Foto bij Darkness 67.

She was free in her wildness. She was a wanderess, a drop of free water. She belonged to no man and to no city
- Roman Payne, The Wanderess

De ochtend is nog jong als de optocht naar Erebor gaat. Een hele stoet mensen gaan voorop, dan komen de dwergen, met op hun draagbaren Thorin en zijn eerste erfgenaam Fili. Ze worden gevolgt door elfen, die zacht rouwliederen zingen.
De dwergen waren de hele nacht druk in de weer geweest om de graftombe af te maken. Uiteindelijk waren ze nog op tijd in hun opzet geslaagd en waren de koninklijke graftombes van Erebor weer vrijgemaakt, en was er een nieuwe opgericht voor de twee koninklijke dwergen.
Aan de tombe zelf staat een klein gezelschap de stoet op te wachten.
Dat gezelschap bevat onder andere de toekomstige koning Kili, zijn raadgever Dain en Aya Faënonighean.
Dain en Kili hebben zich gehuld in de rijkelijke stoffen van Erebor, hoewel Kili dit tegen zijn zin had gedaan.
Aya rijst hoog boven de twee uit, maar haar kleren zijn vaal, versleten, vol vlekken van bloed en modder.
Ze lijkt wel een bedelares naast de twee dwergen, maar het verdriet in haar houding doet haar ook weer bijna koninklijk lijken.
Langzaam vormen de anderen een eerbiedige kring rond de heuvel waar de twee gevallenen in begraven zullen worden.
Aya verbaast zich niet over het grote aantal dwergen dat aanwezig is, zeker meer dan de vijfhonderd die in de slag gevochten hadden.
Iedereen wilde zijn laatste groet uitbrengen aan Thorin, zoon van Thrain, zoon van Thror, koning onder de berg, en zijn zusters-zoon Fili.
Vele van de aanwezigen hebben moeite met stappen, worden ondersteund door enkele kameraden of trillen onophoudelijk.
De doden hebben het makkelijk, bedenkt Aya. Zij moeten niet proberen verderleven na alles wat er gebeurd is.
Het geroezemoes stopt abrupt als de dragers de kring betreden. Zelfs de elfen staken even met hun gezangen en kijken doodstil toe hoe de gevallenen op de stenen plaat worden gelegd.
'Ik wil niet dat ze daarbinnen worden gelegd', mompelt Kili, en hij duwt zijn nagels diep in zijn handpalm. Aya sluit haar ogen.
'Wat maakt het uit? De doden komen niet terug. Ze verdienen een laatste rustplaats.'
'Ik wilde dat ik ze nog eens voor een laatste keer had kunnen zien.'
Aya kijkt de dwerg aan en legt een hand op zijn schouder. 'Ik ook, Kili. Ik ook.'
Balin komt als eerste aan het woord.
'Thorin en Fili waren twee uitzonderlijke mannen', begint hij, bijna onhoorbaar door de brok in zijn keel.
Hij vertelt over de avonturen die ze hadden meegemaakt, hun vastberadenheid en opofferingsgezindheid.
'Het was een voorrecht om hen beiden "vriend" te kunnen noemen', sluit hij af, en hij verdwijnt tussen de andere dwergen.
Ook Bard komt ten tonele. Hij geeft Thorin de titels die zijn geboorterecht waren geweest. Thorin de tweede, heer van de zilveren fonteinen, koning van Durins volk, koning onder de berg.
Titels die hij al gekregen zou moeten hebben voor zijn dood.
Maar de mensen zijn nu tevreden, want het eerste wat Dain had gedaan, was hen het beloofde goud laten zenden.
Hoewel dat Kili nu eigenlijk koning is, had hij het beleid even aan Dain overgedragen.
Hij voelt zich nog niet klaar voor het koningsschap, eerst moet hij met zichzelf in het reine komen.
Bard zegent de twee dwergen, buigt in de richting van Kili en dan stapt ook hij weer in de bescherming van de kring.
De volgende figuren die naar voren komen doen Aya bijna walgen.
Thranduil wordt gedragen in een soort draagstoel, door enkelen van zijn wachten. De Arkenstone schittert tussen zijn handen en ook Thorins zwaard ligt op zijn schoot.
Als Thranduil niet zo gretig was geweest, als hij zich niet had verlaagd om Thorin de Arkenstone afhandig te maken, dan zou deze nu nog leven.
Voor Aya is deze gedachte bijna ondraaglijk, vooral nu ze ziet hoe Thranduil hoog boven alle anderen uit torent, alsof hij een god is.
Kili merkt haar verandering in houding op, maar zwijgt.
De elfen hebben de pech dat ze langs Aya moeten lopen om de opgebaarde dwergen te bereiken.
De halfelf zet een stap naar voren en ramt haar voet tegen de knie van een van de elfen.
Deze slaakt een kreet en zakt neer op de grond, terwijl zijn been in een ongezonde hoek onder hem ligt.
Alle aanwezigen mompelen geschrokken als ook Thranduil uit zijn draagstoel op de grond valt, op de vuile aarde. Orcrist ligt naast hem, maar de Arkenstone is nog steeds tussen zijn vingers geklemd.
Andere elfen snellen naar hem toe, maar Aya Faënonigheans ijskoude toon houdt hen op afstand.
'Iedereen die hem aanraakt, zal daarna ook hulp nodig hebben om te kunnen lopen.'
Thranduil kijkt de halfelf vol woede aan. 'Ik breng je geliefde dwerg de steen waar hij zo naar verlangde. Ik heb hulp nodig om recht te blijven.'
Aya kantelt haar hoofd schuin. 'Wel, wel, Thranduil Elfenkoning. Dan zal je maar naar Thorin moeten kruipen , voordat ik besluit dat je je andere ledematen ook wel kan missen.'
Thranduil aarzelt even, maar het sadistische lachje van de halfelf ontgaat hem niet. Met zijn elebogen sleept hij zichzelf door de modder, met in zijn ene hand de Arkenstone, met in zijn andere het zwaard.
De dwergen en mensen kijken gniffelend toe hoe de elf zich voor de ogen van iedereen vernedert.
Ze hoort Kili zelfvoldaan lachen nadat Dain hem de gebeurtenissen in het oor fluistert.
Niemand steekt ook maar een vinger uit als Thranduil de stenen plaat heeft bereikt. Met grote moeite probeert hij zich eraan op te hijsen, maar als dit niet lukt duwt hij de schatten zo goed en zo kwaad als dat kan op de plaat.
Het is bijna meelijwekkend, maar Aya weet dat Thorin erg tevreden zou geweest zijn als hij de elfenkoning had gezien.
En zo krijgt de dwergenkoning dan toch waarnaar hij verlangt had, zowel zijn wraak als de Arkenstone.
'Jij bent degene die hem zijn benen ontnomen heeft, niet?'
Legolas staat naast haar, en kijkt knarsetandend toe naar de oorzaak van de hilariteit van de dwergen.
'Zonder zijn benen kan Thranduil het makkelijk overleven. Zonder zijn trots zal dit heel wat moeilijker zijn.'
Legolas kijkt haar onderzoekend aan. 'Je bent veranderd, weet je dat?'
'Wij zijn allemaal veranderd. Alleen de doden zullen hetzelfde blijven.'

Reacties (4)

  • Croweater

    Heel mooi stukje. Ik denk dat Thor in niets liever zou willen dan Thranduil die naar hem toe kruipt.

    5 jaar geleden
  • Glorfindel

    ik heb hetzelfde gedaan als LynnBlack hier onder mij

    5 jaar geleden
  • LynnBlack

    Awh prachtig hoofdstukje ik huilde en lachte tegelijk eerst huilen om Thorin en Fili en toen huilen van het lachen om Thranduil!
    *running towards aya and hugging her* thank you! My queen!!!

    5 jaar geleden
  • Katalante

    WHAHAHAHAHAxD
    GEWELDIG STUKJExD

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen