Rafael kon de slaap maar niet vatten en lag al de hele nacht naar het plafond te staren. Het was ondertussen al weer enkele dagen geleden dat hij door Van Gorben op het matje geroepen was, maar zijn woede was nog steeds niet gekoeld. Hij was de laatste tijd erg geprikkeld en was al om het minste zijn zelfbeheersing verloren. Langzaam stond hij op van zijn strozak en rekte zich uit. Hij keek door het raam en zag dat het een heldere nacht was. Maar door de vele wolken werden de maan en de sterren telkens aan het zicht onttrokken. Het leek wel alsof ze verstoppertje speelden. Rafael stak zijn olielamp aan en begon wat in zijn spullen te rommelen die in een jutezak onder zijn bed lagen. Plots sloten zijn handen zich om een voorwerp. Langzaam haalde hij het uit de zak. Het was een glasscherf en bij de aanblik ervan werden zijn ogen glazig. Hij keek in de spiegel en wreef langzaam door zijn krullende, blonde haar. Hij staarde diep in zijn duistere blauwe ogen waarin een diep leed verborgen zat. Na een tijdje gooide hij de scherf met een schreeuw het raam uit. “Waarom toon je het me niet! Jij stom stuk steen, toon me waar je voor gemaakt bent!” Zijn schreeuw verstomde in het duister van de nacht en met een betraand gezicht boog hij het hoofd. Toen besliste hij wat hij zou doen. Zijn oude beloften konden hem gestolen worden, hij was dit leven meer dan zat. Hij rommelde weer wat in zijn zak en haalde er zijn masker uit. Hij zette het op en even later had hij ook zijn kleren aan. Zìjn kleren, niet die muffe dienstkleren die hij anders altijd in het leger droeg. Hij had een zwart leren pak aan met bijpassende leren laarzen waarin hij een mes verborg. Aan het uiteinde van zijn lange mouwen zaten aan de buitenkant twee messen verwerkt in het leer. Als het moest kon hij ze snel en effectief uitschuiven. Daarna zette hij zijn al even zwarte masker op waarop twee grote, rode lijnen liepen. Nog even zette hij zijn masker af en wreef over het grote witte litteken dat schuin over zijn gezicht liep. Toen zette hij het weer op en verborg ook zijn opvallende haar met een kap. Hij wist dat het gevaarlijk zou worden, maar hij wist ook dat hij zelfs zonder enige voorbereiding zou wegkomen. Hij nam zijn zak over zijn schouder en vertrok zonder zijn dienstkleding ook maar één blik waardig te keuren. Als een stille schaduw bewoog hij zich over de daken. Als iemand hem zou gezien hebben (wat niet erg waarschijnlijk was), zou diegene gedacht hebben dat er weer een kat op rooftocht was. Zonder moeilijkheden bereikte hij zijn bestemming. Hij wenste dat hij dit pak had aangehad toen die gluiperige jongen met de boog hem en zijn vrienden had beschoten. In zijn zware uniform met de zware wapens aan zijn riem had hij te weinig bewegingsvrijheid gehad. Hij voelde aan zijn pijnlijke schouder en vervloekte die kleine jongen. Ondanks zijn schouder was hij nog steeds zeker dat hij in zijn opdracht zou slagen. Bij het paleis gekomen verstopte hij zich achter een schoorsteen en nam twee kromme haken uit de zak op zijn rug. Stil en lenig sloop hij tot bij de westelijke toren en haakte de haken in het oude, beschimmelde metselwerk. De muur zat vol gaten en de voegen waren niet meer wat ze ooit geweest waren. Zonder problemen kwam hij bij het eerste raam waar een wachtpost stond te slapen. Hij sprong door het raam en drukte de wachtpost tegen de grond. Er klonk een rochel en Rafael stond recht terwijl het verborgen lemmet terug in zijn mouw gleed. In stilte dwaalde hij door de gangen van het paleis. Een spoor van dode wachters achterlatend. Het kon hem niet schelen dat hij zo ontdekt zou worden, want dat vond hij juist leuk. Toen hij eindelijk in de slaapkamer van de voormalige gouverneur stond, liep hij naar het bed en sloeg zijn generaal in het gezicht. “Wat in…”, zei Van Gorben slaperig, maar toen hij het gezicht van Rafael zach, verstomde zijn stem. In stilte knikte hij:”Ik wist dat deze dag zou komen, het spijt me dat ik je niet kon veranderen.” Voor Rafael nog iets terug kon zeggen had Van Gorben zijn arm al gepakt en het verborgen wapen in zijn keel gedreven. Rafael knipperde met zijn ogen, maar hij had niet veel tijd om na te denken. Alarmkreten schalden al door het gebouw. Hij keek nog een keer naar zijn dode generaal, legde zijn vingers op zijn ogen, en sloot die. Toen verdween hij weer zoals hij gekomen was: als een schim in de nacht.
Toen hij op een veilige afstand van de stad was, stak hij zijn hand nog eens in de zak die over zijn schouder hing. Snel trok hij ze terug, er zat een kleine snee in zijn vinger. Zoals hij verwacht had zat de scherf weer in de zak, ook al had hij om de een of andere reden gedacht dat het deze keer anders was.

Reacties (1)

  • MellissaKuran

    Leuk verhaal.
    Kom je btw met hidden leef in lost hope?

    Xoxo

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen