkel door te verergeren. Ze neemt de spijlen zo stevig vast dat ze knarsen onder de kracht die ze zet. Snel laat Aya ze los, want zelfs zij kan zien dat het goed vakmanschap is, en dus zonde om te breken.
Niet veel later strompelt ze naar buiten. De hoofdpijn maakt haar duizelig en de hallen lijken wel te draaien. Ze kan zich nog herinneren dat ze in Laketown was, Dat Smaug kwam, dat Ash... en dan was er een gat.
Zou dit Erebor zijn? Of is dit hele avontuur een zieke grap van de Duisternis, die het haar allemaal heeft laten inbeelden. Aya besluit dat ze nog steeds slaapt. De Duisternis heeft zich over haar gebogen en probeert haar krankzinnig te maken.
'Ga weg', mompelt ze, terwijl ze op de tast de muur volgt. Tot haar verbazing hoort ze de spottende stem van de Duisternis niet. Als ze even later haar hand open haalt aan de muur, zodat rood bloed op de grond druppelt, weet ze pas met zekerheid dat ze geen waanbeelden ziet.
'Is hier iemand?' roept ze, als ze de zoveelste gang in dwaalt. 'Hallo? Waar ben ik?'
Ze kan niet met zekerheid zeggen welke kant op gaat. Ze zou even goed in rondjes kunnen lopen, want de gangen en toortsen zijn voor haar ogen allemaal identiek.
Ze kreunt en leunt tegen de wand. Het is hopeloos, beseft ze. Dit is een doolhof, en als je eenmaal binnen bent, kan je er nooit meer uit.
'Ach, Aya. Je gaat nu toch nog niet opgeven? Het is nog maar je achtentwintigste gang.' Kili leunt lui tegen de muur terwijl hij haar veelbetekenend aankijkt. Aya rolt met haar ogen. 'Hoe lang loop je al achter me aan?'
'Achtentwintig gangen. Het was behoorlijk amusant.' Hij grinnikt.
'Kili', klaagt Aya, terwijl ze over haar hoofd wrijft. De hoofdpijn lijkt maar niet over te gaan. 'Waar zijn we nu eigenlijk?'
'Erebor', antwoordt de dwerg monter.
'En hoe zijn we hier geraakt?'
'Je bent echt niet te genieten als je een kater hebt, hé?'
'Welke kater?'
Kili gniffelt en maakt een buiging. 'Vrouwe Aya, het zal me een eer zijn u naar Smaug te brengen.'
'Ik heb barstende koppijn Kili, doe dus alsjeblieft even normaal. Smaug ligt ergens te rotten in Laketown.' De jonge dwer lacht enkel en gaat de knorrige halfelf voor. Hij weet zijn weg feilloos te vinden in de gangen van Erebor, hoewel hij hier pas één dag is.
'We ruimen nu het puin op. Met die spieren van jou zou het een stuk sneller gaan', probeert hij monter. 'Ik help wel', mompelt Aya, 'Als je me wat te drinken geeft. Mijn keel brandt.'
'Natuurlijk, vrouwe Aya', Kili maakt een elegante buiging. Aya drukt haar handen tegen haar ogen. 'Kili', klaagt ze.
Hij steekt zijn handen omhoog. 'Ik begrijp het al, hoor. Mijn oogverblindende schoonheid maakt je hoofdpijn natuurlijk enkel erger.'
'Dat is vast en zeker de verklaring', bromt Aya nors. De dwerg lacht vrolijk en opent de deuren. De hal baadt in het licht, terwijl de dwergen nog steeds bedrijvig stenen wegslepen. 'Smaug ligt hier', merkt Aya op. Kili rolt zijn ogen, 'Je meent het.'
'Hoe hebben jullie hem hierheen gekregen? Hij lijkt me wat zwaar voor jullie.'
Kili buldert van het lachen. 'He! Luilak! Kom je ons nog helpen?' roept Dwalin als hij de twee in het oog krijgt. 'Ik kom zo!' antwoordt Kili, 'Ik ga eerst Aya wat te eten geven. Is er nog soep?'
Niet veel later zit Aya met een kop bijna koude soep op haar schoot naar de dwergen te kijken. 'Lekker?' vraagt Kili, 'Ik heb hem helemaal zelf gemaakt.'
Balin trekt zijn wenkbrauw op. 'Je hebt gewoon water opgewarmd. Dat is geen soep, maar gewoon warm water.'
'Het is een beetje flauwe soep', zegt Aya diplomatisch.
'Niet zagen, Faënonighean! Je weet niet eens meer dat je een draak hierheen hebt gesleurd, wat weet jij nou van goede soep?'
Aya rolt met haar ogen en concentreert zich op de kom, die bijna leeg is. Haar hoofdpijn begint weg te ebben, wat beter voelt. 'Waar is Thorin?'
De dwergen wisselen een blik. 'Die was erg bezorgt om je', zegt Ori. 'Hij is in de schatkamer', mompelt Dori. 'Zoekt de Arkenstone', voegt Oin er aan toe.
'Oh', mompelt de halfelf.
'Aya. Neem dit niet verkeerd op, maar ik denk dat wij allen het erg zouden appreciëren als jullie voorlopig geen... díngen doen', grijnst Kili.
Aya fronst, 'Dingen?'
Hij wiebelt zijn wenkbrauwen. Aya gooit de kom naar zijn hoofd toe. 'Kili! Ik vermoord je nog eens om zulke uitspraken!'
Kili kijkt de anderen kameraadschappelijk aan. 'Dat is Aya-taal voor: Ik hou erg veel van je. Kijk maar naar hoe het met Thorin afgelopen is. Die ging ze ook vermoorden. Nu kan ze niet meer van hem afblijven.'
Aya gaat rechtstaan en klopt het stof van zich af. 'Ik denk dat iemand hier zijn stenen zelf kan dragen.'
En ze loopt weg.
'Je gaat weer verdwalen!' roept de dwerg haar vrolijk na.

Reacties (5)

  • Croweater

    Dus. Als dát al een reden is om je eten weg te gooien... :']

    4 jaar geleden
  • DeroGoi

    Ge-Wel-Dig hahaxDvooral de delen met Kili dan hahaxDx

    5 jaar geleden
  • Glorfindel

    whahaha
    en ik ben hier (weeral) van mijn stoel gevallen van het lachen

    5 jaar geleden
  • Allysae

    hahahahxD
    ik hou van kili

    5 jaar geleden
  • Katalante

    Whahahaha, ik hou van jou manier van schrijven! Serieus, whahahaha. JE laat me elke keer weer (bijna) huilen van het lachen! Geweldig die Aya...;)
    Geen dingetjes doen, hehe:P

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen