Foto bij 12 - The Mobile Unit Corps

Ik heb de hele nacht niet geslapen, wat een koppijn:(

Zal vast nog wel eventjes duren voordat de volgende muziekmixjes verschijnen, haha, volgende week centraal examens:O

      "Word wakker!"

      Direct schoten we wakker door de korporaal zijn stem, waarna we keken naar de demonen rond onze kar. Het was nacht en die dingen leken lelijker dan ooit. Ik moest een gaap onderdrukken toen ik mijn wapen trok, waarna ik de jongens hetzelfde zag doen. "We zijn er bijna, we moeten alleen het pad voor de paarden vrijhouden." De korporaal maakte de teugels aan de kar vast en trok zijn eigen wapen, waarna hij de lucht in sprong en zijn flux gebruikte om een stuk verder te komen.
      "Hij is echt een meester in de flux, onze korporaal, hij kan minstens een week in de lucht blijven staan zonder dat zijn krystall deactiveert." Horace glimlachte en keek naar zijn zwaard, "Met die kracht zou ik de tijd makkelijk een uur terug kunnen draaien, misschien wel een hele dag..."
      "Misschien moet je dan samen met Chris trainen, kunnen jullie beiden een sterkere flux krijgen?" Talon haalde zijn schouders op en kneep een beetje in het handvat van zijn bijl, waarna hij ook richting de demonen ging. "Maar ik wil niet trainen...!", zeurde Horace, waarna hij met tegenzin uit de kar sprong. Ik lachte en ging erachteraan, mijn loop gericht op de kleinere demonen op ons pad. Het uitschakelen van de demonen was makkelijker dan ik dacht, maar toen hoorde ik opeens een gekrijs. Vanuit de bossen in het oosten kwamen er opeens een aantal grotere demonen aan. Level B's, zoals de korporaal ze noemde.
      "Je hoeft ze niet aan te vallen! Zorg er gewoon voor dat ze niet bij de kar in de buurt komen, klasse B demonen worden ernstig beïnvloed door de duisternis om ze heen!", schreeuwde korporaal Skipwyth, waarna hij nog wat kogels op de voorste demonen schoot, maar zijn flux-aanvallen drongen niet door de huid van de demonen. De korporaal vloekte zachtjes en wilde een stap naar achteren doen, maar toen lanceerde een van de demonen zich opeens met lichtsnelheid op hem. Korporaal Skipwyth kon alleen vanaf een afstand aanvallen, dus keek hij geschrokken toe hoe die demon supersnel op hem afkwam, maar toen draaide Horace gelukkig weer aan het knopje van zijn zwaard, waarna hij binnen no-time voor de korporaal stond en hem verdedigde door de demon weg te duwen.
      "Thorp, bedankt." Ze knikten naar elkaar, maar toen kwam de demon terug met iets wat... op flux leek. We keken allemaal geschokt naar de gekleurde energie onder de voeten van de demon, maar toen schoten er opeens oranje dingen uit de lucht. Het waren dit keer gelukkig demonenjagers en ze hielpen ons viertjes met het vrijhouden van het pad. Eventjes vroeg ik me af waar ze vandaan kwamen, maar toen zag ik al licht in de verte.
      De gemaskerde jagers waren razendsnel en leken allemaal oranje flux te bezitten. De korporaal seinde naar een figuur dat de leider van de groep leek te zijn en toen de demonen uit de weg waren, vluchtten we met z'n allen terug naar de kar, waar de meeste soldaten de bandana's van hun gezichten hadden getrokken.

      "Nate..." De korporaal keek vragend naar de leider, die knikte en een rapportje overhandigde. Korporaal Skipwyth pakte het papier aan en begon het te lezen, waarna hij verward opkeek, "Demonen met... flux?"
      "We hebben ze laatst pas voor het eerst gezien." De soldaat naast de leider zuchtte lichtjes, "We hebben nog steeds geen idee hoe ze eraan komen, ons research team is de vorige keer helemaal weggevaagd. Sommigen denken dat het komt doordat de demonen flux absorberen, maar dit hebben we nog nooit zien gebeuren. Daarbij is dit fenomeen alleen waargenomen bij nieuwe demonen van klasse B of hoger, wellicht is de heerser van Sirawien gewoon krachtiger geworden en kan hij zijn demonen sterker maken. We moeten hoe dan ook op onze hoede zijn, zelfs kleinere demonen zijn nu veel en veel sterker dan je ze schat. Misschien moeten we toch geld gaan investeren in een muur rond de grens..."
      "Onmogelijk," mompelde de korporaal, "In jullie rapport staat dat nieuwe rekruten korte praktijktrainingen zullen krijgen zodat we direct meer soldaten voor minder geld hebben. Geeft dat niet aan dat we al krap bij kas zitten? Wat valt er überhaupt uit die manier te winnen? In plaats van tien experts krijgen we nu honderd nieuwelingen voor hetzelfde geld, lijkt mij een wedstrijdje wie de meeste poppetjes heeft, wint. Tien specialisten krijgen veel meer demonen neer dan honderd kinderen die die dag voor het eerst een wapen aan hebben geraakt. Het lijkt mij gewoon een massale zelfmoordpoging."
      "Het is een besluit van de koning. Iedereen weet hoe gek hij is geworden sinds de demonen in aantallen zijn gestegen, maar hij staat nog steeds aan het hoofd van het land en zijn wil is wet." De jongen haalde zijn schouders op en schudde met zijn hoofd, "De enige manier om nog te winnen is om die Scynscatha in zijn nek te steken en dat is alles."
      "Toevallig dat wij dat nou van plan waren te doen, hè Latham?" De korporaal gaf mij een plagende elleboog, waarnaar ik maar ongemakkelijk lachte en knikte. "Trouwens, Nate, kun je hem trainen, jouw kracht maakt mensen nogal snel sterker."
      "Tuurlijk." De stem van de leider klonk warm, maar niet zo diep als ik verwacht had. Hij keek de korporaal ook niet aan, maar een beetje langs hem, alsof hij dacht dat ik daar zat, "Je mag straks meekomen naar mijn dojo."
      "Nathaniel is een geweldige krijger, ondanks zijn blindheid, weet hij alsnog zijn vijanden en hun zwakke plekken te vinden."
      "Je moet wat met je leven." Nathaniel haalde zijn schouders op, maar toen viel hij terug in zijn stille houding voor de rest van de rit.

      Nadat we door de poorten van Lorborough waren gekomen, sloten ze meteen en reden de korporaal en Talon de kar verder richting de handelaren. Horace bleef gezellig bij mij toen ik Nathaniel achterna liep, aangezien hij ook graag wilde trainen. Zodra we in de dojo waren, werd ik de middencirkel ingeduwd en trok Nate zijn leren handschoenen uit. Hij gaf me een stok als invaller voor mijn zwaard, waarna hij er zelf ook eentje pakte.
      "Niet schrikken, meld het even als je je niet goed meer voelt."
Voordat ik iets kon zeggen, drukte hij zijn wijsvinger tegen mijn voorhoofd en liet hij een soort flux door me heen stromen. Meteen werd alles om me heen zwart en hoorde ik enkel en alleen nog mijn eigen ademhaling en hartslag. Ik rook en proefde zelfs niks. Ik voelde mijn handen al tamelijk klef worden toen ik me omdraaide om alleen uit te vinden dat ik daar ook niks zag. Het leek wel een oneindig zwart gat waar ik nu in zat opgesloten. Opeens voelde ik een stok in mijn zij prikken en hakte ik er panisch op los, waarna die stok opeens in mijn schouder prikte. Ik was vast een vreselijke soldaat, want volgens mij raakte ik Nathaniel helemaal niet. Om een of andere reden voelde ik me ook niet meer gemakkelijk in deze situatie. Mijn hartslag ging omhoog en het klonk als een hard gedreun in mijn hoofd. De stok gleed bijna uit mijn handen door al het zweet dat erop plakte en ik voelde mijn lichaam trillen door de plotselinge angst die door mijn lichaam schoot. Ik kneep de stok fijn in mijn handen en voelde het stuk hout opeens wel heel heet worden, waarna het direct uit mijn handen getrapt werd en ik met een vingerknipje weer uit de zwarte hel getrokken werd.
      Nathaniel keek me eventjes verward aan en ik liet mijn blik vallen op de overblijfselen van mijn stok, die in verbrande stukjes op de grond lagen. Horace keek me ook een beetje geschrokken aan, maar toen ik met een verraste blik terug staarde, hield hij zijn handen omhoog, "Oké... Jij kan je flux als wapen gebruiken bij dingen die geen krystall zijn, niks mis mee, hoor. Ben ik nu?"
      "Jij ook zeggen als je niet meer wilt." Nathaniel deed hetzelfde bij hem, waarna Horace een paar keer met zijn ogen knipperde en zijn andere zintuigen probeerde uit te oefenen. Ik zag wat zweet op zijn voorhoofd verschijnen toen Nathaniels stok hem raakte, maar de tweede keer lukte het hem om een hele onhandige blok uit te voeren. De derde keer was er weer zo'n moeilijke blok, maar de vierde keer kreeg hij Nathaniels stok te pakken en trok hij die uit zijn hand, waarna hij grijnsde en blindelings zijn stok naar voren stak, Nathaniels schouder rakend, aangezien hij niet zo lang was. De leider van de vage ninja club grijnsde en haalde Horace uit zijn trans, "Goed gedaan, jongetje. Fysiek is alles in orde. Jij-" De leider wees naar mij, "-hebt echt geen flux-training nodig. Het zit vast ergens in je lichaam verstopt, maar die aanval was geen aanval van iemand met een zwakke flux. Je reflexen mogen wel wat verbeterd worden, maar misschien kwam het door je paniek. Ik zal je nog wel een cursus verdediging geven vanavond. Voor nu mogen jullie weggaan, dan ruim ik het hier op."

      "Commandant Holt is de leider van de Geheime Mobiele Dienst van Thule, gelokaliseerd in Lorborough. Zij regelen de orde in het land en houden de demonen in de gaten. Zodra er iets verandert, zijn zij de eersten die het merken en bij nood krijgen wij in Wayfort als eerste een seintje. Onze korporaal en commandant Holt zaten samen in hetzelfde trainingsprogramma, dus ze zijn goede vrienden."
      "Commandant?" Ik keek een beetje verward op, Nathaniel zag er veel te normaal uit om commandant te zijn, vergeleken met Antony zijn uitrustingen en alles dan. Hij moest vast ook goed zijn, aangezien hij samen met de korporaal gerekruteerd werd en nu al de commandant van een hele organisatie was. "Ja, geweldig, hè?" Horace lachte en haalde zijn schouders op, "Ik zou alleen nooit zo'n leiderspositie willen, denk ik, lijkt me veel te veel gedoe."
      "Inderdaad... Je zou maar de hele tijd die titel van commandant moeten waarmaken, ik zou het niet kunnen!" Ik glimlachte lichtjes en staarde naar de lucht, "Weet je, wat zou er eigenlijk gebeuren als de demonen weg zouden zijn? Zou alles dan in elkaar vallen, omdat alles nu rond die demonen draait?"
      "Huh?" Horace keek me vragend aan, waarna hij slikte en dit keer maar een schouder op haalde, "Weet ik veel, ik denk dat er vast een andere optie zou komen om geld te verdienen, zonder dat betalen in demonenenergie, en zo zullen de prijzen voor goederen ook dalen, denk ik. Ik bedoel, de 'gewone' mensen leven ook gewoon met hun routine, toch? In Miralivia zijn er geen demonenjagers, en daar heeft iedereen het 'geweldig'."
      "Vanwaar dat sarcastische toontje?"
      "Geen idee, vind het land gewoon wat hypocriet."
Ik gaf hem een 'nou, vooruit dan'-gezicht en keek een beetje rond in het ouderwetse dorpje. Het was wel eens leuk om te zien dat wij in Thule ook nog bezienswaardigheden hadden, want met de vele gesloopte steden, waren die dingen bijna uitgestorven. Ik vroeg me overigens af of Percy hier al geweest was, hij zou die kerkjes geweldig vinden.
      "We overnachten hier, en dan gaan we morgen richting Hukoth om de nieuwe rekruten te ontmoeten." Korporaal Skipwyth's stem klonk achter ons en we keken om om te zien dat we het groepje voorbij waren gelopen. Snel draaiden we om en haastten we ons naar de rest, waar de korporaal ons groette, "Jullie leven nog, zo te zien? Thorp, jij krijg vanavond nog een wijntje van me, omdat je me verdedigd hebt. Dan kun je me meteen over je zielige levensverhaal vertellen."
      "Ik doe dat alleen maar als u dat ook doet, hoor." Horace fronste toen de korporaal hem een beetje verontwaardigd aankeek, "Maar bedankt voor het aanbod, ik heb eerlijk gezegd wel zin in een glas wijn."
      "Mooi zo, ik trakteer ook niet altijd."

      Na wat eten en een vermoeiende training van de ninjaclub, zat ons groepje in een kleine kroeg. Horace en ik hadden weer kruidenwijn zoals beloofd, terwijl de korporaal en Talon aan het bier zaten. "Nou, op een goede excursie dan, mannen!" Korporaal Skipwyth hief zijn glas, waarna we hetzelfde deden en proostten. Nadat we stilletjes slokjes namen, keek Talon van zijn pint op, "Oh ja, hoe zat het met je verhaal, Horace?"
      "Eh? Oh, dat bewaar ik wel voor wanneer ik op sterven lig, daar ga ik nu niet mee de sfeer verpesten."
      "Welke sfeer? Jullie zeggen niet eens iets leuks." De korporaal fronste lichtjes en zette zijn glas neer, "Goed dan. Dan begin ik wel. Ik was vroeger een dief, ik overviel demonenjagers voor hun kostbare demonenenergie en kocht er zelf leuke dingen van. Een keertje wilde ik jullie tante Antony overvallen, lukte me niet, toen wilde hij me in zijn team, omdat ik potentie had. Leuk, maar ik was dus ook crimineel, dus ik werd hier en daar in elkaar geslagen, net iets strenger beoordeeld dan de rest vanwege mijn verleden. In plaats van een schouderklopje of een omhelzing bij de voltooiing van mijn training, werd er bij mij gewoon mijn schouder uit de kom gedrukt of probeerden ze mijn keel dicht te knijpen. Het was hard, vooral omdat ik al die tijd met ze doorgebracht had en ze helemaal niks aan had gedaan. De volgende dag moest ik meteen mee naar Sirawien, de reden onbekend, maar daar verloor ik iedereen die mij had gekleineerd en was ik zelf de enige die nog levend en wel terugkwam. Zielig, maar ergens vond ik het wel terecht. Ik mag zo alleen niet praten als korporaal, maar hè, alsof daar waarde aan wordt gehecht in tijden van oorlog."
      "Hoe bent u dan korporaal geworden?" Talon keek hem geïnteresseerd aan, waarop de korporaal zijn wenkbrauwen ophaalde, "Zeg maar gewoon jij, hoor, ik ben maar vijf jaar ouder of zo. En ik kwam gewoon terug van Sirawien met nieuwe informatie, hoe het land eruit zag en zo. Toen was ik opeens een held en mocht ik korporaal bij de scouts worden. Tegenwoordig gaan er meer krijgers richting die woestijnen, dus word je er niet snel korporaal of iets mee, alhoewel deze titel ook niet veel doet. Ik heb gewoon een groepje waarmee ik vast vecht en dat ik leid, maar eerlijk gezegd zou een van jullie een plan kunnen opstellen en als ik dat volg, heb ik die naam ook voor niks."
      "Mogen we jou dan ook gewoon Joe noemen?" Horace grinnikte lichtjes nu hij al aan zijn volgende wijn zat, waarop de korporaal een lichte grimas trok, "Jot, alleen jij moet mij korporaal blijven noemen en me met 'u' aanspreken, Thorp."
      "Ach, dit ga je niet menen!" Horace deed een rare spastische move, waardoor de korporaal wel een beetje moest grijnzen, "Nou goed dan, Horace, we zijn allemaal vrienden hier."
      "Haha, mooi zo, Joe, ik hoop dat we nog een mooi groepje krijgers krijgen."
      "Daar mag jij helemaal niet op hopen, alleen ik mag dat, want ik ben de baas." Het was een zwakke poging om een grapje te maken van korp- Joe, maar Talon en ik lachten alsnog om Horace zijn ongeloofwaardige gezicht. Ik dronk de laatste slokjes uit mijn glas en Talon wilde net Horace weer gaan plagen, maar toen hield Joe zijn hand voor Talons mond, waarna hij dreigend keek, "En als jullie twee je eens een keer gedragen, trakteer ik op nóg een rondje drank."
      De rest van de avond probeerden we nog wat drank en hapjes uit de korporaal zijn portemonnee te krijgen, maar gelukkig kwamen we nog heel bij onze overnachtingsplek aan, want morgen moesten we langs de nieuwe rekruten om te kijken hoe het er met hen aan toeging.

Reacties (1)

  • Helvar

    Hahaha, wat een jongens tochxD

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen