Foto bij 17 - Through Halls and Halls of Damnation

Dus ik was bezig aan het plaatje en dit hoofdstuk... en toen crashte mijn pc opeens:(
Vond ik niet leuk! Maar ik heb eindelijk de update uitgevoerd die ik 2 maanden geleden al moest doen, dus hopelijk crasht ie niet meerxD

Overigens heb ik weer tijd verspild bij de Character Profiles, mooie profielfoto's gemaaktxD

En ughh, ik zoek een bijbaan om mijn studie te kunnen betalen, maar overal willen ze alleen mensen die ook buiten de vakantie fulltime kunnen werken of parttime met meer dan 32 uur =.='

      "Al die bergen..." Horace kreunde zachtjes toen hij de massa's steen zag, "We moeten de kar zeker achterlaten en te voet verder gaan, of niet...?"
      "Helemaal correct." Joe knikte, alhoewel hij ook niet zo enthousiast leek, "Maar gelukkig is er een makkelijkere doorgang, dus als jullie mij volgen..."
      We liepen naar de bergen, waar Joe zocht naar een plek op de rots. Zodra hij hem gevonden had, drukte hij erop, waardoor een pak steen naar voren geduwd werd. Vervolgens moesten we die steen opzij duwen, maar toen kwamen we in een donkere gang terecht. Joe zuchtte en er verscheen een rookwolkje uit zijn mond door de plotselinge kou van de grot. De genezer die met ons mee was gekomen, gaf ons allemaal een sjaal zodat we het niet koud kregen, waarop Nanette glimlachte, "Dank je, Kateryn."
      "Geen dank, ik ben al blij dat ik nu ook een keertje mee mag komen." Ze deed haar eigen capuchon af, waarna we zagen dat ze ook een meisje was. Nanette knikte en trok een deel van haar shirt over haar gezicht heen, zodat we alleen nog maar haar ogen zagen, waarna ze een flux-bal opriep om als licht en verwarming te dienen. Joe nam haar voorbeeld en versterkte haar bal met zijn eigen flux waarna we verder door de grotten liepen.
      De gang was lang, donker, koud en zelfs vochtig, en ik zag Horace naast me al walgend om zich heen kijken, maar dat kreeg je dan ook al snel als je een prins was. Talon zeurde nog dat hij niet moest zeuren, omdat Horace's deel van hun kamer er óók zo uit zag, waarna het onheil weer uitbarstte. Blijkbaar kon alleen gloeiend heet en droog weer hun gekibbel tegenhouden, maar deze tegenovergestelde extremen niet. Ze koelden overigens wel Joe's woede af, dus was ik dit keer degene die de twee jongens op hun kop gaf.
      Mijn hogere stem maakte echter wel allerlei vleermuizen wakker, waarna ze richting ons vlogen en we uit schrik meteen naar de grond doken. Horace fronste, "Gadverdamme! Kan het nog erger?!"
      "Wacht maar totdat je de ratten en kakkerlakken ziet." Joe liep emotieloos door de vlaag van vleermuizen terwijl Nanette er net zo onverschrokken achteraan ging, waardoor we ons wel iets stoerder moesten voordoen en we de leiders volgden. Enkel een paar seconden later bleek al door wat voor doorgang we richting het kasteel liepen.
      "Catacomben..." Horace keek een beetje moeilijk toen hij het gekraak van de menselijke botten onder onze schoenen hoorde. Hij kwam wat dichter bij mij lopen en zuchtte, "Zulke hebben we thuis ook... maar hier is het wel erg respectloos gedaan. Het lijkt alsof ze deze mensen hier gewoon neergesmeten hebben... O, Santi Maria..." Hij deed even een schietgebedje in zijn moedertaal, waar ik met een lichte glimlach naar luisterde. De taal zelf klonk ook al prachtig, maar het zware gevoel van de honderden doden bleef toch bij me. Ik zuchtte lichtjes en hield een hand op mijn hart, het was alsof al hun zorgen en pijn hier met hun botten waren overgebleven. Ze hadden in ieder geval geen rust gekregen, en ik voelde me er gewoon niet lekker door.

      "Godsunu!" Talon hield een hand voor zijn mond toen we in een open ruimte kwamen. Ik stapte even voorbij de lange mannen en deed toen gelijk een stap achteruit, waardoor ik tegen en net zo verstijfde Horace botste. Alsof dat gangetje niet erg genoeg was! Middenin de ruimte lag een enorme hoop met menselijke overblijfselen, de delen bovenop waarschijnlijk nog zo recent als vanochtend. Sommigen van ons moesten zich inhouden om niet over te geven en Kateryn haalde snel een kruisje uit haar mantel.
      Joe keek bijna levenloos naar de hoop en toen bijna sceptisch naar de genezer, maar hij had dan ook al zoveel doden moeten aanschouwen. Ik was in ieder geval blij dat hij Horace en haar niet belachelijk maakte om hun geloof of zwakte.
      Nadat iedereen bekomen was van de schok, gingen we rustig aan weer verder met lopen. Ook al leken we dichter bij het kasteel zelf te komen, het donkere gevoel bleef om ons heen hangen en naarmate we een nieuwe lichte plek naderden, leek het gevoel zelfs sterker te worden. Ik schudde met mijn hoofd en hoopte voor het beste toen we de tweede open ruimte binnenstapten.
      "Oh god, oh god..." Kateryn blokkeerde haar zicht met haar eigen handen en ik kwam weer naar voren om te zien waar de commotie over ging, maar toen zag ik het. Niet alleen was de kamer bijna identiek aan de andere ruimtes, hier hingen zelfs kettingen aan de muren en apparaten die waarschijnlijk door slaven gedreven werden. In die apparaten lagen gewoon rottende lichamen en aan de skeletten aan de muur te zien, kregen die ook veel te verdragen.
      Terwijl we de kamer al walgend doorliepen, hoorde ik opeens Horace scherp inademen. Ik draaide meteen om en keek hem bezorgd aan toen hij gefixeerd naar een ketting rond een van de kleinere skeletten staarde.
      "Horace?" Ik deed een stapje naar voren toen hij angstig zijn mond open en dicht deed, waarna hij met trillende handen naar de ketting reek. Het leek een zilveren amulet met hetzelfde embleem als Horace zijn tatoeage... was dat zijn zus...? Ik stond klaar om hem op te vangen, want hij vloog meteen al snikkend in mijn armen, "Nee, dit kan niet waar zijn! Ik had veel eerder moeten komen, waarom nam ik die positie als koning niet, o Dio...!"
      "Horace..." Ik gaf hem een troostend klop op zijn schouder en aaide hem wat over zijn hoofd, maar hij duwde me alleen maar van zich af, "Nee...!" Hij stond met een moeilijk gezicht weer rechtop en veegde een tikkeltje ruig zijn tranen af, waarna hij zijn kiezen op elkaar klemde, "We moeten door, ik ben weer alleen aan mezelf aan het denken, er zijn belangrijkere dingen te doen!" Hij haalde diep adem en maakte zijn schouders wat breder, waarna hij me naar voren duwde, richting de rest. Zij hadden alles gezien, maar wisten natuurlijk niet van Horace zijn achtergrondverhaal. Gelukkig hielden ze zich wel stil en besloten ze gewoon te doen wat Horace zei, maar zodra we verder liepen, slofte hij toch wat zieligjes achter de rest aan.
      "Weet je zeker dat je meteen verder wilt?" Ik keek hem bezorgd aan, maar hij schudde alleen maar met zijn hoofd, "Wat heb ik eraan, het is niet alsof ze terugkomt. Ik verspil hier anders alleen maar jullie tijd."
      "Je moet zulke hevige emoties niet onderdrukken, wat nou als we moeten vechten en jij kan je niet concentreren?" Ik wilde mijn punt duidelijk maken, maar ik zag dat Horace het wel wist. Hij was zelf gewoon weer zo eigenwijs bezig, dus ik liet hem maar weer met rust zodat ik het niet erger maakte. Ik was toch nooit goed in troosten geweest met alleen maar al die 'stoere' jongens om me heen. Echter reek Horace toch wel sipjes uit naar mijn hand en ik pakte die met een tevergeefse glimlach, hij was nog steeds een klein kindje, die Horace.

      Na nog een aantal kamers vol smart en leed, kwamen we bij een soort verlaten ruimte terecht. Alhoewel de catacomben nog recentelijk gebruik leken, zat deze deur dichtgetimmerd met geïmproviseerde planken en spijkers die er al jaren leken te zitten. Joe beval ons zijn bekende route te volgen, maar wij waren eigenlijk wel benieuwd naar deze verboden ruimte en Andrew zocht al een manier om de planken los te krijgen. Joe keek ons geïrriteerd aan, maar als een scout wilde hij vast ook wel weten wat er zo verboden was in een land als dit.
      Uiteindelijk gebruikte Andrew zijn speer als een soort hefboom en hielp Lewis nog mee met zijn snijdende flux, waarna we de planken er al snel afkregen. Snel duwden we de enorme deuren open, waarna we voorzichtig naar binnen stapten. Het was er erg stoffig en donker door de nachtlucht buiten, maar nadat onze ogen wenden aan de duisternis, keken we vreemd op.
      "Een kerk?" Talon wilde een bladzijde in een openliggend boek omslaan, waarna het afbrak. Joe gaf hem een lichte tik tegen zijn achterhoofd als straf, waarna we met de groep naar het midden van de zaal liepen.
      "Een hofkapel." Horace keek naar de glas-in-loodramen, waarna hij vreemd opkeek, "Maar dit is geen normale kerk, waar zijn de afbeeldingen van onze heilige personen?!"
      "Nee, ik weet wat dit is." Kateryn liep wat naar voren en bestudeerde de plaatjes, "Dit is de legende die in Gaieth altijd verteld werd, totdat hij toch niet waar bleek te zijn. Mægen en Leoht, hebben jullie die legende nooit gehoord?"
      "Nee... maar commandant Antony vertelde er wel eens over, geloof ik." Ik knikte, hij vertelde erover toen hij in de ziekenzaal lag. Kateryn glimlachte en staarde weer naar de glazen afbeeldingen, "In het klooster hoorden we dit verhaal iedere dag. De verhalen vertelden dat wanneer Gaieth in grote problemen raakt, God de engelen Machidiël en Sariël op Gaieth laat neerdalen, zodat zij alle onheil van de planeet kunnen verbannen." Ze liep naar een beeld van een engel helemaal rechts van de zaal, "Sariël, het licht, of in de oude taal 'leoht'. Verdrijver van de duisternis met zijn heilige zwaard, gesmeden uit het puurste en lichtste materiaal van de hemel. Zijn vleugels krachtiger dan het sterkste paard en schoner dan de mooiste sirene. Sommigen zeggen dat hij Gods zwaard is, het beste wapen van alle werelden en onverslaanbaar door welk wezen dan ook."
      We namen kort de tijd om naar het standbeeld te kijken, maar toen ging Kateryn naar het andere standbeeld naar de overkant, "En Machidiël, de kracht, of 'mægen'. Zijn energie is zo sterk als een duizend zonnen en puurder dan God zelf. Zijn kracht kan Gaieth in een keer reinigen van al haar onheil en verderf, zelfs de duivel maakt er geen kans tegen." Ze keek naar het beeld en zuchtte, "Maar de legendes zijn niet waar, zoals de leiders van Lightfield al voorspeld hadden. De demonen groeiden in kracht en begonnen een offensief, terwijl er nergens engelen uit de lucht daalden. De mensheid staat alleen tegen deze duisternis en er is geen makkelijkere manier om onze planeet te redden dan om die demonen zelf te confronteren... Dat is wat ze zeiden, maar ik vraag me af of ze dat alleen maar zeiden om de glorie van het menselijke Lightfield te behouden."
      "Wat een hoop onzin..." Horace mompelde zachtjes, waarna hij naar het standbeeld van Machidiël liep en daar neerknielde voor de engel, om vervolgens tot hem te bidden. De rest liep uit hoop ook maar naar de engel met de enorme bol van licht in zijn handen, maar ik draaide om en liep naar het andere standbeeld. Sariël, toch? Ik knielde lichtjes en keek naar zijn trotse frons terwijl zijn marmeren arm het grootse zwaard in de lucht hield. Zijn vleugels waren inderdaad ongeëvenaard en ze leken oneindig te spreiden, ook al was het maar een stilstaand object van steen. Een engel met een wapen leek mij toch wat geloofwaardiger dan eentje die met magische krachten de wereld reinigde. In Lightfield werd ons altijd geleerd dat geloof onzin was, ook al waren Chris en ik thuis geschoold, het werd ons alsnog in onze kopjes gestampt.
      Ik ging volledig op mijn knieën en keek onwetend op naar de engel. Ik wist niet hoe ik moest bidden, vooral niet direct tegen een of andere engel, dus bewonderde ik het beeld nog maar even. Hij was echt beeldschoon voor een jongen en ik vroeg me af wie zo zijn best had gedaan om hem zo mooi te beeldhouwen.
      Uiteindelijk vroeg ik hem maar zachtjes of hij ons kon steunen, maar toen was de rest al klaar en kwamen ze mij al halen, verward dat ik om de kracht van één zwaard vroeg in plaats van om de kracht van een duizend zonnen. Ik negeerde het maar en keek weer om naar de beelden, waarna ik een irriterende jeuk rond mijn pols voelde. Toen ik wilde krabben, voelde ik mijn moeders armband zitten, dus liet ik de jeuk maar zitten zodat ik het fragiele sieraad niet beschadigde. Ze vroeg me anders om het nooit af te doen en het altijd bij me te houden, volgens mij had Christian er ook een, alhoewel ik niet wist of hij hem nog om had.
      "Waarom zouden ze een hofkapel aan het kasteel van de duivel zelf hebben?"
      "Ook in deze landen woonden ooit normale mensen zoals jij en ik, Talon." Joe kwam als laatste uit het kapelletje en sloot de deuren voorzichtig, waarna we zijn route weer volgden. Wat stom, eigenlijk. Zo'n legende moet toch ergens vandaan komen? Waarom zou iemand zulke uitgebreide personages bedenken in tijden van nood...
      Het verhaal bleef me nog steeds bij, net als de jeuk rond mijn pols, maar ik negeerde de drang en liep braaf achter de rest aan. Het was waar, de mensheid moest zelf de problemen op Gaieth oplossen en er was geen godheid die daar mee kon helpen. Achter een van deze deuren zat de man die dit alles had veroorzaakt, en wij zouden daar een eind aan brengen.
      Aan hem en de demonen in deze wereld.

Reacties (2)

  • Helvar

    Ik ben erg benieuwd waarom haar pols opeens ging jeuken, hmm...

    7 jaar geleden
  • xEvanPetersx

    Spannend...

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen