Chapter 41

Door: maybo
Onderdeel van: Living the dream - George Weasley 16+
Laatst bijgewerkt: 3 jaar geleden
Geactiveerd op: 3 jaar geleden

Foto bij Chapter 41

^Rieck

breed | medium | small

George POV
Ik sta ongeduldig onderaan de trap met Fred. Hij kijkt op zijn horloge. ‘Wat is het toch met meisjes en voorbereidingen. Het duurt echt heel lang.’ Ik haal mijn schouders op. ‘George.’ Ik kijk om en glimlach wanneer ik haar felgroene ogen zie. Dan valt mijn mond open. Haar wangen hebben de zachte blos die ze altijd heeft als ze gelukkig is. Haar lippen glanzen licht roze, waardoor ik haar nog liever wil kussen. Ze heeft haar haar naar achteren, zodat het uit haar gezicht blijft en het tot haar onderrug valt. De jurk die ze draagt heeft geen mouwen. Boven is hij een licht blauw grijs met zwarte bloemen, maar hij loopt door tot een donker grijze kleur, waardoor de bloemen verdwijnen. Het kettinkje wat ik haar met kerst gaf hangt nog steeds om haar nek. ‘Wauw.’ Mompel ik. Ze schudt lachend haar hoofd en kijkt weg. ‘Zullen we gaan?’ Ik knik en leg mijn hand op haar onderrug. Ze kijkt nog even naar Fred. ‘Je ziet er mooi uit, Nola.’ Ze knikt. ‘Jij ziet er ook niet slecht uit. Angelique komt eraan.’ Ik begeleid haar naar binnen en we gaan tussen de mensen staan.

Nola POV
‘wake up, love.’ Ik open mijn ogen en ga overeind zitten. Ik lig bij George. ‘We hebben vandaag toch vrij?’ Hij knikt. ‘Maar het is mooi weer.’ Ik kijk uit het raam en knik. Gisteravond zijn we een paar uur op het bal geweest en daarna terug naar de leerlingenkamer gevlucht. Ik kijk enthousiast naar George. ‘We kunnen naar het bos.’ Hij knikt. Ik kijk naar Freds bed en zie hem daar nog rustig slapen. Ik stap uit die van George en ren naar Fred toe. ‘Kom Freddie, we gaan naar het bos!’ Hij draait zich om. ‘Het is vroeg.’ Ik kijk op mijn horloge. ‘Lunch is al geweest.’ Zeg ik verbaasd. Fred gaat opgewekt overeind zitten en slaat zijn handen in elkaar. ‘Nou dat verandert alles.’ Hij komt uit bed en ik loop naar de deur. ‘Ik ga omkleden.’

Harry zit fronsend met zijn boek in de hoek van bibliotheek. Ik probeerde te werken, maar dat gaat moeilijk doordat ik zie dat iets hem dwars zit. ‘Harry, je hebt al twee opdrachten volbracht en je staat tweede. Wat kan je mogelijk dwars zitten?’ Hij kijkt op. ‘De derde.’ Ik glimlach. ‘Je red je wel.’ ‘Maar ik heb het gevoel dat er iets niet klopt, dat er iets mis gaat.’ Ik kijk even naar het boek dat hij vast heeft. ‘Hermelien vertelde over je nachtmerries. Er zijn altijd mensen die je steunen Harry.’ Hij knikt. ‘Dankje.’ Ik leg mijn hand even op zijn schouder en sta dan op. ‘Nog een tip.’ Ik hijs mijn tas over mijn schouder. ‘Als je een boek wil lezen kan het helpen hem niet ondersteboven te houden.’ Hij fronst even en draait dan snel het boek om. ‘Dankje.’ Ik lach even en loop dan weg.

Bijna een uur geleden zijn ze het doolhof in vertrokken en de muziek speelt nog steeds door. ‘Wie denk je dat er als eerste terug is?’ Ik wiebel van mijn ene op mijn andere been en kijk opgewonden naar het doolhof. ‘Harry.’ ‘Kruml.’ ‘Carlo.’ Ik lach en kijk even in de richting van Fleur die verderop op de tribune zit. ‘Ik ga ook voor Harry.’ Ik neem nog een droptoverstok. ‘Hoelang gaat dit nog duren?’ Precies op dat moment klinkt er een luide knal. Twee figuren landen op grond. Ik herken Carlo en Harry. Iedereen begint te juichen en te roepen. Maar niet voor lang. Fleur gilt luid en dan valt het mij op dat Harry zich vastklampt aan Carlo’s trui en dat Carlo nog steeds niet beweegt. Perkamentus rent naar beneden en probeert Harry los te trekken. Ik concentreer mij en hoor door het geroep van de mensen die het nog steeds niet beseffen, Harry heen. ‘Nee!’ Perkamentus kijkt Harry doordringend aan. ‘Wat is er gebeurd?’ Dan zegt Harry de woorden die iedereens grootse nachtmerrie terug laten komen. Ik pak Georges pols vast en voel dat mijn benen beginnen te trillen. Mijn ademhaling versnelt. ‘Hij is terug. Voldemort is terug.’

Ik zit naast mijn hutkoffer. Dit jaar is zo snel voorbij gegaan, maar er is er zo veel gebeurt. Toch weet ik dat de komende jaren niet rustiger zullen zijn. Ik sta op. Vanuit het raam zie ik de leerlingen over het pad lopen op weg naar de koetsen. Het is misschien ook maar eens tijd dat ik naar beneden ga. Ik loop de deur uit en de trappen af richting het binnenplein. ‘Nola, wacht!’ Ik kijk even om en zie Rieck. Ik schud mijn hoofd en loop door. ‘Nola, ik moet met je praten!’ ‘Sorry, maar het komt nu echt niet uit.’ Ik ga de hoek om. ‘Maar het is echt heel erg belangrijk.' Ik hoor ineens voetstappen veel sneller dichterbij komen en dan staat hij ineens voor mij. ‘Hoe deed je dat?’ ‘Daar moet ik je over spreken.’ Ik begin een naar voor gevoel te krijgen, maar knik toch. ‘Weet je nog dat ik vertelde dat ik iemand kende die een weerwolf is?’ Ik knik argwanend. ‘Mijn vader is een weerwolf, mijn neef is een weerwolf, mijn moeder was een weerwolf.’ Ik doe een stap naar achter. ‘En-’ ‘Je hebt me nooit verteld wat je achternaam is.’ Onderbreek ik hem. Hij doet een stap naar voren en ik neem er meteen nog een naar achter. Zijn donkere ogen lijken te veranderen. ‘Tarik…’ Eerst veranderen ze in een donkere wierachtige kleur en dan krijgen ze dezelfde groene kleur als die van mij. ‘Vaalhaar.’
Ik draai me om en begin te rennen. ‘Nola, wacht!’ Ik zie een raam aan het einde van de gang en begin nog harder te rennen. Ik hoor Tarik dichterbij komen en zet een laatste eindsprint in. Ik spring en zet mij met een voet af in het raamkozijn. ‘Nee!’ Tarik pakt me bij mijn schouders in een poging mij terug te trekken, maar het is al te laat. Ik val naar beneden, maar hij laat niet los. In één beweging wisselt hij van plaats, waardoor ik nu boven hem ben. De grond komt sneller dichterbij en dan voel ik een klap en hoor een krakend geluid. Mijn val is gebroken door Tarik. Hij klemt zijn kaken op elkaar. ‘Je moet me uit laten praten.’ Ik probeer mezelf los te maken uit zijn greep. ‘Je hebt geprobeerd mij te kidnappen, omdat jullie mij wilde hebben!’ ‘Nee, Dat was mijn familie, ik niet. Ik heb geprobeerd je te beschermen!’ Hij kreunt pijnlijk wanneer zijn rug weer een krakend geluid maakt. ‘Hoe bedoel je?’ Zijn grip verslapt iets. ‘Mijn familie zoekt naar alpha’s. Dit mogen alleen vrouwen zijn. Het leven van de alpha’s is vreselijk. Ze worden in elkaar geslagen en verkracht. Pas als ze bewezen hebben te kunnen leiden, stopt dit.’ Ik frons. ‘Ik snap het niet, waarom zou je mij beschermen?’ ‘Mijn moeder was een weerwolf, maar ze is vermoordt tijdens een volle maan door een van ons.’ Ik focus mij en voel zijn verdriet. Hij spreekt de waarheid. Hij laat mij los en ik klim overeind. ‘Geloof je mij?’ Ik kijk hem kort aan. ‘Ik denk het.’

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

  1. Moppies
    Moppies 3 jaar geleden

    Snel weer verderrrrr!!!!!

  2. Horses4ever
    Horses4ever 3 jaar geleden

    Leuk !!!

Details

32 (0 | 0)

12+

1203

246 (1)

Share